Summary Blok 2

-
296 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Blok 2

  • 1.1 AFP 1

  • Luchtpijp
    Trachea
  • Middenrif
    Diafragma
  • Luchtpijpvertakkingen
    Bronchien
  • Kleinste vertakking van luchtpijptak
    Bronchioli
  • Longblaasjes
    Alveoli
  • Primaire functie van respiratie is?
    Gasuitwisseling (Zuurstof (O2) in en Kooldioxide (CO2) uit)
  • Borstbeen
    Sternum
  • Ruggemerg
    Spinal chord
  • Ribben
    Costae
  • Wervels
    Vertibrae
  • Aantal ribben aan elke zijkant?
    12 (zijn gehecht aan het wervelkolom)
  • Pleuri van de longen zijn
    de 2 vliezen om de longen heen (buitenste en binnenste met ertussen dun laagje vocht)
  • De 3 spiergroepen die zijn betrokken bij het ademen:
    - Thoracaal
    - Abdominaal
    - Accessoir
  • Grootste ademspier
    Diafragma
  • Spier: betrokken bij geforceerde uitademing?

    (uitademing grotendeels passief proces
    elasticiteit long, thorax, buikwand)
    M intercostalis interni
  • Spier: samen met diafragma betrokken bij inademen?
    M intercostalis externi 
  • REL
    REL (Resting Expiratory Level) 
  • Tijdens REL geen spieren actief, waarom?
    Luchtdruk in de longen is even groot als in de buitenlucht
  • Six pack
    Gesegmenteerde spier
    Fixeert thorax aan bekken
    Retroversie bekken
    Anteflexie thorax
    Welke spier is dit?
     M rectus abdominis

  • Achterwaarts kantelen, latijn:
    Retroversie
  • Voorwaarts buigen, latijn:
    Anteflexie
  • Compressie abdomen, welke spier?
    M transversus abdominis
  • Zorgt voor flexie wervelkolom
    Voor toename druk in longen, om uit te ademen
    Welke spier?
    M Obliquus externis
  • Zorgt voor rotatie en lateroflexie van wervelkolom
    Voor toename druk in longen, om uit te ademen
    Welke spier?
    M Obliquus internus
  • Schuin, latijn:
    Obliquus
  • Dwars, latijn:
    Transversus
  • Buiging naar zijkant, latijn:
    Lateroflexie
  • ondersteuning hoofd
    heft sternum en clavicula bij inspiratie
    Welke spier?
     M sternocleidomastoideus

  •  verheft thorax bij inspiratie
    gelegen achter de m.sternocleidomastoideus
    Welke spier?
    M Scalenus
  •  Belangrijke steunspier voor lichaam
    Voelbaar bij diepe inademing

    Qua fonatie ingezet bij bv opera zangstijl, Belten
    maar ook hoesten, niezen
    Welke spier?
     M quadratus lumborum
  • Wanneer ontstaat er onderdruk in de longen en wanneer overdruk
    Tijdens Inspiratie onderdruk
    Tijdens Expiratie overdruk
  • Voordelen van neusademen:
    Filtert en Bevochtigt van lucht
    Activeert diafragma meer
  • Respiratie - Resume:


    Inademing:
    Diafragma gespannen en beweegt naar beneden (plat af)
    Ribbenkast zet uit: zijwaarts, naar voren en een beetje omhoog
    Omdat thorax vergroot, stroom de lucht naar binnen

    Uitademing
    In rust (geen stem) ontspant het diafragma en stijgt
    Ribbenkast beweegt naar binnen en inwaarts, wordt naar beneden getrokken door interne intercostale spieren
    De elastische tissues van de longen ontspannen inwaarts

    In spraak/zang: de abdominale spieren en zelfs enkele lage rugspieren kunnen contraheren, om zo het diafragma verder te stimuleren in de opwaartse beweging en luchtstroom uit de longen te kunnen controleren.

    Logopedisten spreken over 5 verschillende ‘fysieke bewegingen’ van de adem bij stemwerk: abdominale (buik), diafragma, ribben, rug en hoogste deel van de borst.
  • Welk ademtype is het meest gezond in rust?
    Costo-abdominaal
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat valt op bij een Valse stemplooistem (ventriculare fonatie)?
Vaker bij jongens/mannen

  • Tijdens fonatie constrictie op niveau van valse stemplooien waardoor adductie FVF
  • FVF coadduceren met TVF (trillen mee)
  • Rauw geluid (niet verwarren met vocal fry!)
  • Geen variatie in toonhoogte mogelijk (wel formanten  klinkers)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt)
CA posterior = M crico-arytenoideus posterior (abductie)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt)
IA = M inter-arytenoideus transversalis (adductie)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt)
CA lateraal = M crico-arytenoideus lateralis (adductie)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt)
TA = M thyro-arytenoideus (adductie)

Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt)
TA = M thyro-arytenoideus (lengte / spanning)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt)
CT = M crico-thyroideus (lengte / spanning)
Gevoeligheidsgebied menselijk oor:
20-20.000 trillingen per seconde (Hz).
Het niet kunnen waarnemen van signalen uit de geluidswereld rondom ons kan leiden tot een diepe vorm van bestaans-verschraling.Namelijk de volgende 3 facetten:
  • Taal-spraakontwikkeling (Communicatie!!)
  • Vertrouwde geluiden (gevoel van rust en zekerheid)
  • Waarschuwingsgeluiden (verkeer)
Waartoe is het auditieve systeem is in staat om m.b.t. van een geluidsbron waar te nemen?
  • de aard
  • de richting
  • de afstand tot ons