Summary Biologie voor jou 4h leeropdrachtenboek deel a

-
ISBN-10 9034574245 ISBN-13 9789034574244
1645 Flashcards & Notes
648 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 4h leeropdrachtenboek deel a". The author(s) of the book is/are Arteunis Bos. The ISBN of the book is 9789034574244 or 9034574245. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou 4h leeropdrachtenboek deel a

  • 1 Inleiding in de biologie

  • In de biologie worden levende wezens bestudeerd. Daarbij wordt veel onderzoek gedaan. In dit hoofdstuk leer je zelf een onderzoek uit te voeren en hiervan een verslag te maken.
  • 1.1 Wat is biologie?

  • In de biologie worden organismen (levende wezens) bestudeerd. Tot de organismen worden planten, dieren en mensen gerekend. Alle organismen tonen levensverschijnselen: bijvoorbeeld voortplanting en stofwisseling. Stofwisseling staat voor alle chemische reacties in een organisme.
    Organismen kunnen ook groeien en zich ontwikkelen. Bij ontwikkeling treden er veranderingen op in de bouw en in het functioneren van het individu.
  • Als een organisme geen levensverschijnselen meer vertoont, wordt dit dood genoemd. Er zijn in de natuur ook dingen die nooit hebben geleefd; deze noemen we levenloos. Hiertoe behoren water, zuurstof, gesteenten en koolstofdioxide bijvoorbeeld.
  • Elk individueel organisme (individu) heeft een levensloop. De levensloop eindigt met de dood van het individu. Elk soort heeft een eigen levenscyclus. In de afbeelding zie je bijvoorbeeld de cyclus van een vlinder. Individuen behoren tot dezelfde soort als zij zich onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.
  • Wat zijn organismen? En wat is Biologie?
    Dit zijn alle levende wezens op aarde. Bijvoorbeeld planten, mensen en dieren. Biologie is de studie naar organismen.
  • Wat is het verschil tussen levenloos en dood?
    Wanneer een organisme geen levensverschijnselen meer vertoont, wordt deze dood genoemd.
    Levenloos noemen we dingen die nooit hebben geleefd, zoals water, gesteenten, zuurstof.
  • Wat is een soort?
    Een groep van dezelfde individuen. Individuen behoren tot dezelfde soort als zij zich onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.
  • 1.1.1 Biologie en andere wetenschappen

  • Biologie behoort tot een van de natuurwetenschappen. Andere natuurwetenschappen zijn scheikunde, natuurkunde en geologie. Tussen biologie en deze wetenschappen bestaan overgangsgebieden, zoals biochemie, biofysica. 
    De medische wetenschap is een combinatie van kennis op biologisch, medisch en farmacologisch gebied. Biologen werken vaak samen in teams van wetenschappers uit verschillende vakgebieden.
  • Waartoe behoort biologie?
    Tot de natuurwetenschappen.
  • Noem andere natuurwetenschappen.
    Scheikunde, natuurkunde en geologie.
  • Noem twee overgangsgebieden tussen biologie en de andere natuurwetenschappen.
    Biofysica en biochemie zijn twee overgangsgebieden.
  • 1.1.2 Biologie vandaag en morgen

  • De afgelopen honderd jaar is het inzicht in de bouw en het functioneren van organismen sterk toegenomen. De toename van het inzicht wordt vooral veroorzaakt door de grote groei van het aantal natuurwetenschappers. Kennis van en inzicht in biologische processen en systemen is steeds meer van belang bij belangrijke vraagstukken van de toekomst.
    Op het gebied van voeding en voedselzekerheid, gezondheid, duurzame ontwikkeling, energie en veiligheid zullen biologische kennis en vaardigheden een belangrijke rol spelen.
  • We benaderen het vak biologie vaak vanuit de dagelijkse praktijk waarin biologie wordt gebruikt (de context): vanuit de leefwereld om je heen, vanuit de beroepspraktijk en vanuit wetenschappelijk onderzoek.
  • Op welke gebieden zullen biologische kennis en vaardigheden een belangrijke rol spelen?
    Op het gebied van voeding en voedselzekerheid, gezondheid, duurzame ontwikkeling, energie en veiligheid.
  • Vanuit welk opzicht wordt het vak biologie benaderd?
    Vanuit de dagelijkse praktijk waarin biologie wordt gebruikt (oftewel de context): vanuit de leefwereld om je heen, vanuit de beroepspraktijk en vanuit wetenschappelijk onderzoek.
  • 1.2 Organisatieniveaus van de biologie

  • Organismen zijn georganiseerd in biologische eenheden van hele kleine moleculen tot de samenleving van alle organismen op aarde en hun interactie met de levenloze natuur.
    De kleinste biologische eenheid is een molecuul. Moleculen zijn de bouwstenen van stoffen. Een belangrijk molecuul is DNA. Chromosomen bestaan voor een belangrijk deel uit DNA; deze bevat de erfelijke informatie van een organisme.
  • Alle organismen bestaan uit een of meer cellen. Een cel kan op verschillende manieren zijn gebouwd. Prokaryoten zijn eencellige organismen, waarvan de cel geen celkern bevat. Hierdoor ligt het DNA los in de cel (zie afbeelding). De celkern is een voorbeeld van een organel. Een organel is een deel van een cel dat naar bouw en functie apart te onderscheiden is. Veel organellen zijn omgeven door een membraan.
  • Eukaryoten zijn organismen waarvan de cel wel een celkern bevat. Het DNA van eukaryote cellen ligt in de celkern. Een eukaryote cel bevat ook andere organellen: bijvoorbeeld vacuoles en bladgroenkorrels in plantencellen (zie afbeelding). 
    Eukaryoten zijn eencellige of meercellige organismen. Cellen in meercellige organismen met dezelfde vorm en functie liggen meestal in groepen bij elkaar. Dit wordt weefsel genoemd.
  • Een orgaan is een deel van een organisme met een specifieke bouw en functie: bijvoorbeeld het blad van een plant of de lever van een mens. Een orgaan is meestal opgebouwd uit meerdere weefsels. Een organenstelsel bestaat uit een aantal organen die samen een bepaalde functie uitoefenen: bijvoorbeeld het bladerstelsel bij planten.
    Een organisme kan dus georganiseerd zijn in meerdere organenstelsels, maar eenvoudige organismen bestaan uit slechts 1 cel (prokaryoten).
  • Organismen kunnen zich organiseren tot een populatie. Dit is een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leven en zich onderling voortplanten. Binnen een bepaald gebied leven populaties van verschillende soorten. Deze vormen samen een levensgemeenschap. De levensgemeenschap in een rivier bestaat bijvoorbeeld uit de volgende populaties: algen, waterpest, watervlooien en snoeken.
  • Een ecosysteem is een min of meer begrensd gebied met bepaalde eigenschappen waarbinnen de abiotische en biotische factoren een eenheid vormen.
    Biotische factoren zijn de invloeden uit de levende natuur en abiotische factoren zijn de invloeden uit de levenloze natuur. Voorbeelden van ecosystemen: bos, meer, koraalrif. Abiotische factoren in een ecosysteem zijn bijv. de temperatuur en hoeveelheid zonlicht. Het geheel aan ecosystemen op aarde vormt de biosfeer of het systeem aarde.
  • Wat is een molecuul? En wat is DNA?
    De kleinste biologische eenheid is een molecuul. Moleculen zijn de bouwstenen van stoffen. Een belangrijk molecuul is DNA. Chromosomen bestaan voor een belangrijk deel uit DNA; deze bevat de erfelijke informatie van een organisme.
  • Wat is het verschil tussen prokaryoten en eukaryoten?
    Prokaryoten: eencellige organismen, waarvan de cel geen celkern bevat. 
    Eukaryoten: organismen (kunnen zowel eencellig als meercellig zijn), waarvan de cel wel een celkern bevat. Een eukaryote cel bevat ook andere organellen, zoals een vacuole of bladgroenkorrels.
  • Wat is een weefsel?
    Cellen met dezelfde vorm en functie die in groepen bij elkaar liggen.
  • Wat is een orgaan en wat is een organenstelsel?
    Een orgaan is een deel van een organisme met een specifieke bouw en functie: bijvoorbeeld het blad van een plant of lever van een mens. Een orgaan is meestal opgebouwd uit meerdere weefsels. Een organenstelsel bestaat uit een aantal organen die samen een bepaalde functie uitoefenen: bijvoorbeeld het bladerstelsel bij planten.
  • Wat is een populatie? En wat is een levensgemeenschap?
    Een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leven en zich onderling voortplanten. Binnen een bepaald gebied leven populaties van verschillende soorten. Deze vormen samen een levensgemeenschap
  • Wat is het verschil tussen biotische en abiotische factoren?
    Biotische factoren zijn de invloeden uit de levende natuur en abiotische factoren zijn de invloeden uit de levenloze natuur.
  • Hoe wordt het geheel aan ecosystemen op aarde genoemd?
    Biosfeer of het systeem aarde.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe worden soa's overgedragen?
Via sperma, bloed, vaginaal vocht en bij contact slijmvliezen.
Hoe verloopt een geboorte?
1. Een paar weken voor de geboorte zakt het hoofdje van de foetus tot in het bekken:indaling
2. De baarmoeder trekt zich samen, het hoofdje komt in dde bekkenholte te liggen.
3. Dan ontstaan er weeen door de samentrekkingen van de baarmoeder. 
4.Door deze weeen worden de baarmoederhals en de baarmoedermond wijder.= ontsluiting.
5. Tijdens de ontsluiting breken de vruchtvliezen, wanneer deze 10 cm is is die volledig.
6. De moeder mag actief gaan persen, door de spiersamentrekkingen wordt het hoofdje van de foetus door de baarmoederhals geduwd.
7.uitdrijving
8.nageboorte, de placenta, resten navelstreng en de vruchtvliezen komen er dan uit.
Wat zijn stamcellen?
Dit zijn nog niet gespecialiseerde cellen, dus kunnen nog uitgroeien tot hele verschillende cellen
Wat is celdifferentiatie?
Uit stamcellen ontstaan gespecialiseerde cellen.
Tot 8 weken noem je het kind een embryo hoe noem je het na de 8 weken?
Een foetus
Wat doet het vruchtwater?
Het beschermt het embryo tegen schokken en uitdroging, en de embryo kan zich in het vruchtwater makkelijker bewegen
Wat is de placenta?
Het orgaan waar uitwisseling van stoffen tussen het bloed van de moeder en het bloed van het embryo plaatsvindt door de navelstreng. De uitwisseling van stoffen vindt plaats door diffusie en actief transport.
Hoe noem je de eerste delingen van de eicel in de eileider?
Klievingsdelingen
Welk hormoon wordt door het kind gevormd in de eerste drie maanden?
HCG
Wat doet progesteron voor een zwangerschap?
Het houdt de zwangerschap in stand. Door de progesteron blijft het baarmoederslijmvlies dik en klierrijk. Progesteron remt ook de afgifte van FSH en LH. Progesteron zorgt er ook voor dat melkklieren in de borsten zich gaan ontwikkelen.