Summary BuiteNLand vwo 3

-
ISBN-10 9011100166 ISBN-13 9789011100169
523 Flashcards & Notes
89 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • BuiteNLand vwo 3
  • Teunis Bloothoofd, Adwin Bosschaart, Moniek de Boer, Harrie Mennen, Huub Prinsen
  • 9789011100169 or 9011100166

Summary - BuiteNLand vwo 3

  • 1.2 Noord-Zuidverhoudingen

  • de meeste rijke centrumlanden (koplopers) liggen ten noorden van de evenaar en de arme periferie landen (achterblijvers) liggen vooral ten zuiden ervan daarom spreekt men van een noord zuid tegenstelling 
  • hoe komt het dat er een groeiende kloof is tussen arme en rijke landen
    1. ontwikkelingen binnen rijke en arme landen na de tweede wereldoorlog maakten rijke landen een snelle ontwikkeling door er kwam politieke rust een snelle technologische vooruitgang een goed onderwijssysteem en een goede infrastructuur, en de bevolkingsgroei nam af de pas onafhankelijk geworden kolonies in het zuiden ontwikkelden zich veelal niet zo voorspoedig
    2. de relaties tussen rijke en arme landen  rijke landen hebben sinds de koloniale tij de de grootste economische onpolitieke macht zij hebben dan ook grote invloed op de internationale arbeidsverdeling en de ontwikkelingen in het zuiden die invloed zie je terug in:

            A   de rangorde van de wereldeconomie:
    • de wereld triade van oudsher speelt het grootste deel van de productie en wereldhandel zich af tussen noord-amerika, de EU en japan
    • de eerste generatie NIC's (Newly Industrialized countries) of aziatische tijgers taiwan zuidkorea hongkong en singapore probeerden als eersten aansluiting bij de wereldtriade te binden door te industrialiseren en die producten grotendeels te exporteren dat is wonderwel gelukt, het zijn inmiddels welvarende landen de snelheid van hun economische groei wordt wel eens vergeleken met de snelheid van een tijger vandaar hun bijnaam
    • de tweede generatie nic's of babytijgers. landen in zuidoost-Azië als thailand maleisië de filipijnen indonesië en vietnam proberen momenteel het succes van de Aziatische tijgers te kopiëren
    • de BRIC LANDEN op dit moment ontwaken ook de zogenaamde BRIC LANDEN uit hun economische slaap dit zijn de reuzenlanden brazilie rusland india en china 
    • sub sahara afrika dit gebied speelt nog steeds een bescheiden rol in de wereldhandel hoewel er lijkt iets te veranderen china wil de levering van grondstoffen aan zijn industrie veiligstellen en is bereid daarvoor in afrika grote infastructuurprojecten aan te leggen

           B de rangorde in de prodductie ter plaatse (van bedrijven uit het noorden in het zuiden) het vervoer van goederen is de laatste jaren sterk verbeterd bijvoorbeeld door containers ook zijn tal van handelsbarrières in de vorm van importverboden of invoerheffingen verdwenen mno's (multinationals) kunnen zich nu makkelijker vestigen in lagelonen landen daardoor hebben zich veel mno's in arme landen gevestigd maar de hoofdkantoren (en dus de macht) blijven in het noorden 
    C de rangorde in geldstromen 
    in de wereldbank en het IMF (INTERNATIONAAL MONETAIR FONDS) hebben de rijke landen grote invloed omdat zij de meeste contributie betalen zij bepalen dus of en onder welke voor waarden er geld naar arme landen gaat
  • wat zijn de 8 millennium doelen 
    1. in 2015 zijn extreme armoede en honger uitgebannen
    2. in 2015 gaan alle jongens en meisjes naar school
    3. in 2015 hebben alle mannen en vrouwen dezelfde rechten 
    4. in 2015 is de kindersterfte sterk afgenomen
    5. in 2015 sterven er minder vrouwen door zwangerschap
    6. in 2015 is verspreiding van ziektes als aids en malaria gestopt 
    7. in 2015 leven meermensen in een duurzaam leefmilieu
    8. in 2015 is er meer eerlijke handel schuldenverlichting en hulp
  • 1.3 De globalisering en het Zuiden

  • welke 2 manieren van oneerlijke handel zijn er tussen noord en zuid
    1het noorden heeft landbouwoverschotten die met subsidie voor lage prijzen op de wereldmarkt en in het zuiden komen zo hebben katoenboeren in mali veel last van beslissingen in de verenigde staten 
    in dit rijke land krijgen 25000 katoenboeren bijna 4 miljard dollar subsidie per jaar amerikaanse katoen is duurder dan afrikaanse maar het verschil in prijs krijgen de amerikaanse boeren van hun overheid vergoed om toch te kunnen exporteren dit heet exportsubsidie de tien miljoenkleine katoenboeren in west afrika kunnen daar niet tegen op soms zitten de koelhuizen van de EU tot de nok toe vol fhet vlees wordt dan tegen dumpprijzen afgezet in afrikaanse landen de vleesprijzen dalen in die landden dan zo sterk dat lokale veeboeren hun producten niet meer kwijt kunnen op hun eigen binnenlandse markt
    2 het noorden beschermt zijn eigen economie tegen de import van goedkope producten uit het zuiden via speciale importbelastingen dit zijn protectiemaatregelen die invoerheffingen lopen op naarmate producten verder bewerkt zijn dat heet tarieven escalatie de EU hanteert bijvoorbeeld een heffing van 0 tot9 procent op cacao pasta maar voor chocolade geldt een heffing van 30 procent het zal je duidelijk zijn dat de laatstgenoemde heffing het opzetten van afrikaanse chocoladefabrieken bemoeilijkt ofschoon veel importbelastingen van de rijke landen zijn afgeschaft of verlaagd zijn er nog allerlei verborgen vormen van protectie hoge kwaliteitseisen aparte verpakkingseisen invoerquota enzovoort
  • waarom is het moeilijk een mno te rechtstreeks bij misstanden als schuldige aanwijzen
    mbo gebruiken heelveel subcontractors die ook weer onderaannemers hebben dit zijn vaak familie bedrijven die onder slechte omstandigheden werken en niet zeker weten of ze volgende keer weer kunnen leven
  • waarom woorden mno s met vliegende ganzen vergeleken (het vliegende ganzen model)
    mno s zijn steeds op zoek naar de goedkoopste plek om te produceren als een andere plek gunstiger wordt pakken ze hun boeltje op en verhuizen bedrijven en machines naar deze nieuwe plek een gebied beschikt over comparatieve voordelen wat rest is werkloosheid en een vervuild milieu
  • 1.4 Goedbedoelde hulp en oneerlijke handel

  • waarom spreek je in plaats van ontwikkelings hulp nu van ontwikkelingssamenwerking 
    omdat we (wij westerse landen ) er achter gekomen zijn dat professionals sturen die gebruik maken van de beste technieken naar ontwikkelings landen niet handig was om dat daar geen kennis was en bijvoorbeeld ze geen onderdelen konden vervangen 
    we hebben nu geleerd dat professionals gebruik moesten maken van lokale kennis technologie en gebruiken 
    hulp werkt beter als die past in de omgeving plus de mensen ter plekke meestal heel veel over hun omgeving en wat daarin wel en niet werkt 
    in plaats van vis voor hun te vangen maak je samen een vis net of hengel
  • waneer leent het IMF geld uit aan een overheid 
    als een land strenge maatregelen neemt
    • bezuinigen op de overheidsuitgaven: dan is er dus minder geld voor onderwijs, gezondheidszorg en verbeteringen van krotten wijken
    • privatiseren dat wil zeggen: overheidsdiensten door een commercieel bedrijf laten uitvoeren (spoorwegen, elektriciteit, drinkwater enzovoort) deze maatregelen leiden vaak tot meer armoede onder de bevolking en daarom ook tot binnenlandse onrust want als je bijna niets meer te verliezen hebt kom je eerder in opstand
  • waarom mogen landen soms geen geld meer lenen en waar kunnen ze dan noch wel geld lenen
    omdat ze de rente niet meer kunnen betalen
    ze kunnen dan bij het IMF geld lenen onder voorwaarden dat de overheid strenge bezuiningings maatregelen treft
  • de omstandigheden in ontwikkelingslanden zijn de laatste jaren sterk verbeterd 
    toch hoor je steeds meer geluiden dat we moeten stoppen met ontwikkelingshulp het zou de mensen in de arme landen alleen maar afhankelijker maken soms wordt de vergelijking getrokken met donorlanden als dealers van ontwikkelingshulp en de ontvangers als junks de echte oplossing is fairtrade oneerlijke concurrentie van centrumlanden door exportsubsidies en protectiemaatregelen levert de landen in de periferie meer nadelen op dan ontwikkelingshulp aan voordelen biedt het is inmiddels bewezen dat sommige landen zich prima op eigen kracht kunnen ontwikkelen dank maar aan de NIC'S EN DE BRIC'S LANDEN maar of alle landen dat kunnen is de vraag zeker is dat eerlijke handel meer zoden aan de dijk zet dan alleen goedbedoelde ontwikkelingshulp
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • BuiteNLand vwo 3
  • Teunis Bloothoofd, Adwin Bosschaart, Moniek de Boer, Harrie Mennen, Huub Prinsen
  • or
  • 1st
  • 2010

Summary - BuiteNLand vwo 3

  • 1 Het Noorden tegenover het Zuiden

  • mondiale verschillen tussen centrum en periferie
    regionale verschillen binnen een land
  • wat zorgt er voor dat de kloof tussen Noord en Zuid groter word?
    Ontwikkelingen binnen rijke en arme landen: Rijke landen ontwikkelden snel na de 2e wereldoorlog. Alle arme pas onafhankelijke landen bleven achter in de ontwikkeling.

    Relaties tussen rijke en arme landen: Doordat rijke landen de grootste economische en politieke macht hebben sinds de oorlog, hebben zij grote invloed op internationale arbeidsverdeling.
  • Waarom is het gek dat de Noord-Zuid tegenstelling groter wordt?
    Er zijn  nieuwe opkomende economieen, bijvoorbeeld landen in Zuid-oost-Azie en Latijns-Amerika. 
  • De invloed op internationale arbeidsverdeling zie je terug in?
    1. De rangorde van de wereldeconomie,
    2. De rangorde van de productie ter plaatse: door globalisering en verdwijnen van handelsbarrières vestiging van MNO's in lageloonlanden. Maar hoofdkantoren blijven in het noorden.
    3. En de rangorde van geldstromen: De rijke landen hebben het geld om contributie te betalen aan de wereldbank en het IMF (Internationaal Monetair Fonds) dus kunnen zij bepalen of er wel of geen geld word uitgeleend aan arme landen.
  • Wat is de oorzaak van de groei van de kloof?
    De mondiale en regionale verschillen.

  • Hoe is de kloof ontstaan?
    1. de ontwikkelingen binnen rijke en arme landen. Na de 2e WO maakte de westerse landen een groei door. de pas onafhankelijke kolonies groeiden veel minder snel.
    2. de relaties tussen rijke en arme landen. Rijke landen hebben sinds de koloniale tijd de grootste economische en politieke macht. Zij hebben veel invloed op de internationale arbeidsverdeling en ontwikkeling in het zuiden. 

  • internationale arbeidsverdeling: een taakverdeling in de productie van goederen tussen landen
  • hoe ziet de rangorde in de wereldeconomie eruit?
    1. de wereldtriade, Noord Amerika,EU, Japan
    2. NIC's, Taiwan, Zuid-Korea, Hongkong, Singapore
    3. Babytijgers, Thailand, Maleisie, Filipijnen, Indoniesie, Vietnam
    4. BRIC-landen, Brazilie, Rusland, India, China
    5. Sub-Sahara Afrika, Verandert door investering China
  • noem kenmerken van een economisch zwakke structuur
    1. beperkte omvang van de binnenlandse afzetmarkt
    2. grote maar weinig productieve agrarische sector.
    3. grote afhankelijkheid van buitenlandse bedrijven.
    4. zwakke integratie in de wereldhandel met:
        a: eenzijdige exportproducten (vooral grondstoffen met lage  waarde)
        b: handel met weinig landen.
  • Global Shift: De wereldwijde verschuiving van de kerngebieden van de productie, handel en vervoer naar andere regio's. 
  • Wat zijn oorzaken van de global shift?
    De rangorde van productie ter plaatse; het vervoer is verbeterd, minder handelsbarrieres, 
  • Wanneer helpt het IMF?
    Als de overheid van landen met schuld strenge maatregelen treft zoals:
    1. Bezuinigen op de overheidsuitgaven dus minder geld voor onderwijs, gezondheidszorg en verbeteringen van krottenwijken
    2. Privatiseren, dat wil zeggen:  overheidsdiensten door een commercieel bedrijf laten uitvoeren. (spoorwegen, elektricitei, drinkwater enz.)
  • Hoe,  komt het dat de wereldtriade zoveel macht heeft?
    1. ze hebben invloed op de internationale arbeidsverdeling.
    2. Produtie in zuiden, macht in noorden.
    3, betalen meeste contributie in wereldbank.
  • Op welke manieren besteedt Nederland ontwikkelingsgeld?
    1. Multilaterale hulp: Via internationale organisaties (zoals VN en het Rode kruis)
    2. Bilaterale hulp: Van regering tot regering
    3. Via Niet Gouvernementele organisaties (Ngo's). Goed georganiseerde particuliere organisaties (zoals Oxfam Novib, ICCO en Plan)
  • Waarom is er sprake van oneerlijke handel tussen het noorden en het zuiden?
    1. door subsidie brengt het noorden landbouwoverschotten op de markt in het zuiden. (etc)
    2. dit kan andersom niet door protectiemaatregelen. 

  • Wat betekent de term concentratie landen van Nederland?
    Nederlandse ontwikkelingshulp word vooral gericht op maatschappelijke organisaties (b.v. kerken, vrouwen- en boerenorganisaties, groepen in krottenwijken. Dit gebeurt bewust omdat anders veel geld verloren gaat aan corruptie. 

    Nederland weet dat het niet alle arme landen kan helpen en richt zich daarom op een aantal speciale landen, de concentratie landen.

    Nederland heeft er voor gekozen om de helft van zijn ontwikkelingsgeld aan Afrika te geven. Bepaalde landen ontvangen meer, de zogeheten donordarlings. In die landen is er sprake van een grote groep problemen.
  • tarivienescalatie: hoe bewerkelijker een product, hoe hoger de importbelasting.
  • Wat is een joint venture?
    Soms kiezen mno's ervoor om samen met de overheid of een bedrijf uit dat land een joint venture op te zetten, een nieuw bedrijf waarvan beide partijen samen eigenaar zijn.

    Eerst zag de wereldtriade vooral arbeidsintensieve productie (productie gericht op spullen en niet op gezondheid) groeien Maar nu ook steeds meer kennisintensieve productie (productie gericht op het helpen van mesen en gezondheid).
  • Wat zijn de voordelen van de MNO's die zich in het Zuiden vestigen?
    1. er ontstaat directe en indirecte werkgelegenheid.
    2. .de welvaart groeit.
    3. het exportpakket van het land verandert. 
    4. er ontstaan relaties tussen het Noorden en het Zuiden.
  • Waarom gaan Nederlandse bedrijven vooral naar ontwikkelingslanden?
    De bedrijven hebben daar 2 goede redenen voor:
    1. De bedrijven moeten winst maken, ze zoeken nieuwe klanten (markten of afzetgebieden). Dit heet marktgerichte globalisering. 
    2. De productiekosten in de rijke landen worden te hoog door hoge lonen en hoge belastingen. Het is niet raar dat mno's daardoor uitwijken naar lagelonenlanden in het Zuiden. Dit heet kostengerichte globalisering. 
    Veel ontwikkelingslanden hebben voor buitenlandse bedrijven vrijehandelszones (productie onder gunstige omstandigheden) of export processing zones (EPZ's) Deze gebieden vormen een paradijs voor de mno's door de lage lonen, lage belastingen en goede infrastructuur.
  • Wat zijn de nadelen van de MNO's die zich in het Zuiden vestigen?
    1. De winst gaat naar het Noorden.
    2. Het Noorden betaalt weinig belasting.
    3. vliegende ganzenmodel.
    4. soms wordt de productie uitbesteed aan subcontractors. zo is er weinig toezicht. 
  • Wat is maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) of duurzaam ondernemen?
    Internationale handel kan ook ontwikkelingsprocessen in arme landen verstoren. Voor een kleine brouwerij in een arm land betekent het meestal 'over en sluiten' als de grenzen open gaan voor de grote concurenten. Daarom moeten arme landen in het Zuiden de ruimte krijgen voor een eigen tempo van globalisering. Steeds meer westerse consumenten willen producten die gemaakt zijn met respect voor mens en millieu. Dit is maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) of duurzaam ondernemen
  • Wat is een reden voor de schulden van ontwikkelingslanden?
    De waarde van hun export is vaak lager dan de waarde van hun import.
  • Het percentage van de inkomsten van een land dat gebruikt wordt voor de schuldverplichtingen heet de schuldendienst.
  • Welke problemen veroorzaken de schulden van ontwikkelingslanden?
    Er moet geld geleend worden om de schulden af te betalen.Als er geen geld meer geleend kan worden, moet het land aankloppen bij het IMF. dan moet er minder geld uitgegeven worden door de regering, en moet er privatisering plaatsvinden. 
  • Op welke manieren geeft Nederland ontwikkelingsgeld aan arme landen?
    1. multilaterale hulp (via internationale hulporganisaties)
    2. bilaterale hulp (van regering tot regering)
    3. niet-gouvernementele organisaties (goed georganiseerde particuliere organisaties)
  • Landen geven hun ontwikkelingsgeld meestal aan een aantal concentratielanden. de landen die het meest krijgen noemen we donor darlings.
  • Noem verschillende manieren van hulp geven.
    1. noodhulp.
    2. gebonden hulp. (eisen over besteding geld)
    3. ongebonden hulp.
    4. structurele hulp: programmahulp (situatie verbeteren) en projecthulp.(hulp opzetten project)
  • soms kiezen mno's er samen met een overheid of een bedrijf uit een ontwikkelingsland een bedrijf op te zetten waarvan beide partijen eigenaar zijn. dit noemen we een joint venture.
  • Eerst zagen de centra van de wereldtriade arbeidsintensieve productie uitschuiven, nu ook kennisintensieve productie.
  • Waarom zwermen nederlandse bedrijven uit over de hele wereld?
    1. marktgerichte globalisering. waar kunnen de producten verkocht worden?
    2. kostengerichte globalisering.
  • Noem zes kenmerken van ontwikkelingslanden.
    1. koloniaal verleden.
    2. zwakke economie.
    3. lage welvaart, grote inkomensverschillen.
    4. zeer omvangrijke bevolkingsgroei.
    5. explosieve bevolkingsgroei.
    6. slecht bestuur.
  • afzetmarkt; hoeveel inwoners kunnen producten kopen?
  • noem kenmerken van een economisch zwakke structuur.H
    1. beperkte omvang van de binnenlandse afzetmarkt
    2. grote maar weinig productieve agrarische sector.
    3. grote afhankelijkheid van buitenlandse bedrijven.
    4. zwakke integratie in de wereldhandel met:
        a: eenzijdige exportproducten (vooral grondstoffen met lage  waarde)
        b: handel met weinig landen.
  • Je kunt de welvaart van een land bepalen door te kijken naar het BNP. wat zijn hiervan de nadelen?
    1. er wordt geen rekening gehouden met koopkracht.
    2. de informele sector  wordt niet meegerekend.
    3. je ziet geen regionale verschillen of sociale ongelijkheid.
  • ruilvoet: bepaalt hoeveel een land kan importeren uit de opbrengst van de eigen export.
  • ruilvoetverslechtering: grondstoffen en landbouwproducten werden steeds goedkoper en industriele producten en diensten duurder. ontwikkelingslanden moeten meer exporteren voor dezelfde import. 
  • demografische transitie; de overgang van een hoog sterfte-en geboortecijfer naar en laag sterfte-en geboortecijfer in een bevolkinsgroep.
  • omschrijf fase 1.
    • hoog geboortecijfer
    • hoog sterftecijfer
    • lage groei, is wel aanwezig
    • driehoek
  • omschrijf fase 2.
    • hoog geboortecijfer
    • laag sterftecijfer
  • omschrijf fase 3.
    • daling geboortecijfer
    • anticonceptie
    • ontkerkelijking
    • snelle bevolkingsgroei (wel afgenomen)
  • omschrijf fase 4.
    • demografische transitie voltooid
    • laag geboortecijfer
    • laag sterftecijfer
    • ui
  • omschrijf fase 5.
    • bevolkingsgroei neemt af.
    • lager geboortecijfer
    • laag sterftecijfer
    • nauwelijks groei
  • uitschuiven: het verhuizen van productieactiviteiten naar elders.
    hoort bij het vliegende ganzenmodel.


    doorschuiven: een land begint met de productie van eenvoudige producten, maar gaat steeds meer hoogwaardige producten produceren. denk aan China!
  • Waarom handelt China veel met Afrika?
    • China heeft de grondstoffen van Afrika nodig, als gevolg van doorschuiving.
    • de afzetmarkt; de Afrikaanse bevolking wil goedkope producten kopen.
    • politieke steun voor China van Afrika.
  • Welke voordelen zijn er (voor China)?
    • Afrikaanse economie groeit snel.
    • infrastructuur verbetert.
    • geen voorwaarden betreft mensenrechten en mileu.
    • China behandelt Afrika als gelijkwaardige partner.
  • Welke nadelen zijn er?
    • het werk wordt gedaan door Chinezen, niet door Afrikanen.
    • er is sprake van uitbuiting.
    • alleen de elite merkt de eonomische groei.
  • De 8 milleniumdoelen:
    1.  geenextremehongeren armoede
    2. onderwijs 
    3. gelijke rechtenmannenen vrouwen
    4. kindersterfte
    5. sterfte doorzwangerschap
    6.  verspreidingziektesgestopt
    7.  duurzaammilieu
    8.  eerlijkehandelschuldenverlichtingnoemen, hulp
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

What are NIC's?
New industrial countries in South East Asia, f.e. Asian tigers
Transporting goods has become much quicker and much cheaper. Why?
Thanks to the container!

--> All containers worldwide have the same dimensions so they fit every mode of transport

--> Container ships are constantly increasing in size (to 18.000 containers per vessel)

-->  The goods arrive just in time thanks to the fast transport and modern communication
       technology:

  • Stockpiling large supplies is a previous century thing
What is meant by Cold war?
Period (1945 – 1989) in which the two global powers, the USA and the Soviet Union stood on opposite sides.
What is free trade?
Trade in which the borders between trade areas are removed as much as possible.
What is decolonisation?
Period (1945 – 1975) in which the former colonies became independent
What is industrial colonialism?
Period (1800 – 1950) in which European motherlands found colonies they govern themselves for the purpose of protecting the supply of resources and to create a sales market for their industrial end products.
What is trade colonialism?
Period (1500 – 1800) in which European trading companies settled in newly discovered areas in Africa, America and Asia for the purpose of trading
What is meant by liberalisation?
Government lifting limitations for a free market economy and (foreign) competition
(after 1990)
What are import taxes?
Taxes on import goods intended to protect the national market against other countries
What is protectionism?
Protection of the national market and companies against foreign competition, f.i. by means of import taxes on foreign goods.