Summary Biologie H18 Zenuwstelsel en Beweging

-
126 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie H18 Zenuwstelsel en Beweging

  • 1 Het zenuwstelsel

  • Het zenuwstelsel en hormoonstelsel zijn de twee regelsystemen in het menselijk lichaam.
  • Vier taken zenuwstelsel:
    • regeling homeostase
    • coördinatie activiteiten organen
    • coördinatie contacten met buitenwereld
    • coördinatie psychische functies
  • Anatomie zenuwstelsel:
    Centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg): omhuld benig weefsel.
    Perifere zenuwstelsel: alle zenuwen die organen met hersenen/ruggenmerg verbinden.
  • Functie zenuwstelsel:
    Animale zenuwstelsel: wisselwerking tussen individu en omgeving. Bepaalt gedrag. Doelwitorganen: dwarsgestreepte skeletspieren.
    Autonome zenuwstelsel: coördineert de organen die zorgen voor het levensonderhoud van de cellen. Doelwitweefsels: gladde spieren, klieren en hartspier.
  • 1.1 Steuncellen

  • In het zenuwstelsel zijn maar twee typen cellen de onderscheiden: neuronen (zenuwcellen) en steuncellen, (1:1). Neuronen zijn impulsgeleidende cellen. Steuncellen dienen vooral voor het onderhoud van de neuronen. Steuncellen versnellen ook de impulsgeleiding.
  • In het centrale zenuwstelsel zijn drie typen steuncellen (gliacellen). Dit zijn astrocysten, oligodendrocyten en gliacyten.
  • Astrocyten: ongeveer even groot als neuronen. Voorzien neuronen van voedingsstoffen en voeren afvalstoffen af. Zijn erg belangrijk voor het bewaken van de homeostase in de hersenen.
  • Oligodendrocyten zijn een stuk kleiner. Elk heeft ongeveer vijftig uitlopers die om een neuronuitloper van een neuron zitten. Zo ontstaat er een relatief dikke koker (myelineschede), die gevuld is met een vettige stof: myeline. De koker heeft regelmatige insnoeringen van Ranvier.
  • Microglyocyten zijn kleine spinachtige cellen die zich tussen het zenuwweefsel kunnen verplaatsen. Ze ruimen vooral lichaamsvreemde en aangetaste cellen op (door middel van fagocytose). Ze zijn vergelijkbaar met witte bloedcellen. Microglia vormen het immuunsysteem voor het centrale zenuwstelsel.
  • In het perifere zenuwstelsel zijn de meeste axonen gewikkeld door steuncellen: de cellen van Schwann. Deze bevatten ook myeline. Cellen van Schwann zijn meerdere malen om het taxon gerold en voorzien deze zo van een myelineschede (schede van Schwann). Deze heeft ook insnoeringen van Ranvier. Elk segmentje tussen twee insnoeringen is één cel van Schwann. De cellen van Schwann hebben zowel een isolerende als verzorgende functie. De aanwezigheid van de myelineschede heeft grote invloed op de impulsgeleiding.
  • 1.2 Neuronen

  • Bouw van neuronen hetzelfde, maar wel drie verschillende typen. Een neuron heeft een relatief groot cellichaam met korte uitlopers (dendrieten) die impulsen naar het cellichaam toe geleiden. Er is per neuron één lange uitloper (axon) die impulsen van het cellichaam geleidt naar het volgende neuron, spier of klier. Axonen zijn omhuld met een myelineschede en hebben insnoeringen van Ranvier. In een uitloper is altijd eenrichtingsverkeer.
  • De drie typen neuronen:
    Sensorisch, motorisch, schakel.
  • Sensorische neuronen: vervoeren impulsen van de sensoren in het lichaam naar het centrale zenuwstelsel. Hebben één dendriet en een axon, welke erg veel opklaar lijken omdat (bij uitzondering) de dendriet ook ene myelineschede heeft. Het enige verschil is de impulsrichting. De dendriet stuurt impulsen van periferie naar het cellichaam en het axon stuurt impulsen van heet cellichaam naar het centrale zenuwstelsel (meestal ruggenmerg).
  • Motorische neuronen: sturen impulsen van het centraal zenuwstelsel naar de rest van het lichaam. Ze verbinden het centrale zenuwstelsel met de uitvoerders: de spieren en klieren. Deze neuronen hebben een groot cellichaam, meerdere korte dendrieten en één axon. Het axon eindigt in een verbreding of vertakking.
  • Schakelneuronen: dragen impulsen over van het ene op het andere neuron. Dendrieten en axon zijn meestal kort. De meeste neuronen in het ruggenmerg en de hersenen zijn schakelneuronen.
  • Check afbeeldingen en animaties!!
  • 1.3 Zenuwen

  • Een zenuw bestaat uit een bundel van honderden zenuwuitlopers. Zenuwen maken deel uit van het perifere zenuwstelsel.
  • Motorische zenuwen lopen van ruggenmerg naar de spieren. Ze bestaan alleen uit axonen van motorische zenuwcellen. Elk adonis omgeven door een laagje myeline met daaromheen een bindweefsellaag. Honderden axonen vormen een zenuwbundel dat omgeven wordt door een vrij dikke bindweefselmantel.
  • Sensorische zenuwen lopen vanuit de zintuigen naar het ruggenmerg. Ze bevatten alleen dendrieten.
  • Er zijn ook zenuwen met zowel motorische als sensorische uitlopers. Deze heten gemengde zenuwen. Veel hersenzenuwen zijn gemengd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.