Summary Burgerlijk procesrecht

-
436 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Burgerlijk procesrecht

  • 1 Inleiding

  • Leg uit wat zijn rechtsregels?
    Rechtsregel is eigenlijk de wet. Het geheel van deze regels wordt gezien als objectief recht.
  • Wat is objectief recht?
    Geheel van rechtsregels wordt gezien als objectief recht.
  • Wat is subjectief recht?
    Dit is het recht dat wordt toegepast door de rechter.
  • Leg uit rechtstaat van België.
    België is een rechtstaat. Dit wilt zeggen dat de maatschappij wordt geregeld door een geheel van onderlinge consistente wetten.
  • Wat zijn de 3 voorwaarden van rechtstaat?
    • Algemene gelding van de wet
      • De wet is voor iedereen gelijk
    • Drie machten en een onafhankelijke rechterlijke macht
      • Rechterlijke macht (RB &Hoven)
      • Uitvoerende macht
      • Wetgevende macht
    • Classificatie van de wetten in de rechtstaat
  • 1.1 Recht

  • Wat is recht?
    Het recht omvat een geheel van gedragsregels en normen.
  • Geef voorbeelden van gedragsregels en normen binnen recht. Er zijn er 4!
    • Verbodsregels
    • Gebodsbepalingen
    • Normen die toelating bevatten
    • Organieke regels    
  • Wat zijn verbodsbepalingen?
    Dit valt binnen strafrecht, dit zijn zaken die je niet mag doen.

    Bv. Rijden onder invloed, diefstal, moord
  • Wat zijn gebodsbepalingen?
    Dit zijn zaken die je juist wel MOET doen. 

    bv.   Verplichte autoverzekering, geboorteaangifte, schuldig verzuim, belastingen betalen,...
  • Wat zijn normen die toelating bevatten?
    Bv. Aanvraag voor bouwvergunning.
    Bv. Bij een huwelijk, krijg je het recht om soms te beslissen over de andere echtgenoot.
  • Wat zijn organieke regels?
    Organieke regels zijn eigenlijk procedure regels over hoe je bepaalde zaken gaat organiseren. 
    Bv. Hoe is ons rechtssysteem georganiseerd. Dit zijn de organisatie regels of organieke regels.
    Bv. Organisatie van de staat, rechtbank, verkiezingen
  • Welk recht heb je allemaal?
    • Dwingend recht
    • Aanvullend recht
  • Leg uit, wat is dwingend recht?
    Dwingend recht wilt zeggen dat je hier niet mag van afwijken. Je moet dit toepassen.
  • Geef voorbeelden waar dwingend recht van toepassing is.
    • Openbare orde
      • Dit is zodanig belangrijk en raakt de fundamenten van de maatschappij.
    • Goede zeden = algemene norm van fatsoen
      • bv. Openbare dronkenschap, wildplassen, mensenhandel, bepaalde normen van prostitutie.
    • Ter bescherming van de zwakken.  
      • bv. Minderjarigen, geesteszieken, consumenten, huurders, werknemers
  • Wat wilt goed zeden zeggen?
    Goede zeden is de algemene norm van fatsoen

    bv. Je mag niet wildplassen, openbare dronkenschap of mensenhandel.
  • Wat is aanvullend recht? Geef voorbeeld
    Dit zijn bepaalde regels waarvan je mag afwijken.
    Het is wel zo dat als je er niet van afwijkt dan moet je die regels wel toepassen.

    bv. Regels van verkoop (betaling en levering)
  • Welke 2 normen zijn er? Leg ze ook uit!
    • Algemene normen
      • voor iedereen van toepassing 
        • bv. Verkeersregels
    • Individuele normen
      • Voor één persoon van toepassing 
        • bv. De Koning is immuum.
  • Wat hebben deze gedragsregels en normen als doel?
    Deze gedragsregels en normen hebben als doel het maatschappelijk leven te ordenen.
  • Door wie worden de gedragsregels en normen opgelegd?
    Door de overheid!
  • Gedragsregels en normen, zijn deze afdwingbaar? Leg uit!
    De regels zijn afdwingbaar. Dit wilt zeggen dat de regels die niet vrijwillig worden toegepast, worden afgedwongen door de rechter.
  • Op welke 5 niveaus kunnen gedragsregels en normen worden opgelegd?
    Niveau:
    • Federale staat
    • Gemeenschappen
      • Vlaamse, Franse, Duitse gemeenschap
    • Gewesten
      • Vlaamse, Brussels-hoofdstedelijk, Waals gewest.
    • Provincies
      • West, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Namen, Luxemburg, Brussel
    • Gemeenten
  • Wie beslist er als men spreekt over regionaal of deelstatelijk niveau?
    Dan spreekt men over de gemeenschappen en gewesten.
  • Geef een voorbeeld van rechtsregels die worden bepaald op gemeenschappelijk vlak.
    Deze zijn persoons- en taalgebonden, denk dan aan bv. Onderwijs.
  • Wat is het verschil tussen Gemeenschappen en gewesten?
    Gemeenschappen is meer persoons- en taalgebonden en Gewesten is meer territoriaal verbonden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Bij welke aangelegenheden neemt de jeugdrechtbank kennis? Welke 2 soorten zijn er?
Bij alle jeugdaangelegenheden dus minderjarigen.
  • VOS: Verontrustende opvoedingssituatie
    • bv. Ouderlijk geweldpleging
  • MOF: misdrijf omschreven feiten:
    • als een minderjarige een misdrijf pleegt.
Waar moet de betekening rekening mee houden? Er zijn er 3.
  • Verplichte vermeldingen in het exploot
    • Art. 43 Ger.W.
  • Tijdstip van betekening van een exploot
    • Een betekening mag niet gebeuren voor 6 uur smorgens en na 21 uur savonds. En ook niet op zaterdag, zondag en wettige feestdagen.
  • Wijze van betekening
    • Moet in België gebeuren, tenzij geen gekend woonplaats in België.
    • Voor rechtspersonen Art. 42 Ger.W.
    • Art. 33-40 Ger.W. Voor versch manieren.
Middelen ratione temporis als ontoelaatbaarheidsmiddel. Met welke 3 termijnen moet je rekening houden ?
Dit zijn zaken die te maken hebben met de tijd:
  • Verjaringstermijnen
    • na bepaalde termijn ben je verlost
    • bv. Achterstallige huur verjaart na 5 jaar of bv. Moord na 30 jaar verjaart.
  • Vervaltermijnen
    • Termijn om hoger beroep aan te tekenen. 1 maand na betekening vonnis
    • Termijn om verzet aan te tekenen. 1 maand na betekening van vonnis
    • Termijn om cassatie aan te tekenen. 3 maand na betekening vonnis
      • moet aangetekend worden anders komt termijn te vervallen.
  • Proceduretermijnen  
    • Dit heeft te maken met een termijn binnen de procedure.
    • bv. Dagvaardingstermijn is minstens 8 dagen (termijn tussen betekening/inleidende zitting.
Welke 3 verschillende hoedanigheden zijn er?
  • Wettelijke vertegenwoordiging
    • bv. Ouders in naam van minderjarig kind
  • Conventionele vertegenwoordiging
    • op basis van een afspraak Art. 728 Ger.W.
      • bv. Echtgenoot kan volmacht opstellen indien men gedagvaard wordt.
  • Gerechtelijke vertegenwoordiging
    • binnen gerechtelijk procedure
      • bv. Curator in naam van gefailleerde.
Leg uit grondrechten binnen het basisbeginsel van het burgerlijk procesrecht. Geef een voorbeeld van een grondrecht.
Grondrechten zijn fundamentele regels die gerechtelijk recht beheersen. Bv. Rechtsvordering van de rechtssubjecten, de rechtsmachten, het geding,...

Voorbeeld grondrecht = recht van verdediging bv. Recht op toegang tot het gerecht, recht op tegenspraak, recht op procesgelijkheid.
Op welke 4 categorieën is burgerlijk procesrecht van toepassing?
  • Ratione personae
  • Ratione materiae
  • Ratione Temporis
  • Ratione Loci
Na internationale verdragen, Grondwet, gerechtelijk wetboek, bijzondere wetten en decreten, rechtsbeginselen, rechtspraak, rechtsleer komt rechtspraktijk. Leg uit.
Dit zijn plaatselijke gebruiken die verschillen van kanton tot kanton, van arrondissement tot arrondissement, zelfs van kamer tot kamer.
Dit is niet bindend.
Na internationale verdragen en grondwet komt gerechtelijke wetboek. Leg uit!
Het is door dit wetboek dat burgerlijk procesrecht ondergebracht wordt in 1 wetboek.
Gerechtelijk wetboek bestaat uit 7 delen:
  • Algemene beginselen
  • Rechterlijke organisatie
  • Bevoegdheid
  • Burgerlijke rechtspleging
  • Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenlast.
  • Arbitrage
  • Bemiddeling


Dit is terug te vinden in inhoudstafel p.1779 Wetboek
Wat zijn enkele belangrijke punten uit de grondwet? Geef er 5.
  • Erkenning rechterlijke macht (Art.40 Ger.W.)
  • Openbaarheid terechtzitting (Art.148 Ger.W.)
    • behalve bij zedenzaken
  • Motiveringsplicht (Art.149 Ger.W.)
    • bij elk vonnis moet rechter motivering geven
  • Onafhankelijkheid van de rechter (Art.151 Ger.W.)
    • een rechter moet onafhankelijk/onpartijdig zijn
  • Exceptie illegaliteit (Art.159 Ger.W.)
    • geen tegenstrijdigheid: lagere wetgeving moet in overeenstemming zijn met hogere wetgeving. 
Wat wilt goed zeden zeggen?
Goede zeden is de algemene norm van fatsoen

bv. Je mag niet wildplassen, openbare dronkenschap of mensenhandel.