Summary Biologie voor jou Havo 4 handboek

-
ISBN-10 9020871307 ISBN-13 9789020871302
437 Flashcards & Notes
51 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie voor jou Havo 4 handboek ". The author(s) of the book is/are Gerard Smits Jolanda te Lindert, Peter Mooren Henk van der Vrande ' s ABC Press. The ISBN of the book is 9789020871302 or 9020871307. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie voor jou Havo 4 handboek

  • 1.1 Wat is biologie?

  • Organismen -> levende wezens 

    • planten
    • dieren 
    • schimmels
    • bacteriën

    Levensverschijnselen -> dit vertonen organismen 

    • stofwisseling 
    • groei
    • ontwikkelen
    • voortplanten

    Dood -> het heeft levensverschijnselen vertoond, maar nu niet meer.

    Levenloos -> heeft nooit levensverschijnselen vertoond.

    • water 
    • zuurstof
    • koolstofdioxide
    • gesteente

    Stofwisseling -> alle chemische reacties in een organise hierbij worden stoffen omgezet in andere stoffen. Bij deze omzetting spelen enzymen een belangrijke rol. enzymen versnellen (katalyseren) de chemische reactie van stofwisselingsprocessen.

     

    Levensloop -> van een individu. geboorte tot dood.

    Ontwikkeling -> optreden van veranderingen in de bouw en de functioneren van het individu of bepaalde delen daar van. 

    levenscyclus -> van een soort. Geboorte -> voortplanting -> dood van individu -> nakomelingen blijven voortbestaan.  

  • wat is een ander woord voor levende wezens

    organisme

  • Als een organisme geen levensverschijnsele meer vertoond is het...

    dood

  • Iets dat nooit heeft geleefd heet..

    levenloos

  • wat is de levensloop?

    de stadia van een individu  van geboorte tot dood

  • wat is een levenscyclus?

    de stadia van een soort, door voortplanting onstaat cyclus

  • wat verstaan we onder ontwikkeling?

    het onstaan van verandering in de bouw en het functioneren van een individu, of delen daarvan.

  • 1.2 Natuurwetenschappelijk onderzoeken

  • Wat betekend generatio spontanea?

    dat uit dood of levenloze materie vrij plotseling een organisme kan ontstaan omdat de lucht levens kracht bezit.

  • uit welke fasen betaat natuurwetenschappelijk onderzoek ?

    • observatie ( waarneming)
    • probleemstelling 
    • hypothese vorming 
    • experimentele fase 
    • resultaten 
    • conclusie
  • Hoe kom je aan een probleemstelling?

    die vorm je aan de hand van een waarneming

  • is een probleemstelling hetzelfde als een onderzoeksvraag?

    nee, een onderzoeksvraag is afgeleid van de probleemstelling, maar veel nauwkeuriger geformuleerd.

  • wat is een hypothese?

    Een mogelijke verklaring voor het natuurverschijnsel

  • Welke stappen zitten er in de experimentele fase?

    onderzoeksvraag formuleren

    een hypothese formuleren

    twee identieken groepen worden gevormd 1 experimenteergroep en 2 controlegroep

    proef word uitgevoerd, slechts een factor word onderzocht

     

  • hoe worden resultaten van een onderzoek weergegeven?

    tabellen,grafieken en diagrammen

  • hoe kom je tot de conclusie?

    door de uitkomst te toetsen aan de hypothese

  • hoe formuleer je een verwachting?

    Als (vul hypothese in)... ,dan( vul verwachte uitkomst in)

  • Generatio spontanea -> theorie die zegt dat uit dood of levenloze materie vrij plotseling een organisme kan ontstaan omdat de lucht levens kracht bezit.

     

    natuurwetenschappelijk onderzoek bestaat uit de volgende fasen

    • observatie ( waarneming)
    • probleemstelling 
    • hypothese vorming 
    • experimentele fase  ( experimenteer- en controlegroep)
    • resultaten ( tabellen, grafieken of diagrammen)
    • conclusie
  • 1.3 Organen, cellen en weefsels

  • Orgaan= deel van organisme met een of meer functies

    Organenstelsel= groep van samenwerkende organen (bijv, verteringsstelsel, bloedvatenstelsel en beenderstelsel)

     

    verband tussen vorm en funktie:

    holle botten: zo licht mogelijk zonder dat dit ten koste gaat van de stevigheid. Ditzelfde principe zie je bij fietsen, het buisframe.

    getroomlijnde lichaamsvorm: lage weestand.Bijvoorbeeld bij waterdieren, maar ook bij een duikboot

    gewelfde vorm: kan veel gewicht dragen, bijvb. voet, maar ook bruggen.

    bolle vleugelvorm:waardse druk bij het vliegen, ook bij vliegtuigen.

     

    Organen zijn opgebouwd uit cellen

    Weefsel= groep cellen

    • tussencelstof (dood materiaal); kan hard of zacht zijn

     

  • wat verstaan we onder orgaan 

    een deel van een organisme met een of meer funkties

  • wat is een orgaanstelsel?

    groep van samenwerkende organen

  • noem drie orgaanstelsels

    verteringsstelsel, bloedvatenstelsel en beenderstelsel

  • hoe noemen we een lichaamsvorm waar kop romp en staart geleidelijk in elkaar overgaan?

    gestroomlijnd

  • wat is het voordeel van een gestroomlijnd lichaam?

    weinig weerstand

  • Wat is een weefsel?

    een groep cellen met dezelfde vorm en funktie

  • Wat is tussencelstof?

    tussencelstof is dood materiaal dat zich in een weefsel tussen de cellen bevind. Soms is het hard (bij beenderen) en soms zacht ( bij kraakbeen).

  • wat is het voordeel van holle botten?

    licht maar stevig

  • wat is het voordeel van een gewelfde vorm?

    kan veel gewicht dragen, denk aan voet of brug

  • waarvoor zorgt de bolle vleugelvorm bij vogels?

    opwaartse druk

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

ribosomen
Ribosomen: Doen aan eiwitsynthese ->Lezen het DNA af. Er worden zo eiwitten gevormd.
actief transport

—Transport dat wel energie (ATP) kost noem je actief transport
passief transport

—Wanneer transport over het celmembraan geen energie (ATP) kost noem je dit: passief transport
semi permeabel
Sommige stoffen kunnen niet door het celmembraan heen (eiwitten, ionen). Andere stoffen wel zoals water en gassen (O2 en CO2).
processen
Processen:

•Eiwitsynthese àhet maken van eiwitten: à wordt gedaan door ribosomen

•Fotosynthese àhet omzetten water + Co2 + licht in energie: à wordt gedaan door een chloroplast

•Endocytose: Opname vaneiwitten door celmembraan à kost ATP en vindt plaats in transportblaasjes

•Exocytose: Afgifte van eiwitten door celmembraan à kost ATP en vindt plaats in transportblaasjes

•Dissimilatie (celverbranding): à wordt gedaan door Mitochondrien à maakt ATP

•Diffusie: à transport van kleine stoffen (O2/CO2 ) van hoge concentratie naar een lage concentratie àcelmembraan/celwand

•Osmose: à transport van water van een lage concentratie naar een hoge concentratie àcelmembraan/celwand/ vacuole

•Actief transport: Transport over het celmembraan dat ATP (energie) kost. Dit zijn vaak grote moleculen.
functies cel onderdelen
Functies Cel onderdelen:

•Mitochondrien: aerobe dissimilate (verbranding) à glucose wordt afgebroken à ATP (energie komt vrij) àdus maken van ATP!

•Endoplasmatischreticulum: celkern kan via het ER stoffen transporteren. Bij het ruw ER vindt eiwitsynthese plaats door ribosomen. à opslag en transport eiwitten

•Golgi-apparaat: opslag en transporteiwitten
Celmembraan:

1.Scheidt de binnenkant van de cel van de buitenkant,
2.Semi-permeabel
3.Vind diffusie/osmose/actief transport/ endocytose en exocytose over plaats

•Kern: Bevind zich het DNA, kopieren van het DNA.

•Lysosoom: afbreken van afvalstoffen

•Ribosoom: eiwitsynthese (maken van eiwitten)

•Cytoplasma: vloeistof in de cel

•Celskelet: vorm geven aan de cel/stevigheid van de cel

•Chloroplasten: vind fotosynthese plaats: water + Co2 + licht à glucose (energie)

•Vacuole: Door opname van water in de vacuole kan een cel uitgerekt worden (turgor)

•Celwand: stevigheid van de cel/ barriere met de buitenkant van de cel
fagocytose

—Opname van stoffen door omsluiting van het celmembraan heet fagocytose (=het eten door de cel).
—In dunne darmwand opname verteringsproducten door endocytoseà het naar binnen halen van stoffen.
—
—Afgifte afvalproducten en bouwstoffen door exocystoseàhet afgeven van stoffen.
actief transport

—Transport van grotere moleculen (eiwitten) die niet door het semipermeabele membraan kunnen.
—Kost energie (ATP).
osmose in cellen
Dierlijke cel:

—Buiten de cel hoge conc. - binnen de cel lage conc. à (a) cel krimpt
—Buiten de cel lage conc. – binnen de cel hoge conc. à (c) cel klapt Wat zal er gebeuren als je teveel water drinkt? àvb student Groningen 2005 à watervergiftiging door opdracht water drinken.


Plantaardige cel:
Waarom zou een plantaardige cel niet klappen?

—Situatie (a) àPlasmolyse (celmembraan laat los van celwand) Buiten de cel hoge concentratie à cel krimpt

—
—Situatie (c) àTurgor (druk van waterige inhoud op celwand) Buiten de cel lage concentratie à cel zwelt op

—Turgor zorgt voor stevigheid van een plant. Overleg met je buurman waarom een plant slap hangt als het een warme/droge dag is? à weinig water in de grond = hoge osmotische waarde à transport water de cel uit
Of creeer een situatie waarin een plant slap hangt of juist stevig.
osmose plant
Plasmolyseà doordat de omgeving hypertoon is gaat water de cel uit. De cel krimpt en het celmembraan laat los van de celwand.
Turgorà doordat de omgeving hypotoon is gaat water de cel in en wordt de vacuole voller à cel blaast op.