Summary Biologie voor jou 1HV Deel A

-
ISBN-10 9034547582 ISBN-13 9789034547583
304 Flashcards & Notes
97 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 1HV Deel A". The author(s) of the book is/are Gerard Smits, Ben Waas, Arteunis Bos, Onno Kalverda. The ISBN of the book is 9789034547583 or 9034547582. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou 1HV Deel A

  • 1.1 levend dood levenloos

  • Biologie is de leer van het leven.
    Het Griekse woord biologie bestaat uit: bios(=leven) en logos(=leer van de wetenschap.)
    In biologie bestudeer je levende wezens, een levend wezen is een organisme. Organismen zijn: Mensen, Dieren, Planten, Bacteriën en Schimmels. Organismen vertonen levensverschijnselen. Alle organisme ademen, als een organisme geen levensverschijnselen meer vertoont noemen we het dood. In de natuur zijn er ook dingen die nooit geleefd hebben: levenloos. Stenen, luchten water bijv. zijn levenloos, een levenloze natuur heeft vaak een grote invloed op de levende natuur.
    Door de levensverschijnselen kan je organismen onderscheiden met de levenloze natuur, de levensverschijnselen zijn de kenmerken van het leven. Sommige levensverschijnselen hebben te maken met het opnemen en afgeven van stoffen. Organismen nemen stoffen op doormiddel van voeden (eten) en ademhalen als je dit doet krijg je stoffen naar binnen die stoffen gebruik je om te kunnen blijven leven, je geeft ook stoffen af als je plast of uitademt dit noemen we uitscheiden. Organismen reageert ook op omgevingen door middel van waarnemen (niet alle organismen kunnen dit): Zien, horen, voelen en ruiken. Veel organismen reageren op hun omgeving door te bewegen. Organismen zorgen voor nakomelingen door middel van voortplanten, de jongen groeien en als ze volwassen zijn kunnen zij ook weer voortplanten.
    De laatste zeven dikgedrukte woorden zijn levensverschijnselen. Sommige vinden voortdurend plaats en anderen maar zelden. Bij mensen en dieren zijn levensverschijnselen meestal gemakkelijk waar te nemen, bij planten minder goed toch kunnen planten alle levensverschijnselen vertonen.
  • wat zij de 7 levensverschijnselen
    -voeden
    -ademhalen
    -uitscheiden
    -waarnemen
    -bewegen
    -voortplanten
    -groeien
    -uitscheiden
  • 1.2 tekeningen maken

  • In de biologie proberen we organismen zo nauwkeurig mogelijk te bekijken, de beste manier voor dit is door het te tekenen. Als je een organismen tekent kijk je vanzelf heel nauwkeurig naar het organismen. In biologie heb je twee soorten tekeningen: natuurgetrouwe tekeningen en schematische tekeningen. In een natuurgetrouwe tekening geef je zo nauwkeurig mogelijk alle details aan, in een schematische tekening laat je alle details weg en teken je alleen de belangrijkste kenmerken.
    Je kan een tekening maken van het buitenaanzicht van een organisme, je kan een organisme ook eerst doorsnijden en dan tekenen. Zo een doorsnede kan je op verschillende manieren maken. Bij een lengtedoorsnede snijd je het organisme in de lengte door, bij een dwarsdoorsnede snijd je het organisme dwars door (het kan ook een voorwerp zijn i.p.v. een organisme.)
    In een doorsnede teken je alleen het snijvlak, dus niet de 'diepte' die je kunt zien, bij het tekenen moet je tekening aan wat tekenregels voldoen.
  • 2 Samenvatting

  • Hoe verloopt de kieming bij een bruine boon?
    -De bruine boon neemt water op, vooral door het poortje.
    -De zaadhuid barst open.
    -Het worteltje komt naar buiten door het poortje.
    -Het stengeltje komt naar buiten.
    -De zaadlobben zijn het eerste paar bladeren.
    -Het reservevoedsel in de zaadlobben wordt verbruikt.
  • Wat gebeurt er bij de kiemplant van een bruine boon?
    -Het tweede paar bladeren groeit uit.
    -De zaadlobben verschrompelen en vallen af.
  • Wat gebeurt er bij de volwassen plant van een bruine boon?
    -Aan de boonplant groeien bloemen.
    -In de bloemen ontwikkelen zich zaden (bruine bonen). De zaden zitten in vruchten
  • Wat is het wortelstelsel?
    Alle wortels van een plant.
  • In welk milieu hebben planten grotere wortels?
    In een droog milieu.
  • Welke wortel groeit recht naar beneden?
    De hoofdwortel
  • Wat zijn zijwortels?
    De vertakkingen van een hoofdwortel.
  • Wat zijn bijwortels?
    Een krans van wortels die allemaal ongeveer even dik en lang zijn.
  • Wat zijn wortelharen?
    Dunne uitstulpingen, vlak bij de uiteinden van wortels.
  • Wat zijn de 3 functies van wortels?
    -Het vastzetten van een plant in de bodem.
    -Het opnemen van water en voedingsstoffen (vooral via de wortelharen)
    -Het opslaan van reservevoedsel
  • Waar is een stengel uit opgebouwd?
    Afwisselend knopen en leden.
  • Wat is een knoop?
    De plaats waar een blad aan de stengel vastzit.
  • Wat is een lid?
    Een stuk stengel tussen twee knopen
  • Wat is een okselknop?
    Knop in een bladoksel. Uit een okselknop kan het volgende jaar een zijstengel groeien.
  • Wat is een bladoksel?
    De bovenste hoek tussen stengel en blad.
  • Wat is een eindknop?
    Een knop aan het einde van een stengel.
  • Wat kan er volgend jaar uit een eindknop groeien?
    Een nieuw stuk stengel met bladeren (en bloemen)
  • Wat zijn de functies van stengels?
    -Het dragen van bladeren en bloemen.
    -Het transport van water en voedingsstoffen door de vaatbundels. Vaatbundels bevatten vaten (lange dunne buizen) die van de wortels tot in de bladeren lopen.
  • Bij kruidachtige planten zijn de stengels stevig door water.
    Bij houtachtige planten zijn de stengels stevig door hout.
  • Wat is een jaarring?
    Al het hout dat in één jaar is gevormd. Het oudste hout ligt in het midden van de stam.
  • Welke dingen kun je afleiden aan een jaarring?
    -Aan het aantal jaarringen onder aan de stam kun je zien hoe oud een boom is geworden (maar soms zijn de jaarringen van de eerste jaren samengedrukt).
    -Een brede jaarring duidt op gunstige omstandigheden.
    -Een smalle jaarring duidt op ongunstige omstandigheden (bijv. droogte, bosbrand, een insectenplaag, enz.).
  • Wat is een bladsteel?
    Hiermee zit het blad aan de stengel vast. Op de plaats waar een bladsteel aan de stengel vastzit, zit een okselknop.
  • Wat is een bladschijf?
    Het platte gedeelte van een blad.
    -Bij enkelvoudige bladeren bestaat de bladschijf uit één geheel.
    -Bij samengestelde bladeren bestaat de bladschijf uit een aantal blaadjes.
  • Wat is bladmoes?
    Al het materiaal dat tussen de nerven ligt.
  • Wat zijn nerven (hoofdnerf en zijnerven)?
    Hierdoor lopen de vaatbundels in de bladschijf.
    -Het verloop van de nerven in een blad heet de nervatuur.
  • Wat is een bladskelet?
    Een blad waar geen bladmoes meer in zit.
  • Wat is de functie van bladeren?
    De functie van bladeren is fotosynthese te laten plaatsvinden
  • Wat gebeurt er bij fotosynthese? 
    Bij fotosynthese worden water en koolstofdioxide omgezet in glucose en zuurstof.

    -Water wordt door de wortels uit de bodem opgenomen.
    -Koolstofdioxide wordt door de bladeren uit de lucht opgenomen.
    -Uit glucose worden allerlei andere stoffen gemaakt, onder andere de stoffen waaruit planten bestaan.
    -Zuurstof wordt door de bladeren aan de lucht afgegeven.
  • Wat is er voor fotosynthese nodig?
    Licht.
    Fotosynthese vindt alleen overdag plaats, niet 's nachts.
  • Water + koolstofdioxide + licht -> glucose + zuurstof.
  • Waar vindt fotosynthese plaats?
    In alle groene delen van een plant. De meeste fotosynthese vindt plaats in het bladmoes van de bladeren.
  • Voor wie is fotosynthese belangrijk en waarom?
    Fotosynthese is belangrijk voor planten, dieren en mensen.

    -Door fotosynthese kunnen de stoffen worden gemaakt waaruit planten bestaan. Daardoor komt er steeds nieuw voedsel voor dieren en mensen.
    -Door fotosynthese komt er steeds nieuwe zuurstof in de lucht. Zuurstof is nodig voor planten, dieren en mensen.
  • Welke wortels kunnen er worden gegeten?
    Waspeentjes, winterpenen, radijsjes en rode bieten
  • Welke stengels kunnen er worden gegeten?
    Asperges en koolrabi
  • Welke bladeren kunnen worden gegeten?
    Sla, spinazie, andijvie, witlof, kool, prei.
  • Wat zijn de 6 stappen van een onderzoek?
    -De probleemstelling: wat wil ik onderzoeken?
    -De hypothese: wat veronderstel ik?
    -Het experiment: wat ga ik doen?
    -De benodigdheden: wat heb ik nodig?
    -De resultaten: wat neem ik waar?
    -De conclusie: welke conclusie kan ik trekken?
  • Wat zijn de delen van een tak en hun functies?
    -Eindknop met knopschubben: De knopschubben beschermen de knop.
    -Okselknoppen: Knop in een bladoksel.
    -Slapende knoppen: Knoppen die niet uitlopen. Als andere knoppen worden beschadigd of afgeknipt, lopen slapende knoppen wel uit.
    -Bladlittekens: Ontstaan na het afvallen van bladeren. In een bladlitteken zijn de uiteinden van vaatbundels te zien.
    -Ringlitteken: Ontstaat na het afvallen van de knopschubben van een eindknop. Een stuk tak tussen 2 ringlittekens is in één jaar gegroeid.
  • Eén proef moet je met meerdere organismen uitvoeren. Met één organisme zijn de resultaten te veel afhankelijk van toevalligheden.
    Bij proeven werk je met een proefgroep en een controlegroep. De proefgroep stel je bloot aan de factor die je wilt onderzoeken, de controlegroep niet.
    Alle andere omstandigheden moeten gelijk zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is gevoelig als het om prikkels gaat bij een vrouw?
De clitoris.
Wat is innestelen?
Als het klompje bevruchte eicellen zich in het baarmoederslijmvlies nesteld.
Wat gebeurt er met bevruchting?
De kernen van de 2 cellen smelten samen.
De bevruchte eicel gaat zich meteen aan aantal keer delen.
Het klompje cellen wordt via de eileider vervoerd naar de baarmoeder.
Daar kan het zich gaan innetselen.
Waar vindt de bevruchting plaats ?
In de eileider
Hoelang blijft een onbevruchte eicel in leven?
12 tot 24 uur.
Wat doen de eileiders?
Die vervoeren de eicellen in de richting van de baarmoeder.
Ovulatie/Eisprong
Dat er eenmaal in de 4 weken een eicel vrijkomt.
14 e dag van de menstruatiecyclus.
Wat gebeurt er als een vrouw rond de 50 is?
Dan komt ze in de overgang.
Er worden dan minder hormonen aangemaakt.
Tijdens de overgang komt er geleidelijk aan wat minder eicellen.
Na de overgang komen er helemaal geen eicellen meer.
Waar is reservevoedsel voor bestemd?
Voor de eerste ontwikkeling van de bevruchte eicel.
Waardoor is een eicel in verhouding tot een zaadcel groot?
Een eicel bevat veel reservevoedsel.