Summary Biologie interactief / Vwo 2 / deel Informatieboek tweede fase

-
619 Flashcards & Notes
12 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie interactief / Vwo 2 / deel Informatieboek tweede fase". The author(s) of the book is/are B K Dertien. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie interactief / Vwo 2 / deel Informatieboek tweede fase

  • 3.1 Te land, ter zee en in de lucht

  • Wat hebben dierlijke cellen nodig en wat produceren zij?

    Ze hebben zuurstof nodig en produceren koolstofdioxide.

  • Wat is stofwisseling?

     

    Je lichaam die stoffen omzet in andere stoffen.

  • Een zuurstof tekort kan op het land optreden bij/op?

    Op  grote hoogte en bij grote inspanning.

  • Waarom hebben waterdieren meer problemen  met zuurstof?

    Omdat het zuurstofgehalte van water sterk afhankelijk is van de temperatuur (hoe hoger des te minder zuurstof, terwijl ze dan meer nodig hebben omdat ze actiever worden) en het zoutgehalte (hoe hoger het zoutgehalte hoe lager het zuurstofgehalte).

  • Te weinig zuurstof in water kan leiden tot massale vissterfte, wat versterkt dit proces?

    Het rottingsproces dat extra zuurstof uit het water verbruikt.

  • Wat is diffusie?

     

    Diffusie is de verplaatsing van een stof van een plaats met een hoge concentratie naar een plaats met een lage concentratie van die stof.

     

  • De diffusiesnelheid van O2 en CO2 moleculen is ongeveer gelijk omdat de moleculen even groot zijn. Ook wordt er evenveel O2 verbruikt als CO2 geproduceerd.

  • Een transport systeem dat voldoende capaciteit heeft voor het zuurstoftransport, kan dus tegelijkertijd dienen voor het transport van koolstofdioxide.

  • Wat neemt sneller toe als het oppervlak van een cel groter wordt?

    De inhoud.

  • Waarmee neemt de oppervlakte toe en waarmee de inhoud?

    oppervlakte neemt toe in het kwadraat de inhoud met een derde macht.

  • Wat zijn de nadelen van het gebruiken van de huid of het celmembraan voor de gaswisseling door meercellige organismen?

    De huid heeft meerder functies, als het dier groter wordt is het oppervlak onvoldoende. 

  • Wat hebben dieren nodig om te zorgen dat de gaswisseling goed verloopt?

    ademhalingsorganen.

  • Wat is een ander nadeel van groter worden buiten het ongunstig worden van de verhouding oppervlakte/inhoud?

    de afstand van het uitwendig milieu naar de cellen wordt steeds groter.

  • Waarvoor is een transportstelsel nodig?

    om de gassen die door het ademhalingsoppervlak worden uitgewisseld, aan en af te voeren naar alle cellen.

  • Een dunne huid zorgt voor snel zuurstof transport, maar waarom is dit nadelig voor een andere functie van de huid?

    Bij een dunne huid heb je veel water verlies en is de kans op uitdrogen groter.

     

  • 3.2 Gaswisseling - ademhaling

  • Wat geeft de wet van Fick aan?

    de relatie tussen de diffusie van gassen en de factoren waarvan die afhankelijk is.

  • afstand, oppervlakte en het concentratieverschil bepalen de snelheid van de uitwisseling van stoffen.

  • x = de diffusiesnelheid van een stof. O = oppervlakte waarover de stof diffundeert . C2-C1 = het verschil in concentratie tussen het beginpunt en het eindpunt van de diffusie. l = afstand waarover de diffusie plaatsvind. Dc = de diffusieconstante.

  • Waarvan is de grootte van de diffusieconstante afhankelijk?

    de temperatuur, de afstand, de molecuulgrootte en het medium waarin diffusie optreedt.

  • Andere gassen in de lucht of in water zoals stikstof kunnen van invloed zijn op het functioneren van het organisme. 

  • In welke eenheden van druk kan je de concentratie van gassen meten?

    kPa (kiloPascal) en kwikdruk (in mm Hg)

  • Wat is partiële druk?

     In een mix van gassen is de partiële druk van ieder gas de totale druk maal de fractie van een gas in de mix (in volume of aantal moleculen).

  • Wat is de molecuulformule van glucose?

    C6H12O6

     

  • Wat is partiële druk?
     In een mix van gassen is de partiële druk van ieder gas de totale druk maal de fractie van een gas in de mix (in volume of aantal moleculen).
  • Wat is dissimilatie?

    Stofwisselingsproces, waarbij organische moleculen worden afgebroken en energie vrijkomt.

  • Wat is assimilatie?

    de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen.
    voor de vorming van organische stoffen waaruit het organisme bestaat.
    energie is nodig.

  • Dissimilatie is er altijd en in alle cellen.

  • Wat is assimilatie?
    de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen.
    voor de vorming van organische stoffen waaruit het organisme bestaat.
    energie is nodig.
  • Dissimilatie kan met en zonder zuurstof

     

  • hoe heet dissimilatie met O2?

    Aerobe 

  • Verbranding is een vorm van dissimilatie met zuurstof

  • C6H12O6 + 6O2 > 6H2O + 6CO2 + energie

  • Wat zijn organische moleculen

    Organische moleculen hebben een 'koolstofskelet'. De organische moleculen in organismen zijn vaak erg groot.
    De vier belangrijkste groepen organische moleculen zijn:
    1. koolhydraten;
    2. vetten;
    3. eiwitten
    4. nucleïnezuren

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is partiële druk?
 In een mix van gassen is de partiële druk van ieder gas de totale druk maal de fractie van een gas in de mix (in volume of aantal moleculen).
Wat is assimilatie?
de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen.
voor de vorming van organische stoffen waaruit het organisme bestaat.
energie is nodig.
wat is de formule voor de grootte van een populatie?
Npop= Nv2/Ng x Nv1

Npop= totale populatie
Nv2= aantal individuen bij deze vangst
Ng = aantal dieren bij deze vangst dat gemerkt is
Nv1 = aantal individuen dat bij de vorigen vangsten gevangen en gemerkt is
wat doe je met de methode vangen en terugvangen?
de dieren worden in vallen gevangen en gemerkt. Daarna worden ze weer teruggezet. Het merken moet natuurlijk zo gebeuren dat het de levenskansen en het gedrag van de gemerkte dieren niet aantast
wat voor typen levenscycli zijn er?
- een individu plant zich 1 keer voort en sterft
- een individu plant zich meerdere keren voort en sterft daarna
wat is leeftijdsopbouw?
een levenscyclus met daarin: ontwikkeling, voortplanting en ouderdom.
wat is een dynamisch evenwicht?
dat de populatie schommelt in de buurt van een bepaalde waarde
wat is draagkracht?
het punt waar de populatie stabiel blijft en niet meer groeit. Dan is de draagkracht bereikt. Het optimale punt
wat is de formule voor populatieverandering?
P= N + I -M - E
waardoor worden de veranderingen in populatiegrootte bepaald?
-geboorte   (N)
-sterfte        (M)
-emigratie (E)
-immigratie (I)