Summary Bouwstenen van management en organisatie

-
ISBN-10 9055163139 ISBN-13 9789055163137
892 Flashcards & Notes
11 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Bouwstenen van management en organisatie
  • Derk Jan Eppink Gert Jan Melker Pieter Jannis Tack
  • 9789055163137 or 9055163139
  • 2019

Summary - Bouwstenen van management en organisatie

  • 1 Inleiding

  • Uit welke 3 bouwstenen bestaat een succesvolle organisatie?
    -De strategie: geleverde producten en diensten sluiten aan bij de wensen uit de samenleving. Strategie is de koppeling tussen de buitenwereld en en de binnenwereld van de eigen organisatie.

    -Operationele deel: operaties

    -Organosatiestructuur: de verdeling van het werk over de mensen waarop zij met elkaar samenwerken.
  • 2.1 Wat is management?

  • Welke 3 betekenissen heeft het woord management?
    -Groep functionarissen: bijv topmanagement, middenmanagement en uitvoerend of eerstelijnsmanagement.

    -Activiteiten van managers: als de resultaten van de activiteiten goed zijn is het excellent management, zo niet dan is het  mismanagement.

    -vakgebied: alle kennis en kunde die op dat gebied is ontstaan.
  • Wat is een manager?
    Iemand die in een organisatie het handelen van andere mensen stuurt, ook wel leidinggevende genoemd
  • Wat zijn de 2 rollen van managers volgens Fayol?
    -Constituerende taken management: als de manager hoog in de organisatie zit is het vooral plannen en organiseren.

    -Dirigerende taken management: managers op lagere niveaus houden zich vooral bezig met het geven van opdrachten en controle daarvan.

    Vrijwel altijd vervult een manager een mix van constituerende en dirigerende taken.
  • Beschrijf de 3 groepen van activiteiten of rollen van de manager volgens Mintzberg
    -Interpersoonlijke rol: hierbij treedt de manager als boegbeeld van de organisatie naar buiten. Als leider die zijn mensen motiveert en aanstuurt en als onderdeel van een netwerk.

    -Informationele rol: hierbij houdt de manager goed in de gaten wat er intern en extern afspeelt, verspreidt informatie intern en informeert de buitenwereld over wat de organisatie doet.

    -Besluitvormende rol: hierbij is de manager ondernemer. Hij lost problemen op, wijst middelen toe en onderhandelt intern en extern.
  • Wat is het patroon van de effectieve manager volgens Kotter?
    -Agenda setting: het vaststellen van de problemen die om een oplossing vragen.

    -Netwerk: een netwerk ontwikkelen van mensen dat behulpzaam kan zijn om de organisatie succesvol te maken.  

    -Uitvoeren: de effectieve manager zorgt ervoor dat de agenda uitgevoerd wordt met behulp van het netwerk.
  • 2.2 Wat is organisatie?

  • Welke verschillende betekenissen heeft het woord organisatie?
    -Eenheid van organisatie: waarin mensen, middelen en methoden zijn samengebracht om vooraf geformuleerde resultaten te bereiken.

    -Hoe deze is ingericht: hoe is de structuur en waar zijn de vestigingen gelegen? 

    -Activiteit van de organiseren zelf: bijvoorbeeld bij een wereldkampioenschap.
  • Hoe ziet het proces van een organisatie eruit?
    Input: grondstoffen om de producten te kunnen maken, komen uit de externe omgeving.

    Throughput: het productieproces zelf. ondersteund door logistiek.

    Output:  het product of dienst wat uiteindelijk aan de klant geleverd wordt, aan de externe omgeving.
  • 2.3 Kenmerken van theorie over management en organisatie

  • Wat is het verschil tussen een beschrijvende theorie en een voorschrijvende theorie?
    Beschrijvende theorie: geeft weer hoe de werkelijkheid eruitziet volgens de ontdekker ervan. De theorie beschrijft de elementen van de werkelijk en de verbanden ertussen, maar niet de relatie met succes.

    Voorschrijvende theorie: geeft aan hoe de werkelijkheid te verbeteren is. In veel gevallen is deze universeel en geeft een aanpak om stapsgewijs tot een beter resultaat te komen.
  • Wat is het verschil tussen een universele theorie en een situatieafhankelijke theorie?
    Universele theorie:  geeft aan hoe de werkelijkheid er altijd uitziet. Deze theorie zou altijd succesvol moeten zijn, de praktijk wijst uit dat dit niet altijd het geval is aangezien elke onderneming anders is.

    Situatieafhankelijke theorie: eerst kijken naar de structuur van een organisatie. Het succes hangt af van de aard van de situatie in een onderneming.
  • Waar let je op bij claims afkomstig uit onderzoeken volgens Rosenzweig?
    1. De achtergrond van de onderzoeker, academicus of praktijkmens?
    2. Wat zijn de feiten waarop het onderzoek berust?
    3. Hoe zijn de feiten verzameld en geanalyseerd? 
    4. Hoe groot was de steekproef en hoe was die samengesteld?  

    komt de eigen onderneming overeen met de geteste onderneming?
  • 2.4 Wat is besluitvorming?

  • Uit welke fasen bestaat het proces van besluitvorming?
    1.Probleemstelling
    2.Oplossingsrichtingen  
    3.kiezen  

    1. uitwerken probleemstelling: het proces van besluitvorming begint zodra er tekenen zijn van een probleem. Om zicht te krijgen op de oorzaak kan je een krachtenveldanalyse maken bijv als er te veel fouten worden gemaakt:
    Belemmerende krachten tegenover verbeteren situatie

    onervaren personeel - meer toezicht
    slecht gereedschap - nieuw aanschaffen    
    veel rommel - lay out verbeteren  

    2. Opstellen en uitwerken van oplossingsrichtingen
    Als de kernoorzaak vaststaat, kunnen betrokkenen oplossingsstrategieën ontwikkelen en nagaan wat de gevolgen van deze oplossingsrichtingen zijn. Soms zijn er routineoplossingen als standaard beschikbaar (bij ziekmeldingen of brandmelding) en soms moeten er nieuwe oplossingen worden bedacht.
    creativiteit: het vermogen om iets nieuws te bedenken.
    2 manieren om creativiteit te bevorderen:
    Brainstormen: groep
    -ontwikkelen zo veel mogelijk nieuwe ideeën
    -geen kritiek op andermans ideeën 
    -proberen ideeën met elkaar te combineren en verbeteren 
    -stimuleren van 'wilde' ideeën, leken kunnen ook meedoen

    Lateraal denken: kan individueel
    -herkennen van heersende gedachten, deze beïnvloeden het denken dus leren herkennen en omzeilen
    -veranderen van gedachten door die niet te gebruiken
    -heersende gedachte omdraaien of juist overdrijven
    -bevorderen van discontinuïteit door het probleem anders te noemen of naar mensen uit een ander vakgebied te luisteren.     

     3. Kiezen uit oplossingsrichtingen: 2 technieken uitgelicht

    Beslissingsmatrix: (vergelijkingstabel) 
    in een beslissingsmatrix worden de verschillende te verwachten uitkomsten van de oplossingsrichtingen weergegeven. bijv vergelijken nieuwe markt A B C met de onderwerpen omvang markt, snelheid, kosten en cash flow.

    Beslissingsboom: dit overzicht laat zien welke externe omstandigheden van invloed zijn. bijv markt A B C, externe omstandigheid: hoeveel concurrentie, eigenkeuze: hoeveel reclame, uitkomst: kasstromen

  • Wat is ethiek volgens Kimman?
    Een reflectie op de moraal, dat is het geheel van ongeschreven regels en gewoontes waarmee iets als fatsoenlijk of billijk genormeerd kan worden. Moraal is feitelijk gedrag. Ethiek in de besluitvorming kan bijv gaan over arbeidsomstandigheden in het buitenland, krijgen wel goede prijzen voor hun producten?
  • Welke 2 denkwijzen zijn er bij besluitvorming volgens Kahneman?
    Fast denken: intuïtief en emotioneel.  direct reageren met je eerste gedachte. Gaat vaak uit van vooroordelen.

    Slow denken:  logisch en weloverwogen. Eerst een nachtje over slapen.

    Goede beslissingen komen voort uit een combinatie van beide systemen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Bouwstenen van management en organisatie
  • Derk Jan Eppink Gert Jan Melker Pieter Jannis Tack
  • 9789491743016 or 9491743015
  • 2013

Summary - Bouwstenen van management en organisatie

  • 1 inleiding

  • Uit welke drie bouwstenen is een succesvolle organisatie opgebouwd  ?
    strategie ,operationele deel en organisatiestructuur 
  • Hoe wordt het omzetten van input naar output genoemd?
    Dit is throughput (of transformatie).
  • Waaruit bestaan de drie bouwstenen van een succesvolle organisatie.
    Uit strategie, operaties en organisatiestructuur.
  • Uit welke drie bouwstenen is een succesvolle organisatie opgebouwd?
    1. Allereerst de strategie (strategisch mgt.)
    Die inhoudt dat de producten en de diensten die geleverd worden, aansluiten bij de wensen uit de samenleving.
    Daar moeten de twee andere bouwstenen van de organisatie.
    2. het operationele deel van de organisatie (operationeel mgt.) en de organisatiestructuur (organisatieontwerp) voor zorgen .

    Oftewel strategie is: voor wie
    Operationele deel is: wat doen we / maken we
    Organisatiestructuur is: hoe doen we het / maken we het.
  • Uit welke drie bouwstenen is een succesvolle organisatie opgebouwd  ?
    strategie ,
    operationele deel 
    organisatiestructuur
  • strategie is de koppeling tussen 
    externe omgeving  en eigen organisatie  
  • De drie betekenissen van management:
    1. een groep functionarissen in een organisatie
    2. de activiteiten van die groep functionarissen
    3. een vakgebied
  • Waarom moeten de drie bouwstenen in lijn zijn met de omgeving?
    Wanneer de eisen uit de externe omgeven wijzigen, dan zal de organisatie hierop in moeten spelen. Als dat niet gebeurt dan komt het voortbestaan van de organisatie in gevaar.
  • Uit welke 3 bouwstenen is een succesvolle organisatie opgebouwd?
    1 strategisch management
    2 operationeel management
    3 organisatieontwerp
  • Wat houdt de organisatiestructuur in?
    Verdeling van werk (wie doet het) en de manier van samenwerken
  • En succes volle organisatie is opgebouwd uit drie bouwstenen .De eerste is de  (1e)strategie (die inhoud dat de producten en de diensten die geleverd worden, aansluiten bij de wensen uit de samenleving.Daar moeten de twee andere bouwstenen van de organisatie ,het (2e)operationele deel van de organisatie   en de (3e) organisatiestructuur voor zorgen .
    Strategie is voor wie 
    Operationele deel is wat doen we (maken we ) 
    En organisatiestructuur hoe doen we het (maken we het )
  • De drie betekenissen van organisatie:
    1. een eenheid (waarin mensen, middelen en methoden zijn samengebracht om doelen te bereiken).
    2. de wijze waarop de organisatie is ingericht.
    3. de activiteit organiseren.
  • Wat houdt de strategie in?
    De producten en diensten die geleverd worden moeten aansluiten bij de wensen uit de samenleving
  • Strategie is de koppeling tussen
    externe omgeving en eigen organisatie.
  • Een strategisch  
    ons product sluit niet (meer) aan bij de markt 
  • Hoe is het besluitvormingsproces op te delen?
    1. het formuleren van het probleem
    2. het ontwikkelen van oplossingsstrategieën
    3. de uiteindelijke keuze
  • Een organisatiestructuur probleem?
    Iemand ziek /of gaat weg
  • Wat zijn de drie betekenissen van organisatie?
    1. een eenheid (waarin mensen, middelen en methoden zijn samengebracht om doelen te bereiken).
    2. de wijze waarop de organisatie is ingericht.
    3. de activiteit organiseren.
  • Een operationeel probleem 
    machine stuk 
  • Een operationeel probleem?
    machine stuk
  • soorten problemen:

    strategisch probleem: product sluit niet meer aan bij de markt.

    organisatiestructuur probleem: iemand wordt ziek of gaat weg

    operationeel probleem: machine gaat stuk
  • Een organisatiestructuur probleem
    Iemand ziek /of gaat weg
  • Waarom is elke oplossing die door een manager of groep mensen ontwikkeld wordt uniek?
    Elke situatie is uniek.
  • Een strategisch probleem?
    ons product sluit niet meer aan bij de markt
  • Strategie is de koppeling tussen
    de externe omgeving  en de eigen organisatie
  • De drie betekenissen van organisatie:
    1. een eenheid (waarin mensen, middelen en methoden zijn samengebracht om doelen te bereiken).
    2. de wijze waarop de organisatie is ingericht.
    3. de activiteit organiseren.
  • Organisatiestructuur is wie 
    Operationeel is wat
    Strategie is voor wie  
  • Fig. 1.1 t/m 1.3 pag. 16;  Belang van 'in lijn zijn met de omgeving'.
    Bij de bouwsteen organisatiestructuur gaat het om
    - de verdeling van het werk over de mensen en
    - de manier waarop zij met elkaar samenwerken.
    De drie bouwstenen moeten op elkaar aansluiten.
    * Waarbij de strategie ervoor moet zorgen dat de producten en diensten aansluiten bij de wensen uit de omgeving van de organisatie.  
    * De strategie geeft aan hoe de organisatie wil voldoen aan de wensen uit de omgeving. De strategie is de koppeling tussen de buitenwereld (externe omgeving) en de organisatie.
    Als de eisen uit de externe omgeving veranderen moet de organisatie daarop inspelen. Doet ze dat niet, dan gaan de buitenwereld en de binnenwereld uit de pas lopen en komt het voortbestaan in gevaar.
  • Een strategisch  probleem
    ons product sluit niet meer aan bij de markt
  • Noem 1 operationeel probleem?
    machine gaat stuk
  • De drie betekenissen van management:
    1. een groep functionarissen in een organisatie
    2. de activiteiten van die groep functionarissen
    3. een vakgebied
  • Zie beknopte samenvatting per hoofdstuk. Pag. 18 t/m 22.
  • Noem de verschillen van de 3 bouwstenen?
    De organisatiestructuur zegt iets over de wie (personen in de organisatie)
    Operationeel zegt wat er geproduceerd wordt of welke dienst verleend
    Strategie is voor wie de organisatie het doet
  • Een strategisch probleem
    ons product sluit niet (meer) aan bij de markt
  • Wat is het verschil tussen missie en visie
    Je missie is waar je voor staat en visie is waar je naar toe wil.
  • Een strategisch probleem kan zijn?
    ons product sluit niet meer aan bij de markt
  • Wat is het verschil tussen missie en visie?
    Missie is waar je voor staat en
    Visie is waar je naar toe wil.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Bouwstenen van Management en Organisatie
  • J Eppink, GJ Melker, P Tack
  • or
  • 1st
  • 2011

Summary - Bouwstenen van Management en Organisatie

  • 2 Management, Organisatie, Besluitvorming

  • Wat is management?
    • Groep functionarissen
    • Activiteiten van managers
    • Een vakgebied

  • Welke 3 betekenissen zijn er voor het begrip 'management'?
    - Een groep functionarissen
    - Activiteiten van managers
    - Een vakgebied
  • 2.1.1 Betekenissen van het woord management

  • Wat zijn de 3 betekenissen van het begrip "management" en geef bij elk begrip een voorbeeld?
    Groep functionarissen, topmanagement/managementteam

    Activiteiten, formuleren van strategie/aanwijzingen geven

    Vakgebied, opgebouwde kennis en kunde vastleggen in boeken/wetenschappelijke tijdschriften en vakbladen
  • Wat is management?
    • Groep functionarissen
    • Activiteiten van managers
    • Een vakgebied
  • 2.1.2 Rollen van managers

  • Leg het verschil uit tussen constituerende en dirigerende taken en waarom is deze mix belangrijk?
    Constituerende taken zijn plannen en organiseren
    Dirigerende taken zijn opdrachten geven en controle op de uitvoering

    Constituerende taken is vooruit kijken en het bieden van kaders
    Dirigerende taken zijn gericht op het aansturen van mensen en het volgen van de primaire en secundaire processen.
  • Welke rollen onderscheidt Fayol?
    • vooruitzien (en plannen)
    • organiseren
    • opdrachten geven
    • coördineren
    • controleren
  • Mintzbergs onderscheid van de drie rollen van managers zijn:
    - Interpersoonlijke rollen
    - Informationele rollen
    - Besluitvormende rollen
  • Welke 3 rollen worden door Mintzberg onderscheiden en licht kort toe?
    Interpersoonlijke rol; optreden als boegbeeld, motiveren en aansturen als leider.
    Informationele rol; Verspreiden van informatie en informeren van de buitenwereld.
    Besluitvormende rol; Ondernemen, problemen oplossen en onderhandelen.
  • Welke rollen onderscheidt Mintzberg?
    • Interpersoonlijke rollen
    • Informationele rollen
    • besluitvormende rollen
  • Wat is het verschil tussen een beschrijvende en een voorschrijvende theorie?
    De beschrijvende theorie geeft weer hoe de werkelijkheid eruit zien en de voorschrijvende theorie hoe deze te verbeteren is.
  • Wat zijn de constateringen van Kotter en Mintzberg tov het werk van de manager?
    Het werk van managers bestaat uit kortdurende activiteiten. Kotter ziet een patroon in tegenstelling tot Mintzberg.
  • Wat is een interpersoonlijke rol?
    De manager treed naar buiten als boegbeeld
  • Waarbij helpt de krachtenveldanalyse?
    helpt bij het inzichtelijk maken van de krachten die het resultaat beïnvloeden en ze in te zetten om het aantal fouten met 50% te verminderen.
  • Wat is een informationele rol?
    Intern en extern informatie verspreiden
  • Wanneer kan brainstorming goed worden toegepast?
    Bij duidelijk omschreven problemen.
  • Wat is een besluitvormende rol?
    De manager lost problemen op, wijst middelen toe en onderhandelt intern en extern.
  • Wanneer kan lateraal denken het beste worden toegepast?
    Bij geheel nieuwe uitdagingen.
  • Hoe karakteriseert Mintzberg de activiteiten van de manager?
    • kortstondig
    • gevarieerd
    • gefragmenteerd
  • Met welk aspect wordt dankzij het gebruik van de beslissingsboom rekening gehouden?
    De reactie van concurrenten.
  • Kotter ziet wel een patroon in de werkzaamheden van een manager, welk patroon is dat?
    • Volgens Kotter is de manager bezig met agenda setting (problemen oplossen).
    • Het ontwikkelen van een netwerk van mensen die behulpzaam kunnen zijn.
    • Tenslotte zorgt de manager dat de agenda uitgevoerd wordt met behulp van het netwerk.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Fayol onderscheidt rollen
Vooruitzien (plannen), organiseren, opdrachten geven, coördineren, controleren
Een succesvolle organisatie in opgebouwd uit drie bouwstenen
1. Strategie 2. Operationeel structuur 3. Organisatiestructuur
Uit welke 5 onderdelen is een organisatieontwerp opgebouwd volgens Mintzberg? Plaatje lijkt op een vlieg 
  1. Operationele kern : waar producten en diensten tot stand komen
  2. Strategische top :  bepaalt de strategie
  3. Middenmanagers : verbinden de top met de operationele kern
  4. Technische staf: zorgt voor technische ondersteuning van de operationele kern (onderhoudsdienst, pr)
  5. Ondersteunende staf: vervult grote diversiteit aan diensten voor het primaire proces (HRM)
Wat is de Adhocratie volgens Mintzberg
Vinden veel projecten plaats die steeds de inzet van verschillende specialisten vragen.

Plaatje: brede basis in stippellijn en bredere top daarboven
Wat is de Divisieorganisatie volgens Mintzberg
Een bedrijf met verschillende producten of klantengroepen die tamelijk los van elkaar kunnen staan. Coördinatie vanuit het hoofdkantoor gaat door middel van standaardisatie an de output.

Plaatje: verschulde vormen van machine bureaucratie verzameld in 1 grote basis + smalle top + horizontale en verticale decentralisatie
Wat is de Professionele bureaucratie volgens Mintzberg
Bijvoorbeeld een accountants kantoor of ziekenhuis. Coördinatie gebeurt door het standaardiseren van vaardigheden

Plaatje: brede basis en smalle top + verticale en horizontale decentralisatie (zijkanten)
Wat is de Machinebureaucratie volgens Mintzberg
Standaard werkprocessen voor de coördinatie. Bijvoorbeeld een productie bedrijf dat zicht heeft ontwikkeld tot een geoliede machine.

Plaatje: brede basis, loopt over in smaller wordende top + zijkanten soort vleugels (decentralisatie)
Wat is de Eenvoudige structuur volgens Mintzberg?
Eenvoudig productie bedrijf waar de top alles bepaalt en coördineert en de belangrijkste component is.

Plaatje : brede bodem en smalle top
Benoem de 7 configuraties volgens Mintzberg
  1. Eenvoudige structuur
  2. Machinebureaucratie
  3. Professionele bureaucratie
  4. Divisie organisatie
  5. Adhocreatie
  6. Missionaire organisatie
  7. Politieke organisatie
Wat bedoelt Mintzberg met de configuraties?
Een configuratie is een natuurlijke cluster van de elementen:
  • coordinatiemechanismen
  • ontwerp-parameters
  • situatie bepalende factoren