Summary Biologische en cognitieve psychologie deel 1

-
239 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Biologische en cognitieve psychologie deel 1

  • 1.1 Bewuszijn: een fysiologische benadering

  • Dit is het vak biologische en cognitieve psychologie. Leg het verschil uit te cognitieve en biologische psychologie
    Biologisch = studie van de biologische basis van de mind --> Structurele modellen
    Cognitief = studie van de mind waarbij functionele verklaringen gebruikt worden --> proces modellen
  • Er zijn twee benaderingen met betrekking tot het mind-body probleem: dualisme en monisme. Wat is het verschil?
    Dualisme = mind en body zijn gescheiden van elkaar: de lichaam is materie en de geest niet
    Monisme = het geloof dat de mind een fenomeen is veroorzaakt door de werking van het zenuwstelsel
  • Wat is blindsight? Wat is de oorzaak en wat suggereert het?
    Blindsight = vermogen van iemand om naar objecten in hun blinde gezichtsveld te reiken terwijl ze zich niet bewust zijn van het waarnemen ervan.

    Oorzaak = veroorzaakt door schade aan het mammalian visuele systeem van de hersenen, maar een functionerend primitief systeem
    Suggereert = dat bewustzijn niet een algemene eigenschap is van alle delen van de hersenen, maar slechts een deel
  • Wat is een split brain? Wat suggereert het?
    Split brain = wanneer iemand twee niet-verbonden hersenhelften heeft, veroorzaakt door het snijden van het corpus callosum. Dit resulteert erin dat alleen de linker hersenhelft taal kan verwerken.
    - suggereert = dat we ons alleen van iets bewust kunnen worden als de informatie erover de verbale communicatieve delen van de hersenen kan bereiken → bewustzijn kan voor een groot deel 'tegen onszelf praten'
  • Wat is unilateral neglect? Wat suggereert het?
    Unilateral neglect = een falen van iemand om dingen aan hun linkerkant op te merken als gevolg van schade aan een deel van de cortex van de rechter pariëtale kwab (houdt zich bezig met ruimtelijke relaties en oriëntatie)
    Suggereert = het bestaan ​​van hersenmechanismen die onze aandacht voor dingen beheersen en dus ons vermogen om ons ervan bewust te worden + een gevoel van lichaamseigendom
  • 1.2 De natuur van gedragsneurowetenschappen

  • Wetenschappelijke verklaringen bevatten twee vormen: generalisatie en reductie. Wat houdt dit in? En wat is een kanttekening?
    1. Generalisatie = Verschijnselen classificeren volgens kenmerken om algemene wetten te formuleren
    2. Reductie = complexe verschijnselen verklaren in termen van eenvoudigere fenomenen

    Kanttekening: We kunnen niet eenvoudig gedrag en fysiologische gebeurtenissen die zich op hetzelfde moment voordoen, met elkaar in verband brengen
    identiek gedrag kan om verschillende redenen voorkomen en kan worden geïnitieerd door verschillende fysio-mechanismen
    → dus we moeten eerst begrijpen waarom een ​​gedrag zich voordoet voordat we de fysiologische gebeurtenis begrijpen waardoor het gebeurde (bijvoorbeeld muizen bouwen nesten voor temperatuurregulatie tijdens de zwangerschap)
  • 1.3 Geschiedenis cognitieve psychologie

  • Leg het verschil uit tussen de de wet van Webner/Fechner en wat Helmholte stelde
    De wet van Webner/ Fechner (1860) = relateerde fysieke energie aan sensatie
    Helmholte (1967) = stelde perceptie voor als een proces van onbewuste gevolgtrekkingen over de wereld (verschil tussen perceptie en sensatie)
  • In 1860 ontstond Webner's/Fechners wet, waarin werd gesteld dat fysieke energie gerelateerd is aan sensatie. Tevens stelde Helmholte in 1967 perceptie voor als een proces van onbewuste gevolgtrekkingen over de wereld. Wat werd na 1850 gesteld? Wat suggereert het en waar leidt het toe?
    > 1850: Muller's leer van specifieke zenuwenergieën = hoewel alle zenuwen dezelfde elektrische impulsen dragen, nemen we berichten van verschillende zenuwen op verschillende manieren waar, omdat ze in verschillende kanalen voorkomen
    Suggereert = dat de hersenen functioneel verdeeld moeten zijn + genoemde zenuwgeleiding is oneindig snel (lebenskraft)
    Leidt tot = het idee van specifieke zenuwenergieën maakte de weg vrij voor experimentele ablatie (door P. florens) = delen van de hersenen van dieren verwijderen om te zien wat ze daarna niet meer konden doen, wat de functie van dat deel suggereert
  • Wat ontdekte Helmholtz in 1850? Licht tevens het begrip toe wat hierbij passend is
    1850: Helmholtz = ontdekte zenuwgeleidingssnelheid/nerve conduction velocity = 60 m / s bij mensen wat de weg vrijmaakte voor mentale chronometrie = meten van de snelheid van mentale / neurale processen (bijv. Hoe snel we kleuren onderscheiden)

  • Donders gaf aan mentale processen tijd kosten en die tijd gemeten kon worden: hieruit ontstond ''Donders substraction method''. Wat houdt deze methode in? Beschrijf dit met 3 punten. Geef tevens aan wat 2 problemen zijn met deze methode
    Donders = mentale processen kosten tijd en die kunnen we meten

    Methode

    1. Creëer 2 identieke taken behalve de betrokkenheid van X.
    2. meet de reactietijd bij beide taken
    3. reactietijd met X - reactietijd zonder X = duur van mentaal proces X

    Problemen
    1. De assumptie van fases
    2. Gaat ervan uit dat de fases onafhankelijk zijn
  • Wundt (1979) opende het eerste psychologielaboratorium. Hoe bestudeerde hij stimuli responses? En wat gebruikte hij in onderzoek?
    1979: Wundt = Gebruikte structuralistische benadering om stimuli-respones te bestuderen.
    Structuralisme =  zegt dat onze algehele ervaring wordt bepaald door het combineren van basiselementen van ervaring, sensaties genoemd
    - gebruikte analytische introspectie: proefpersonen moesten hun ervaringen beschrijven als reactie op stimuli in termen van elementaire mentale elementen --> niet een fruitfull approach en afgebroken in de vroege jaren 1900
  • In 1885 deed Ebbinghaus geheugen onderzoek. Wat wilde hij hierbij bepalen en wat is hierbij gemeten besparing/measured savings?
    Ebbinghaus geheugenonderzoek = wilde bepalen hoe snel geleerde informatie in de loop van de tijd wordt vergeten
    -> leerde zichzelf onzinnige lettergrepen tot in de perfectie en wachtte een bepaalde tijd
    -> gemeten besparing/measured savings = oorspronkelijke tijd die nodig was om de lijst te leren, was de tijd die nodig was om na verloop van tijd opnieuw te leren
  • Na Webner, Helmholtz, Donders, Wund & Ebbinghaus, kwam de periode van het behaviourisme wat zorgde voor een tegenslag. Wat was de gedachtegang van Watson en Skinner?
    Watson = zei dat we de geest moesten weggooien en alleen moeten focussen op gedrag = stimulus-response psychologie gebaseerd op klassieke conditionering ideeen bij Pavlov.
    Skinner = introduceerde operatie conditionering
  • In 1948 onderzocht Tolman cognitie. Op welke manier deed hij dat?
    1938: Tolman = onderzocht cognitie als een behaviorist met zijn ratmaze-experiment (zie plaatje)
    → gaf de vorming van een cognitieve kaart aan, dus iets anders dan de stimulus die plaatsvindt in de geest van de ratten
  • In 1950 ontstond de cognitieve revolutie. Wat gebeurde er toen?
    - Chomsky's kritiek op Skinners boek over het leren van talen leidde tot een heropleving van de geest in de psychologie (1959)
    - Psychologen begonnen de geest te zien als een informatieverwerker die analogen maakte voor de nieuwe computers
    → we begonnen gedrag te gebruiken om te laten zien hoe de geest werkt. Nu onderzoeken we verder dan enkelvoudige relaties om het complexe systeem dat de geest is, te begrijpen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Als we het hebben over het laterale systeem, welke belangrijk is voor het bewegen van de ledematen, dan heb je drie soorten paden die belangrijk zijn: Rubrospinal tract (via red nucleus), het corticobulbar tract en het lateral corticospinal tract. Welke ledematen sturen ze aan?Als we het hebben over het ventrale systeem, welke belangrijk is voor balans (postuur) en bewegingen, dan hebben we het ventrale corticospinale tract. Wat stuurt dat aan?
Ventraal (balans en orientatie)
- Corticospinale tract = postuur, bovenbenen en romp   

Lateraal (bewegen van ledematen)
- Rubrospinal tract (via red nucleus) =
lagere armen, handen (NIET vingers)), lagere benen, voeten (NIET tenen).
- Corticobulbar tract = nek, ogen, tong
- Lateral corticospinal tract = armen, handen, vingers, benen, voeten, tenen
het cerebellum is voor motorische coördinatie. Er zijn hierbij 2 systemen: ventromediaal en lateraal. Licht de systemen toe en leg uit
- Ventromediaal systeem = diepe kernen voor oriëntatiebalans & lichaamshouding (in het midden)
- Lateraal systeem = voor controle van onafhankelijke ledemaatbewegingen, zorgt ervoor dat u bewegingen nauwkeurig en soepel uitvoert
Dit is de spier. Licht de functie toe van hrt golgi peesorgaan, ending of alpha motorneuron, pacinian corpuscle en de spierspoel
Golgi-peesorgaan/tendon organ = receptororgaan voor het detecteren van kracht / spanning op de spier

Ending of apha motorneuron = een neuron waarvan het axon synaps is met extrafusale spiervezels. activering van alfamotorneuronen zal samentrekking van de extrafusale spiervezels en dus de spier tot gevolg hebben

Pacinian corpuscle = detecteertdruk in de spier

Spierspoel/muscle spindle =
een set intrafusale spiervezels vormt een spierspoel
We hebben twee soorten buikspieren: buigspieren/flexor muscles en strekspieren/extensor muscles. Licht het verschil toe
- Buigspieren = samentrekking van buigspieren leidt tot buiging (intrekken van een ledemaat)
- Strekspieren = samentrekking van strekspieren leidt tot strekken (strekken van een ledemaat)
Een spier zelf bestaat uit 2 soorten spiervezels: extra fusale en intrafusale spiervezels. Licht toe
Extrafusale spiervezel = spiervezel die verantwoordelijk is voor de kracht die wordt uitgeoefend door samentrekking van een skeletspier

Intrafusale spiervezel = spiervezel die veranderingen in spierlengte detecteert om de hersenen te informeren
Leg uit wat de functie is van het sensorische einde, gamma motoraxon, vrije zenuwuiteinde
Sensorisch einde = intrafusale spiervezels worden omwikkeld door afferente sensorische uiteinden die de feitelijke informatie over spierlengte naar de hersenen transporteren

Gamma-motoraxon = een neuron waarvan de efferente axonen synapsen vormen met intrafusale spiervezels en ervoor zorgen dat de intrafusale spier samentrekt om de gevoeligheid van de intrafusale vezels voor uitrekking te wijzigen. bijv. wordt actief tijdens geïntegreerde bewegingen om de hersenen nauwkeuriger informatie te geven over de spierlengte.

Vrij zenuwuiteinde = detecteert afvalproducten na spieractivatie
Wat is persevatie?
Patienten met prefrontale kwab schade kunnen moeilijk switchen tussen taken
Het idee van het korte-termijngeheugen in het modale modale heeft enkele problemen, dus het werkgeheugen heeft het idee van het korte-termijngeheugen vervangen: het model door braddley & hitch. Licht het model toe dmv 3 punten: beschrijf hierbij wat voor informatie er wordt onthouding en hoe de route gaat
1. Folologische loop (verbale en auditieve informatie) = slaafsysteem naar de centrale uitvoerende voor verbale en auditieve info

2. Visueel ruimtelijk schetsblok (visuele en ruimtelijke informatie) = slaafsysteem aan de centrale uitvoerende macht voor visuele en spatiele info

3. Centrale executive = rekruteert relevante 'slaafsystemen' en fungeert als aandachtscontroleur & coördinator van complexe cognitieve operaties
Wat houdt het modal modal in? Leg hierbij uit hoe groot de capaciteit is, hoe snel het verval en waar de info naar toe gaat
1. Sensorisch geheugen = info waar geen aandacht aan wordt besteed gaat verloren
- zeer grote capaciteit
- extreem snel verval (<15sec)
- bijgewoonde info naar STM.

2. Kortetermijngeheugen = niet herhaalde informatie gaat verloren
- zeer beperkte capaciteit (lang 7 + - 2 items, maar de kern = 4)
- snel verval (binnen 30 seconden)
- repetitie kan leiden tot een tekort aan geheugen op de lange termijn

3. Langetermijngeheugen = sommige informatie kan verloren gaan
- onbeperkte capaciteit
- geen of nauwelijks verval
- ophalen uit langetermijngeheugen met retrieval cues
In de hersenen kan consolidatie 2 vormen aannemen (kan in de tijd overlappen): synaptische consolidatie en systeemconsolidatie. Leg uit hoelang het duurt en wat het dus inhoudt
1. synaptische consolidatie (duurt min / uur) = neuronen die samen vuren, met elkaar verbinden -> langdurige voorteken (structurele neuronveranderingen)

2. systeemconsolidatie (duurt maanden / jaren) = de hippocampus heractiveert de eerste leerervaring in de hersenen (systemen creëren) -> dit gebeurt onbewust en vaak tijdens ontspanning, vooral slaap (diepe slaap, tijdens rem)