Summary Biologie voor jou 5v leeropdrachtenboek deel a

-
ISBN-10 903457430X ISBN-13 9789034574305
3636 Flashcards & Notes
258 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 5v leeropdrachtenboek deel a". The author(s) of the book is/are Arteunis bos. The ISBN of the book is 9789034574305 or 903457430X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou 5v leeropdrachtenboek deel a

  • 1 Stofwisseling

  • In dit hoofdstuk staat de stofwisseling centraal.
  • 1.1 Verzuurde spieren

  • Verzuring is de pijn in je spieren die je na verloop van tijd gaat voelen als je aan het sporten bent. Deze pijn in de spieren komt door een zuurstoftekort. De prestatie gaat achteruit door verzuring.

    De VO2-max is een maat voor de hoeveelheid zuurstof die maximaal kan worden opgenomen door de longen.
  • Waardoor 'verzuren' spieren?
    Verzuring van de spieren is de pijn die je voelt na verloop van tijd als je aan het sporten bent. Dit ontstaat door zuurstoftekort in de spieren.
  • Wat is de VO2-max?
    De maximale hoeveelheid zuurstof die opgenomen kan worden door de longen (in mililiters/kilogram lichaamsgewicht/minuut).
  • 1.2 stofwisseling in cellen

  • Stofwisseling in de cellen
    • Stofwisseling (metabolisme) is een verzamelnaam voor alle chemische omzettingsprocessen in de cellen van een organisme. Deze omzettingsprocessen worden gekatalyseerd (versneld) door enzymen (organische moleculen die reacties mogelijk maken of versnellen).
    • Chemische energie is de energie die is vastgelegd in chemische verbindingen.
  • Wat is stofwisseling?
    Een verzamelnaam voor het totaal aan chemische omzettingsprocessen in de cellen van een organisme
  • Hoe noem je energie die is vastgelegd in chemische verbindingen?
    Chemische energie
  • 1.2.1 Assimilatie en Dissimilatie

  • Assimilatie en Dissimilatie
    • Assimilatie: is het bouwen van grotere moleculen uit kleinere moleculen, dit is een endotherme reactie.
    • Dissimilatie: is het afbreken van grotere moleculen tot kleinere moleculen, dit is een exotherme reactie. Dissimilatie met zuurstof wordt verbranding genoemd.

    Zie afb. 5 op blz 11
  • Voedingswijze
    • Autotrofe organismen zijn in staat tot koolstofassimilatie, dit is de vorming van glucose uit koolstofdioxide (CO2) en water (H2O).
    • Heterotrofe organismen zijn niet in staat tot koolstofassimilatie.
  • Organische stoffen
    Organische stoffen hebben grote moleculen in vergelijking met de meeste anorganische stoffen. Organische stoffen bestaan meestal uit een combinatie van de volgende atomen:
    • Koolstof (C),
    • Zuurstof (O),
    • Waterstof (H),
    • Stikstof (N),
    • Fosfor (P) en,
    • Zwavel (S)

    Voorbeelden van organische stoffen zijn: DNA, koolhydraten, vetten en eiwitten
    Anorganische stoffen zijn alle andere stoffen die niet bij de organische stoffen horen.

    Molecuulformule: de benaming in atomen van een stof (vb glucose C6H12O6)
    Structuurformule: De vorm van een molecuul weergegeven in een plat vlak (2D)
    Ruimtelijk model: de vorm van een molecuul weergegeven in 3D
    Dubbele binding: twee verbindingen tussen twee atomen in plaats van één verbinding.
  • Voortgezette assimilatie
    Bij deze vorm van assimilatie is glucose de grondstof voor de vorming van andere organische stoffen.
  • Waarom zijn heterotrofe organismen niet in staat tot koolstofassimilatie?
    Omdat zij geen chloroplasten in hun cellen hebben en dus niet aan fotosynthese kunnen doen.
  • Noem een voorbeeld van een assimilatieproces.
    fotosynthese, vetsynthese, DNA-synthese etc
  • Wat is het verschil tussen assimilatie en dissimilatie?
    • Bij assimilatie worden grotere moleculen gebouwd uit kleinere. 
    • Bij dissimilatie worden grotere moleculen afgebroken tot kleinere.
  • Geef enkele voorbeelden van organische stoffen.
    • koolhydraten
    • vetten
    • eiwitten
    • DNA
  • Waarom is het belangrijk om de ruimtelijke structuur van een molecuul te begrijpen?
    De ruimtelijke vorm van een molecuul speelt een belangrijke rol in de werking van de stof (hier wordt meer over verteld in het hoofdstuk 'Enzymen').
  • Wanneer spreek je van een dubbele binding?
    Wanneer er twee verbindingen tussen twee atomen zijn in plaats van één.
  • Welk atoom bevatten bijna alle organische stoffen?
    Het atoom Koolstof (C)
  • Uit welke atomen bestaat een organische stof meestal?
    Koolstof (C), Zuurstof (O), Waterstof (H), Stikstof (N), Fosfor (P) en Zwavel (S)
  • Noem een belangrijke organische stof die gebruikt wordt bij het vrijmaken van energie.
    Glucose
  • Wat is de belangrijkste grondstof voor voorgezette assimilatie?
    Glucose
  • Waar in een cel van een autotroof organisme vindt koolstofassimilatie plaats?
    In de chloroplasten
  • Hoe wordt dissimilatie met zuurstof genoemd?
    verbranding
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is koolstofassimilatie? En wat is fotosynthese?
De opbouw van glucose uit de anorganische stoffen koolstofdioxide en water (of andere stof met waterstof)


Fotosynthese is koolstofassimilatie met als energiebron zonlicht. 
Hoe werkt genregulatie bij prokaryoten?
-
Het reguleren van de genexpressie maakt het voor cellen mogelijk om verschillende eiwitten te produceren op het moment dat de cel ze nodig heeft. Wat is genexpressie?
  • Genexpressie is als een gen aanstaat dan wordt de informatie van het DNA door transcriptie omgezet in RNA en wordt mRNA door translatie omgezet in een eiwit. 
  • Genexpressie hangt af van de celfunctie en van de milieufactoren.
Wat is genregulatie?
Genregulatie is het aan- of uitzetten van een gen
Wanneer een eiwit niet de juiste vorm heeft, kan het zijn functie niet uitvoeren en wordt het meestel door bepaalde enzymen vernietigd. Welke enzymen zijn dit?
Proteasen
Als de eiwitten door ribosomen op het endoplasmatisch reticulum zijn gevormd waar gaan ze dan vervolgens heen en wat gebeurt daar?
Als een eiwit is gevormd dan komen ze in het endoplasmatisch reticulum terecht. Een groot deel van de eiwitten gaat vervolgens naar het golgisysteem. Veel eiwitten worden daar nog verder bewerkt, maar sommige eiwitmoleculen worden pas functioneel als ze buiten de cel zijn gekomen.
Defineer ribosomen

  • Ribosomen bestaan uit een klein deel en een groot deel. 
  • Ze koppelen aminozuren aan elkaar tot eiwitten. 
  • het kleine ribosoomdeel heeft een mRNA-bindingsplaats en het grote ribosoomdeel heeft 3 tRNA-bindingsplaatsen die E< P en A worden genoemd
Wat is de functie van een tRNA-molecuul?
Deze binden aminozuren uit het cytoplasma en vervoeren ze naar een ribosoom.
Wat is translatie?
De aminozuren worden in een ribosoom aan elkaar gekoppeld tot eiwitten in een volgorde die bepaald wordt door een mRNA-molecuul.
Wat is een stopcodons?
Drie codons coderen niet voor een aminozuur. Doordat geen aminozuur kan worden ingebouwd, stopt de eiwitsynthese