Summary Blok 5 Bloed en infectieziekten

-
373 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Blok 5 Bloed en infectieziekten

  • 5.1 bloedgroepen


  • Waarop onderzoekt het laboratorium het bloed tijdens het eerste bloedonderzoek: Prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) voor de 13e week?
    • Wat is je bloedgroep: A, B, AB of O.
    • Ben je Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief?
    • Bevat je bloed antistoffen tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt?
    • Ben je besmet met één van de infectieziekten syfilis (leus) hepatitis-B of hiv.
  • Bloedgroep A -> antigeen A - antistof B
    Bloedgroep B -> antigeen B - antistof A
    Bloedgroep AB -> antigeen A+B - antistof / ( universele ontvanger)
    Bloedgroep 0 -> antigeen / - antistof A+B (universele donor)
  • Wat is een rhesusfactor? 
    De rhesusfactor wordt gevormd door een verzameling van zogenoemde rhesus-eiwitten die voor kunnen komen op het membraan van de rode bloedcellen. Dit worden ook wel antigenen genoemd.
  • Het laboratorium onderzoekt het bloed op 3 infecties:
    • Hepatitis B, dit is een ziekte van de lever
    • Hiv, dit kan aids geven
    • Syfilis, dit is een geslachtsziekte
  • Moeder Rhesus D-negatief 
    in week 27:
    -laboratorium onderzoekt het bloed   
    • Moeder heeft anistoffen tegen bloed van kind?
    *Ja? Extra bloedonderzoek en eventueel echo
    *Nee? Klaar, geen extra controles 

    • Wat is de Rhesus-D bloedgroep van het kind?
    *kind ook Rhesus D-negatief? Klaar, geen extra controles nodig
    *kind is Rhesus D-positief? Moeder krijgt anti-D prik in week 30. Kind krijgt zo geen bloedarmoede of geelzucht
     
  • Rhesus-c negatief. Welk onderzoek in week 27?
    -laboratorium onderzoekt het bloed
    • Moeder heeft antistoffen tegen het bloed van het kind?
    *Nee? Klaar geen extra controles nodig
    *Ja? Extra bloedonderzoek en eventueel echo
  • De zwangere gaat van 27 t/m 30 weken van de zwangerschap met vakantie, mag het bloedonderzoek van week 27 ook in week 26 plaats vinden?

    Nee, het is van groot belang dat de antistofscreening niet wordt uitgevoerd vóór week 27 in verband met de betrouwbaarheid van het onderzoek. In dit geval is het beter om het onderzoek zo snel mogelijk na de vakantie, bij voorkeur voor week 31, te laten uitvoeren. Laat mevrouw terugkomen voor anti-D-toediening als de foetale RhD-typering positief is. Anti-D moet worden toegediend tussen week 30 en week 32.
  • Rh(c): negatief of positief
    • Rhesus CC of RhCC: dit betekent dat mevrouw Rhc-negatief is
    • Rhesus Cc of RhCc: dit betekent dat mevrouw Rhc-positief is
    • Rhesus cc of Rhcc: dit betekent dat mevrouw Rhc-positief is
  • Wat houdt de ADCC test in en wat is belangrijk bij de percentages?
    Is een test via sanquin die de kans op antistoffen voorspeld
    Als de ADCC van Rhesus D antistoffen tot de partus < 10% blijft, zal geen hemolyse bij het kind optreden.
  • Wat is de relatie tussen het bepaalde percentage en de mate van hemolyse?
    Percentage - Hemolyse bij het kind
    0 - 10              - geen
    10 - 30            - geen of geringe
    30 - 50           -  geringe tot matige
    50 - hoger     - ernstige tot zeer ernstige
  • Indicaties voor extra Anti-D infectie bij Rhesus-D negatieve zwangere.
    Risicofactoren FMT en sensibilisatiemoment                        Dosis anti-D
    • EUG                                                                                                      - 375 IE
    • abortus completus > 10 weken                                                     - 375 IE
    • abortuscurettage> 16 weken                                                         - 375 IE
    • chorionvillusbiopsie/amnioncentese < 26 weken                     - 375 IE
    • evacuatie mola hydatidosa                                                            - 375 IE

  • *FMT = foetale maternale transfusie
    *Corionvillusbiopsie = vlokkentest
    *Amnioncenteste = vruchtwaterpunctie 
    *Partus immaturus = vroegtijdige bevalling van een niet-levensvatbaar kind
  • Bij welke risicofactoren FMT en sensibilisatiemomenten word er 1000 IE anti-D toegediend?

    partus immaturus/abortus provocatus na 16(20) weken     - 1000 IE
    chorionvillusbiopsie/amnioncentese  > 26 weken                 - 1000 IE
    In 30e week zwangerschap bij RhD+ kind                               - 1000 IE
    stomp buiktrauma                                                                         - 1000 IE
    vaginaal bloedverlies > 26 weken                                               - 1000 IE
    uitwendige versie                                                                           - 1000 IE
    PP bij RhD+ kind ( bij sectio, manuele placenta verwijdering, fundusexpressie, meerling mogelijk hogere dosis)               - 1000 IE
    IUVD                                                                                                   - 1000 IE
  • Wanneer moet je de dosis berekenen bij extra Anti-D toediening?

    • neonatale anemie ten gevold FMT           
    • transfusie (of transplantatie) met materiaal van RhD+ donor                                                                                             
  • Hoevaak komen rhesus-antistoffen voor bij rhesus-negatieve zwangeren?
    Minder dan 1 % (200 vrouwen per jaar) van alle rhesus-negatieve vrouwen krijgt te maken met rhesus-antistoffen -> dan extra controle gynaecoloog.

    (bij rhesus-negatieve vrouwen met geen antistoffen -> geen extra controle nodig, bevallen bij VLK)
  • Wat zijn Irregulaire antistoffen en hoe/wanneer ontstaan ze?
    Irregulaire antistoffen zijn normaal niet in het bloed aanwezig.  Het zijn afweerstoffen tegen andere bloedgroepen dan A en B. 
    Ze ontstaan na bloedtransfusie of na een eerdere zwangerschap.
  • Welke gevolgen kunnen irregulaire antistoffen voor het kind hebben? 
    Irregulaire antistoffen van de moeder komen tijdens de zwangerschap via de placenta bij het kind terecht. Niet alle irregulaire antistoffen hebben gevolgen voor het kind, maar sommige kunnen het bloed van de kind geleidelijk afbreken, waardoor het na de geboorte meer kans heeft om geel te worden. In zeldzame gevallen ontstaat tijdens de zwangerschap bloedarmoede bij het kind.
  • Kans dat irregulaire antistoffen gevolgen hebben:
    -Werking van de irregulaire antistof -> sommige antistoffen hebben meer de neiging het bloed af te breken dan andere
    - De mogelijke bloedgroep van het kind.
    welke bloedgroep het kind krijgt is afhankelijk van bloedgroep vader.

    • Moeder RhD - met antistoffen
    • Vader RhD -
    = kind RhD - (antistoffen kunnen geen kwaad)

    • Moeder RhD- met antistoffen
    • Vader RhD +
    =Kind RhD + (ligt eraan of RhDfactor op 1 (50%) of  op 2 (100%)genen van de vader ligt
  • Wat gebeurt er als bij zwangere irregulaire antistoffen gevonden worden? 
    Bijna altijd word bloed van partner onderzocht om zijn bloedgroep te bepalen.
  • Welk onderzoek wordt er verricht bij aanwezigheid antistoffen?
    Bij de aanwezigheid van RhD-antistoffen wordt bloedonderzoek ADCC test verricht. -> voorspelt de kans dat het bloed van kind word afgebroken.
  • Wat zijn regulaire antistoffen en hoe/ wanneer ontstaan ze?
    Regulaire antistoffen zijn de antistoffen die bij iedereen aanwezig zijn.
    *Bijv. Bloedgroep A heeft antistoffen tegen bloedgroep B 
  • Kunnen regulaire antistoffen kwaad voor het kind tijdens de zwangerschap en kunnen ze de placenta passeren?
    De antistoffen tegen A en/of B kunnen de placenta passeren. Tijdens de zwangerschap kunnen regulaire antistoffen geen kwaad, welke bloedgroep het kind ook heeft.
  • Wat kan wel een gevolg zijn van regulaire antistoffen en hoe komt dit?
    Icterus na de geboorte.



    *Bijv. Moeder O en kind A.
    Bloedgroep O heeft antistoffen tegen bloedgroep A. (AO-antagonisme)
    Kind krijgt antistoffen tegen bloedgroep A mee en deze antistoffen kunnen na de bevalling het bloed van het kind afbreken.    
  • Wanneer is wel extra aandacht noodzakelijk bij regulaire antistoffen en welke zorgverlener komt hierbij kijken?
    Als het vorige kindje zeer ernstig geel is geweest ten gevolg van AO-antagonisme en wisseltransfusie nodig had is de kans groot dat 2e kind na de bevalling ook ernstig geel wordt.

    *Controle van de zwangerschap om deze reden door een gynaecoloog is niet noodzakelijk. Wel is na de geboorte nauwkeurige controle nodig van de ernst van de geelheid van het kind.
  • Beleid ABO-anatagonisme
    Moeder met ABO-antagonisme mag in de eerste lijn bevallen. Wel moet er in de gaten worden gehouden wat de ernst van de geelzucht is, zeker als vorig kind ook ernstig geel was. Controle bij gynaecoloog is niet noodzakelijk
  • Beleid bloedgroepantagonisme (Rhesus, kell, duffy, kidd)
    In het begin van de zwangerschap wordt er gescreend op irregulaire antistoffen.
    • Geen irregulaire antistoffen aanwezig dan zijn er geen verdere maatregelen nodig.
    • Wel irregulaire antistoffen aanwezig dan is soms extra controle tijdens de zwangerschap gewenst.

    Bij wel irregulaire antistofffen
    -bloed partner onderzoeken.
    -ADCC-test / echoscopisch onderzoek

    * Als uit dit onderzoek geen afwijkingen komen -> AD datum bevallen
     * wel afwijkingen -> bevallen vóór AD
    (bij zeer ernstige bloedafbraak en anemie bloedtransfusie in uterus noodzakelijk)
    kind observeren op couveuse-afdeling en behandelen onder blauwe lamp + misschien wisseltransfusie

                
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar heeft een zwangere buikpijn bij pre-eclampsie/ HELLP?
Buikpijn rechts bovenin ter hoogte van de lever.
Wat gebeurt er bij hartslag moeder en kind bij een uterus ruptuur?
Moeder-> tachycardie
kind-> bradycardie
Hoe verandert de RR tijdens de zwangerschap?
  • Normaal gesproken is de bloeddruk de eerste 6 maanden wat lager dan voor de zwangerschap.
  • 20-24weken -> mid-pregnancy drop
  • Het laatste trimster is de bloeddruk weer op hetzelfde niveau als ervoor en soms iets hoger
Wat betekent placenta previa en wat zijn de gevolgen voor de bevalling?
De placenta ligt dan geheel of gedeeltelijk over de baarmoedermond.
dit zorgt vaak voor pijnloze bloedingen tijdens de zwangerschap.

*bevallingen gebeuren meestal via sectio om doodbloeden moeder en kind te voorkomen.
Wat is abortus completus?
Als het zwangerschapsweefsel volledig uit de baarmoeder is gedreven en de pijn en bloedverlies is verdwenen en de baarmoedermond weer sluit
Wat kunnen gevolgen zijn op de vruchtbaarheid bij endometriose?
Het zorgt vaak voor verminderde vruchtbaarheid. Dit kan het gevolg zijn van vergroeiingen en verkledingen van eileiders en eierstokken.
Welk onderzoek wordt er verricht bij aanwezigheid antistoffen?
Bij de aanwezigheid van RhD-antistoffen wordt bloedonderzoek ADCC test verricht. -> voorspelt de kans dat het bloed van kind word afgebroken.
Wat is het kwaliteitsprogramma van de KNOV?
In 2018 is de KNOV met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) een driejarig Kwaliteitsprogramma overeengekomen. Dit programma loopt van 2019 - 2021 en sluit aan bij belangrijke ontwikkelingen in de (integrale) geboortezorg. 
Noem kerndoelen van wkkgz
  • Veilige zorg en goede kwaliteit.
  • Laagdrempelige en transparante afhandeling van klachten.
  • Duidelijke informatie voor patiënten.
  • Betere en snellere aanpak van klachten
  • Zorgmedewerkers kunnen veilig incidenten melden.
  • Client krijgt sterkere positie
  • Uitbreiding meldplicht zorgaanbieders
Wat is WKKGZ en wat is het doel?
De Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) heeft als doel ervoor te zorgen dat iedereen goede zorg krijgt, dat instellingen continu werken aan verbetering en dat de patiënt meer centraal komt te staan’