Summary bvj 1a

-
232 Flashcards & Notes
42 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "bvj 1a". The author(s) of the book is/are Gerard Smits, Ben Waas, Arteunes Bos, Onno Kalverda. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - bvj 1a

  • 3.1 Organen (blz 64)

  • Wat is een torso?
    Een torso is een model van de romp van een mens.
  • Waaruit zijn de organismen opgebouwd?
    Organismen zijn opgebouwd uit organen.
  • Wat scheidt de romp in de borstholte en de buikholte?
    Het middenrif scheidt de romp in de borstholte en de buikholte
  • welke organen zitten er in de borstholte?
    de slokdarm, de luchtpijp, de longen en het hart.
  • welke organen liggen er in de buikholte?
    de slokdarm, de maag, de lever, de dunne darm, de dikke darm en de nieren.
  • Wat is een orgaan?
    een orgaan is een deel van een organisme met een of meer functies.
  • Wat is een organenstelsel?
    Dit is een groep van samenwerkende organen. 
  • Noem 6 organenstelsels.
    Verteringsstelsel, beenderenstelsel, spierenstelsel, bloedvatenstelsel, ademhalingsstelsel, zenuwstelsel.
  • 3.2 Cellen (blz 66)

  • De cellen met dezelfde vorm en functie liggen vaak bij elkaar. Hoe heet dit?
    Weefsel.
  • Waar is een orgaan vaak uit op gebouwd ?
    Uit meerdere soorten weefsel
  • Noem 4 verschillende weefsel.
    Beenweefsel, kraakbeenweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel.
  • Hoe komen de cellen aan zijn vorm?
    Deze hangen samen met de functie die de cellen hebben
  • Komen er in een orgaan alleen dezelfde cellen voor?
    Nee, er kunnen cellen voorkomen die heel verschillend van vorm zijn.
  • Wat is weefsel?
    Cellen met dezelfde vorm EN dezelfde functies in groepen bij elkaar.
  • Hoe ziet een cel er in het echt uit?
    Elke cel lijkt op een "doosje".
  • Wat is het verschil van het "zien" van cellen onder een microscoop of in het echt?
    Onder de microscoop lijken ze "plat". Ik het echt zit er "diepte" in. 
  • Op welke manier kan je cellen zien?
    Alleen via een microscoop
  • Wat is tussencelstof?
    De ruimte tussen de cellen van het weefsel in. Tussencelstof is dood materiaal
  • Hoe ziet tussencelstof eruit?
    Het kan verschillend zijn : Hard, vloeibaar of zacht. 
  • Waar hangt de substanties van de tussencelstof vanaf?
    Dat hangt samen met de FUNCTIE die de tussencelstof heeft. 
  • 3.3 De microscoop (blz 67)

  • waar pak je een microscoop aan vast?
    Aan het statief
  • Wat is een OCULAIR?
    De bovenste lens van de microscoop
  • Hoe heet de buis waar het oculair in zit?
    De TUBUS
  • Wat gebeurd er als je een microscoop op zijn kop houd?
    Dan valt de oculair eruit. Deze zit nl. los in de de tubus.
  • Waar zit het revolver?
    Onderaan de tubus
  • Hoe heet de draaibare schijf waarin de onderste lenzen zitten geschroefd?
    De revolver
  • Hoe heten deze lenzen in de draaibare schijf?
    De objectieven.
  • Wat gebeurd er als je aan de grote en de kleine schroef draait?
    Dan verandert de afstand tussen de tafel en de objectieven.
  • Wat is het verschil tussen de grote en de kleine schroef?
    Bij de grote veranderd de afstand snel en bij de kleine verandert de afstand langzaam. 
  • Wat is een preparaat?
    Het voorwerp wat je wilt bekijken met de microscoop
  • Wat doe je met een preparaatklem?
    Daarmee zet je het preparaat zelf vast.
  • Wat doe je met een diagram?
    Hiermee kan je de hoeveelheid licht regelen die door de lenzen valt.
  • Waarvoor dient een preparaatbeveiliging?
    Dit is een schroef die ervoor zorgt dat je nooit een objectief tegen het preparaat aan kunt draaien.
  • Wat kan er gebeuren als je geen preparaat beveiliging hebt op je microscoop?
    Dan kan het preparaat stukgedraaid worden en de lens in het objectief beschadigt raken.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noteer hier de nummers uit de bovenstaande afbeelding en noteer daarbij het bij behorende orgaanstelsel.
  1. verteringsstelsel
  2. beenderstelsel
  3. spierenstelsel
  4. bloedvatenstelsel
  5. ademhalingsstelsel
  6. zenuwstelsel
Wat is een donor?
Iemand die een orgaan of weefsel beschikbaar stelt.
Kun je rassen en soorten herkennen om ze in een detimineer tabel te plaatsen
• Organismen behoren tot één soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.
• Organismen van één soort kunnen tot verschillende rassen behoren.
- De rassen kunnen sterk in uiterlijk verschillen.
- Organismen die tot verschillende rassen van de dezelfde soort behoren, kunnen zich samen voortplanten.
Bijvoorbeeld: honden van verschillende rassen.
 Je moet de afdeling van de gewervelden kunnen indelen in vijf groepen. Van elke groep moet je voorbeelden en kenmerken kunnen noemen.
Groep Huid Bloed Ademhaling Voortplanting Milieu Voorbeelden
Vissen Schubben en slijm Koud-
Bloedig Kieuwen Eieren zonder schaal. In het water. Forel
Haring
Kabeljauw
Schol
Snoek
Amfibieën Slijm Koud-
Bloedig Eerst kieuwen en huid, later longen en huid. Eieren zonder schaal. In het water en op het land. Pad
Kikker
Salamander
Reptielen Droge schubben Koud-
Bloedig Longen Eieren met leerachtige schaal Op het land. Hagedis
Krokodil
Ringslang
Schildpad
Vogels Veren Warm-
Bloedig Longen Eieren met kalkschaal. In de lucht. Buizerd
Fuut
Merel
Uil
Zwaluw
Zoogdieren Haren Warm-
Bloedig Longen Levendbarend Op het land. Hond
Olifant
Walvis
Wolf
Zeehond
 Je moet de afdeling van de geleedpotigen kunnen indelen in vier groepen. Van elke groep moet je kenmerken en voorbeelden kunnen noemen.

Groep Kenmerken Voorbeelden
Duizendpoten Het gehele lichaam bestaat uit segmenten.
Aan elk segment zitten poten. Miljoenpoot
Reuzenduizendpoot
Kreeftachtigen 10 of meer poten. Garnaal
Rivierkreeft
Spinachtigen 8 poten. Hooiwagen
Kruisspin
Insecten 6 poten.
Kop, borststuk en achterlijf
Aan het borststuk zitten poten en meestal ook vleugels. Kever
Mier
vlinder
 Je moet het dierenrijk kunnen indelen in acht afdelingen. Van elke afdeling moet je kenmerken en voorbeelden kunnen noemen.
Afdeling Symmetrie Skelet Milieu Specifiek Voorbeelden
Eencellige dieren Geen Geen skelet In het water Bestaan uit slechts één cel. Amoebe
Pantoffeldiertje
Sponzen Geen Een skelet van stevige hoornvezels tussen de cellen. Zitten vast op de bodem van de zee. Badspons
Olifantoorspons
Holtedieren Veelzijdig Meestal geen skelet. In het water Vangen hun prooi met tentakels. (vangarmen) Kwal
Zeeanemoom 
Wormen 2-zijdig Geen skelet. Het lichaam is lang en dun. Lintworm
Spoelworm
Regenworm
Weekdieren 2-zijdig Meestal een schelp of huisje als skelet. Inktvis
Mossel
Slak


Geleedpotigen 2-zijdig Een uitwendig skelet. (pantser) Gelede poten Duizendpoot
Krab
Spin
Vlieg
Stekelhuidigen Veelzijdig Inwendig skelet van kalk. De huid is bedekt met stekels of knobbels. Zee-egel
Zeester
Gewervelden 2-zijdig Een inwendig skelet met een wervelkolom. Kikker
Slang
Zwaluw
Het planterijk bestaat uit drie afdelingen. Van elke afdeling moet je kenmerken en voorbeelden noemen
Afdeling Wortels, Stengels en bladeren. Bloemen Voortplanting Voorbeelden
• Wieren (algen) X X - Boomalg (eencellig)
- Kranswier en blaaswier (veelcellig)
• Sporenplanten V X Door sporen - Haarmos
- Heermoes
- Mannetjesvaren
• Zaadplanten V V Door zaden - Beuk
- Klimop
- Paardebloem
Noem kenmerken en voorbeelden van schimmels
- Gisten zijn eencellige schimmels
o Gisten planten zich voort door deling.
- Veelcellige schimmels bestaan meestal uit schimmeldraden. 
o Veelcellige schimmels planten zich meestal voort door sporen. (cellen waaruit een nieuwe schimmel kan ontstaan.)
o Bij sommige soorten schimmels ontstaan de sporen in paddestoelen.
- De meeste soorten schimmels voeden zich met dode resten van organismen.
Voorbeelden:
- Schimmels die voedsel doen bederven.
- Schimmels die infectieziekten veroorzaken. (Zwemmerseczeem)
- Schimmels die worden gebruikt bij het bereiden van medicijnen. (penseelschimmel)
- Schimmels die worden gebruikt bij het bereiden van voedingsmiddelen. (brood, bier, wijn en schimmelkaas)
- Schimmels die worden gegeten. (champignon)
Noem kenmerken en voorbeeden van bacteriën
- Bacteriën zijn eencellig.
- Bacteriën planten zich voort door deling.
- De meeste soorten bacteriën voeden zich met 
dode resten van organismen.
Voorbeelden:
- Bacteriën die voedsel doen bederven.
- Bacteriën die infectieziekten kunnen veroorzaken. (cholera, longontsteking, oorontsteking, tuberculose, enz.)
- Bacteriën die worden gebruikt bij het maken van voedingsmiddelen. (zuurkool, kaas, yoghurt, enz.)
DETERMINEREN
Bepalen waar een organisme onder valt.  (rijk, stammen od groep)