Summary Biologie voor jou 4 vmbo-gt deel a

-
ISBN-10 9034560546 ISBN-13 9789034560544
810 Flashcards & Notes
310 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 4 vmbo-gt deel a". The author(s) of the book is/are Gerard Smits. The ISBN of the book is 9789034560544 or 9034560546. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou 4 vmbo-gt deel a

  • 1 stofwisseling

  • Worden er voortdurend nieuwe stoffen gemaakt in je lichaam?

    Ja

  • Wat is een stofwisseling?

    Onder stofwisseling verstaan we alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen.

  • wanneer vind er stofwisseling plaats?

    bij vorming van nieuwe stoffen en bij het vrijmaken van energie.

  • Wat zijn enzymen?
    Eiwitten in je lichaam die reacties versnellen
  • Een voorbeeld van een stofwisselingsproces is de verbranding in de cellen van je lichaam.

  • Waar is energie voor nodig?

    Om te bewegen, maar ook om je lichaam warm te houden.

  • wat zijn organische stoffen?

    stoffen die afkomstig zijn van organismen of producten van organismen. (vb organische stoffen: koolhydraten, eiwitten en vetten).

  • worden alle organisme beinvloed door hun mileu

    ja
  • Waarnaar word zetmeel in afgebroken?
    Glucose (in de dunne darm)
  • Waar vindt stofwisseling plaats?

    Bij de vorming van nieuwe stoffen en bij het vrijmaken van energie.

  • wat zijn anorganische stoffen?

    stoffen die voorkomen zowel als in organismen als in de levenloze natuur. (bv mineralen en water).

  • Reactie formule van glucose is?
    CO2 + H2O
  • wat is een reactie?

    als stoffen worden omgezet in andere stoffen.

  • Bij welk temperatuur worden enzymen tijdelijk onwerkzaam?
    Onder de 0 °C
  • wat zijn enzymen?

    speciale eiwitten die ervoor zorgen dat de reactie snel plaatsvindt.

  • Wanneer gaan enzymen kapot?
    Bij een te hoog temperatuur
  • wat betekend het dat enzymen specifiek werken?

    dat wil zeggen dat één enzym slechts één reactie in de cel versnelt.

  • Als de enzymen niet meer goed zijn en dat altijd zo blijft, hoe heet dat proces?
    Denatureren
  • wat is een enzymactiviteit?
    de snelheid waarmee een enzym een reactie versnelt, afhankelijk van de temperatuur en de zuurgraad
  • Stoffen die niet geleefd  hebben en zowel in als buiten organismen voorkomen
    Anorganisch
  • wat is een optimumkromme?
    verband tussen de temperatuur en de enzymactiviteit in een diagram.
  • Anorganisch
    Stoffen die niet geleefd  hebben en zowel in als buiten organismen voorkomen
  • wat is de minimumtemperatuur?
    als het onder dat is dan is er geen enzymactiviteit meer.
  • Wat is altijd door organismen gemaakt en kan bijna altijd verbrand worden?
    Organische stoffen
  • wat is de optimumtemperatuur?
    bij de deze temperatuur vind de reactie het snelst plaats.
  • Organisch
    Is altijd door organismen gemaakt en kan bijna altijd verbrand worden
  • wat is de maximumtemperatuur?
    als dat is bereikt is de enzym voorgoed onwerkzaam, ook als de temperatuur daalt.
  • Wat is een bladgroenkorrel?
    Een fabriekje in de cel die stoffen nodig heeft een stoffen maakt
  • wat is de zuurgraad/pH?
    hoe hoger het pH hoe minder zuur het is en hoe lager hoe zuurder.
  • stofwisseling

    alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen
  • hoelang hebben alle organismen per dag verbranding?
    24 uur per dag 
  • wat is basisch?
    dan is het een pH groter als 7.
  • organische stoffen

    afkomstig van organisme of producten van organismen
  • Wat is verbranding?
    Afbreken van energierijke stoffen
  • anorganische stoffen

    komen zowel in organismen als levenlozen natuur voor
  • Wat kan je met glucose?
    Heel veel andere stoffen maken
  • enzijm
     eiwit die reacties van stofwisselingprocessen versnelt zonder daarbij zelf te worden verbruikt
  • Wat is de indicator van zetmeel?
    Jodium (=geel, bij aanwezigheid van zetmeel =blauwpaars)
  • Wat is de indicator van CO2?
    Kalkwater (=helder, bij aanwezigheid van CO2 = wit/troebel)
  • Waar is er geen bladgroenkorrels aanwezig? 
    In de opperhuid en in de nerven (vaatbundel)
  • H2o + co2 -----> o2 + glucose 
    Fotosynthese
  • Glucose + o2 ------> h2o + co2
    Verbranding
  • Waarin kan glucose in worden omgezet? 
    Zetmeel, vetten, eiwitten
  • assimilatie
    het vormen van organische stoffen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Stampers kenmerken
  • de vrouwelijke voortplantingsorganen
  • stempel+stijl+vruchtbeginsel met 1 of meer zaadbeginsels
  • in het vruchtbeginsel zit 1 of meer zaadbeginsels. Daarin ontstaat 1 eicel. (=vrouwelijke geslachtscel)
Functie: vormen van eicellen door reductiedeling in de zaadbeginsels.
de bouw van een bloem / de bloemkroon - kenmerken:
bloemkroon = kroonbladeren.
    • vaak groot en opvallend gekleurd
    • soms klein en groen
  • functie= aanlokken van insecten (als ze opvallend gekleurd zijn)

  • Als een plant kleine kroonbladeren heeft, dan zie je de bloemen bijna niet, die zijn dan heel klein.
Windbloemen kenmerken:
  • bloemen die door de wind worden bestoven.
  • bloemen zijn meestal klein en onopvallend.
  • groene kroonbladeren
  • stuifmeelkorrels zijn licht en glad
  • meeldraden produceren heel veel stuifmeelkorrels
  • de stempels zijn groot en veervormig
  • de stempels steken buiten de bloem (waardoor de kans op bestuiving iets groter wordt.)
  • de kans op bestuiving is veel kleiner omdat het meer toeval is of het stuifmeel op een stamper van een bloem van dezelfde soort terecht komt.
Insectenbloemen - kenmerken:
  • bestuiving door insecten
  • opvallend gekleurde kroonbladeren
  • bloemen geuren
  • insectenbloemen maken minder stuifmeelkorrels dan windbloemen
  • hebben vaak nectar
  • stuifmeelkorrels zijn ruw en kleverig (-> insecten zoeken nectar->raken daarbij de meeldraden en stempels aan. De stuifmeelkorrels blijven plakken aan de insect die deze naar een andere bloem meeneemt waar de stuifmeelkorrels blijven plakken aan de stempel.)
  • helmknoppen en stempels zitten binnen de bloemen
  • de stempels zijn meestal klein-> omdat insecten vaak alleen bloemen van 1 plantensoort bezoeken, zorgen ze dus voor bestuiving.
Stuifmeelbuis
Als een stuifmeelkorrel op een stempel van een plant van dezelfde soort is gekomen, vormt die stuifmeelkorrel een buis. Deze buis groeit door de stijl naar een zaadbeginsel in het vruchtbeginsel.
Kruisbestuiving
als het stuifmeel van de ene plant op de stempel van een andere plant van dezelfde soort terecht komt.
Zelfbestuiving
als het stuifmeel van de meeldraden op de stempel van dezelfde bloem terechtkomt of op een andere bloem van dezelfde struik/plant/boom.
Nectar =
zoet sap onder in de bloem waar insecten op af komen
Bestuiving door:
  1. insecten -> insectenbloemen
  2. de wind -> windbloemen
Bestuiving =
het overbrengen van stuifmeel van een meeldraad op de stempel van een stamper. Belangrijk daarbij is dat de stuifmeelkorrel terecht komt op de stempel van een bloem van dezelfde plantensoort, anders wordt het geen bestuiving genoemd.