Summary bvj 1a

-
232 Flashcards & Notes
42 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "bvj 1a". The author(s) of the book is/are Gerard Smits, Ben Waas, Arteunes Bos, Onno Kalverda. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - bvj 1a

  • 1.1 Levende - dood - levenloos (blz 8)

  • wat is levend
    iets wat levend
  • wat is dood
    iets wat geleeft heeft maar nu dood is
  • wat is levenloos
    iets wat nooit geleefd heeft
  • wat zijn de 7 levensverschijnselen
    ademhalen voeden uitscheiden bewegen waarnemen groeien en voortplanten
  • wat is een natuur getrouwde tekening
    alle delen zo nauwkeurig mogelijk wergeven
  • wat is een schematiche tekening
    alleen de beangrijkste kenmerken zijn weergegeven
  • wat is een buitenaanzicht tekening
    zoals het organisme er van buiten af uitziet
  • 1.2 Tekeningen maken (blz 14)

  • Wat is een schematische tekening?
    De tekening bestaat uit een paar lijnen, maar toch zie je meteen wat het is.
  • Wat is een buitenaanzicht?
    Hoe een organisme er van buiten uitziet.
  • Wat is een doorsnede?
    Hoe iets er van binnen uit ziet.
  • 1.3 Vergroten (blz 20)

  • Wat is een loep?
    Een loep is een vergrootglas.
  • Wat is een microscoop?
    Hiermee kun je kleine organismen zien.
  • Wat is een zaad?
    Uit een zaad kan een plantje groeien.
  • Wat is een poortje van een zaad?
    Is een kleine opening in de zaadhuid.
  • Wat is een zaadhuid?
    Dat is een bruin vlies om de bruine boon.
  • Wat is een hartvormig bultje?
    Is een donkerbruin bultje onder de navel.
  • Wat is een navel bij een bruine boon?
    Een witte vlek op de bruine boon.
  • Wat is een kiem?
    In een zaad zit een kiem.
    De kiem is het begin van een nieuwe boonplant.
  • Waar bestaat de kiem uit?
    Worteltje, stengeltje en twee blaadjes.
  • Waarvoor heb je reservevoedsel nodig?
    Om te kunnen groeien.
  • Wat zit er nog meer in een bruine boon?
    Twee zaadlobben.
  • 1.4 Tabellen en grafieken maken (blz 12)

  • wat gaat een bruine boon doen als je hem in een laagje water legt 
    hij gaat kiemen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noteer hier de nummers uit de bovenstaande afbeelding en noteer daarbij het bij behorende orgaanstelsel.
  1. verteringsstelsel
  2. beenderstelsel
  3. spierenstelsel
  4. bloedvatenstelsel
  5. ademhalingsstelsel
  6. zenuwstelsel
Wat is een donor?
Iemand die een orgaan of weefsel beschikbaar stelt.
Kun je rassen en soorten herkennen om ze in een detimineer tabel te plaatsen
• Organismen behoren tot één soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.
• Organismen van één soort kunnen tot verschillende rassen behoren.
- De rassen kunnen sterk in uiterlijk verschillen.
- Organismen die tot verschillende rassen van de dezelfde soort behoren, kunnen zich samen voortplanten.
Bijvoorbeeld: honden van verschillende rassen.
 Je moet de afdeling van de gewervelden kunnen indelen in vijf groepen. Van elke groep moet je voorbeelden en kenmerken kunnen noemen.
Groep Huid Bloed Ademhaling Voortplanting Milieu Voorbeelden
Vissen Schubben en slijm Koud-
Bloedig Kieuwen Eieren zonder schaal. In het water. Forel
Haring
Kabeljauw
Schol
Snoek
Amfibieën Slijm Koud-
Bloedig Eerst kieuwen en huid, later longen en huid. Eieren zonder schaal. In het water en op het land. Pad
Kikker
Salamander
Reptielen Droge schubben Koud-
Bloedig Longen Eieren met leerachtige schaal Op het land. Hagedis
Krokodil
Ringslang
Schildpad
Vogels Veren Warm-
Bloedig Longen Eieren met kalkschaal. In de lucht. Buizerd
Fuut
Merel
Uil
Zwaluw
Zoogdieren Haren Warm-
Bloedig Longen Levendbarend Op het land. Hond
Olifant
Walvis
Wolf
Zeehond
 Je moet de afdeling van de geleedpotigen kunnen indelen in vier groepen. Van elke groep moet je kenmerken en voorbeelden kunnen noemen.

Groep Kenmerken Voorbeelden
Duizendpoten Het gehele lichaam bestaat uit segmenten.
Aan elk segment zitten poten. Miljoenpoot
Reuzenduizendpoot
Kreeftachtigen 10 of meer poten. Garnaal
Rivierkreeft
Spinachtigen 8 poten. Hooiwagen
Kruisspin
Insecten 6 poten.
Kop, borststuk en achterlijf
Aan het borststuk zitten poten en meestal ook vleugels. Kever
Mier
vlinder
 Je moet het dierenrijk kunnen indelen in acht afdelingen. Van elke afdeling moet je kenmerken en voorbeelden kunnen noemen.
Afdeling Symmetrie Skelet Milieu Specifiek Voorbeelden
Eencellige dieren Geen Geen skelet In het water Bestaan uit slechts één cel. Amoebe
Pantoffeldiertje
Sponzen Geen Een skelet van stevige hoornvezels tussen de cellen. Zitten vast op de bodem van de zee. Badspons
Olifantoorspons
Holtedieren Veelzijdig Meestal geen skelet. In het water Vangen hun prooi met tentakels. (vangarmen) Kwal
Zeeanemoom 
Wormen 2-zijdig Geen skelet. Het lichaam is lang en dun. Lintworm
Spoelworm
Regenworm
Weekdieren 2-zijdig Meestal een schelp of huisje als skelet. Inktvis
Mossel
Slak


Geleedpotigen 2-zijdig Een uitwendig skelet. (pantser) Gelede poten Duizendpoot
Krab
Spin
Vlieg
Stekelhuidigen Veelzijdig Inwendig skelet van kalk. De huid is bedekt met stekels of knobbels. Zee-egel
Zeester
Gewervelden 2-zijdig Een inwendig skelet met een wervelkolom. Kikker
Slang
Zwaluw
Het planterijk bestaat uit drie afdelingen. Van elke afdeling moet je kenmerken en voorbeelden noemen
Afdeling Wortels, Stengels en bladeren. Bloemen Voortplanting Voorbeelden
• Wieren (algen) X X - Boomalg (eencellig)
- Kranswier en blaaswier (veelcellig)
• Sporenplanten V X Door sporen - Haarmos
- Heermoes
- Mannetjesvaren
• Zaadplanten V V Door zaden - Beuk
- Klimop
- Paardebloem
Noem kenmerken en voorbeelden van schimmels
- Gisten zijn eencellige schimmels
o Gisten planten zich voort door deling.
- Veelcellige schimmels bestaan meestal uit schimmeldraden. 
o Veelcellige schimmels planten zich meestal voort door sporen. (cellen waaruit een nieuwe schimmel kan ontstaan.)
o Bij sommige soorten schimmels ontstaan de sporen in paddestoelen.
- De meeste soorten schimmels voeden zich met dode resten van organismen.
Voorbeelden:
- Schimmels die voedsel doen bederven.
- Schimmels die infectieziekten veroorzaken. (Zwemmerseczeem)
- Schimmels die worden gebruikt bij het bereiden van medicijnen. (penseelschimmel)
- Schimmels die worden gebruikt bij het bereiden van voedingsmiddelen. (brood, bier, wijn en schimmelkaas)
- Schimmels die worden gegeten. (champignon)
Noem kenmerken en voorbeeden van bacteriën
- Bacteriën zijn eencellig.
- Bacteriën planten zich voort door deling.
- De meeste soorten bacteriën voeden zich met 
dode resten van organismen.
Voorbeelden:
- Bacteriën die voedsel doen bederven.
- Bacteriën die infectieziekten kunnen veroorzaken. (cholera, longontsteking, oorontsteking, tuberculose, enz.)
- Bacteriën die worden gebruikt bij het maken van voedingsmiddelen. (zuurkool, kaas, yoghurt, enz.)
DETERMINEREN
Bepalen waar een organisme onder valt.  (rijk, stammen od groep)