Summary BVJ 1B HST 06

-
ISBN-13 9789034582638
238 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "BVJ 1B HST 06". The author(s) of the book is/are Arteunis Bos. The ISBN of the book is 9789034582638. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - BVJ 1B HST 06

  • 6 Waarneming, regeling en gedrag

  • Waar gaat dit hoofdstuk over?
    Over waarneming van je omgeving, dichtbij en verder verwijderd.
    Waarneming: zien, horen, ruiken, proeven, voelen.

    Dit waarnemen doe je met je zintuigen.

    Door deze waarneming kun je reageren op je omgeving.
    Wat is reageren? Vb: praten, lachen, huilen. En bewegen, in actie komen.
    Al deze reacties vormen jouw gedrag.

    Om de processen te laten verlopen is er veel nodig in je lichaam.
    Hierbij een hoofdrol voor zenuwstelsel en hormoonstelsel.
  • Hoe is dit hoofdstuk opgebouwd?
    1. REAGEREN OP JE OMGEVING
    Zintuigen, prikkels en impulsen die worden verwerkt via zenuwstelstel en daar een reactie teweegbrengen. 

    De belangrijkste zintuigen:
    2. VOELEN : de huid
    3. PROEVEN: neus en tong 
    4. HOREN : de oren
    5. ZIEN : de ogen
    6. ZENUWSTELSEL: de verwerking van al deze prikkels
    7. GEDRAG.  Prikkels retour uit hersens geven reacties die te samen vormen ons GEDRAG
    8. Het HORMOONSTELSEL
    9. De HERSENEN
    10. De WEG van de IMPULSEN  Van prikkel naar verwerking naar reactie
    Overzie de logica van het geheel. Zie het grote verband. Dan kun je je stof veel beter opnemen.
  • 6.1 Reageren op je omgeving

  • Hoe werken de zintuigen? Geef het traject aan.
    Een zintuig krijgt een prikkel.
    Stuurt deze prikkel via de zenuwen naar hersens.
    Wordt daar verwerkt.
    Hersenen sturen signaal terug,
    waarna er een reactie in het lichaam volgt:

    VB: Oog ziet chocola . Neus ruikt chocola  Zintuig = zien en ruiken. Prikkel naar hersens. Hersens prikkel retour = reactie: watertanden, en beweging: arm strekt uit naar chocola.
  • 6.1.1 Zintuigen

  • Wat zijn zintuigen
    Zintuigen zijn organen die reageren op bepaalde invloeden uit de omgeving. Zo'n invloed heet een prikkel
  • Wat zijn de bekendste zintuigen
    Zien
    Horen
    Ruiken
    Proeven
    Voelen
  • Hoe noemen we alle zintuigen samen?
    Het zintuigenstelsel
  • Welke twee typen zintuigen zitten in je oor?
    Gehoorzintuigen en evenwichtzintuigen
  • Wat kan je met je evenwichtszintuigen
    Veranderingen in de zwaartekracht voelen
  • Wat zijn:
    warmtezintuigen
    koudezintuigen
    drukzintuigen
    tastzintuigen
    Zintuigen waarmee je:
    warmte voelt
    kou voelt
    voelt of er op je huid gedrukt wordt
    voelt hoe iets aanvoelt
  • Waar bevinden zich de warmtezintuigen,
    koudezintuigen, drukzintuigen, tastzintuigen
    In de huid
  • Hoe noem je het gene wat je zintuigen oppakken
    Prikkels (licht, geluid, geur, aanraking)
  • Hoe heten de cellen in de zintuigen die prikkels kunnen opvangen?
    Zintuigcellen
  • Waar zijn de zintuigcellen op aangesloten?
    Op de zenuwen
  • Wat gebeurt er als zintuigen prikkels opvangen?
    Er ontstaan impulsen, een soort elektrische signaaltjes.
    Deze worden naar hersenen geleid, daar verwerkt en er ontstaat een reactie.
  • 6.1.2 Het ontstaan van impulsen

  • Wanneer ontstaat een impuls
    Zodra een zintuig een prikkel opvangt ontstaat er een impuls.
    Een impuls ontstaat alleen als een prikkel sterk genoeg is.
  • Hoe heet de kleinste prikkelsterkte die een impuls veroorzaakt?
    de drempelwaarde
  • Wat gebeurt er als een prikkel zwakker is dan de drempelwaarde?
    Er ontstaan GEEN impuls in de zintuigcellen
  • Wat is de impulsfrequentie
    De hoeveelheid impulsen die per seconde worden door gegeven (via de zenuwen naar de hersenen)

    Bij sterkere prikkel stijgt dus de impulsfrequentie
  • Ligt de drempelwaarde vast?
    Nee. De drempelwaarde is niet altijd even hoog.

    Elk type zintuigcel heeft voor elk soort prikkel een bepaalde drempelwaarde

    na voorafgaande sterke prikkels wordt de drempelwaarde hoger.
  • Hoe noemen we de hoeveelheid impulsen per seconde?
    De impulsfrequentie
  • Wat gebeurt er met de drempelwaarde na een aantal sterke prikkels?
    De drempelwaarde wordt hoger
  • Wat is een adequate prikkel?
    Een adequate prikkel is een type prikkel waarvoor een zintuigcel speciaal gevoelig is.
    Voor deze prikkel heeft de zintuigcel een lage drempelwaarde.

    Voorbeeld: zintuigcellen in je oog zijn extra gevoelig voor licht.
    Licht is dus een ADEQUATE prikkel voor de zintuigcellen in je oog

    Zintuigcellen kunnen ook NIET ADEQUATE prikkels waarnemen maar daarvoor ligt de drempelwaarde stuk hoger
  • Wat is gewenning
    Gewenning is wanneer een prikkel enige tijd aanhoudt. Als dat zo is ontstaan er in de zintuigcellen minder impulsen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is er eerst: ethogram of protocol?
Ethogram.
Eerst lijst aanleggen van voorkomende handelingen die voor de probleemstelling - het onderzoek - van belang zijn. 
Dan Protocol: de lijst van achtereenvolgens waargenomen handelingen en het  tijdstip waarop deze handeling wordt uitgevoerd, de tijdsduur van een handeling. 

Zonder ethogram dus een protocol.
Wat is een protocol?
Een lijst van achtereenvolgens waargenomen handelingen uit het ethogram. 
Dier wordt bepaalde tijd geobserveerd. 
Waarbij van elke handeling het tijdstip van de handeling wordt genoteerd.
Wat is een ethogram
Een beschrijving van de handelingen van een dier.
En wel de handelingen die voor de probleemstelling van belang zijn. 

(bij onderzoek verzorgen vacht door een kat: dus: vacht likken, kopvegen met natte voorpoot)
Wat doen gedragsbiologen voor zij te werk gaan?
Zij stellen een probleemstelling op 
(hoeveel tijd besteed een kat aan de verzorging van zijn vacht) 

en een hypothese  waarmee zijn de probleemstelling willen beantwoorden
Bestudering van gedrag gebeurt zo objectief mogelijk.Wat betekent dit in de praktijk?
alleen naar de WERKELIJKE FEITEN worden genoteerd 
(hond beweegt staart heen en weer)
er worden geen MENINGEN gegeven 
(de hond is vast blij!)
Als het gedrag van dieren wordt bestudeerd, hoe gaat men dan te werk?  Drie facetten.
- 0bservatie van het gedrag  
- Notatie van de tijd die aan een bepaald gedraging wordt besteed
- de volgorde van de gedragingen
Via wat verlopen de reflexbogen van romp en ledematen?
Via het ruggenmerg
Via wat verlopen de reflexbogen van hoofd en hals
Via de hersenstam
Beschrijf de VIER stadia van een reflexboog
  • door prikkel ontstaat in zintuigcellen een impuls
  • via gevoelszenuwen wordt impuls geleid naar schakelcellen in ruggenmerg of hersenstam
  • schakelcel geleidt impuls direct door naar bewegingszenuwcellen
  • bewegingszenuwcellen geleiden impuls naar spiercellen, waardoor spieren zich samentrekken


  • reflexbogen van hoofd en hals verlopen via de hersenstam
  • de reflexbogen van romp en ledematen verlopen via het ruggenmerg
Noem voorbeelden van een reflex (4)
terugtrekreflex (bij hitte of pijn) 
ooglidreflex (vliegje in je oog, plots fel licht)
pupilreflex   (lichtverandering)
kniepeesreflex (tikje tegen pees onder knieschijf, been beweegt)