Summary Biologie voor jou 5v leeropdrachtenboek deel b

-
ISBN-10 9034574318 ISBN-13 9789034574312
1239 Flashcards & Notes
151 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 5v leeropdrachtenboek deel b". The author(s) of the book is/are Kalverda, O. The ISBN of the book is 9789034574312 or 9034574318. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou 5v leeropdrachtenboek deel b

  • 4 Planten

  • In dit hoofdstuk staan planten centraal.
  • 4.1 Tuinbouw van de toekomst

  • Planten hebben een centrale rol in de voedselvoorziening van de wereldbevolking. Daarnaast worden planten steeds meer als energiebron gebruikt.

    In de tuinbouw worden planten op drie manieren geteeld:
    • tuinbouw op het land (de basisvorm van tuinbouw)
    • tuinbouw bij kunstlicht
    • tuinbouw zonder licht

    Planten die zonder licht groeien ontwikkelen slappe bleke stengels en kleine
    bladeren. Als planten zich aan kunnen passen aan de groei in het duister wordt dit etioleren genoemd.
  • Wat is etioleren?
    Etioleren is het aanpassen van een plant aan het groeien in het donker.
  • Wat zijn de drie manieren waarop tuinbouw voornamelijk wordt bedreven?

    ◦ Tuinbouw op het land
    ◦ Tuinbouw bij kunstlicht (in een kas bijvoorbeeld)
    ◦ Tuinbouw zonder licht

  • Waarvoor kunnen planten, naast voedselbron, nog meer dienen  (uit de tekst)?
    Planten kunnen ook als energiebron dienen (bijvoorbeeld als bio-brandstof).

  • Noem een verschil tussen planten die met licht zijn geteeld en planten die zonder licht zijn geteeld.

    Planten die met licht zijn geteeld ontwikkelen zich tot planten zoals wij die vaak voor ons zien, met groene stevige stengels en grote groene bladeren. Planten die in het donker groeien hebben bleke slappe stengels en kleine bleke bladeren.

  • Noem een voordeel van geëtioleerde planten ten opzichte van planten die met licht zijn geteeld.

    Geëtioleerde planten bouwen weinig tot geen steunweefsel op (daarom zijn ze slap), hierdoor is het voor een mens makkelijker te kauwen en te verteren.
  • 4.2 Bouw, groei en ontwikkeling van planten

  • Wortels, stengels en zaden zijn organen van zaadplanten.
    Een plant leeft in twee omgevingen:
    • in de bodem
    • in de lucht

    Uit de bodem haalt de plant voedingsstoffen en mineralen.
    Uit de lucht haalt de plant CO2 en geeft O2 af.
  • Elk orgaan van de plant wordt aan de buitenkant beschermd door de epidermis (opperhuid). De epidermis beschermt de plant tegen uitdroging en infecties.

    In de bodem groeien epidermiscellen uit tot wortelharen, waarmee water opgenomen kan worden. Maar op deze manier wordt het niet afgestaan aan de omgeving.
  • In de organen van een plant lopen transportvaten die bestaan uit houtvaten en bastvaten. Deze vaten transporteren water met daarin voedingsstoffen of andere opgeloste stoffen

    Hout- en bastvaten komen op verschillende manieren voor in planten.
    • Bij houtige stengels liggen de houtvaten in jaarringen en de bastvaten liggen hieromheen
    • In kruidachtige stengels liggen de vaten bij elkaar in vaatbundels
    • In bladeren liggen de vaten in nerven

    In de figuur is schematisch een doorsnede van een blad weergegeven met daarin de nerf en de vaten.
  • De hout- en bastvaten worden door vulweefsel (schors) gescheiden van het
    epidermis. Vulweefsel speelt een rol in de fotosynthese en bij de opslag en stevigheid van een plant.
  • Waartegen beschermt de epidermis de plant?
    De epidermis beschermt de plant tegen uitdroging en infecties.
  • In welke twee omgevingen bevindt een doorsnee plant zich?

    Een plant bevindt zich over het algemeen in de bodem (met de wortels) en in de lucht (met de stengels en bladeren).
  • Wat is de functie van hout- en bastvaten?

    Hout- en bastvaten zorgen voor het transport van stoffen in een plant, stoffen die opgelost zijn in water.
  • In welk orgaan van een plant komen 'nerven' voor?
    Nerven komen in bladeren van planten voor.
  • Hoe komen hout- en bastvaten voor in planten met houtige stengels?
    Houtvaten komen voor in planten met houtige stengels (bomen bijvoorbeeld) in de vorm van jaarringen. De bastvaten liggen om de jaarringen heen.

  • Hoe komen hout- en bastvaten voor in planten met niet-houtige stengels
    (kruidachtige planten)?
    Hout- en bastvaten komen in dit soort planten voor in de vaatbundels.
  • Hoe heten de twee transportvaten in planten?
    Zij worden houtvaten en bastvaten genoemd.
  • Wat is de functie van vulweefsel in een plant? Noem minimaal twee functies.
    Vulweefsel is betrokken bij:
    ◦ bescherming van de hout- en bastvaten
    ◦ fotosynthese
    ◦ opslag van stoffen
    ◦ stevigheid van de stengels en wortels
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Is er sprake van een negatieve of positieve terugkoppeling van cortisol?
Negatieve terugkoppeling. Cortisol zal binden aan de hypofyse en hypothalamus en zorgt daarmee dat er minder CRH (hypothalamus) en ACTH (hypofyse) wordt geproduceerd, waardoor de concentratie cortisol rond de normwaarde blijft.
Wat doet het hormoon cortisol?
Dit hormoon onderdrukt onder andere de activiteit van het afweersysteem.
Noteer 6 kenmerken van het hormoon adrenaline, dat gevormd wordt door het bijniermerg bij een stressreactie.
  1. Het heeft een snelle, kortdurende werking.
  2. Het bevordert de dissimilatie (onder invloed van adrenaline wordt in de cellen van de lever en spieren glycogeen omgezet in glucose. Hierdoor stijgt de concentratie van glucose in het bloed.)
  3. Hartslag omhoog
  4. Ademhaling omhoog
  5. Verwijding van bloedvaten naar de spieren en hersenen
  6. Organen die niet belangrijk zijn voor een snelle reactie worden geremd, zoals de organen van het verteringsstelsel. Zo stelt adrenaline het lichaam in staat om in stressvolle situaties alert te zijn en snel te kunnen handelen.
Welk hormoon produceren de nieren en wanneer produceren ze dat hormoon?
De nieren produceren het hormoon epo (erytropoëtine), wanneer ze onvoldoende zuurstof krijgen aangevoerd. Het hormoon epo stimuleert de productie van rode bloedcellen in het rode beenmerg.
Uit welke 2 onderdelen bestaat een bijnier en welk hormoon (hormonen) produceren die onderdelen?
Een bijnier bestaat uit de bijnierschors (buitenkant) en het bijniermerg (binnenkant). Het bijniermerg produceert adrenaline. De bijnierschors produceert corticosteroïden (zoals cortisol).
Welk orgaan produceert het hormoon epo (erytropoëtine)?
De nieren
Welk hormoon wordt aan het bloed afgegeven, wanneer de bloedsuikerspiegel te laag is en wat gebeurt daarna?
Glucagon wordt door de α-cellen geproduceerd en afgegeven aan het bloed. De cellen in de lever en spieren binden met glucagon en gaan dan glycogeen afbreken tot glucose. De lever geeft vervolgens de glucose af aan het bloed (hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel).
De spieren kunnen geen glucose afgeven aan het bloed, maar gebruiken het voor hun eigen stofwisseling (gaan het zelf verbranden). Hierdoor wordt de opname van glucose uit het bloed wel vermindert (de spier kan de bloedsuikerspiegel niet verhogen, maar gaat wel minder glucose opnemen).
Welk hormoon wordt aan het bloed afgegeven, wanneer de bloedsuikerspiegel te hoog is en wat gebeurt daarna?
Insuline wordt door de β-cellen afgegeven aan het bloed. Insuline bindt aan de cellen in de lever en de spieren, waarop zij vervolgens glucose uit het bloed onttrekken en vervolgens in de cel omzetten tot glycogeen. Hierdoor zakt de bloedsuikerspiegel.
Wat regelen de hormonen insuline en glucagon, die geproduceerd worden door alfa- en bètacellen en zich in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier bevinden?
Ze regelen de glucoseconcentratie van het bloed en zorgen dat die min of meer constant blijft.
Wat is de definitie voor de bloedsuikerspiegel en wat is een synoniem voor dit woord?
Bloedglucosespiegel. De glucoseconcentratie van het bloed.