Summary Business, Een Inleiding Tot De Bedrijfskunde

-
ISBN-10 9043016926 ISBN-13 9789043016926
844 Flashcards & Notes
31 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Business, Een Inleiding Tot De Bedrijfskunde". The author(s) of the book is/are Courtland L Bovée John V Thill Nederlandse Danny Brouwer Eduard Vooren het Engels Jonas de Vries van John Dispa. The ISBN of the book is 9789043016926 or 9043016926. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Business, Een Inleiding Tot De Bedrijfskunde

  • 1 Grondbeginselen van ondernemerschap en economie

  • 1.Maatschappij en Organisatie verkennen
    2.Managementproces kunnen definiëren en begrijpen
    3.Bestuur besluitvorming, doelstellingen en beleid begrijpen
    4.Marketing management definiëren en begrijpen
    5.Marketing operationaliseren
  • -
  • 1.1 Een zakelijke instelling ontwikkelen

  • Wat is een business mindset of een zakkelijk instelling? En wat kan je hiermee?
    Hierbij heb je een overzicht van de vele facetten die een rol spelen bij het vormen van een onderneming met als hoogste doel klanttevredenheid in alle facetten waarborgen. Daarbij kan je ook de onderneming zijn van uit verschillend perspectieven zoals:

    Vanuit het perspectief van consument
    Vanuit het perspectief van de manager of ondernemer
    Bedrijf: gericht op het behalen van een  (winst-) doelstelling

  • Waarom moeten zakenmensen de economie bestuderen?

    1. Zakenmensen moeten een goed beeld ontwikkelen van de omgeving van de organisatie zodat ze de juiste beslissingen kunnen nemen voor hun bedrijf. In de omgeving veranderen constant situaties en een bedrijf moet zich daarop aanpassen.

  • 1.1.2 De terminologie

  • Bedrijf of onderneming 
    Een organisatie met winstoogmerk die door de consument gewenste goederen en/of diensten levert.
  • bedrijf of onderneming
    bedrijven die gericht zijn op winst maken. Ze hebben dus een winstoogmerk.
  • Winst
    Geld dat overblijft na aftrek van kosten en belasting van de door de verkoop van goederen of diensten en/of diensten gegeneerde omzet.
  • non-profitorganisatie
    Bedrijven die geen winstoogmerk hebben zoals bibliotheken maar ook scholen etc.
  • Non-profitorganisaties

    Organisaties die primair op iets anders gericht zijn dan het genereren van winst voor de eigenaren.

    (musea, scholen en universiteiten, orkesten bibliotheken en charitatieve instellingen die hun bestaansrecht ontlenen door de samenleving een maatschappelijke, educatieve of andere diensten bieden.)

  • Omschrijf wat een bedrijf is en noem vier essentiële maatschappelijke en economische bijdragen van bedrijven. 
    Elke bedrijf of onderneming is een winst gericht organisatie behalve een non-profitorganisaties die een maatschappelijke rol in de samenleving vervult.
    • Voorzien de maatschappij van noodzakelijke voorzieningen zoals,onderdak,kleding en eten enzo.
    • Voorzien mensen van een betaalde baan en manier om hun welstand te verhogen. (werkgelegenheid)
    • Dragen belastingen af ( die door de overheid wordt gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen te financieren.)
    • Ze investeren hun winst in de economie

  • 1.1.3 Het herkennen van verschillende bedrijftypologieen

  • Producenten

    Bedrijven of ondernemingen die tastbare goederen en produceren.

    Bijv. door het ontwikkelen van mijn- of landbouw, fabricage of constructieactiviteiten.

  • In welke twee classificaties worden de meeste bedrijven opgedeeld?
    Dienstverleners en producenten
  • Kapitaalintensieve bedrijven

    Bedrijven die veel geld in vaste activa moeten investeren

    (bedrijven die een enorme kapitaalhonger hebben voor de aankoop van machines, land en andere bronnen zoals bijvoorbeeld ruwe grondstoffen.)

  • kapitaalintensieve bedrijven.

     

    Meestal altijd zijn dit producenten. Het kapitaal wat deze bedrijven nodig hebben om te kunnen concurreren op de markt wordt ook wel de toetredingsdrempel genoemd. 

  • Toetredingsdrempel

    Een bron of capaciteit die een bedrijf moet bezitten voordat het activiteiten in een bepaalde markt of sector kan ontplooien.

    (Andere drempels zijn bijvoorbeeld certificatie wetgeving van de overheid (denk aan keurmerken bijvoorbeeld) strikt gereguleerde markten (denk aan anti-monopoliewetgeving), licenties, beperkte beschikbaarheid van ruwe grondstoffen (denk aan import- en exportrestricties en de behoefte aan deskundig personeel.)

  • arbeidsintensieve bedrijven

     

    Meestal dienstverleners. Ze produceren geen tastbare goederen. Ze zijn meer afhankelijk van personeel dan van kapitaal.

  • Dienstverleners

    Bedrijven of ondernemingen die door de klant gewenste activiteiten uitvoeren.

    (bijvoorbeeld financiële instellingen, verzekeraars, transportbedrijven, nutsbedrijven, de groot- en detailhandel, de entertainmentsector, bepaalde secties van de gezondheidszorg en van  leveranciers informatie.)

  • Veel producenten besteden steeds meer moeite aan aftersales service. Daardoor wordt het steeds moeilijker producenten en dienstverleners uit elkaar te houden.
  • Arbeidsintensieve bedrijven

    Bedrijven waarbij de personeelskosten hoger liggen dan die van de vaste activa.

    Deze bedrijven zijn meer afhankelijk van personeel, fabrieksgebouw, machines en apparatuur.

  • Wat is in Nederland de grootste sector?
    diensten
  • Maak onderscheid tussen producenten van goederen en dienstverleners en noem vijf factoren die de groei van de dienstverleningssectoren

    Producenten van goederen produceren tastbare producten en zijn over het algemeen kapitaalintensief, terwijl dienstverleners ontastbare producten leveren en arbeidsintensief zijn.
    Deze sector groeit om diverse redenen.

    • Consument meer te besteden heeft en meer geld aan zichzelf uitgeven
    • Dienstverlening wordt gericht op veranderende demografische patronen en lifestyle trends
    • Dienstverlening meer nodig is ter ondersteuning van complexe producten en nieuwe technologieën. ( installatie van thuisbioscoop bijvoorbeeld)
    • Bedrijven hebben steeds meer behoefte aan professioneel advies. (professionele adviseurs)
  • Waarom groeit de dienstensector? (4 redenen)

    1. Veel consumenten hebben meer te besteden.

    2. Dienstverlening wordt gericht op veranderende demografische patronen en lifestyletrends.

    3. Dienstverlening is nodig ter ondersteuning van complexe producten en nieuwe technologieën.

    4. Bedrijven hebben steeds meer behoefte aan professioneel advies.

  • After-sales service

    verlenen van (technische) ondersteuning aan de afnemer door de leverancier nadat verkoop heeft plaatsgevonden.
  • Waarom zijn kenniswerkers zo'n belangrijke economische bron?

    1. In de Nederlandse economie hebben we te maken met veel dienstverlenende, dus arbeidsintensieve, bedrijven en organisaties. Hiervoor zijn mensen nodig die kennis hebben van bedrijfsactiviteiten.

  • Waarom is het gemakkelijker om een dienstverlenend bedrijf op te richten dan een productiebedrijf?

    1. Omdat je daar veel minder kapitaal voor nodig hebt.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de voor- en nadelen van een matrixstructuur?

Voordelen zijn:

  • Binnen een matrixstructuur richten zogenaamde businessgroepen zich op specifieke klantgroepen, zoals kleine zelfstandigen
  • In een matrixstructuur kunnen grote bedrijven zich gedragen als kleine bedrijven zonder de organisatiestructuur aan te passen, en zich richten op specifieke klanten of projecten.
  • De structuur vergemakkelijkt ook het toewijzen van beperkte middelen.

Nadelen zijn:

  • Werknemers aan twee leidinggevende moeten rapporteren, en dat daar door meer communicatie nodig is en dat de strijd om resources tot gezonde concurrentie tussen verschillende groepen kan leiden.
Noem de zes stappen van het besluitvormingsproces en teken het figuur erbij.
  • Onderken en definieer het probleem
  • identificeer mogelijke oplossingen
  • analyseer de mogelijke oplossingen
  • selecteer de beste oplossing
  • implementeer het besluit
  • monitor de resultaten
Managementpiramide

Een organisatiestructuur die bestaat uit een topkader, een middenkader en eerstelijnsmanagers.

Het strategisch planningsproces bestaat uit zeven stappen beschrijf ze in het kort.
  • het ontwikkelen van een visie
  • het opstellen van een mission statement
  • het uitvoeren van een SWOT-analyse
  • het maken van voorspellingen
  • het analyseren van de concurrentie
  • het formuleren van doelen en doelstellingen
  • het opstellen van een actieplannen
Productlevenscyclus

De vier fases die door producten worden doorlopen: introductie, groei, wasdom en daling.

Op welke wijze kan de waarde van het kernproduct vergroot worden of verhoogd?

Door middel van de verpakking, ontwerp of levering en krediet, service na de verkoop enzo.

Beschrijf de productlevenscyclus aan de hand van de iPod van Apple.
  • Introductie
  • Groei (toenamen)
  • Wasdom (volwassenheid)
  • Afname

De introductie fase van nieuwe producten is vaak maanden of jaren van te voren. De groeifase wordt gekenmerkt door maximalisatie van de omzet en uitbreiding van de distributie (een A product). In de wasdom fase vlakt de verkoop af en verlagen bedrijven hun investeringen in marketing; men probeert nog zo veel mogelijk geld uit het product te persen. In de fase van afname loopt de verkoopt terug en schakelt de consument over op een ander product.  Het product is dan een B of C product geworden.

Welke drie populaire strategieën zijn er voor het benaderen van doelgroepen?
  • Ongedifferentieerde marketing ( of massamarketing) negeren de verschillen tussen klanten en bieden slecht een enkele productlijn aan in de hele markt.)
  • Gedifferentieerde marketing zijn bedrijven die verschillende producten in verschillende doelmarkten aanbieden.  (vereist wel veel resources, aangezien je de producten, prijzen, promotionele activiteiten en distributiekanalen aan verschillende segmenten moet aanpassen.
  • Geconcentreerde marketing is de meest gefocuste methode en omvat het benaderen van een enkele marktsegmenten. Je onderkent dat er ook andere marktsegmenten zijn, maar koest ervoor om er slechts één te benaderen.
Met welke vier categorieën kan je de de groei mogelijkheden van een bedrijf in indelen?

· Marktpenetratie bestaande markt bestaand product

· Product ontwikkeling huidige nieuwe markt voor de huidige product ontwikkeling

· Marktontwikkeling huidige product nieuwe markt aanbieden

· Diversificatie nieuw product nieuwe markt ontwikkelen

Strategische marketingplanningsproces

Het onderzoeken van de huidige marktsituatie, het inschatten van de mogelijkheden, het formuleren van doelstellingen en het ontwikkelen van strategieën om deze doelstellingen te verwezenlijken.