Summary Biological Psychology

-
ISBN-10 1337408204 ISBN-13 9781337408202
216 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Biological Psychology
  • Kalat
  • 9781337408202 or 1337408204
  • 13th

Summary - Biological Psychology

  • 1 Belangrijke issues

  • Hoofdstuk 1 De belangrijkste issues




    Biologische psychologie bestudeert de ‘dierlijke roots’ van gedrag, gerelateerde acties, genetische en
    psychologische experimenten en de fysiologische, evolutionaire en ontwikkelingsmechanismen
    van gedrag en ervaring. Biologische verklaringen van gedrag vallen in verschillende categorieën, ze omvatten fysiologie, ontwikkeling, evolutie en functies. In dit hoofdstuk kijken we naar drie belangrijke issues en thema’s:de relatie tussen de geest (mind) en de hersenen, de rol van nature en nurture en de ethiek van onderzoek.
  • 1.1 De geest-hersenen relatie

  • 1.1 De geest-hersenen relatie




    Biologische psychologie geeft ook veel aandacht aan het bestuderen van het hoe en wat van de hersenfuncties. Als we in de hersenen kijken vinden we twee verschillende typen cellen: neuronen en gliacellen. Neuronenbrengen berichten over naar elkaar en naar spieren en klieren, die enorm variëren in grootte, vorm en functie.Gliacellen, over het algemeen kleiner dan neuronen, hebben veel functies maar verzenden geen informatie over grote afstanden.
  • Biologische Verklaring van Gedrag
    Vaak denkt men een verklaring te hebben voor zijn of haar gedrag, maar vaak weet men ook niet waarom hij of zij zich zo gedraagt (denk maar aan gapen). Op basis van dit feit kunnen we onderscheid maken tussen vier soorten categorieën van biologische verklaringen van gedrag:

    •   Fysiologische verklaring; het gedrag is gerelateerd aan lichamelijke activiteit, zoals hersenactiviteit, de
      werking van hormonen en spieractiviteit.
      Bv.
    •   Ontogentische verklaring; beschrijft hoe het gedrag zich kon ontwikkelen, o.a. de invloed van genen,
      ervaringen en experimenten. Vooral de prenatale fase is hierin belangrijk.
    •   Evolutionaire verklaring; het gedrag als gevolg van de evolutie van een soort
      Bv. Wanneer je schrikt of bang bent, kun je kippenvel krijgen. Harige dieren, lijken hierdoor groter en
      imposanter.
    •   Functionele verklaring: het doel van het gedrag.
    Bv. Gecamoufleerd uiterlijk, grote spermaproductie




  • De Hersenen en Bewuste Ervaringen
    Een discussiepunt tussen wetenschappers en niet-wetenschappers is de relatie tussen de geest en de hersenen. Niet-wetenschappers geloven dat de geest en het lichaam twee verschillende substanties zijn (denksubstantie en fysieke substantie) die onafhankelijk van elkaar bestaan maar wel op een of andere manier elkaar beïnvloeden. Dit wordt ook wel het dualisme genoemd. Wetenschappers daarentegen geloven juist inmonisme, wat in drie vormen onderscheiden kan worden.
  • Monisme:

    •   Materialisme; mentale processen bestaan niet anders dan in materiële (chemische, fysische) processen.
    •   Mentalisme; alleen de geest (het verstand) bestaat werkelijk en de fysieke wereld bestaat alleen maar
      omdat wij erover denken.
    •   Identiteitspositie; mentale processen en hersenprocessen zijn verschillende beschrijvingen van hetzelfde
      fenomeen.
      Kunnen we er nu dan zeker van zijn dat monisme juist is? Nee, dat kunnen we niet. Zelfs als we het standpunt van monisten accepteren blijven er nog vele vragen over het bewustzijn over. Volgens het solipsisme besta ik alleen en ik alleen ben me bewust. De moeilijkheid of andere mensen (of dieren) bewuste ervaringen hebben

      staat bij hen bekend als the problem of other minds. David Chalmers heeft bedacht dat we in de discussie van bewustzijn onderscheid kunnen maken tussen makkelijke/easy problemen en moeilijke/hard problemen. Demakkelijke problemen hebben betrekking op de term bewustzijn, zoals het verschil tussen wakker zijn en slapen, en de mechanismes die het ons mogelijk maken om ons aandacht te focussen. Het lastige probleemgaat over het hoe en waarom een bepaalde vorm van hersenactiviteit gerelateerd is aan het bewustzijn.

  • Je hersenen kunnen niet twee patronen tegelijkertijd op dezelfde locatie waarnemen, dit wordt ook welbinocularrivalry(binoculaire=metbetrekkingtotbeideogen rivaliteit)genoemd.




  • Biologische Verklaring van Gedrag maakt onderscheidt uit 4 verklaringen:
    • Fysiologische verklaring; 
      het gedrag is gerelateerd aan lichamelijke activiteit, zoals hersenactiviteit, de werking van hormonen en spieractiviteit.

    • Ontogentische verklaring; 
      beschrijft hoe het gedrag zich kon ontwikkelen, o.a. de invloed van genen,ervaringen en experimenten. Vooral de prenatale fase is hierin belangrijk.
    • Evolutionaire verklaring; het gedrag als gevolg van de evolutie van een soort
      Bv. Wanneer je schrikt of bang bent, kun je kippenvel krijgen. Harige dieren, lijken hierdoor groter en
      imposanter.
    • Functionele verklaring: het doel van het gedrag.
      Bv. Gecamoufleerd uiterlijk, grote spermaproductie




    • Fysiologische verklaring




    • het gedrag is gerelateerd aan lichamelijke activiteit, zoals hersenactiviteit, de
      werking van hormonen en spieractiviteit.
  • Ontogenetische verklaring




    • Ontogentische verklaring; beschrijft hoe het gedrag zich kon ontwikkelen, o.a. de invloed van genen,
      ervaringen en experimenten. Vooral de prenatale fase is hierin belangrijk.
  • Evolutionaire verklaring




    • Evolutionaire verklaring; het gedrag als gevolg van de evolutie van een soort
      Bv. Wanneer je schrikt of bang bent, kun je kippenvel krijgen. Harige dieren, lijken hierdoor groter en
      imposanter.




    • Functionele verklaring:




    • Functionele verklaring: het doel van het gedrag.
    Bv. Gecamoufleerd uiterlijk, grote spermaproductie




  • Monisme:




    Wetenschappers daarentegen geloven juist inmonisme, wat in drie vormen onderscheiden kan worden.






    Monisme:
    • Materialisme; mentale processen bestaan niet anders dan in materiële (chemische, fysische) processen.
    • Mentalisme; alleen de geest (het verstand) bestaat werkelijk en de fysieke wereld bestaat alleen maar
      omdat wij erover denken.
    • Identiteitspositie; mentale processen en hersenprocessen zijn verschillende beschrijvingen van hetzelfde
      fenomeen.
  • Materialisme is onderdeel van monisme of dualisme?




    Monisme:
    • Materialisme; mentale processen bestaan niet anders dan in materiële (chemische, fysische) processen
  • Mentalisme is onderdeel van monisme of dualisme?




    • Monisme: 
      Mentalisme: alleen de geest (het verstand) bestaat werkelijk en de fysieke wereld bestaat alleen maar
      omdat wij erover denken.




    • Identiteitspositie is onderdeel van monisme of dualisme?




    • Monisme: 


      Identiteitspositie; mentale processen en hersenprocessen zijn verschillende beschrijvingen van hetzelfde
      fenomeen.




    1. Kunnen we er nu dan zeker van zijn dat monisme juist is?




    1. Nee, dat kunnen we niet. Zelfs als we het standpunt van monisten accepteren blijven er nog vele vragen over het bewustzijn over. 
  • solipsisme
    Volgens het solipsisme besta ik alleen en ik alleen ben me bewust. De moeilijkheid of andere mensen (of dieren) bewuste ervaringen hebben staat bij hen bekend als the problem of other minds.




  • problem of other minds




    David Chalmers heeft bedacht dat we in de discussie van bewustzijn onderscheid kunnen maken tussen makkelijke/easy problemen en moeilijke/hard problemen. 
    Demakkelijke problemen:
     hebben betrekking op de term bewustzijn, zoals het verschil tussen wakker zijn en slapen, en de mechanismes die het ons mogelijk maken om ons aandacht te focussen. 
    Het lastige probleem:
     gaat over het hoe en waarom een bepaalde vorm van hersenactiviteit gerelateerd is aan het bewustzijn.




  • binocularrivalry




    Je hersenen kunnen niet twee patronen tegelijkertijd op dezelfde locatie waarnemen, dit wordt ook welbinocularrivalry(binoculaire=metbetrekkingtotbeideogen rivaliteit)genoemd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Biological Psychology
  • James Kalat
  • 9781473704732 or 1473704731
  • 2014

Summary - Biological Psychology

  • 2.1 The Cells of the Nervous System

  • Uit welke 2 cellen bestaat het zenuwstelsel?
    1. Neuronen: informatie verwerking en opdracht. Neuronen communiceren met elkaar mbv elektrische en chemische signalen
    2. Glia: ondersteunende en regulerende functies
  • Wat is het membraan?
    De oppervlakte/buitenkant van een neuron.
  • Wat is de nucleus?
    De structuur die de chromosomen bevat
  • Wat is een mitochondrion?
    De structuur die stofwisselingsactiviteiten uitvoert en de energie geeft die de cellen nodig hebben voor andere activiteiten.
  • Wat zijn ribosomes?
    De plaatsten waar de cellen nieuwe proteïne moleculen samenstelt, die nodig zijn voor het bouwen van materialen voor de cel en helpen bij verschillende chemische reacties.
  • Welke 3 typen neuronen zijn er?
    1. Interneuronen: verbinden neuronen met anderen neuronene/informatieverwerking binnen de hersenen, tussen zintuigen en motorisch apparaat
    2. Sensorische neuronen: verwerken signalen uit omgeving
    3. Motorische neuronen: sturen motorisch apparaat aan, ook informatie van andere neuronen, maar geven het niet door aan neuronen maar aan de spieren
  • Uit welke 4 delen bestaat een neuron?
    1. Dendrieten
    2. Cellichamen
    3. Axonen
    4. Synaptische terminalia
  • Wat doen dendrieten?
    Vangen signalen van andere neuronen op, en geleiden die signalen (impulsen) naar het cellichaam (soma). 
  • Wat doen cellichamen?
    Ontvangen en integreren, vangt ook signalen van andere neuronen op, integratie alle signalen(wel of geen respons (actiepotentiaal), bevat celorganellen, die verantwoordelijk zijn voor een heel scala aan processen in de cel.
  • Wat zijn celorganellen?
    1. Voorzien cel van energie
    2. Maken eiwitten aan
    3. Nucleus: bevat ons DNA:eiwitcodering
    4. Mitochondira: voorzien cel van energie, zetten vetten en suikers om in ATP, de energiestof van de cel.
  • Waarvoor dienen eiwitten?
    1. Transport van stoffen in, uit en binnen de cel
    2. Communicatie (hormonen, neurotransmitters, receptoren)
    3. Structuur van de cel
  • Wat is de axon?
    Informatiezendende gedeelte neuron. Geleidt respons naar uiteinde neuron (actiepotentiaal), transporteert stoffen (bv. bepaalde eiwitten) van cellichaam naar uiteinde neuron
    1. Sommige axonen worden door een myeline schede omvat
    2. Signaalgeleiding is sneller in gemyeleerde axonen
  • Welke 2 soorten axonen zijn er?
    • Afferent: brengen informatie de structuur in
    • Efferent: brengen informatie weg van de structuur
  • Wat zijn synaptische teminalia?
    Axonuiteinden, geven neurotransmitters af igv respons die worden opgevangen door recepteroren op targetneuronen (of op spier of orgaan)
    1. Synapsen: plaatsen van communicatie tussen neuronen
    2. Presynaptische neuron: neuron die signalen stuurt
    3. Postsynaptisch neuron: na de synaps ligt
  • Wat is de astrocyte?
    Zuster(nurse) van het neuron
    • Insulatie (steigerstructuur waarin neuronen kunnen hangen), bieden structuur, ingeperst tussen allemaal verschillende cellen, astrocyten bieden die structuur waarin die neuronen zitten
    • Verhogen hersenactiviteit door dialatie bloedvat zodat meer voedingsstoffen neuron bereiken
    • Geven helende stoffen af igv beschadiging
    • Synchronisatie neurale activiteit
    • Niet alleen ondersteunende functie, maar ook belangrijke bijdrage aan informatieverwerking (regulerende functie!)
  • De functie van de neuron bepaalt de structuur:
    1. Multipolair: (>1 dendriet & 1 axon uit cellichaam): integratie van informatie. Interneunonen en motorisch neuronen
    2. Unipolair: (1 axon uit het cellichaam), sensorisch neuron
  • Waarvoor dienen de microglyia?
    Opruimen virussen, fungi, micro-organismen 
  • Waarvoor dienen de oligodendrocyte en de Schwann cell?
    Bouw myeline schede om neuronen in het central zenuwstelsel, wittige stof.
    Schwann Cell:bouw myeline schede om neuronen in het perifere zenuwstelsel.
  • Wat doen radial glia?
    Leiden de migratie van neuronen en hun axonen en dendrieten tijdens de embryonale ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling voorbij is veranderen de glia vaak in neuronen.
  • Wat is de bloed-hersen barrière en waar bestaat het uit?
    Muur’ tussen bloedvaten in de hersenen en hersenen zelf
    Selectief permeabel
    • Passief: lipofiele (in-vet-oplosbare) stoffen, kleine moleculen (bijv. zuurstof), water
    • Actief: bijv. glucose, aminozuren, een proces dat energie gebruikt om chemicalien van het bloed naar het brein te pompen
  • Waarom hebben we een bloed-hersen barrière?
    Tegenhouden van meeste virussen, bacteriën, en schadelijke stoffen Immuunsysteem doodt geïnfecteerde cel. Meeste neuronen kunnen niet vervangen worden, waarvoor er bescherming nodig is.
  • Welke chemicaliën worden actief het brein in getransporteerd?
    • Glucose, belangrijkste benzine voor de hersenen
    • Aminozuren, bouwen blokken van proteïne
    • Purines, eindproduct van de afbraak van (lichaams)eiwitten. 
    • Choline, vermindert de afzetting van de gevaarlijke cholesterol tegen de vaatwanden.
    • IJzer
    • Paar vitamines
    • Bepaalde hormogen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Biological psychology
  • James W Kalat
  • 9780495090793 or 0495090794
  • 9th ed.

Summary - Biological psychology

  • 1 major issues

  • mind-body

    Dualisme: geloof dat de geest en lichaam twee verschillende substanties zijn, mentale en fysieke substantie, die onafhankelijk van elkaar bestaan. Monisme: geloof dat het universum alleen uit een substantie bestaat, monisme kan worden onderscheden in drie soorten:

    1) Materialisme:
    geloof dat alles uit materie of fysica bestaat
    2) Mentalisme:
    geloof dat alleen de geest bestaat, de fysieke wereld bestaat alleen als een geest het kan waarnemen
    3) Identiteitspositie:
    geloof dat mentale processen hetzelfde zijn als bepaalde hersenactiviteiten, maar beschreven in andere termen


  • - Genen: erfelijkheid behouden in een structuur over de generaties heen

    - Chromosomen: genen bestaan uit een paar chromosomen

    - DNA: vormt de compositie van de chromosomen en synthetiseert RNA moleculen en die synthetiseert weer eiwit moleculen, deze eiwitten vormen de structuur van je lichaam of als enzymen die als katalysator functioneren om chemische reacties te reguleren in je lichaam


    - Homozygoot: identieke paar genen op de twee chromosomen

    - Heterozygoot: niet identieke paar genen


    - Dominante gen: sterk effect in zowel homozygote als heterozygote genen

    - Recessieve gen: alleen een effect in de homozygote conditie

  • Seksegerelateerde genen/seklinked

    genen gelokaliseerd op de seksehormonen, de X chromosoom

  • multiplier effect

    Zoals je hoge lengte, waardoor je aanleg hebt voor basketbal, daarbij wordt je aangemoedigd en ga je meer trainen en coachen. De genetische basis wordt dus uitvergroot door de omgeving.

  • Bij PKU is het enzym fenylalaninehydroxylase (PAH) dat het aminozuur fenylalanine afbreekt, afwezig of onwerkzaam, waardoor dit aminozuur zich in het bloed en het ruggenmergsvocht ophoopt. Hierdoor treedt een chemisch proces op waardoor zenuwcellen beschadigd raken. Dit leidt uiteindelijk tot hersenbeschadiging. Patiënten met onbehandelde PKU zijn in het algemeen verstandelijk gehandicapt met bijkomende gedragsproblemen, en hebben veel last van moeilijk te behandelen huidaandoeningen, zoals eczeem.

  • reciprocale altruïsme: een dier helpen omdat die jou weer zal helpen

  • Neuronen sturen informatie van en naar elkaar, de spieren en zenuwen.

    Glia zijn kleiner, hebben veel functies waaronder heropname van serotonine ed maar sturen geen info over grote afstanden.

  • B cellen?

    B-cellen zijn witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in het humorale immuunsysteem.

  • Het immuunsysteem kan worden onderverdeeld in een aspecifiek (aangeboren) en adaptief (verworven) deel. Het aspecifieke deel is snel werkzaam, maar minder specifiek voor de ziekteverwekker (pathogeen). Het adaptieve deel daarentegen past zich aan de pathogeen (ziekte verwekker) aan, dit kost tijd, maar zal uiteindelijk een sterke afweer worden. Bovendien is het lichaam daarna vaak langdurig beschermd tegen dit pathogeen.

  • Beide vormen van afweer bevatten zowel humorale als cellulaire componenten. Humorale componenten zijn enzymen die zich in vloeistoffen in het lichaam bevinden, bijvoorbeeld in het bloed. Humorale componenten remmen zelf de pathogeen of activeren andere enzymen of cellen die de pathogeen opruimen. Cellulaire componenten zijn cellen die werken voor het immuunsysteem, zoals de witte bloedcellen.

  • Biologische verklaringen kennen een probleem:Het body-Mind of Mind - Body probleem.Wat is dat?

    Wat is de relatie is tussen de geest en de hersenen. Het dualisme gaat uit van de scheiding tussen de geest en het lichaam. Ze zijn separaat.

    Het monisme gaat er van uit dat het universum bestaat uit 1 substantie. Daar zijn ook weer verschillende inzichten in.

  • Wat wordt er bedoelt met 'the hard problem'?

     

    The hard problem is of de geest bestaat in een fysieke wereld. Waarom is er zoiets als bewustzijn, en hoe is de relatie daarvan op hersenactiviteit.

  • Hoe verschild een sexe gelinkt gen ten aanzien van een sexe gelimiteerd gen?

    Een sexe gelinkt gen licht op een chromosoom (meestal de X chromosoom)

    Een sexe gelimiteerd gen kan op elke chromosoom liggen, maar wordt geactiveerd door sex hormonen en heeft alleen effect bij een van de geslachten.

  • Welk voorbeeld illustreert het punt dat zelfs iets heel karakteristieks erfelijks door een verandering in de omgeving beinvloed kan worden?

    Bijvoorbeeld een kind met een PKU gen kan op een strikt dieet gezet worden dat mentale schade tegenhoudt die het gen normaalgeproken veroorzaakt.

    Het algemene punt is dat soms een zeer erfelijke omstandigheid beinvloed kan worden door de omgeving.

  • 2 nerve cells and nerve impulses

  • - Membraam:
    rand van de cel die de binnenkant van de cel gescheiden houd van de buitenkant, bestaande uit twee vetlagen, met grote eiwitten ertussen

    - Eiwit kanalen:
    alleen sommige chemicaliën kunnen de membraam in zoals kalium en sodium

    - Nucleus:
    kernstructuur met de chromosomen van DNA

    - Mitochondrion:
    structuur die metabolische activiteiten onderneemt om energie aan de cel te geven die vervolgens weer activiteiten kan verrichten (brandstof en zuurstof nodig om te functioneren)

    - Ribosomen:
    kanten waar de cel nieuwe eiwitten synthetiseert, functioneert als bouwmateriaal sommige ribosomen zweven vrij rond in de cel en anderen zitten vast aan de endoplasmastisch reticulum; een netwerk van dunne buisjes die nieuwe eiwitten transporteert naar andere locaties

  • - Motor neuron: cellichaam bevindt zich in de ruggengraat, ontvangt excitatie van andere neuronen door de dendrieten en stuur impulsen langs de axon naar spieren

    - Sensorische neuron: gespecialiseert aan de ene kant om heel sensitief te zijn voor een bepaalde type stimulatie, zoals tastinformatie van de huid, soma bevind zich los van de axontak

  • afferent axon

    brengt informatie in de structuur, zoals alle sensorische neuronen afferent zijn van de rest van de zenuwstelsel

  • efferent axon

    brengt informatie uit de structuur, zoals alle motor neuronen efferent zijn van de rest van de zenuwstelsel

  • Astrocyten: wikkelen zich om de presynaptische terminal van een groep functionele gerelateerde axonen, neemt chemicaliën op en verspreid ze later weer terug in de axon waardoor de astrocyt de activiteit helpt te synchroniseren van de axon om informatie in golven uit te zenden. Verder verwijderen astrocyten het materiaal als een neuron doodgaat en helpt de bloeddoorstroming en voeding naar de hersenen. Bevat tight junctions

  • rustpotentiaal

    - Elektrisch gradiënt: bestaat in de membraam, waarin een verschil van elektrische geladenheid is tussen de binnenkant en buitenkant van de cel, bestaande uit twee vetlagen

    - Polarisatie: in de rust is er een verschil in elektrische geladenheid tussen de twee locaties, binnen in de cel is het negatiever geladen dan buiten de cel

    - Rustpotentiaal: voltageverschil in een rustende neuron, door de negatieve geladen eiwitten in de cel

    - Gemiddelde potentiaal is ongeveer -70 millivolt (mV) gemeten door een microelectrode

  • Er zijn twee krachten die natrium de cel in willen pompen: elektrische gradiënt (positief geladenheid van natrium en negatief geladenheid in de cel die elkaar aantrekken) en de concentratie gradiënt; verschil in distributie van ionen langs de membraan (meer natrium buiten de cel dan binnen, dus zal er meer natrium binnen de cel gaan dan naar buiten) en heel snel, in rust blijven natrium kanalen gewoon gesloten
    - Kalium is positief geladen en binnen is het negatief geladen, dus trekt het elektrische gradiënt kalium naar binnen, maar kalium is meer geconcentreerd binnen de cel dus wil concentratie gradiënt het vooral naar buiten pompen (langzaam)

  • Er zijn twee krachten die natrium de cel in willen pompen:

    elektrische gradiënt
    (positief geladenheid van natrium en negatief geladenheid in de cel die elkaar aantrekken) en de

    concentratie gradiënt;
    verschil in distributie van ionen langs de membraan (meer natrium buiten de cel dan binnen, dus zal er meer natrium binnen de cel gaan dan naar buiten) en heel snel, in rust blijven natrium kanalen gewoon gesloten

  • actiepotentiaal verloopt: rustpotentiaal - depolarisatie - repolarisatie- hyperpolarisatie

  • actiepotentiaal

    Als een neurotransmitter zich vanuit de synapsspleet hecht aan het receptor-eiwit, opent de natrium-porie in het postsynaptisch membraan. In het postsynaptisch membraan treedt door het binnenstromen van Na+-ionen depolarisatie op. Door het binnenstromen van Na+-ionen ontstaat een potentiaal tussen de buitenzijde en de binnenzijde van het postsynaptisch membraan van +30mV. Door deze depolarisatie opent een kalium-porie in het postsynaptisch membraan en stromen K+-ionen vanuit het postsynaptisch neuron naar de synapsspleet, waardoor repolarisatie optreedt. Kalium-poorten zijn trager dan natrium-poorten, waardoor hyperpolarisatie ontstaat. Door het wegstromen van K+-ionen en het vertraagde sluiten van de kaliumpoorten ontstaat een potentiaalverschil van -80mV tussen de binnenzijde en de buitenzijde van het postsynaptisch membraan.

  • Local anesthetic drugs: zoals novacaine of xylocaine, hechten aan de natrium kanalen van de membraan, waardoor natrium ionen geen toegang heben, waardoor de actiepotentiaal blokkeert, zoals pijnstillers

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 4:

  • Biological psychology
  • James W Kalat
  • 9780495603115 or 0495603112
  • 10th edition [International edition]

Summary - Biological psychology

  • 1 Yhe Major Issues

  • uit welke 2 cellen bestaan de hersenen?
    Neuronen en Glia
  • vraag
    antwoord
  • Neuronen zenden boodschappen naar de spieren, organen etc. Glia ondersteunen de neuronen.
  • Neuronen zenden boodschappen naar de spieren, organen enz. Glia ondersteunen de neuronen.
  • biologische psychologen proberen antwoord te vinden op vier typen vragen omtrent welk gedrag dan ook dat zijn:
    - Fysiologisch: wat voor relatie is er met de fysiologie van de hersenen en    andere organen?
    - Ontogenetisch: hoe ontwikkelt het gedrag zich bij het individu?
    - Evolutionair:  hoe ontwikkelt het gedrag zich?
    - Functioneel: welk doel dient bepaald gedrag?
  • Wat zijn genen en leg uit wat een dominant gen en een recessief gen is?
    genen zijn chemische stoffen die hun eigenschappen doorgeven van generatie op generatie en die de ontwikkeling van het individu beïnvloeden. Een dominant gen heeft invloed, ongeacht of iemand paren van dat gen heeft of alleen maar een enkele. Een recessief gen heeft alleen invloed bij afwezigheid van een dominant gen.
  • Wat zijn gedragsvariaties en wat is erfelijkheid?
    De meeste gedragsvariaties zijn een weerspiegeling van gecombineerde invloed van veel genen en van veel omgevingsfactoren. Erfelijkheid is een schatting van hoeveelheid variaties tussen de invloeden van genen en die van de omgeving.
  • Hoe wordt erfelijkheid onderzocht?
    Onderzoekers schatten erfelijkheid in aan de hand van tweelingenonderzoek en door vergelijking van adoptiekinderen met hun biologische adoptieouders. soms identificeren zij specifieke genen die vaker voorkomen bij mensen met een bepaald gedrag.
  • Soms overschatten de resultaten menselijke erfelijk, leg uit.
    De meeste adoptiestudies maken geen onderscheid tussen de effecten van genen en van de prenatale omgeving. En ook: nadat genen een verhoogde invloed op bepaald gedrag laten zien, kan dit leiden tot een verandering in de omgeving die dit gedrag intensiveert. zelfs al zien we een hoge mate van erfelijkheid in het gedrag van een populatie, dat gedrag kan sterk worden beïnvloed door omgevingsveranderingen. 
  • Beinvloeden genen gedrag indirect of direct door verandering in de hersenactiviteit te bewerkstellen en hoe door invloed op andere aspecten van het lichaam en daardoor ook op de manier waarop mensen op ons reageren?
    Direct op de hersenactiviteit en indirect door invloed van andere aspecten.
  • Leg uit hoe evolutie van genen werkt 
    Evolutie verspreidt de genen van de individuen die zich het beste voortplanten. Als bepaalde eigenschappen binnen een bepaald populatie wijdverspreid zijn, dan lijkt het redelijk om te kijken naar de wijze waarop deze eigenschappen aanpasbaar zijn of waren. We kunnen echter niet zomaar aannemen dat elk gedrag het product is van onze genen. we moeten echt onderscheid maken tussen genetische invloed en leren.
  • 1.1 De relatie tussen geest en hersenen

  • Wat is het Mind-body problem en wat is de hard-problem?
    Mind-body problem: De vraag wat de relatie is tussen de geest en de hersenen.
    Hard problem: het vraagstuk waarom en hoe de hersenen geassocieerd kunnen worden met bewust zijn. Waarom is er zoiets als bewustzijn en hoe verhoudt zich dat tot hersenactiviteit.
  • Wat is dualisme en hoe wordt het tegengesproken?
    Het standpunt dat geest los staat van de hersenen, wordt weersproken door het principe dat slechts materie en energie kunnen worden beïnvloed door materie en energie.
  • Vrijwel alle filosofen en wetenschappers die zich met het mind-body problem bezig houden omarmen het monisme dat houdt in?
    Dat het universum slechts uit één stof bestaat. 
  • Wat is monisme en welke drie categorieën zijn er?
    Meeste psychologen nemen dit aan. De wetenschap die ervan uit gaat dat er in het heelal slechts één soort stof bestaat. Er zijn verschillende soorten van monisme:
    - Materialisme: mentale processen bestaan alleen maar uit materiële processen, dus chemisch en fysisch.
    - Mentalisme: een visie die zegt dat alleen onze geest bestaat en de fysieke wereld niet kan  bestaan zonder dat wij die kunnen waarnemen.
    - identiteitspositie: mentale processen en hersenprocessen zijn verschillende beschrijvingen van hetzelfde. Bv twee verschillende waarnemen van het zelfde object (Mona Lisaverhaal). Wil niet zeggen dat het brein ook de geest is, nee geest is hersenactiviteit.
  • Wat is het verschil tussen evolutionair en functioneel?
    Bij evolutionair gaat het om WAT het gevolg is van bv wij hebben ons ontwikkeld uit vroegere primaten en hebben daar nog kenmerken van, ook al zijn ze nu niet meer zo nuttig. Bij functioneel vragen we ons af WAAROM?
  • VRG 2 Wat is de belangrijkste reden dat de meeste wetenschappers dualisme afwijzen?
    Dualisme staat haaks op de wet van conservering van materie en energie. Volgens deze wet is de enige manier om materie en energie te beïnvloeden (ook die in het menselijk lichaam)  dat te doen met materie en energie.
  • Wat is solipsisme?
    Alleen ik besta en alleen ik ben bewust. (Wordt niet echt serieus genomen).
  • Wat is the problem of other minds?
    Het probleem of mensen (en ook dieren) bewuste belevingen hebben.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Een onvermogen om glucose te gebruiken bij gewervelde neuronen is wel een probleem, waar kan dit toe leiden en wat kun je hier aan doen?
Het leidt tot het afsterven van neuronen. Een dieet op basis van thiamine>B1(dit is nodig bij het gebruik van glucose)
Ondanks dat neuronen glucose vereisen is een tekort hieraan zelden een probleem.Hoe zit dat?
Ondanks dat neuronen glucose vereisen is een tekort hieraan zelden een probleem. De lever kan namelijk glucose van koolhydraten en aminozuren, als wel glycerol (afvalproduct van vetten), maken.
Voeding van gewervelde neuronen
De meeste cellen gebruiken koolhydraten en vetten voor voedingsstoffen, maar gewervelde neuronen hangen bijna alleen maar af van glucose (suiker). Dit komt omdat glucose praktisch de enige voedingsstof is die door de barserre komt. 
Ondanks dat neuronen glucose vereisen is een tekort hieraan zelden een probleem. De lever kan namelijk glucose van koolhydraten en aminozuren, als wel glycerol (afvalproduct van vetten), maken. 
Actief transport
Een proteïne gemediteerd (hulpbestand) proces dat energie uitgeeft aan het pompen van chemicaliën (glucose, aminozuren) van bloed in de hersenen.
Als de hersenbloedbarriere zo'n goede verdediging is, waarom hebben wij dat dan niet voor onze organen?
Dit komt omdat de barrière naast schadelijke stoffen ook veel nuttige chemicaliën weghouden die voedigstoffen bevatten, voor organen kan dit voor een virale infectie zorgen(Men spreekt over een infectie als een micro-organisme, virus of parasiet in een levend wezen is binnengedrongen en zich daar vermenigvuldigd heeft. ).
Endotheelcellen
Cellen die de wanden van haarvaten vormen. 

Het endotheel is een bedekkend ééncellig laagje aaneengesloten cellen dat onder andere de binnenkant van hart, bloedvaten en lymfevaten bekleedt. Endotheelcellen vervullen een functie bij de bloedstolling en bij angiogenese.
Chemicaliën komen de hersenen dus alleen binnen door het membraan zelf te doorkruisen. twee categorieën moleculen doorkruis de barrière.. Welke? 
De hbbarriere is afhankelijk van de opstelling van endotheelcellen die de wanden van haarvaten vormen. Buiten de hersenen zijn zulke cellen gescheiden door kleine gaten, maar in de hersenen liggen ze zo dicht op elkaar, dat er niks tussen kan komen. 
Chemicaliën komen de hersenen dus alleen binnen door het membraan zelf te doorkruisen. 
twee categorieën moleculen doorkruis de barrière: 
1. Kleine ongeladen moleculen ; zuurstof en carbon dioxide (koolstofdioxide) 
2. Moleculen die oplossen in het vet van de membraan; vitamine a & D 
Hoe werkt de hersen-bloed barrière?
De hbbarriere is afhankelijk van de opstelling van endotheelcellen die de wanden van haarvaten vormen. Buiten de hersenen zijn zulke cellen gescheiden door kleine gaten, maar in de hersenen liggen ze zo dicht op elkaar, dat er niks tussen kan komen. 
Chemicaliën komen de hersenen dus alleen binnen door het membraan zelf te doorkruisen. 
twee categorieën moleculen doorkruis de barrière: 
1. Kleine ongeladen moleculen ; zuurstof en carbon dioxide (koolstofdioxide) 
2. Moleculen die oplossen in het vet van de membraan; vitamine a & D 
Waarom hebben we een Bloed-hersen barrière nodig?
Wanneer een virus een cel binnenkomt, verdrijven mechanismen in de cel het virus met name door het membraan, zodat het immumsysteem het kan vinden. Net alsof je zegt, kijk imuumsysteem, ik ben geïnfecteerd met een virus. Dood mij en bespaar anderen. 
Dit werkt prima als deze geïnfecteerde cel een huidcel of bloedcel is. 
Echter, met een paar uitzondering, herplaatst het gewervelde brein beschadigde neuronen niet. Om het risico van niet repareerbare hersenschade te beperken, bouwt het lichaam letterlijk een muur langs de zijdes van de bloedvaten in de hersenen. 
Als bepaalde virussen toch door je bloed-hersen barrière doorbreken, en bepaalde virussen doen dit, blijven deze de rest van je leven bij je. 
Hoe hard het immuumsysteem deze virus ook aanvalt, bepaalde delen blijven toch in het ruggenmerg achter om je decennia later te infecteren. 
Bloed-hersen barrière
Hoewel de hersenen, zoals elk ander orgaan, voedingsstoffen van het bloed moet ontvangen/ nodig heeft, kunnen veel chemicaliën niet van het bloed naar de hersenen oversteken. Het mechanisme dat de meeste chemicaliën uit de gewervelde hersenen houdt, is de bloed- hersenbarrière.