Summary Biologie voor jou A

-
ISBN-13 9789402056914
469 Flashcards & Notes
27 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou A". The author(s) of the book is/are Marianne Gommers. The ISBN of the book is 9789402056914. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou A

  • 1.1 wat is biologie

  • Wat is het verschil tussen levend, Dood en levenloos?
    Levend dingen vertonen levensverschijnselen, Dode dingen waren ooit levend, En levenloze dingen waren nooit levend.
  • Wat is het verschil tussen een levensloop en een levenscyclus?
    Een levensloop is de loop van het leven van 1 individu, En een levenscyclus is het blijven voortbestaan van een soort.
  • Op welk organisatieniveau leeft een groep grutto's en een koe samen?
    Ecosysteem
  • Wat is het kleinste organisatieniveau?
    Molecuul
  • Uit welke eenheden is een organisme opgebouwd?
    Uit moleculen, Cellen, Weefsel, organen en organenstelsels.
  • 1.2 organen, weefsels en cellen

  • Wat zijn voorbeelden van organenstelsels?
    Bloedvatenstelsel, Verteringsstelsel, Ademhalingsstelsel,
  • hoe noem je een groep cellen met de zelfde vorm en functie?
    Weefsel
  • 1.3 plantaardige en dierlijke cellen

  • Welke van de volgende organellen komen zowel bij plantaardige als bij dierlijke cellen voor: kernmembraan, Vacuolemembraan, Celwand en cytoplasma.
    Kernmembraan en cytoplasma
  • 1.4 celorganellen

  • Op welke plek ligt het endoplasmatische riticulum en welke functie heeft het?
    Het endoplasmatisch riticulum ligt om de celkern heen, en het maakt blaasjes van het eiwit dat ribosomen produceren.
  • Waar worden robosomen gemaakt?
    In het kernlichaampje
  • Hoe heten de 2 soorten endoplasmatisch riticulum en wat is het verschil?
    Het ruw endoplasmatisch riticulum (RER), hier bevinden zich robosomen. En het glad endoplasmatisch rititculum (GER) hier bevinden zich geen ribosomen.
  • Wat gebeurd er met het blaasje eiwit nadat het is afgesnoerd van het RER, en voordat het word afgesnoerd van de cel?
    Het blaasje eiwit word opgenomen door het golgisysteem, hier krijgt het blaasje eiwit zijn uiteindelijke vorm. Daarna word het blaasje afgesnoerd en versmelt het met het celmembraan.
  • Wanneer vind er exocytose plaats?
    Als een blaasje van de cel word afgesnoerd
  • Hoe noem je blaasjes met eiwit die niet versmelten met het celmembraan, en wat is hun functie?
    Lysosomen, die bevatten enzymen en zorgen voor de opbouw en afbraak van stoffen in de cel.
  • Wat doen mitochondriën?
    Ze produceren en voorzien de cel van energie met de stof ATP.
  • Uit wat voorn delen bestaan celmembranen?
    Een dubbele laag fosfolipiden, eiwitmoleculen en koolhydraatketens.
  • Welke functies heeft het celmembraan?
    Afsluiting van de cel, transport tussen het extern en intern milieu en het communiceren met ander cellen.
  • 1.5 transport door membranen

  • Welke moleculen kunnen een membraan ongehinderd passeren?
    Zuurstof, stikstof, koolstofdioxide en waterstof
  • Waarom gaat diffusie sneller in lucht dan in water?
    In de lucht bewegen de moleculen veel meer, dus hebben ze veel meer ruimte om te verspreiden. In water liggen de moleculen veel dichter op elkaar, dus is het lastiger om te verplaatsen.
  • Wat houd diffusie in?
    Het verplaatsen van een hoge concentratie naar een lage.
  • Wat is het verschil tussen een doorlatend permeabel en een selectief permeabel?
    Bij een doorlatend permeabel zijn de deeltjes klein genoeg om het permeabel te passeren. Bij een selectief permeabel zijn de poriën te klein voor de deeltjes.
  • als opgloste deeltjes het permeabel niet kunnen passeren, vind er een proces plaats. Hoe werkt dit proces, en hoe heet het?
    Het water niveau van de oplossing stijgt, hierdoor neemt de concentratie van de opgeloste stof af. Het water niveau aan de andere kant van het permeabel neemt af. Dit heet osmose.
  • Wanneer heb je een hoge osmotische waarde?
     hoe meer deeltjes zich bevinden in een oplossing, hoe hoger de osmotische waarde.
  • Hoe heet het speciale transporteiwit dat zorgt voor een snel transport van watermoleculen?
    Aquaporines
  • Beschrijf het proces van het verschijnsel plasmolyse
    De oorzaak is een hoge osmotische waarde in het uitwendig milieu. Hierdoor gaat water uit de cel waardoor het celmembraan los gaat zitten van de celwand. Hierdoor gaat de cel dood.
  • wat gebeurd er met plantaardige en dierlijke cellen als de osmotische waarde in het uitwendig milieu lager is?(hypotoon)
    er vind in beide cellen osmose plaats, Plantaardige cellen worden steviger, en dierlijke cellen knappen.
  • Wat is kenmerkend aan passief transport?
    Het transport gaat mee met het concentratieverval, en er is geen energie voor nodig.
  • Welke manieren van transport vallen onder passief transport?
    Diffusie, osmose, via porie-eiwitten en transporteiwitten.
  • Wat is het verschil tussen porie-eiwitten en transporteiwitten?
    Porie eiwitten kunnen meerdere stoffen transporteren, en transporteiwitten maar 1 soort.
  • Wanneer gaat diffusie sneller?
    Als er meer porie-eiwitten en transporteiwitten in het celmembraan zitten
  • Bij welke eiwitten vind ook actief transport plaats, bij transporteiwitten of porie- eiwitten?
    Bij transporteiwitten
  • Wat is kenmerkend aan actief transport?
    Bij actief transport gaat de transport tegen het concentratieverval in, en er is energie voor nodig.
  • Wat is het verschil tussen exocytose en secretie?
    Bij exocytose worden er blaasjes afgesnoerd van het celmembraan, bij secretie gebeurd dit ook, maar specefiek voor blaasjes eiwit die aan het extern milieu worden afgesnoerd.
  • Wat is het verschil tussen exocytose en endocytose?
    Bij exocytose worden blaasjes afgestoten, en bij endocytose worden blaasjes opgenomen door de cel.
  • Wat is een endosoom?
    Een endosoom is een afgesnoerd blaasje, dat is opgenomen door de cel
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

HYfen
Schimmeldraden
GIsten
EEncellige schimmels
SChimmels
Schimmels bevatten geen chlorofyl en zijn dus heterotroof
BActeriofagen
VIrussoorten die bacteriën als gastheer gebruiken
HUidflora
ONschadelijke bacteriën op de huid
Genetische modificatie
DE mens veranderd het DNA van een organisme
PLasmiden
Kleinere circulaire chromosomen
Bacteriën
Eencelligen zonder celkern
EUkaryoten
ORganismen met cellen met celkern, dubbele membranen en celorganellen
Prokaryoten
Eencellige organismen met ribosomen maar zonder celkern