Summary Biologie voor jou 5vwo A

-
ISBN-13 9789402065077
371 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou 5vwo A". The author(s) of the book is/are Marianne Gommers. The ISBN of the book is 9789402065077. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Biologie voor jou 5vwo A

  • 1.1 Regeling en homeostase

  • Homeostase
    Het in stand houden van een dynamisch evenwicht in het inwendige milieu van organismen ( = zelfregulatie op organisatieniveau organisme)
  • Hoe werkt homeostase?
    Communicatie tussen cellen vindt plaats met signaalmoleculen, zoals hormonen en neurotransmitters. Dit systeem is voortdurend bezig om een dynamisch evenwicht te handhaven. Dit gebeurd met positieve en negatieve terugkoppeling)
  • Waar bestaat een regelkring uit?
    Sensor : Meet bepaalde waarde (thermostaat)
    Controle centrum :  ontvangt signaal en geeft opdracht tot (verwarmingsketel)
    Effector: =uitvoerder (verwarming)
  • Positieve terugkoppeling
    Zorgt voor een stimulerende feedback naar hoger liggende niveaus
  • Negatieve terukoppeling
    Zorgt voor een remmende feedback naar hoger liggende niveaus
  • 1.2 Hormonale regulatie

  • Externe milieu
    De buitenwereld & het deel van het lichaam waar een molecuul kan komen zonder dat deze een celmembraan moet passeren
  • Interne milieu
    Het deel van het lichaam waar een molecuul enkel kan komen als deze een celmembraan passeert (binnen in je lichaam)
  • Endocriene klieren
    Klieren die stoffen afgeven aan het interne milieu (vb. Hormoonklieren)
  • Exocriene klieren
    Klieren die stoffen afgeven aan het externe milieu (vb. Zweetklieren, speekselklieren)
  • Hormonen zijn alleen werkzaam in organen waarvan de cellen receptoren bezitten waaraan het hormoon kan binden --> de doelwitorganen

    De mate van reactie van een doelwitorgaan wordt onder andere bepaald door 
    • de hormoonconcentratie (hormoonspiegel) in het bloed
    •  het aantal hormoonreceptoren voor een bepaald hormoon op de cellen in het doelwitorgaan
  • Wat zijn de stappen van de werking van hormonen?
    1. Klier wordt geactiveerd
    2. Hormoon wordt afgegeven aan het bloed en komt zo bij de doelwitorganen terecht
    3. Hormoon komt de cel binnen (bindt aan receptor of passeert celmembraan)
    4. Effect op doelwitorgaan
  • Wat zijn steroïden hormonen en hoe werken deze?
    Dit zijn vethormonen. Doordat de celmembraan van een cel uit fosfilipiden bestaat (vetmoleculen) kunnen deze hormonen de celmembraan passeren
  • Hormoon-receptorcomplex
    Als het hormoon in het cytoplasma komt, bindt deze (meestal) aan een receptor eiwit. Via een kernporie komt het complex in het kernplasma en kan dan bepaalde genen in het DNA aan- of uitzetten. (BINAS 89B)
  • Hoe werken nonsteroïden hormonen?
    (1) Deze hormonen binden aan de buitenkant van het celmembraan aan een receptoreiwit (eerste boodschap). (2) Aan binnenzijde van celmembraan onstaat dan de second messenger, geeft signaal in de cel door (bijv. Enzym activeren). (3) geactiveerde enzym kan signaal doorgeven aan volgend signaalmolecuul en actie in gang zetten. Etc. Etc.
  • Signaalcascade of cascade
    Wanneer een signaal via meerdere schakels in de cel wordt doorgegeven
  • Het signaal van een hormoon dat bindt aan een receptor op het celmembraan, kan in de cel worden versterkt. In de cel wordt signaal doorgegeven aan van molecuul naar molecuul. Hierdoor worden veel signaalmoleculen geactiveerd of grote hoeveelheden geproduceerd.
      • 1 enkel signaal van buiten de cel (extracellulair) kan een enorme reactie binnen de cel (intracellulair)opwekken 
  • Uit welke hormoonklieren bestaat het hormoonstelsel uit?
    • Hypofyse
    • schildklier
    • bijnieren
    • eilandjes van langerhans (in de alvleesklier)
    • teelballen (testes)
    • eierstokken (ovaira)
  • Hypofyse
    Stuurt hormoonklieren aan (baas)
  • Hypothalamus
    Stuurt de hypofyse aan (eindbaas), d.m.v twee typen neurohormonen:(remmende) inhibiting hormonen (IH) of (vrijmakende) releasing hormonen (RH).
  • Neurosecretie
    Hormonen die door neuronen zijn gevormd. Deze neuronen worden geproduceerd in de hypothalamus. Dit noem je neurohormonen.
  • Thyroxine
    • Wordt door de schildklier geproduceerd. 
      • = schildklierhormoon
    • Beïnvloed stofwisseling (door stimulatie verbranding glucose).
      • veel thyroxine --> intensiteit stofwisseling neemt toe
    • Remt de productie van TSH (dmv negatieve terugkoppeling)
  • TSH
    Stimuleert:
    • de vorming van schildklierweefsel
    • de opname van jodium door de schildkliercellen 
      • jodium is noodzakelijk voor vorming thyroxine
    • de productie en secretie van thyroxine. 
  • Waar worden spijsverteringshormonen geproduceerd
    Geproduceerd door kliercellen in de alveesklier en de maag- en darmwand
  • Secretine
    Stimuleert de lever tot het produceren van gal en de alvleesklier tot de secretie van natriumwaterstofcarbonaat (NaHCO3)
  • De eilandjes van langerhans
    Endocriene functie: Deze eilandjes bevatten a-cellen die het hormoon glucagon produceren en b-cellen die het hormoon insuline produceren. --> zorgen voor constant houden van glucoseconcentratie (=bloedsuiker spiegel)
  • Wat is de functie insuline?
    Zorgt voor meer glucosetransporteiwitten, de doorlaatbaarheid in de celmembranen wordt hierdoor vergroot, transport van glucose neemt hierdoor toe.
    • Cellen in de lever en spieren zetten glucose om tot glycogeen. Dit wordt opgeslagen.
      • glucoseconcentratie neemt af

    Ook stimuleert deze de omzetting van glucose in vetten en eiwitten
  • Wat is de functie van glucagon
    Stimuleert de omzetting van glycogeen (in spier- en levercellen) naar glucose.
    Bevorderd afgifte van glucose aan het bloed  De bloedsuikerspiegel zal hierdoor weer stijgen.
  • Diabetes mellitus 1
    Aangeboren, kan geen insuline aanmaken. Dit kan verholpen worden door insuline toe te dienen
  • Diabetes mellitus 2
    Verworfen, je bent dan minder gevoelig voor insuline. Dit ontstaat door te veel suikers, obesitas.
  • Hypoglykemie
    Te lage bloedsuikers
  • Hyperglykemie
    Te hoge bloedsuikers
  • Waar wordt epo (erytropoëtine) geproduceerd en wat is de functie?
    de nieren produceren epo wanneer ze onvoldoende zuurstof krijgen. Stimuleert de productie van de rode bloedcellen in het rode beenmerg. Meer rode bloedcellen = meer zuurstof transport.
  • Wat is de functie van de bijnieren?
    Is het stress-syteem: bijniermerg produceert adrenaline bij stressreactie. Bijnierschors produceert (wordt gestimuleerd door ACTH) cortisol.
  • Adrenaline
    Hormoon met snelle, kortdurende werking. Bevordert stofwisseling.  stimuleert de omzetting van glycogeen naar glucose.
  • Cortisol
    Komt vrij bij elke vorm van stress (= stresshormoon). Onderdrukt de werking van het afweersysteem en verhoogt glucoseconcentratie in bloed
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Dendriet
= uitloper die impulsen ontvangt en naar het cellichaam toe geleidt
Axon
= uitloper die impulsen van cellichaam af geleidt
Wat is  het verlengde merg en wat is de functie?
= het onderste deel van de hersenstam, daar waar de hersenstam overgaat in ruggenmerg
Functie:
  • Het kruizen van de impuls banen. (Impulsen van de rechterhersenhelft naar linkerhelft van het lichaam en impulsen van de linkerhersenhelft naar rechterhelft van het lichaam.)
  • Coördineren van vitale functies. (vb. Hartslag, bloeddruk, ademhaling)
Neurosecretie
Hormonen die door neuronen zijn gevormd. Deze neuronen worden geproduceerd in de hypothalamus. Dit noem je neurohormonen.
Overspronggedrag
= gedrag wat oorspronkelijk uit een ander gedragsyssteem komt
  • vb: dreiggedrag van vis door te gaan zandhappen (kop naar beneden) 
    • oorspronkelijk komt het van nest bouw en heeft het niks met territoriumgedrag te maken
  •  
Territoriumgedrag
= soortgenoot aanvallen als die het territorium binnendringt
  • Op de grens van territorium vertonen dreiggedrag 
Bronst
= de bereidheid bij paring bij zoogdieren (ipv balts)
Bij een axon dat is omgeven door een myelineschede, kan alleen bij een insnoering ionentransport plaatsvinden. Daardoor kan alleen op deze plaatsen de elektrische lading van het celmembraan kort veranderen. Hierdoor 'springt' een impuls als het ware van insnoering naar insnoering. Deze impulsgeleiding verloopt 50x zo snel als de impulsgeleiding in een neuronuitloper zonder myelineschede. Hoe noem je deze vorm van impulsgeleiding?
Saltatoire of sprongsgewijze impulsgeleiding
Aan de rugkant komen uitlopers van sensorische neuronen bij elkaar in gevoelszenuwen. De verdikkingen in deze zenuwen worden gevormd door een opeenhoping van cellichamen van sensorische neuronen. Hoe heten deze verdikkingen?
Ruggenmergszenuwknopen of spinale ganglia
In het merg (het binnenste gedeelte) ligt de witte stof. Wat bevindt zich in de witte stof?
In de witte stof liggen de axonen van de schakelneuronen. De witte kleur wordt veroorzaakt door de myelinescheden die om de axonen heen liggen.