Summary Biologie Voor Jou vwo 6

-
488 Flashcards & Notes
36 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biologie Voor Jou vwo 6". The author(s) of the book is/are Gerard Smits. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Biologie Voor Jou vwo 6

  • 1 Stofwisseling

  • Wat wordt er met stofwisselingsreacties bedoeld?
    Het omzetten van de ene stof in de andere stof binnenin cellen, met behulp van enzymen en andere middelen waarvoor het DNA gecodeerd heeft.
  • 1.1 Atomen en moleculen

  • Wat zijn moleculen?
    De bouwstenen van een stof.
  • Wat zijn atomen?
    De bouwstenen van een molecuul, die uit verschillende elementen bestaan. 
  • Een molecuul bestaat uit atomen van verschillende elementen. 
    Atoom heeft een positief geladen kern - Atoomkern 
    om de atoomkern zijn er schillen. Die zijn negatief geladen. 
  • Wat zijn sporenelementen?
    Elementen die slechts in zeer kleine hoeveelheden voorkomen.
  • Welke bindingen zijn er tussen atomen?
    1. Covalente binding of Atoombinding: binding tussen elektronen in enkele of dubbele paren. 
    2. Ionbinding: elektronen worden aangetrokken door de positieve kern van een ander atoom, ze komen op een vrije plaats in een schil van dat atoom.
  • Wat zijn de belangrijkste elementen die er in een mens worden gevonden?
    H - Waterstof
    C - Koolstof
    N - Stikstof
    O - Zuurstof
    F - Fluor
    Na - Natrium
    Mg - Magnesium
    P - Fosfor
    S - Zwavel
    Cl - Chloor
    K - Kalium
    Ca - Calcium
    Fe - Ijzer
    Cu - Koper
    Zn - Zink
    I - Jood
  • 1.1.1 Water

  • Wat zijn Waterstofbruggen?
    In een organisme ontstaan er veel molecuulbindingen door de aantrekkingskracht van positief geladen waterstofatomen en een groter negatief gelaten atoom.
  • Wat houdt het in als een molecuul polair is?
    Als een molecuul polair is, dan heeft het een positief geladen en een negatief geladen atoom, waartussen het ladingsverschil voldoende groot is. De atomen zijn zodanig ten opzichte van elkaar gepositioneerd, dat zij elkaars lading niet opheffen.  
  • Wat betekent het als een stof hydrofiel is?
    De stof kan door zijn polariteit of grote polaire groepen, goed met het uit polaire moleculen opgebouwd water worden vermengd.
  • Wat betekent het als een stof hydrofoob is?
    Apolaire moleculen als moleculen met CH-bindingen, kunnen geen binding aangaan met polaire moleculen, maar wel met apolaire moleculen als bijvoorbeeld oliën en vetten, die uit dezelfde verbindingen zijn opgebouwd.
  • Waardoor wordt de zuurgraad van een stof bepaald?
    Door de hoeveelheid vrije H+ -ionen in de stof krijgt de stof een lager pH en wordt een stof zuurder. Andersom wordt de oplossing basischer als de pH ervan hoger is en minder vrije H+ - ionen bevat.
  • 1.2 Organische stoffen

  • Welke organische stoffen zijn er van belang voor onze stofwisseling?
    1. Koolhydraten
    2. Lipiden
    3. Eiwitten
    4. Nucleïnezuren
  • 1.2.1 Koolhydraten

  • Welke koolhydraten zijn er? 
    mono- di- en polysachariden.
  • Hoe zie je het verschil tussen mono- di- en polysachariden?
    Een monosacharide heeft 5-6 C-atomen.
    Een disacharide bestaat uit twee monosachariden.
    Een polysacharide bestaat uit meerdere monosachariden. 
  • Welke sacharide is glucose?
    Een monosacharide.
  • Welke sacharide is sacharose?
    Een di-sacharide opgebouwd uit een alfa-glucose- en een fructosemolecuul.
  • Welke sachariden zijn amylose / zetmeel en cellulose en hoe ontstaan ze?
    Polysachariden.

    • Amylose ontstaat door condensatiereacties op chloroplasten en amyloplasten in plataardige cellen. Amylose is een bron van opgeslagen energie, cellulose is het hoofdbestanddeel van plantaardige celwand en geeft de vorm aan een plant.
    • Amylose ontstaat in dierlijke cellen door polycondensatiereacties in de lever en spieren , waarbij glycogeen gevormd wordt uit alfa-glucose.
  • Wat zijn condensatiereacties?
    Er wordt een binding gemaakt door afsplitsing van een waterstofmolecuul.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat doet de dikke darm?
  1. Hij resorbeert het nog overgebleven water en mineralen (o.a. H2O en vitamine K) uit het voedsel.
  2. Hij huisvest een bacterie die het enzym cellulase produceert, dit enzym verteert de resten van plantaardig voedsel.
Wat is er de functie van dat de triglyceriden in het darmepitheel achterblijven?
Omdat ze niet in water oplosbaar zijn, kunnen ze niet door de wand van haarvaten heen worden vervoerd. Lipoproteïnen maken transport naar het Golgi systeem mogelijk. Door exocytose in het Golgi apparaat worden vetbolletjes waar de triglyceriden deel van uitmaken, afgegeven aan de intercellulaire ruimten, waarna de vetten naar de lymfen en lymfevaten gaan, waarna ze uiteindelijk in de borstbuis belanden en uiteindelijk in toch in de bloedbaan komen.
Hoe bereiken de voedingsstoffen uit de darmen het bloed en de rest van het lijf?
Via haarvaten in de darmvlokken, bereiken de voedingsstoffen (op de meeste lipiden na) de poortader, die de voedingsstoffen naar de lever vervoert.
Welke voedingsstoffen worden er door diffusie opgenomen en welke door actief transport of osmose?
Osmose vanuit de darmholte naar de cellen van het darmepitheel: water en hydrofiele vitaminen.
Actief transport door transportenzymen: glucose, zouten en aminozuren.
Diffusie: Monoglyceriden, glycerol, vetzuren en in vet oplosbare vitaminen.
Wat is de functie van villi en micro-villi (darmvlokken en kleine darmvlokken)?
Ze vergroten het oppervlak voor de opname van stoffen.
Waar in het darmstelsel worden de meeste voedingsstoffen opgenomen?
In de dunne darm.
Hoe worden lipiden hydrolytisch gesplitst?
Er zijn drie waterstofmoleculen nodig die in potentie elk van de vetzuurketens tussen de zuurgroep/carboxylgroep (COOH) en de aminogroep (NH2) kunnen splitsen. 
Hoe worden eiwitten door hydrolyse gesplitst?
Een carboxylgroep (-COOH) wordt van de aminogroep (-NH2) gesplitst.
Hoe veroorzaakt hydrolyse de splitsing van zetmeel en maltose tot glucose?
Een keten van C-atomen wordt op de plaats waar ze door een O-atoom verbonden zijn, gesplitst. Maltose is zes C-atomen groot. 
Hoe werkt een verteringsenzym?
Met behulp van hydrolyse worden moleculen van elkaar gesplist.
Het ene molecuul krijgt er een hydroxide bij (OH-) en het andere een zuur (H+).