Summary Biologie voor jou 4v leeropdrachtenboek deel b

-
ISBN-10 9034574296 ISBN-13 9789034574299
1186 Flashcards & Notes
280 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 4v leeropdrachtenboek deel b". The author(s) of the book is/are Arteunis Bos. The ISBN of the book is 9789034574299 or 9034574296. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou 4v leeropdrachtenboek deel b

  • 4 Genetica

  • Genetica is erfelijkheidsleer: de manieren waarop eigenschappen kunnen worden doorgegeven van ouders naar nakomelingen. Niet alle eigenschappen zijn erfelijk.
  • 4.2 Fenotype, genotype en epigenetica

  • Fenotype: de waarneembare eigenschappen van een individu.
    Genotype: de informatie voor de erfelijke eigenschappen van een individu.
    Het fenotype  wordt bepaald door het genotype en milieufactoren.
    Modificatie: als een mileufactor het fenotype verandert. De informatie in de chromosomen wordt niet veranderd. Dus een modificatie wordt niet doorgegeven aan het nageslacht.
    De mate waarin genotype en milieufactoren bijdragen aan fenotype is per eigenschap verschillend.

    Gen (erffactor): een deel van een chromosoom dat de informatie bevat voor (een deel van) één erfelijke eigenschap. Vaak zijn meerdere genen betrokken bij één eigenschap.
    Aangeboren eigenschap: een aangeboren eigenschap is al bij de geboorte aanwezig. Een aangeboren eigenschap kan zowel een erfelijke als niet-erfelijke eigenschap zijn.
    Erfelijke eigenschap:  een erfelijke eigenschap ligt vast in het genotype.
    Niet alle erfelijke eigenschappen zijn bij de geboorte al tot uiting gekomen.

    De informatie voor erfelijke eigenschappen wordt via de chromosomen in de zaadcel en eicel doorgegeven aan een nakomeling. Bij bevruchting komen deze chromosomen bij elkaar en vormen de chromosomenparen van de nakomeling.
  • Wat is het genotype?
    Het genotype is alle informatie voor de erfelijke eigschappen van het individu. In iedere lichaamscel van een individu zit het gehele genotype in de chromosomen van die cel vastgelegd.
  • Wat is het fenotype van een individu?
    Het fenotype zijn alle waarneembare eigenschappen van een individu.
  • Waardoor wordt het fenotype bepaald?
    Het fenotype wordt bepaald door het genotype en het milieu.
  • Wat is een modificatie?
    Een modificatie is een verandering in het fenotype door milieufactoren.
  • Is een modificatie erfelijk? Waarom wel of niet?
    Een modificatie is niet erfelijk. Een modificatie zit alleen in het fenotype en niet in het genotype. Het kan dus niet via de chromosomen in geslachtscellen doorgegeven worden.
  • Wat is een gen?
    Een gen of erffactor is een deel van een chromosoom dat de informatie bevat voor één erfelijke eigenschap, of een deel van een erfelijke eigenschap.
  • Wat is het verschil tussen aangeboren en erfelijke eigenschappen?
    Een aangeboren eigenschap is al bij de geboorte aanwezig. Een erfelijke eigenschap ligt vast in het genotype. Niet alle erfelijke eigenschappen zijn bij de geboorte al tot uiting gekomen. Een aangeboren eigenschap kan zowel een erfelijke als niet-erfelijke eigenschap zijn.
  • 4.2.1 Tweelingonderzoek

  • Eeneiige tweeling: ontstaan uit één zygote. Na eerste delingen van de zygote splitsen de cellen zich. De cellen van de individuen van een eeneiige tweeling hebben hetzelfde genotype.
    Twee-eiige tweeling: ontstaan uit twee eicellen en twee zaadcellen. De tweeling heeft een andere genotype en lijken net zoveel op elkaar als andere broers en zussen.
    Tweelingenonderzoek: er wordt veel onderzoek gedaan met tweelingen. Wanneer je eeneiige tweelingen vergelijkt, kun je inzicht krijgen in welke mate het fenotype door genotype en door milieufactoren worden bepaald.
  • Hoe ontstaat een eeneiige tweeling?
    Na een aantal klievingsdelingen van de zygote splitsen de cellen zich tot twee klompjes. Deze twee nieuw zygoten hebben in iedere cel hetzelfde genotype.
  • Hoe ontstaat een twee-eiige tweeling?
    Een twee-eiige tweeling ontstaat uit twee eicellen en twee zaadcellen. In plaats van één eicel, komen er twee vrij bij de ovulatie. Deze worden ieder door een andere zaadcel bevrucht. De eicellen en zaadcellen hebben ieder een ander genotype, waardoor de cellen van twee zygoten die ontstaan andere genotypen hebben.
  • Wat is het nut van tweelingenonderzoek?
    Er wordt veel onderzoek gedaan met tweelingen. Wanneer je eeneiige tweelingen vergelijkt, kun je inzicht krijgen in welke mate het fenotype door genotype en door milieufactoren worden bepaald.
  • 4.2.2 Epigenetica

  • Een DNA-molecuul is opgebouwd uit vier bouwstenen. DNA-sequentie (DNA-volgorde) is de volgorde van de bouwstenen waaruit DNA is opgebouwd. De specifieke volgorde is de code van het DNA waarin de erfelijke informatie ligt opgeslagen. Epigenetica is de studie van wijzigingen in de genexpressie van een gen of set van genen door mileufactoren zonder dat er wijzigingen in de DNA-sequentie plaatsvinden. Bij eeneiige tweelingen is het genotype gelijk, maar de genexpressie kan verschillen onder invloed van mileufactoren.
  • Wat is DNA-sequentie?
    DNA-sequentie is de volgorde van de vier verschillende bouwstenen waaruit DNA is opgebouwd.
  • Wat is genexpressie?
    Genexpressie is het tot uiting komen van genen in het fenotype.
  • Wat is epigenetica?
    Epigenetica is de studie van wijzigingen in de genexpressie onder invloed van milieufactoren zonder dat er wijzigingen in de DNA-sequentie plaatsvinden.
  • Waardoor zijn bij eeneiige tweelingen op latere leeftijd vaak verschillen in uiterlijk en gedrag te zien?
    Het genotype van een eeneiige tweeling is gelijk, maar de genexpressie kan onderling verschillen door milieufactoren.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Modelleren
Een model kan helpen om een voorspelling te maken
Biomassa
Alle energierijke stoffen van een organisme (dus zonder al het vocht, etc.)
2 soorten piramides
- aantal
- biomassa
Voedsel
Consumenten van de zoveelste orde tot aan de toppredator
Facilitatie
Een soort maakt iets geschikter voor een andere soort (runderen grazen eerst oud gras weg zodat ganzen het nieuwe gras kunnen eten)
Voedselketen
Begint altijd met een autotroof organisme (kan eigen voedsel uit anorganische stoffen maken)
Niche
Specifieke rol van een soort in een ecosysteem
S-vormige groeicurve
K-strategen
J- vormige groeicurve
R-strategeen
Territorium
Afgebakend gebied met genoeg voorzieningen dat een organisme beschermd