Summary Biologie voor jou | 6 vwo

-
ISBN-13 9789402009408
734 Flashcards & Notes
15 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou | 6 vwo". The author(s) of the book is/are Arteunis Bos, Onno Kalverda, Ruud Passier, Gerard Smits, Ben Waas, René Westra. The ISBN of the book is 9789402009408. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Biologie voor jou | 6 vwo

  • 1.1 Voedingsstoffen

  • Welke zes groepen voedingsstoffen zijn er?
    1. Eiwitten
    2. Koolhydraten
    3. Vetten
    4. Water
    5. Mineralen
    6. Vitaminen
  • Wat zijn bouwstoffen
    Voedingsstoffen die gebruikt worden voor de vorming van organische moleculen bij de voortgezette assimilatie
  • Wat doen brandstoffen
    Voedingsstoffen die energie kunnen leveren voor de dissimilatie (Verbranding)
  • Functie water
    • Bouwstof cellen
    • Oplosmiddel voor veel stoffen (osmotische waarde)
    • Transportmiddel
    • Regeling lichaamstemperatuur
  • 1.1.1 Eiwitten

  • Eiwitten (proteïne)
    Ketens van aminozuren. Deze worden in het verteringsstelsel opgesplitst in afzonderlijke aminozuurmoleculen die in het bloed worden opgenomen en door het lichaam worden getransporteerd.
  • Transaminering
    Het vormen van aminozuren uit andere aminozuren. Dit proces gebeurd in de lever.
  • Essentiele aminozuren
    Aminozuren die via het voedsel binnen moeten komen (8 stuks)
  • Functie eiwitten
    • Bouwstoffen voor cellen en weefsels (tussencelstof)
    • Transport van stoffen 
    • Celcommunicatie
    • Chemische reacties
    • Bloedstolling
    • Immuniteit
  • Hoe werken eiwitten als brandstof
    Eiwitten --> glucose. Wanneer er te weinig glucose aanwezig is wordt er in de spieren eiwit omgezet naar glucose. Spiermassa daalt hierdoor.
  • Voorbeelden producten die eiwit bevat
    • Dierlijk: vlees, vis, kaas, melk
    • Plantaardig: brood, graanproducten, noten, paddenstoel
  • 1.1.2 Koolhydraten

  • Wat gebeurd er als je te veel koolhydraten eet?
    • Insuline zorgt voor omzetting glucose --> glycogeen (klein deel)
    • wordt omgezet in vet en opgeslagen onder de huid en rond de organen (grootste deel)
  • Koolhydraat als bouwstof
    • DNA bevat monosacharide desoxyribose
    • ATP bevat monosacharide ribose
  • Voedingsvezels
    Deze kunnen niet worden verteerd door mens/dier (vb. Cellulose en pectine), wel door enzymen van bacteriën in de darmen. Bevorderen de darmwerking en stoelgang. En een verzadigd gevoel.
  • Voorbeelden producten met koolhydraten
    • mono/disacharide: Jam, stroop, honing
    • polysacharide (zetmeel): brood, rijst, aardappel
    • Dierlijk: bevat weinig sachariden
  • 1.1.3 Vetten

  • Voorbeelden producten vetten
    • Halvarine, zonnebloemolie, vlees, vis, snacks, sauzen
  • Opbouw vetmolecuul
    1x glycerolmolecuul en 3x vetzuurmoleculen = triglyceriden
  • Essentiële vetzuren
    Lichaam kan meeste vetzuren en glycerol vormen uit andere organische stoffen.
    • De enkele onverzadigde vetzuren die niet gemaakt kunnen worden is zijn de essentiële vetzuren. Deze moeten met voeding binnen komen
  • Cholesterol
    Aangemaakt door lever of binnen krijgen via voedsel. Functie: komt voor in celmembranen, gebruikt voor productie hormonen, gal en vitamine D
  • Functie vetten
    • Bouwstof: fosfolipiden (vetzuur met 1 fosforgroep) bestandsdeel membranen
    • Brandstof: verbranding van 1g geeft 38 kJ energie
    • Isolerende functie - vet onder de huid
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Tracheeën (insecten)
  • Sterk vertakte adembuizen
    • Opengehouden door spiraalvormige verdikkingen van chitine (= hoornachtige stof)
  • Uiteinde gevuld met vocht
F
F
Bouw van het hart
Het bloed verzamelt in de boezem. De boezem(atrium) pompt het door naar de kamer (ventrikel)
Soorten lipoproteïne (cholesterol en eiwitverbindingen)
  1. VLDL = zeer lage dichtheid lipopro.
  2. LDL = lage dichtheid lipopro
  3. HDL = hoge dichtheid lipopro
Cholecystokinine
Stimuleert de galblaas tot de afgifte van gal en de alvleesklier tot de secretie van enzymen
Wat is een allergie?
Overreactie van het immuunsysteem op bepaalde lichaamsvreemde stoffen. Dit is per persoon verschillen.
  • Allergenen: lichaamsvreemde stoffen veroorzaken allergie. 
  • Mediatoren: stoffen die vrijkomen uit mestcellen, nadat het lichaam in contact is gekomen met allergenen (histamine) hebben verschijnselen bij allergie tot gevolg.  
Wat is het MHC-systeem?
Omvat:
  • Receptoreiwitten: op de membranen van alle lichaamscellen; ze zijn specifiek voor ieder individu en type lichaamscel. Worden na transplantatie of transfusie in een ander lichaam herkend als antigenen. 
  • HLA-systeem: erfelijk systeem waardoor lymfocyten eigen cellen onderscheiden van lichaamsvreemde cellen. 
    • MHC-I-eiwitten: presenteren, naast eigen eiwitten in de cel gemaakte antigenen; na herkenning van de afwijkende cellen door T-killercellen worden ze gedood. 
    • MHC-II-eiwitten: die alleen op B-cellen en macrofagen zitten presenteren antigenen van buiten de cel, die door endocytose zijn opgenomen; deze cellen vragen hiermee om hulp aan T-helpercellen. 
  • Veroorzaken: afstotingsreactie na weefsel- en orgaantransport als het HLA-systeem van donor en acceptor niet geheel overeenkomen. Dit kan onderdrukt worden door medicijnen die afweersysteem verzwakken. 
Waardoor klapt een long in als er lucht komt tussen borstvlies en longvlies?
Dan is de druk tussen deze vliezen niet meer lager dan de buitenlucht en kan de long niet uitzetten.
Wat is het verschil in samenstelling van voorurine en urine?
Voorurine bevat veel water met oa glucose, ionen en ureum (in lage concentratie).

Urine bevat (minder) water met oa ionen en ureum (in een relatief hoge concentratie)
Wat gebeurt er bij terugresorptie?
Nuttige stoffen worden aan de voorurine onttrokken. oa glucose en aminozuren.

Cellen in wand nierbuisjes nemen opgeloste nuttige stoffen op uit voorurine en geven ze af aan weefselvloeistof tussen neuronen.

Daarna actief stoffen naar bloedvaten.