Summary Boekhouden geboekstaafd 3 theorieboek

-
ISBN-10 9001846017 ISBN-13 9789001846015
267 Flashcards & Notes
14 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Boekhouden geboekstaafd 3 theorieboek". The author(s) of the book is/are H Fuchs. The ISBN of the book is 9789001846015 or 9001846017. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Boekhouden geboekstaafd 3 theorieboek

  • 0 basisboekhouden

  • Allocatiefunctie
    Functie van de externe jaarrekening waarmee aan belanghebbenden informatie wordt verstrekt die behulpzaam is bij het nemen van hun allocatiebeslissingen.
  • 0.1 25-01: Video lecture 1

  • Hoe ziet het rekeningschema eruit?
    • Rubriek 0: Vaste activa, eigen vermogen, lang vreemd vermogen, voorzieningen: Lange termijn balanskosten
    • Rubriek 1: Financiële rekeningen op korte termijn (< 1 jaar): Bijvoorbeeld debiteuren en crediteuren
    • Rubriek 2: Tussenrekeningen
    • Rubriek 3: Voorraad grondstoffen (productiebedrijven)
    • Rubriek 4: Kostensoorten
    • Rubriek 5: Kostenplaatsen: Je laat bijvoorbeeld afdelingshoofden verantwoordelijk zijn voor kosten
    • Rubriek 6: (Fabricageboekhouding: Ouderwets)
    • Rubriek 7: Voorraad eindproducten en halffabricaten (productiebedrijven) en voorraad handelsgoederen (handelsbedrijven)
    • Rubriek 8: Opbrengst verkopen: Omzet
    • Rubriek 9: Bijzondere baten en lasten: Bijvoorbeeld bijzondere winsten of verliezen door calamiteit, dingen die bijna nooit voorkomen

    De schuingedrukte rubrieken zijn voor de resultatenrekening.
  • Welke rubrieken zijn de balansrekeningen?
    Rubrieken 0, 1, 2, 3, & 7 zijn balansrekeningen
  • Welke rubrieken zijn resultaatrekeningen?
    Rubrieken 4, 5, 6, 8 & 9 zijn resultaatrekeningen
  • Aan de hand van welke vier methoden kunnen we omgaan met kosten wanbetaling?
    1. Eenvoudige methode
    2. Statische methode
    3. Dynamische methode
    4. Statisch-dynamische methode
  • Wat zijn drie kenmerken van de methoden voor het omgaan met kosten wanbetaling?
    • Alle methoden kunnen worden toegepast op zowel gewone debiteuren als dubieuze debiteuren
    • Er wordt alleen gewerkt met zuivere rekeningen
    • Aan de hand van de gehanteerde grootboekrekeningen kan je herkennen welke methode wordt gebruikt
  • Welke drie niveaus van wanbetaling kan je onderscheiden (van minst ernstig naar meest ernstig)?
    1. Dubieus: Is nog niet zo ernstig, moet alleen wat meer aandacht aan worden besteed
    2. Vermoedelijk oninbaar: Een bepaald percentage van de vordering is vermoedelijk oninbaar, dit is een schatting
    3. Definitief oninbaar: Heel ernstig, de vordering is geheel of gedeeltelijk definitief oninbaar (bijvoorbeeld faillissement bedrijf)
  • Hoe gaat de eenvoudige methode in zijn werk en wat zijnde nadelen van deze methode?
    Bij het gebruik van de eenvoudige methode worden de kosten alleen bepaald en geboekt als wanbetaling optreedt.

    Nadelen:
    • Grote schommelingen in resultaten, geen matching
    • Debiteuren altijd tegen nominale waarde op de balans en niet tegen boekwaarde

    Boekwaarde = nominale waarde - vermoedelijke oninbaarheid
  • Op welk moment maak je een journaalpost bij gebruik van de eenvoudige methode en hoe ziet deze journaalpost eruit?
    Bij de eenvoudige methode wordt alleen een journaalpost gemaakt bij definitieve oninbaarheid.

    Journaalpost:
    4.. Afschrijvingskosten debiteuren 
        Aan 1.. Debiteuren
  • Hoe gaat de statische methode in zijn werk en wat is het nadeel van deze methode?
    Bij gebruik van de statische methode wordt er op de balansdatum een schatting gedaan van de vermoedelijke oninbaarheid (dit wordt zowel op de begin- en eindbalans van de periode gedaan).

    Bij deze methode wordt op de balans altijd de boekwaarde van de debiteuren weergeven, goede balanspresentatie.

    Het nadeel van deze methode is dat er geen matching is.
  • Op welke momenten maak je een journaalpost bij gebruik van de statische methode en hoe zien deze journaalposten eruit?
    Bij de statische methode worden twee verschillende journaalposten gemaakt.

    Definitieve oninbaarheid
    1.. Afschrijving debiteuren 
        Aan 1.. Debiteuren

    Overboeking saldo ten laste van het resultaat
    4.. Afschrijvingskosten debiteuren
        Aan 1.. Afschrijving debiteuren

    Berekening: mutatie schatting vermoedelijke oninbaarheid + definitieve oninbaarheid periode
  • Hoe gaat de dynamische methode in zijn werk en wat is het nadeel van deze methode?
    Bij de dynamische methoden worden de kosten van wanbetaling gekoppeld aan de verkoop (dotatie voorziening als % van de omzet), dit zorgt voor matching in de resultatenrekening.

    Het nadeel van deze methode is dat de boekwaarde van de debiteuren niet te zien is op de balans.
  • Op welke momenten maak je een journaalpost bij gebruik van de dynamische methode en hoe zien deze journaalposten eruit?
    Bij de dynamische methode worden twee verschillende journaalposten gemaakt.

    Definitieve oninbaarheid

    1.. Voorziening debiteuren    
        Aan 1.. Debiteuren

    Dotatie aan voorziening (% van de omzet)
    4.. Afschrijvingskosten debiteuren
        Aan 1.. Voorziening debiteuren
  • Hoe gaat de statisch-dynamische methode in zijn werk en wat is het nadeel van deze methode?
    Bij de statisch-dynamische methode wordt er een schatting gemaakt van de vermoedelijke oninbaarheid op de balansdatum en worden de kosten van wanbetaling gekoppeld aan de verkoop. Dit betekent dat op de balans altijd de boekwaarde van de debiteuren wordt weergeven en er ook sprake is van matching in de resultatenrekening.

    Het nadeel is dat deze methode complex is, zeker met btw.
  • Op welke momenten maak je een journaalpost bij gebruik van de statisch-dynamische methode en hoe zien deze journaalposten eruit?
    Bij de statisch-dynamische methode horen drie kenmerkende journaalposten.

    Definitieve oninbaarheid:
    1.. Afschrijving debiteuren
        Aan 1.. Debiteuren

    Overboeking saldo ten laste van het resultaat

    1.. Voorziening debiteuren
        Aan 1.. Afschrijving debiteuren

    Berekening: mutatie schatting vermoedelijke oninbaarheid + definitieve oninbaarheid periode

    Dotatie aan voorziening (% van de omzet)
    4.. Afschrijvingskosten debiteuren
        Aan 1.. Voorziening debiteuren
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Enkele bijzonderheden hierbij houden wij aan wat RJ voorschrijft.
  • Herwaardering van een activa, hierdoor neemt de waarde van de activa toe. Er zijn twee mogelijk heden of deze waardeverandering wordt tot resultaat gerekend of de eigen vermogen neemt toe. Aangezien het hier om een fictieve kasstroom gaat heeft RJ dit liever niet op de kasstroom.


  • samengesteld transacties en transactie waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvinden. Hieraan moet je denken aan deelneming gefinancierd met uitgeven van eigen aandelen. Er is geen beweging in geldmiddelen dus zulke transacties nemen wij niet op op de kasstroom overzicht. Let op deze transacties moeten wel opgenomen worden in de toelichting.

  • leasing; financiële leasecontracten worden niet opgenomen op kasstroom overzicht. Maar wel in de toelichting. Wel wordt de interest bestanddeel opgenomen op de kasstroom overzicht onder operationele of financiering kasstroom. De aflossingsbestanddeel ( leasetermijn) nemen we ook op in het financiering kasstroom. In geval van sale and leaseback die ontvangsten nemen we op onder financiële kasstromen.
Wat wordt er opgenomen in kasstromen uit financieringsactiviteiten?
Financieringsactiviteiten zijn activiteiten om de operationele en financieringsactiviteiten te kunnen financieren.

Voorbeelden van financieringsactiviteiten zijn:
  • de emissie van aandelen
  • de inkoop van eigen aandelen
  • het aantrekken en aflossen van langlopende leningen.
  • betaalde dividend
Wat wordt opgenomen in kasstromen uit investeringsactiviteiten?
Alle kasstromen die als gevolg van investeringen en deinvesteringen in materiele, immateriele en financiele vast activa. Ook het gevolg van beleggingen in vlottende activa vinden hier plaats.

denk aan:
  • aan en verkoop van gebouwen, machines (bedrijfsmiddelen)
  • aan en verkoop van deelnemingen
  • verstrekken van lening en ontvangen van aflossingen.   
Opstelling kasstroom uit operationele activiteiten volgens indirecte methode.
Winst VOOR belasting
-/- betaalde belasting
-/- in de winst inbegrepen winst uit verkoop bedrijfsmiddelen.
+ afschrijving
+/- mutatie voorzieningen (dotatie = +)
+/- mutatie voorraden
+/- mutatie debiteuren
+/- mutatie crediteuren
+/- mutatie transitoria (ex betaalde belastingen ) =vooruitbetaalde bedragen
= Netto operationele kasstroom
Opstelling kasstroom uit operationele activiteiten volgens directe methode.
Ontvangen debiteuren 
-/- betaalde crediteuren 
-/- betaalde lonen en salarissen
-/- betaalde overige kosten
+/+ontvangen interest
-/- betaalde interest  
-/- betaalde (Vennootschaps-) belasting
netto operationele kasstroom
Wat is het verschil tussen de toepassen van directe methode en of indirecte methode bij kasstromen uit operationele activiteiten?
Bij toepassing van de directe methode worden de werkelijke ontvangen en uitgaven genoteer. Het saldo van deze ontvangsten en uitgaven levert dan de Netto operationele kasstroom op.

kenmerkend voor de indirecte methode is er wordt uitgegaan van winst VOOR belasting. Hierop worden allerlei correctie aangebracht waardoor Netto operationele kasstroom ontstaat.
Uit welke mogelijkheden kan er gekozen worden bij het opstellen van kasstromen uit operationele activiteiten?
Bij de opstelling van de kasstromen uit operationele activiteiten kunnen we kiezen uit de volgende twee mogelijkheden:
  1.  de directe methode
  2. de indirecte methode 
Wat noteren wij in kasstroom uit operationele activiteiten.
Tot de kasstromen uit operationele activiteiten rekenen wij:
alle activiteiten die te maken hebben de dagelijkse bedrijfsgebeuren.
  • ontvangsten van debiteuren 
  • betaling aan crediteuren
  • ontvangen en uitgaven vennootschapsbelasting
  • inkoop van voorraad
  • ontvangsten en uitgaven van dividenden en interesten.  
Noem die activiteiten die op de kasstroom voorkomen?
De structuur van een kasstromen hangt samen met de activiteiten waaruit een kasstroom is ontstaan. We onderscheiden 3 activiteiten:
  • operationele-  
  • investerings- 
  • financieringsactiviteiten. 
Komt het verplichten van de kasstroom uit BW of van de JR?
De RJ stelt het verstekken van een kasstroomoverzicht inclusief toelichting voor grote en middelgrote rechtspersonen verplicht. IFRS stelt het ook verplicht.