Summary biologie NHA

-
900 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - biologie NHA

  • 1.1 Inleiding

  • wat is biologie
    wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het leven.
  • Wat is biologie?
    Biologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van het leven.
  • Wat zijn organismen?
    Alle levende wezens zijn organismen, samen vormen ze de levende natuur.
  • wat is organismen
    alle levende wezens
  • Wat zijn de 5 levenskenmerken, en wat houden de levenskenmerken in?

    De aanwezigheid van alle 5 levenskenmerken houdt in dat het om een levend wezen gaat.

    De 5 levenskenmerken zijn:
    1. groei en ontwikkeling
    2. voortplanting
    3. reactie op invloeden van buitenaf (m.b.v. zintuigen)
    4. stofwisseling (opname voedingsstoffen/uitscheiding afvalstoffen)
    5. aanpassing aan omgeving (bv. een gestroomlijnd lichaam)
  • noem de kenmerken van het levende wezens
    1. Groei en ontwikkeling 
    2. Voortplanting 
    3. Reageren: in staat te reageren op invloed vanuit de omgeving. 
    4. Aanpassing: passen zich aan de leefomgeving 
    5. voedselopname
    6. uitscheiding 
  • 1.2 De vier rijken

  • welke vier rijken bestaan er?
    1. bacteriën 
    2. schimmels 
    3. planten 
    4. dieren 
  • uit hoeveel cellen bestaat elke rijk
    1. bacteriën: bestaan uit een cel
    2. schimmels: meerdere maar kan ook een cell 
    3. planten: meerdere 
    4. dieren: meerdere 
  • Wat zijn de 4 rijken?

    Alle organismen worden onderverdeeld in de 4 rijken.
    1. Dieren
    2. Planten
    3. Bacteriën
    4. Schimmels
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van bacteriën?
    • Ze bestaan uit 1 cel
    • Vermenigvuldigen zich door deling
    • Ze hebben een celwand
    • Ze hebben geen celkern (prokaryoten)
    • DNA bevindt zich vrij in cel
  • noem of elke rijk een celwand en celkern heeft of niet
    1. bacteriën: wel wand, geen kern 
    2. schimmels: wel wand, wel kern 
    3. planten: wel wand, wel kern 
    4. dieren:geen wand, wel kern
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van schimmels?
    • Bestaan meestal uit meerdere cellen (uitzondering: gisten)
    • Ze hebben een celwand en een celkern
    • Planten zich voort d.m.v. sporen
  • hoe vermeerderen de rijken zich?
    1. bacteriën: delen 
    2. schimmels: sporen 
    3. planten: delen, sporen, zaden 
    4. dieren: eieren
  • Wat zijn sporen?
    Sporen zijn fijne korrels die alle erfelijke eigenschappen van schimmels bevatten. Uit de sporen ontwikkelen zich schimmels.
  • wat zijn sporen: zijn korrels die zich verder nog ontwikkelen
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van planten?
    • Ze zijn in staat organische stoffen te maken (fotosynthese)
    • Ze hebben bladgroenkorrels, een celkern en een celwand
    • Ze bestaan meestal uit meerdere cellen


    Voortplanting vindt plaats d.m.v.:
    1. Deling (eencellige wieren)
    2. Sporen (sporenplanten)
    3. Zaden (zaadplanten)
  • wat beschikken dieren over waardoor ze zo bijzonder maken.
    dieren hebben een zenuwstelsel en zijn in staat tot zintuigelijke waarnemingen.
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van dieren?
    • Ze bestaan meestal uit meerdere cellen (uitzondering: protozoa)
    • Ze hebben een celkern

    • Ze beschikken over een zenuwstelsel en zijn in staat tot zintuiglijke waarneming (uitzondering: protozoa)


    Hoe vindt voortplanting plaats?
    • Eieren (grootste gedeelte van dieren)
    • Levend baren (zoogdieren)
    • Deling (protozoa)
  • planten zijn in staat om wat te produceren en met gebruik van wat
    planten zijn in staat om organische stoffen te maken M.b.v zonlicht en bladgroenkorrels.
  • Wat zijn de protozoa?
    De protozoa zijn eencellige dieren.
  • waar bevinden zich bladgroenkorrels en hoe wordt ze anders genoemd?
    ze bevinden zich in de cellen van bladeren en stengels, en worden chloroplasten genoemd.
  • Wat zijn prokaryoten?

    Prokaryoten zijn organismen waarbij de celkern ontbreekt
    De bacteriën zijn prokaryoten, hierbij komt het DNA vrij in het cytoplasma voor.
  • wat is het verschil tussen prokarioten en eukarioten?
    prokarioten: zijn organismen die geen celkern hebben. 
    eukarioten: zijn organisme die een celkern hebben 
  • Wat zijn eukaryoten?

    Eukaryoten zijn organismen waarbij een celkern aanwezig is.
    De dieren, planten en schimmels behoren tot de eukaryoten, hierbij komt het DNA als chromosomen voor in de celkern.
  • waaruit bestaan virussen
    uit DNA en RNA
  • Wat is een virus en waarom behoren virussen niet tot de 4 rijken?

    Een virus is een kleine ziekteverwekker dat bestaat uit DNA of RNA, omgeven door een eiwitmantel.

    Virussen worden niet als levend wezen gerekend, en behoren daarom niet tot een van de vier rijken.

    De redenen hiervoor zijn:
    • Ze vertonen geen stofwisseling (voedselopname/uitscheiding van afvalstoffen)
    • Ze vermenigvuldigen zich alleen binnen levend weefsel
  • door wat is de virussen omgeven
    door een eiwit mantel.
  • waar allen kunnen virussen zich voortplanten
    allen in een levende organisme
  • waarom behoren virussen niet tot de 4 rijken
    omdat ze geen stofwisselingen vertonen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het grondplasma?
Cytoplasma zonder de organellen.
Wat is crossing-over?
Crossing-over vindt plaats tijdens meiose I, tijdens de vroege profase I wikkelen de homologe chromosomen zich om elkaar heen, vervolgens wisselen ze onderling stukjes uit. Waardoor bepaalde genen zich van het ene chromosoom, naar het andere chromosoom verplaatsen en andersom. Dankzij recombinatie bij o.a. crossing-over, wordt het mogelijke aantal verschillende nakomelingen van 1 ouderpaar onbeperkt.
Er komen gemiddeld maar 3 crossing-overs voor per chromosoom, niet heel veel dus.
Wat is transgeen en wat is cisgeen?

Transgeen: het overbrengen van een gen van de ene soort op de andere soort
Cisgeen: het overbrengen van een gen van een organisme naar een ander organisme van dezelfde soort.
Hierbij wordt een genetisch gemodificeerd organisme gevormd
Welke soorten co-evolutie zijn er?

Competitie: de aanwezigheid van de ene soort remt de groei van de andere soort.

Exploitatie: de ene soort heeft de ander wel nodig, maar omgekeerd geldt dit niet. Voorbeeld: planten die vlinders te slim af zijn
Mutualisme: symbiose, de organismen hebben elkaar nodig.
Wat houdt de endosymbiosetheorie in? Wat zijn aanwijzingen voor dat deze theorie klopt?

De moderne planten en dierencellen zijn ontstaan uit een symbiose tussen Archaea en bacteriën. De Archaea (oercel) heeft daarbij 2 soorten bacteriën in zich opgenomen, mitochondriën (voor aerobe dissimilatie) en bij planten een soort cyanobacteriën (chloroplasten).

Aanwijzingen:
Mitochondriën en plastiden hebben eigen DNA. Ze worden over de cellen verdeeld bij celdeling, maar worden niet gereguleerd door de celkern, ze doen hun eigen ding.
Wat wordt er bedoeld met biogenese?
Het ontstaan van de eerste levende cel
Wat waren de vroegste organismen?
Heterotroof, prokaryoot en anaeroob
Wat wordt er bedoeld met oersoep?
De oersoep is een mengsel van organische stoffen en water, dat ontstaan is door reacties in de oeratmosfeer van de aarde. Er zijn theoriëen dat hieruit het leven is ontstaan.
Wat wordt er bedoeld met instant soortvorming?
Instant soortvorming treedt op (bij planten) wanneer er sprake is van een ploïdiemutatie. De stuifmeelkorrels en eicellen zijn dan ineens diploïd, waardoor de plant alleen voort kan planten met andere diploïde planten, in dit geval vaak zichzelf. Hierbij is dan sprake van een nieuw gevormde soort.
Wat wordt er bedoeld met 'snelle aanpassingen'?

Aanpassingen bij soorten, zonder dat er mutaties bij op zijn getreed.
Bijv. Grotere kaken of snavels. Het gen blijft hierbij onveranderd, de mate van hoelang de groei duurt in 1 richting neemt daarentegen wel toe.