Summary Blok 4 Class notes

Course
- Blok 4
- Allemaal
- 2013 - 2014
- Hanze
- Logopedie
205 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Blok 4 Class notes

  • 1402178400 Testleer

  • Waar is een logopedisch onderzoek op gericht?
    Diagnose stellen (het vast stellen van aar/mate/ernst)
  • Wat bekijk je d.m.v. diagnostiek?
    • of het probleem echt bestaat.
    • welk probleem het precies is.
    • waarom  het probleem is ontstaan.
    • in hoeverre dit probleem te vergelijken is met problemen die anderen hebben.
  • Slagboomdiagnostiek geeft aan:
    Of er een probleem is of niet (wordt meestal als eerst gebruikt omdat het nog redelijk basaal is)
  • Handelingsdiagnostiek geeft aan:
    Wat het probleem is en geeft aanknopingspunten voor behandeling (wordt meestal na slagboomdiagnostiek gebruikt omdat dit dieper in het probleem gaat)
  • Standaardisering =
    zijn de omstandigheden en de manier waarop de test wordt afgenomen voor iedereen gelijk (bijvoorbeeld het maken van een tentamen)
  • Goede testen zijn genormeerd, wat houdt dit in?
    De resultaten worden vergeleken van een individu met een groep andere individuen.
  • Zaken die aan de orde komen bij normering:
    • Gemiddelde
    • Standaarddeviate
  • Betrouwbaarheid =
    Als je iets meet en het later nog een keer meet, moet dezelfde uitslag eruit komen. (de mate waarin een instrument in staat is personen, op consistente wijze, van elkaar te onderscheiden)
  • Gaat de betrouwbaarheid om de metingen of het instrument?
    Meting
  • Validiteit =
    Of de test meet wat hij beweerd te meten
  • Wat doet een lage betrouwbaarheid met validiteit?
    De validiteit is dan ook laag
  • Wat doet een hoge betrouwbaarheid met validiteit?
    Dit biedt geen garantie voor de validiteit
  • Je denkt dat je koorts hebt en meet 3x met de thermometer, 3 verschillende uitkomsten, niet betrouwbaar of valide?
    Niet betrouwbaar
  • Bij een wiskundetoets een opstel schrijven over de stelling van Pythagoras, niet betrouwbaar of valide?
    Niet valide (want je toets eerder Nederlandse vaardigheid, dan wiskunde)
  • Meten hoe gelukkig iemand is door 100 personen op de hoogte van inkomsten meten, niet betrouwbaar of valide?
    Niet valide
  • Je gebruikt een gestandaardiseerde vragenlijst om de klant tevredenheid te onderzoeken in het hotel, je laat dit door het personeel invullen, niet betrouwbaar of valide?
    Niet valide (omdat je de indruk eerder meet)
  • Je laat iemand een doos optillen en wilt weten hoe zwaar die is, niet betrouwbaar of valide?
    Niet betrouwbaar
  • Je doet onderzoek na spontane taal van een kind van 5, je laat het kind zinnetjes nazeggen, niet betrouwbaar of valide?
    Niet valide (omdat je zinnetjes laat nazeggen, dat is niet spontaan)
  • Beïnvloed een "toevallige deel" betrouwbaar of valide?
    Betrouwbaarheid
  • Beïnvloed een "systematisch deel" betrouwbaar of valide?
    Validiteit
  • Wat is standaardisering?
    Het volgens de regels afleggen van een test
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is dit voor verlies in het linker oor en wat in het rechter oor?
  • X = Links = geleidingsverlies (omdat hij 100% scoort)
  • O = Rechts = perceptieverlies [waarschijnlijk gemixt] (omdat hij geen 100% scoort)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt t.a.v. stemplooiaanpassing)
CT = m. Crico-Thyroideus (verlenging van de stemplooien)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt t.a.v. stemplooiaanpassing)
PCA = m. Posterior Crico-Arytenoideus (abductie)

(+ verlenging van de stemplooien)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt t.a.v. stemplooiaanpassing)
IA = m. Inter-Arytenoideus (adductie)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt t.a.v. stemplooiaanpassing)
LCA lateraal = m. Laterale Crico-Arytenoideus (adductie)
Welke intrinsieke larynxspier zie je gekleurd op het plaatje (en hoe noemen we de beweging die deze spier maakt t.a.v. stemplooiaanpassing)
TA = m. Thyro-Arytenoideus (adductie)

(+ verkorting van de stemplooien)
Hemiparese is een verstoring in?
De motoriek
Wat is standaardisering?
Het volgens de regels afleggen van een test
Bij jonge kinderen komt het stotteren vooral voor aan het begin van een: 
syntactische eenheid. (Naarmate het stotteren vordert vind er een verschuiving plaats naar de inhoudswoorden)
Kenmerkend voor overgangs (“intermediate”) stotteren is/zijn:
Een kenmerk van intermediate stotteren zijn:
  • blokkades;
  • herhalingen en;
  • verlengingen in het spreken.
(Ook kan het kind vermijdings- en ontsnappingsgedrag ontwikkelen en komen er negatieve emoties en gedachten voor.)