Summary buiteNLand 5 havo

-
405 Flashcards & Notes
37 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "buiteNLand 5 havo". The author(s) of the book is/are Geert van den Berg. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - buiteNLand 5 havo

  • 1.1.1 Opdrachten

  • Welk begrip hoort bij:
    De rol die de verschillende gebieden in de wereld spelen in de productie van goederen en diensten.
    internationale arbeidsverdeling
  • Welk begrip hoort bij:
    Het in EEN persoon verenigd zijn van twee culturen.
    transnationale identiteit
  • Welk begrip hoort bij:
    Het wereldsysteem op basis van de mate van ontwikkeling.
    centrum, semiperiferie en periferie

  • Welk begrip hoort bij:

    De verspreiding van een ruimtelijk verschijnsel vanuit een brongebied.
    diffusie

  • Welk begrip hoort bij:

    Overzicht van de totale waarde van de goederen die in- en uitgevoerd worden.
    handelsbalans

  • Welk begrip hoort bij:

    Systeem waarbij een moederland een ander land in zijn macht krijgt met als doel het te exploiteren.
    kolonialisme

  • Welk begrip hoort bij:

    De niet-actieve bevolking tegenover de actieve bevolking.
    demografische druk

  • Welk begrip hoort bij:

    Grote en ongewenste verschillen in ontwikkeling tussen gebieden.
    regionale ongelijkheid

  • Welk begrip hoort bij:

    Als er grote verschillen zijn in ontwikkeling en welvaart tussen groepen mensen.
    sociale ongelijkheid

  • Welk begrip hoort bij:

    Dit kun je hier voor een dollar kopen.
    koopkracht

  • Welk begrip hoort bij:

    De overgang van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag niveau in vier fasen.
    demografische transitie
  • Algemene regels:
    • A Cijfers op nationale schaal verhullen ruimtelijke en sociale verschillen.
    • B Bevolkingsdichtheid wordt mede bepaald door de natuurlijke omstandigheden.
    • C Er is verband tussen het centrum-periferiemodel en het koloniale verleden.
    • D Veranderingen in de internationale arbeidsverdeling veranderen ook het centrum-periferiemodel.


    Situaties:
    • 1 Dit kun je alleen verklaren als je weet dat hier natte rijstbouw mogelijk is.
    • 2 Deze gebieden worden al eeuwenlang gebruikt als leverancier van grondstoffen.
    • 3 In china is een grote regionale ongelijkheid.
    • 4 Een deel van de maakindustrie verdwijnt naar de (semi)periferie.
    • A : 3
    • B : 1
    • C : 2
    • D : 4
  • In 2010 groeide de Chinese economie voor de vijftiende keer achter elkaar met meer dan 8 procent. Voor Shanghai liggen de cijfers rond de 10 procent. Je bezoekt deze havenstad. Noem drie dingen waaraan je de snelle ontwikkeling kunt zien.
    1. Er wordt veel gebouwd.
    2. Er komen nieuwe bedrijven.
    3. Er ontwikkelt zich een nieuwe zakenwijk.
    4. Er is veel transport.
  • Sinds 1980 is China zich meer gaan richten op de rest van de wereld. Noem een geografische reden waarom juist Shanghai profiteert van deze koerswijziging.
    Tip: bij een geografische reden moet je iets zeggen over de ligging.
    Shanghai is een zeer gunstig gelegen havenstad aan de monding van een belangrijke rivier.
  • Ook de buitenlandse bedrijven hebben Shanghai ontdekt. Noem drie belangrijke redenen voor buitenlandse bedrijven om zich in Shanghai te vestigen.
    Let op: twee redenen liggen op het nationale niveau van China en één reden op het niveau van de regio Shanghai.
    1. Nationaal: goedkopere arbeidskrachten
    2. Nationaal: Een enorme afzetmarkt.
    3. Regionaal: Zeer goed bereikbaar en goede voorzieningen (zakencentrum, universiteiten).
  • Welke ontwikkeling zie je als je een lijn trekt van Shanghai naar Zhangzhen?
    Het aantal buitenlandse bedrijven neemt steeds verder af.
  • 1.2 Globalisering: one world?

  • Geef twee begrippen voor het volgende:

    Het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt.

    Globalisering of mondialisering.
  • Welk begrip hoort bij het volgende voorbeeld:

    Shanghai telt wel vijftig McDonald's-vestigingen, in het Vondelpark in Amsterdam doen Nederlanders aan tai chi, in Duitsland komt net zo vaak chinees op tafel als zuurkool mety worst, de grondstoffen- en energiestromen verbinden China hechter met Afrika dan ooit te voren.

    Globalisering/Mondialisering.
  • Op welk proces heeft globalisering invloed?

    Op de inrichting en de functie van gebieden.
  • Sinds wanneer is er al sprake van globalisering?

    De verweving van gebieden kwam voor het eerst in een stroomversnelling tijdens de ontdekkingsreizen van de zestiende eeuw en de daarop volgende kolonisatie.
  • Wat is DE motor achter het proces van globalisering?

    De multinationale ondernemingen (mno's), ook wel multinationals genoemd.
  • Wat vormen de mno's?

    Zij omspannen met hun vestigingen de hele aardbol en vormen dus een soort mondiaal netwerk.
  • Wat is het gevolg van de enorme verbetering van de transport- en communicatietechnologie buiten dat vervoer sneller en goedkoper is?

    Het gevolg is dat de relatieve afstand tussen gebieden afneemt.

     

    De ontwikkeling waarbij tijd en ruimte als het ware in elkaar worden gedrukt noem je tijd-ruimtecompressie. De wereld wordt als het ware steeds kleiner, we spreken wel van een global village.

  • Door wat worden de mno's gesteund?

    - De enorme verbetering van de transport- en communicatietechnologie, waardoor vervoer sneller en goedkoper is.

    - Overheden die veel handelsbelemmeringen zoals importheffingen hebben opgeruimd.

  • Hoe noem je de ontwikkeling waarbij tijd en ruimte als het ware in elkaar worden gedrukt?

    Tijd-ruimtecompressie.
  • De wereld wordt door de tijd-ruimtecompressie als het ware steeds kleiner, je spreekt dan ook wel van een:

    Global village.
  • Door welke vier factoren laten de mno's zich leiden in hun speurtocht naar de beste locaties voor hun bedrijven?

    1. De arbeidsmarkt: loon- en kennisniveau.

    2. De ligging: toegankelijkheid van een gebied.

    3. De opkomst van nieuwe (afzet)markten.

    4. De politieke stabiliteit van een land.

  • Welke rol speelt de arbeidsmarkt van een land voor bedrijven van mno's.

    Wat het loon- en kennisniveau is.
  • Welke rol speelt de ligging van een land voor bedrijven van mno's.

    Of het gebied toegankelijk is of niet.
  • Hoe proberen veel gebieden internationale bedrijven te lokken?

    Met zeer gunstige vestigingsvoorwaarden in zogenaamde exportproductiezones (EPZ's).
  • Wat voor gevolg brengen de EPZ's met zich mee?

    Het ontstaan van binnenlandse grote verschillen in ontwikkeling.
  • Wat is een opvallende nieuwkomer in de wereld van het kapitaal.

    De groep van de vroegere communistische landen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie.
  • Noem het gevolg van EPZ's in China.

    De oostelijke kustzone van China heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een moderne industriele regio. Maar een miljard Chinezen woont in het binnenland. Daar verloopt in veel streken op het platteland het leven nog zoals honderd jaar geleden en heerst er armoede.
  • Wat is het gevolg van de val van het communistische blok na 1991?

    Deze transitielanden maken nu een overgang door naar een markteconomie.
  • Wat voor gevolg brengt het proces van de overgang van transitielanden naar een markteconomie met zich mee?

    De sociale en regionale ongelijkheid binnen deze landen groeien door dit proces.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn af en aw-gebieden?
af-klimaat is tropisch regenwoudklimaat en aw-klimaat is tropisch savanne klimaat
Wat is biodiversiteit?
hoeveel verschillenden bomen er in een gebied voorkomen
wat voor effect heeft de moesson op zuidoost Indonesië?
 droogte in januari en natte in juli.
hoe waait de moesson precies?
In december-maart waait er een droge wind vanuit het Chinese binnenland, die voor droogte zorgt. In juni-oktober waait een zeer droge wind vanuit Australië over de evenaar, waarna deze vochtig wordt en een moesson teweeg brengt
wat is een moesson?
 een wind die halfjaarlijks zo’n 180 graden draait, waardoor deze om-en-om van Zuid-China naar het droge Australië waait, van hoge naar lage druk
Wat is een moessonklimaat?
 Gebieden waar een wind heerst die om het halfjaar wisselt van richting, waardoor een natte en een droge tijd ontstaan. Het regent er in een periode van natte genoeg om de bodem het hele jaar vochtig te houden.
Wat hebben de oostelijke eilanden van Indonesië voor klimaat en wat houd het in?
het savanneklimaat, dat een droge periode in het jaar kent. De vegetatie daar bestaat uit grasvlakten met boomgroepen
Wat voor klimaat heeft Indonesië?
een tropisch regenwoudklimaat waar de temperatuur niet onder 18 graden Celsius zakt en het veel regent
Waarom ligt Indonesië nog relatief gunstig voor de zeespiegelstijging vergeleken met andere delen in Azië?
 Het kent weinig laaggelegen, kwetsbare en dichtbevolkte gebieden
wat zou er gebeuren met het weer aan de kust dankzij de relatieve zeespiegelstijging?
natte droogte wind, extremen weeromstandigheden