Summary Blok 2.4 Perceptie

-
432 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Blok 2.4 Perceptie

  • 1 A keen eye

  • Benoem alle onderdelen van het oog.
    A= Glasachtig lichaam B= oogzenuw C= gele vlek D= netvlies E=vaatvlies F=oogwit G=hoornvlies H= voorste oogkamer I=pupil J=iris  K=lens
  • Waaruit bestaat de gele vlek (macula)?
    Kegeltjes (om de gele vlek juist meer staafjes)
  • Wat zijn de drie lagen van het netvlies (retina)?
    1. Fotoreceptoren
    2. Bipolaire cellen
    3. Ganglion cellen
  • Hoeveel soorten ganglioncellen zijn er en waar dienen ze voor?
    3: 
    1. P-ganglion cellen
    2. M-ganglion cellen
    3. Koniocellular cellen
  • Benoem alle onderdelen.
    1=ganglioncel 2=amacriene cel 3=bipolaire cel 4=horizontale cel 5=kegeltje 6=staafje 7=pigment laag
  • Wat blijkt uit neural convergence?
    Er zijn veel meer staafjes dan kegeltjes, waardoor staafjes ook meer convergeren. Staafjes hebben een betere sensitiviteit dan kegeltjes. En kegeltjes zijn beter in gedetailleerd zicht dan staafjes.
  • Welk pigment bevatten staafjes?
    Rhodopsin:
    1. Retinal
    2. Opsin
  • Welk pigment bevatten kegeltjes?
    Photopsin:
    1. Retinal
    2. Opsin (andere opsin dan in staafjes)
  • Wat is dark adaptation?
    De gevoeligheid van het oog wordt groter in het donker. Dit gebeurt in fases: eerst een snelle fase waarbij kegeltjes zich aanpassen en daarna een langzamere fase waarbij de staafjes zich aanpassen.
  • Wat doet de LGN?
    (onderdeel van de thalamus) hier komen de optische fibers. Ontvangt input van de retinal ganglion cellen
  • Wat is isomarisatie?
    Proces waarbij de retinal van de opsin los komt. Dit triggert de transductie.
  • Wanneer verdere voorwerpen beter te zien zijn, is dan de lens platter of boller?
    Platter
  • Wat is een near point?
    De afstand waarbij je lens niet langer kan accomoderen om op objecten dichtbij te focussen.
  • Wat is een far point?
    De afstand waarbij het licht gefocust wordt op de retina.
  • Van welke oogafwijking is er sprake bij teveel vloeistof in de voorste oogkamer of naar het hoornvlies?
    Glaucoma (beschadiging aan oogzenuw)
  • Wat is presbyopia?
    Ouderdoms verziendheid: Near point neem toe (lens kan zich niet meer goed bol maken) doordat de lens harder wordt en de accomodatiespieren slap worden. De afstand tot het near point neemt toe.
  • Wat is myopia?
    Bijziendheid (holle glazen of lenzen als oplossing): moeite met objecten ver weg doordat lichtstralen al voor de retina kruisen. 2 factoren: 
    1. Refractive myopia: de lens en/of hoornvlies laat licht teveel buigen
    2. Axial myopia: oogbal is te lang.
  • Bij deze oogafwijking kruisen de lichtstralen achter de retina en is vaak de oogbal tekort:
    Hyperopia (verziendheid) oplossing:  bolle lenzen zodat de lichtstralen al wat gebogen worden voor ze bij het hoornvlies en de lens komen.
  • Wat is een scotoma?
    Een blinde vlek in het midden van het gezichtsveld.
  • Wat is purkinje shift?
    De verschuiving van kegeltjesvisie naar staafjesvisie die verbeterde waarneming van korte golflengtes veroorzaakt tijdens dark adaptation.
  • Wat is de route van licht?



    Licht > cornea (hoornvlies) >pupil > lens >retina (netvlies) > ganglioncellen > bipolaire cellen > fotoreceptoren (staafjes en kegeltjes) > transductie > bipolaire cellen > ganglioncellen > optic nerve (oogzenuw) > optisch chiasme > lateral geniculate nucleus (LGN) > occipitale kwab/visuele cortex. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke drie sensorische modaliteiten zijn er?
1. Angular motion (draaiende bewegingen)
2. Linear motion (rechte bewegingen)
3. Tilt (kantelende bewegingen)
Wat zijn vestibulaire organen?
Drie semicirculaire kanalen en twee otolithe organen (in elk binnenoor die hoofdbeweging en hoofdorientatie tov zwaartekracht voelt
Auditory pathway (SONIC MG):
Zenuw > cochlear nucleus > superieure olivary nucleus > inferieure collicus > mediale geniculate nucleus (in thalamus) > primaire auditieve receiving area (A1)
Auditory localization heeft drie dimensies:
1. Azimuth (links naar rechts)
2. Elevation (boven naar beneden)
3. Distance (cues, zoals geluidsniveau, frequentie, bewegingsparallax en reflectie)
Welke twee soorten gehoorverlies zijn er?
1. Conductive hearing loss
= blokkade waardoor het geluid de receptoren niet kan bereiken
2. Sensorineural hearing loss  
= schade aan de haarcellen, auditieve vezels of het brein 
Bewijs voor de place theory of hearing:
1. Tonotopic map:
ordelijke kaart van frequenties over de lengte van het slakkenhuis
2. Auditory masking:
gedeeltelijk verbergen van een geluid door een ander geluid > masking effect verspreidt meer naar hoge frequenties dan naar lage frequenties
Traveling wave;
Geluidsgolf (trilling) die reist over het basilar membraan
Wat is de range of hearing?
Geluiden met een frequentie tussen 20-20.000 Hz)
Wat is timbre?
De kwaliteit die onderscheid maakt tussen twee tonen van dezelfde luidheid, toonhoogte en duur maar nog steeds anders klinken
Wat is een pitch?
De perceptuele kwaliteit die we beschrijven als 'hoog' of 'laag' (meest gerelateerd aan frequentie van een toon)