Summary Biologie voor jou 4v leeropdrachtenboek deel a

-
ISBN-10 9034574288 ISBN-13 9789034574282
1958 Flashcards & Notes
361 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 4v leeropdrachtenboek deel a". The author(s) of the book is/are Arteunis Bos. The ISBN of the book is 9789034574282 or 9034574288. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou 4v leeropdrachtenboek deel a

  • 1.1.1 Algemeen

  • Biologie is de studie van organismen. Een organisme is een levend wezen  met levensverschijnselen zoals voortplanting, groei, ontwikkeling en stofwisseling. Als een wezen levensverschijnselen heeft gehad, maar nu niet meer, dan is het dood. Als iets nooit levensverschijnselen heeft gehad dan is het levenloos. Een steen en een blikje cola zijn bijvoorbeeld levenloos.
    Een individeel organisme heeft een levensloop, maar een soort kan ook een levenscyclus hebben.

    Stofwisseling is alle chemische reacties in een organisme. Enzymen zijn hierbij van belang omdat ze de chemische reacties versnellen.
  • Wat is een organisme?
    Een organisme is een levend wezen dat levensverschijnselen vertoont.
  • Wat is het verschil tussen een levensloop en een levenscyclus?
    Een individueel organisme (individu) heeft een levensloop die eindigt met zijn dood. Een soort heeft een levenscyclus.
  • Wat is het verschil tussen dood en levenloos?
    Een organisme dat niet langer levensverschijnselen vertoont is dood (bv. een dode boom of een overleden insect). Dingen die nooit levensverschijnselen hebben vertoont zijn levenloos (bv. een steen, water of glas).
  • Wat is een enzym?
    Een enzym is een molecuul dat de omzetting van het ene naar het andere molecuul versnelt (katalyseert). Dit is onderdeel van de stofwisseling.
  • 1.1.2 Biologie en andere wetenschapppen

  • Biologie als wetenschap
    Biologie is een natuurwetenschap en heeft raakvlakken  met andere natuurwetenschappen zoals natuurkunde, scheikunde, geologie, medische wetenschappen en informatica.

    Raakvlakken
    • Biologie + natuurkunde: biofysica
    • Biologie + medische wetenschappen: biomedische wetenschappen
    • Biologie + scheikunde: biochemie
    • Biologie + informatica: bioinformatica
  • Welke wetenschappen vormen samen de Biofysica?
    Biologie en natuurkunde.
  • Welke wetenschappen komen samen in Biomedische wetenschappen?
    Biologie en medische wetenschappen.
  • 1.1.3 Biologie vandaag en morgen

  • Door een toename in aantal natuurwetenschappers en verbetering van technieken hebben we steeds meer kennis over organismen en inzicht in biologische processen. Dit wordt ingezet om belangrijke vraagstukken te beantwoorden.
  • Het inzicht in de bouw en het functioneren van organismen is sterk toegenomen de afgelopen 100 jaar. Op het gebied van voeding en voedselzekerheid, gezondheid, duurzame ontwikkeling, energie en veiligheid spelen biologische kennis en vaardigheden een belangrijke rol.
  • Op welke gebieden speelt biologie een belangrijke rol?
    Biologie geeft inzicht in:
    • de bouw en het functioneren van organismen
    • voedingsleer
    • voedselzekerheid
    • gezondheid
    • duurzaamheid
    • veiligheid
    • energie
  • 1.2.1 Organisatieniveaus

  • Biologische eenheden
    Organismen zijn georganiseerd in biologische eenheden. In oplopende niveaus zijn dit:
    • Molecuul: de bouwstenen van stoffen.
    • Organel: een deel van een cel met een aparte bouw en functie.
    • Cel: elk organisme bestaat uit één of meerdere cellen. Een prokaryoot is een eencellig organisme zonder celkern, waarbij het DNA los in de cel ligt. Een eukaryoot is een organisme (een- of meercellig) waarbij de cel een celkern bevat.
    • Weefsel: een groep cellen met dezelfde vorm en functie.
    • Orgaan: een deel van een organisme met eee specifieke bouw en functie, meestal opgebouwd uit meerdere weefsels.
    • Organenstelsel: een aantal organen die samen een bepaalde functie uitvoeren.
    • Organisme: een individueel levend wezen.
    • Populatie: een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leven en zich onderling voortplanten.
    • Levensgemeenschap: populaties van verschillende soorten die in een  bepaald gebied bij elkaar leven.
    • Ecosysteem: een begrensd gebied met bepaalde eigenschappen waarbinnen de biotische en abiotische factoren een eenheid vormen.
    • Biosfeer: het geheel aan ecosystemen op aarde.
  • Biotische factoren zijn de invloeden uit de levende natuur (bv. planten en dieren).
    Abiotische factoren zijn de invloeden uit de levenloze natuur (bv. wind, licht en water).
  • Wat is het verschil tussen biotische en abiotische factoren?
    Biotische factoren zijn invloeden uit de levende natuur, zoals een schimmel en een worm. Abiotische factoren zijn invloeden uit de levenloze natuur, zoals de zon en zuurstof.
  • Wat is de kleinste biologische eenheid?
    Dit is een molecuul. Moleculen zijn de bouwstenen van stoffen en daarom de kleinste biologische eenheid (bv. DNA, wat de erfelijke informatie van een organisme bevat).
  • Wat is een organel?
    Een organel is een deel van een cel met een aparte bouw en functie, zoals een celkern, vacuole of bladgroenkorrels.
  • Wat is een cel?
    Elk organisme bestaat uit één of meerdere cellen. Een prokaryoot is een eencellig organisme zonder celkern, waarbij het DNA los in de cel ligt. Alle andere cellen zijn eukaryoten. Dit zijn organismen (een- of meercellig) waarbij de cel een celkern bevat (bv. beencel en huidcel).
  • Wat is een weefsel?
    Een weefsel is een groep cellen met dezelfde vorm en functie, zoals spierweefsel.
  • Wat is een orgaan?
    Een orgaan is een deel van een organisme met een specifieke bouw en functie, meestal opgebouwd uit meerdere weefsels (denk aan lever, blad).
  • Wat is een organenstelsel?
    Een organenstelsel is een aantal organen die samen een bepaalde functie uitvoeren, zoals het verteringsstelsel. 
  • Wat is een organisme?
    Een organisme is een individueel levend wezen.
  • Wat is een populatie?
    Een populatie is een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leven en zich onderling voortplanten.
  • Wat is een levensgemeenschap?
    Een levensgemeenschap is het geheel van populaties van verschillende soorten die in een bepaald gebied bij elkaar leven.
  • Wat is een ecosysteem?
    Een ecosysteem is een begrensd gebied met bepaalde eigenschappen waarbinnen de biotische en abiotische factoren een eenheid vormen (bv. een bos, een meer of een grasland).
  • Wat is de biosfeer?
    De biosfeer is het geheel aan ecosystemen op aarde.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

IN-vitrofertilisatie (IVF)
bevruchting vindt buiten het lichaam plaats.
            - IVF kan worden toegepast indien inwendige bevruchting niet tot zwangerschap leidt.
            - Cryopreservatie: resterende embryo’s van een IVF-behandeling worden ingevroren.
Kunstmatige inseminatie
kan zwangerschap veroorzaken als een man onvruchtbaar is.
            - Bij een vrouw wordt sperma ingebracht van een man.
            - Bij IUI wordt sperma direct in de baarmoeder gespoten.
            - Bij ICSI wordt een zaadcel in de eicel geïnjecteerd.
Oorzaken verminderde vruchtbaarheid
- Leeftijd: vruchtbaarheid neemt af bij vrouwen over de 30.
- Leefstijl: voeding, alcoholgebruik, roken, geneesmiddelen, straling en gevaarlijke stoffen.
- Hormoonstoornissen.
- Aandoeningen aan de geslachtsorganen.
Periodieke onthouding
geen geslachtsgemeenschap tijdens de vruchtbare periode. 3 dagen voor en 1 dag na de ovulatie.
Sterilisatie
onderbreken van de zaadleiders bij een man en eileiders bij een vrouw.
Spiraaltje
Voorkomt innesteling en wordt in de baarmoeder geplaatst.
Antieconceptiepil
bevat hormonen die in werking overeenkomen met progesteron en oestrogeen daardoor wordt de ovulatie onderdrukt en komen er geen eicellen vrij.
Anticonceptiemethoden en -middelen
Anticonceptiemethoden: manieren om zwangerschappen te voorkomen.
Anticonceptiemiddelen: middelen om zwangerschappen te voorkomen.
Geboorteregeling
het beperken van het aantal geboorten door het voorkomen van de zwangerschap.
Soa's
- Chlamydia, gonorroe en syfilis worden door bacteriën veroorzaakt en zijn te behandelen met antibiotica.
- Aids en Herpes genetalis worden veroorzaakt door virussen en zijn vaak slecht te behandelen.
            - Aids wordt veroorzaakt door hiv.
            - Iemand die wel met hiv besmet is maar niet ziek noem je seropositief.