Summary Brain and Cognition

-
ISBN-13 9781473775725
412 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Brain and Cognition". The author(s) of the book is/are E Bruce Goldstein, James W Kalat, John T Cacioppo and Laura A Freberg. The ISBN of the book is 9781473775725. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Brain and Cognition

  • 9.1 How are objects placed into categories?

  • Concepten
    = mentale representaties van een groep of individu óf de betekenis van objecten, gebeurtenissen en abstracte ideeën
  • Categorieën
    = omvat alle mogelijke voorbeelden van een bepaald concept, hieronder vallen de concepten
  • Categorisatie
    = het proces waarbij concepten in een categorie geplaatst worden, vanuit een categorie kan gefocust worden op de specifieke eigenschappen van een bepaald object
  • Definiërende benadering van categorisatie
    = zou bepaald kunnen worden of een object bij een categorie hoort door te kijken of de kenmerken van het object overeenkomen met de definiërende kenmerken van die desbetreffende categorie, dit zou werken bij simpele objecten, maar wordt lastiger als de complexiteit toeneemt
  • Familiegelijkenis
    = objecten binnen een categorie lijken op elkaar door verschillende manieren, hierdoor wordt een bepaalde mate van variatie binnen categorieën geaccepteerd
  • Prototype benadering van categorisatie
    = dat elk object binnen een bepaalde categorie vergeleken wordt met een prototype van die categorie
  • Prototype
    = typisch object, bevat alle basiskenmerken van de gehele categorie: het is vaak een soort gemiddelde van de meest voorkomende leden van een categorie
  • Typischheid
    = betreft de variaties binnen categorieën, een hoge familiegelijkenis betekent dat een object in de categorie veel gelijkenis heeft met het prototype
  • Effect van typicaliteit
    = middels de zin verificatie techniek is bepaald dat mensen sneller kunnen aangeven of een object tot een categorie behoort bij hoog prototypische objecten dan laag prototypische objecten
  • Priming
    = het weergeven van stimulus faciliteert de reactie op een andere stimulus
  • Voorbeeld benadering van categorisatie
    = het bepalen of objecten overeenkomen met andere objecten, deze benadering overweegt ook de brede variatie binnen items die tot een bepaalde categorie behoren
  • Voorbeelden
    = de huidige leden van een categorie die iemand door eerdere ervaringen gevormd heeft, de reactietijd zou sneller zijn wanneer het object overeenkomt met verschillende voorbeelden uit de categorie
  • Central tendency
    = dat de meest typische voorbeelden de meeste kenmerken delen met andere categorieleden, mensen vanuit verschillende culturen zullen verschillende typische voorbeelden erkennen als meest kenmerkend voor een categorie
  • Hiërarchische organisatie
    = zorgt ervoor dat er een soort boomdiagram ontstaat vanuit één algemene categorie waaronder steeds meer subcategorieën volgen
  • Wat zijn de drie soorten niveaus van categorieën?
    • Superordinate niveau: een algemeen breed concept zoals fruit
    • Basisniveau: iets specifiekere omschrijvingen bijvoorbeeld rood fruit of peulvruchten
    • Subordinate niveaus of specifieke level: meest specifieke niveau zoals bijvoorbeeld framboos of mandarijn
  • 9.2 Representing relationships between categories: semantic networks

  • Semantische netwerk benadering
    = concepten worden georganiseerd in netwerken, het netwerk bestaat uit knooppunten die verbonden worden via linkjes, het netwerk vormt zich zo dat gerelateerde concepten met elkaar verbonden zijn
  • Hiërarchisch model
    = omvat nog meer kennis, om tot een compleet beeld te komen, wordt vanaf het specifieke niveau tot het globale level omhoog 'geklommen', zodat begrepen wordt over welk object het gaat en wat de bijbehorende eigenschappen zijn
  • Cognitieve economie
    = alomvattende kenmerken komen één keer voor zodat minder capaciteit in beslag genomen wordt, wanneer een bepaald object niet over een bepaalde eigenschap beschikt die gepresenteerd wordt op het globale niveau wordt dit op het specifieke niveau vermeld
  • Semantische dementie
    = patiënten met semantische dementie hebben moeite met het herkennen en categoriseren van objecten, algemene kenmerken blijven relatief stabiel doordat ze in eerste instantie de meer specifieke informatie verliezen
  • Gespreide activatie
    = een ander kenmerk van het hiërarchische model, activiteit verspreidt zich langs de linkjes die verbonden zijn met een geactiveerd knooppunt, wanneer het basale niveau geactiveerd wordt, worden het globale niveau en kenmerken daarvan ook geactiveerd
  • Kritiek hierop
    = dat het model niet kan verklaren waarom sommige specifieke concepten sneller geassocieerd worden met een basaal of globaal niveau dan andere concepten, terwijl de te overbruggen afstand van beide specifieke objecten even groot is in het netwerk
  • Connectionistische benadering
    = het vormen van computermodellen om cognitieve processen te weergeven
  • Parallel verdeelde verwerkingsmodellen
    = concepten worden gerepresenteerd door verspreide activiteit binnen een netwerk
  • Connectionistisch netwerk
    = eenheden, representatie van neuronen weergeven als cirkels, verbindingen tussen deze eenheden representeren axonen, een patroon van activatie binnen deze eenheden betreft de representatie van concepten en eigenschappen in het netwerk
  • Verbinding gewicht
    = hoe signalen van een eenheid activiteit van een andere eenheid bevorderen of verzwakken, hoge gewichten resulteren in meer activatie in de volgende eenheid, terwijl lage gewichten resulteren in minder activatie in de volgende eenheid.
  • Het verschil tussen het model van connectionisme en het semantische model is dat er bij het semantische model niet verklaard kan worden waarom sommige verbindingen en associaties sterker zijn dan anderen. Dit is wel mogelijk bij het model van connectionisme doordat verbindingen verschillende gewichten hebben
  • Deze gewichten van verbindingen worden bereikt via een leerproces. Leren vindt plaats wanneer bij het ontstaan van een verkeerde associatie een foutsignaal door het netwerk gaat wat resulteert in een teruggave, dus het signaal wordt teruggestuurd. Het foutsignaal gaat terug naar de verborgen eenheden waar representatie eenheden informatie geven omtrent hoe de verbindingsgewichten aangepast zouden moeten worden zodat de juiste eigenschap eenheden geactiveerd worden
  • De connectionistische netwerken zouden het normale cognitieve functioneren in de hersenen simuleren. Dit idee wordt ondersteund door de volgende resultaten:
    • Schade zorgt niet voor volledige verstoring van een netwerk doordat informatie verdeeld is over vele eenheden. Er is hierdoor sprake van verfijnde degradatie: een klein deel van het systeem functioneert niet meer na schade. Dit is overeenkomstig met gevallen van werkelijke hersenschade waarbij eveneens een deel van het functioneren verloren gaat.
    • Netwerken kunnen generalisatie van het leren verklaren. Vergelijkbare concepten hebben vergelijkbare patronen waardoor het trainen van het herkennen van kenmerken van een bepaald concept ook informatie verschaft over een gerelateerd concept. Hierdoor kunnen we eigenschappen toeschrijven aan onbekende vogels door de kennis over andere vogels
  • Categorie-specifieke geheugenbeperking
    = bij schade aan de hersenen raakt maar een deel van het vermogen om een bepaald soort object te identificeren beschadigd terwijl andere soorten objecten nog geïdentificeerd kunnen worden
  • Sensorische-functionele hypothese
    = ons vermogen om levende dingen en objecten te onderscheiden is afhankelijk van een semantisch geheugen systeem dat onderscheid maakt tussen sensorische kenmerken en een systeem dat onderscheid maakt op basis van functie
  • Benadering van semantische categorieën
    = er zijn bepaalde neurale netwerken in de hersenen die reageren op specifieke categorieën
  • Domein-specifieke benadering
    = categorieën zoals gezichten, plaatsen en lichamen herken zou aangeboren zijn vanwege het belang voor overleven
  • Benadering van de meerdere factoren
    = zoekt naar factoren of dimensies die bepalen hoe concepten verdeeld zijn binnen een categorie in plaats van een focus op hersengebieden of netwerken die gespecialiseerd zouden zijn in specifieke concepten
  • Crowding
    = dat levende objecten vaak overeenkomende kenmerken hebben terwijl fysieke objecten dat minder hebben
  • Benadering van belichaming
    = onze kennis over concepten zou gebaseerd zijn op heractivatie van sensorische en motorische processen die plaats vindt wanneer we interacteren met het object, als iemand een staafmixer gebruikt worden motorische gebieden geactiveerd die betrokken zijn bij acties met een staafmixer
  • Spiegelneuronen
    = spelen een belangrijke rol bij de belichaamde benadering: deze neuronen vertonen activiteit wanneer het individu zelf een actie uitvoert, maar ook wanneer ze iemand anders een actie uit zien voeren
  • Semantische somatologie
    = de overeenkomst tussen woorden die gerelateerd zijn aan delen van het lichaam en de locatie van hersenactiviteit bij het zien van deze woorden
  • Semantische dementie
    = de gehele kennis over alle concepten gaat gradueel verloren, de anterieure temporale kwab is meestal beschadigd
  • Het naaf en spraak model
    = stelt dat hersengebieden die specifieke functies hebben in verbinding staan met de anterieure temporaalkwab waarin vervolgens informatie van hersengebieden geïntegreerd zou worden
  • Schade aan de anterieure temporaalkwab zorgt dus voor algemene, semantische schade en geen specifieke schade. Schade aan gebieden die verbonden zijn met de anterieure temporaalkwab resulteert in specifieke schade. Hoe groter de schade aan de anterieure temporaalkwab, hoe beperkter de semantiek
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Transcranial magnetic stimulation (TMS)
Dit is een techniek waarbij het functioneren van een hersengebied tijdelijk verstoord kan worden door het gebruik van een pulserend magnetisch field bij de hersenen.
Hub and spoke model of semantic knowledge
Volgens dit model zijn hersengebieden die geassocieerd zijn met specifieke functies verbonden aan de anterior temporal lobe (ATL) die fungeert als 'hub'.
Semantic sematotopy
De correspondentie tussen woorden die specifiek gerelateerd zijn aan specifieke lichaamsdelen en de locatie van activiteit in het brein.
Mirror neurons
Spiegelneuronen
Embodied approach
Volgens deze benadering is onze kennis van objecten gebaseerd op de reactivering van sensorische en motorische processen die optreden wanneer we interacteren met het object
Crowding
Objecten die veel eigenschappen delen
Multiple-factor approach
Deze benadering gaat uit van meerdere factoren/ dimensies die zorgen voor het scheiden van categorieconcepten in de hersenen.
Semantic category approach
Deze benadering stelt dat er in het brein specifieke neurale circuits zijn voor specifieke categorieën.
Sensory-functional (S-F) hypothesis
Volgens deze hypothese is onze vaardigheid om het onderscheid te maken tussen levende dingen en kunstmatige dingen afhankelijk van een semantisch geheugen systeem, die het onderscheid kan maken tussen sensorisch dingen en functie
Category specific memory impairment
De vaardigheid tot het benoemen van een specifieke categorie van objecten (bijv. Dieren) is bij deze patiënten slechter geworden