Summary BVJ Biologie voor de bovenbouw

-
ISBN-10 9402056955 ISBN-13 9789402056952
641 Flashcards & Notes
11 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • BVJ Biologie voor de bovenbouw
  • Marianne Gommers
  • 9789402056952 or 9402056955
  • 2019

Summary - BVJ Biologie voor de bovenbouw

  • 4.1 Ontwikkeling van het leven

  • Hoelang bestaat de aarde?
    De aarde bestaat ongeveer 4,6 miljard jaar.
  • Wanneer ontstonden de eerste eencellige vormen van leven?
    De eerste eencelligen vormen van leven ontstonden 3,8 miljard jaar geleden, in het Precambrium.
  • Wanneer ontstonden de eerste meercelligen?
    De eerste meercelligen ontstonden 670 miljoen jaar geleden.
  • Wanneer ontstonden de eerste gepantserde dieren, geleedpotigen en stekelhuidigen?
    De eerste gepantserde dieren, geleedpotigen en stekelhuidigen ontstonden 542 miljoen jaar geleden.
  • Wanner ontstonden de eerste landplanten
    De eerste landplanten ontstonden 400 miljoen jaar geleden.
  • Tot aan welk tijdperk speelde al het leven zich in de zee af?
    Tot in het Siluur speelde alle leven zich in zee af.
  • Wanneer ontstonden de eerste gewervelden?
    De eerste gewervelden ontstonden 350 miljoen jaar geleden.
  • Wanneer ontstonden de eerste zaadplanten?
    De eerste zaadplanten ontstonden 250 miljoen jaar gelden.
  • Wanner ontstonden de eerste zoogdieren en vogels?
    De eerste zoogdieren en vogels ontstonden 65 miljoen jaar geleden.
  • Hoe oud zijn de oudste fossielen met menselijke kenmerken?
    De oudste fossielen met menselijke kenmerken zijn ongeveer 5 miljoen jaar oud.
  • Wat ging er vooraf aan het ontstaan van het leven?
    Aan het ontstaan van het leven ging een chemische evolutie vooraf.
  • Wat is een chemische evolutie?
    In een chemische evolutie werden de eerste stoffen gevormd waaruit de eerste eencellige kon ontstaan..
  • Uit welke stoffen bestond de oeratmosfeer?
    De oeratmosfeer bestond uit stikstofgas, waterdamp, koolstofmonoxide, koolstofdioxide, waterstofgas, ammoniak, methaan en waterstofsulfide.
  • Hoe konden de stoffen uit de oeratmosfeer ioniseren?
    Door toevoer van energie konden de stoffen uit de oeratmosfeer ioniseren. Denk aan elektrische ontladingen, uv-straling en botsingen met meteorieten.
  • Wat ontstond er bij het ioniseren van de stoffen uit de oeratmosfeer?
    Bij het ioniseren ontstonden de stoffen koolstof, waterstof, stikstof en zuurstof.
  • Op welke manier ontstonden de eerste organische stoffen uit anorganische stoffen?
    Doordat de geïoniseerde stoffen in de oeratmosfeer onmiddellijk met elkaar reageren ontstonden in de oeratmosfeer de eerste organische stoffen uit anorganische stoffen.
  • Wat zijn anorganische stoffen?
    Anorganische stoffen komen voor in levenloze natuur en in organischen. De stof is opgebouwd uit kleine, eenvoudig gebouwde moleculen.
  • Wat zijn organische stoffen?
    Organische stoffen zijn meestal afkomstig van organismen. Ze hebben relatief grote, ingewikkeld gebouwde moleculen, die altijd een of meer koolstof en waterstof en meestal ook zuurstof bevatten.
  • Wat is het Miller-Urey-experiment?
    Het Miller-Urey-experiment bootste het ontstaan van organische stoffen uit anorganische stoffen in het laboratorium na.
  • Welk mengsel gebruikte Miller in zijn experiment?
    Miller gebruikte een mengsel van ammoniak, methaan, waterstofgas en waterdamp. Dit stelde hij bloot aan elektrische ontladingen.
  • Welke stoffen ontstonden bij het Miller-Urey-experiment?
    Bij het experiment ontstonden aminozuren en nucleotiden.
  • Waar kwamen de eerste organische stoffen terecht?
    De eerste organische stoffen kwamen in oerzeeën terecht.
  • Hoe ontstond een oersoep?
    Door verdamping uit binnenzeeën vond indikking plaats waardoor een oersoep ontstond.
  • Wat was het gevolg van het ontstaan van een oersoep?
    In de oersoep verenigden kleine organische moleculen zich tot grotere moleculen. De organische moleculen rangschikten zich in 'druppeltjes' (protobionen). Hieruit ontstonden de eerste cellen.
  • Wat zijn black smokers?
    Black smokers zijn vulkanische schoorstenen waar water toto 400 graden, onder druk, uit de zeebodem spuit.
  • Wat ontstaat er bij black smokers.
    Omdat bij black smokers ook de voorwaarden voor een chemische evolutie aanwezig zijn kunnen protobionen ook bij black smokers ontstaan.
  • Wat zijn prokaryote organismen?
    Prokaryote organismen zijn eencellige organismen zonder celkern of andere zichtbare organellen.
  • Wat waren kenmerken van de eerste prokaryoten?
    De eerste prokaryoten waren anaeroob en heterotroof. Ze konden uitsluitend leven in een milieu zonder zuurstof en konden geen organische stoffen maken uit anorganische stoffen.
  • Wat zijn cyanobacteriën (blauwalg)
    Cyanobacteriën waren de eerste bacteriën die in staat waren tot fotosynthese.
  • Wat zijn kenmerken van cyanobacteriën?
    Cyanobacteriën zijn autotroof. Ze kunnen uit anorganische stoffen organische stoffen maken waaruit ze bestaan.

  • Wat produceren cyanobacteriën?
    Cyanobacteriën produceren zuurstof.
  • Wat was het gevolg van de overvloed aan autotrofe bacteriën?
    Door de overvloed aan autotrofe bacteriën werd de atmosfeer steeds zuurstofrijker en werden de anaerobe stoffen vergiftigd. Hierdoor ontstonden de eerste aerobe heterotrofe bacteriën.
  • Wat zijn eukaryoten?
    Eukaryoten zijn cellen met een celkern, dubbele membranen en organellen.
  • Hoe zijn eukaryoten ontstaan?
    Eukaryoten hebben zich ontwikkeld volgens de endosymbiosetheorie.
  • Wat is de endosymbiosetheorie?
    Volgens de endosymbiosetheorie ontstonden eukaryoten uit relatief grote prokaryoten. 

    Door instulping van het celmembraan rondom het DNA ontstonden een kernmembraan, de celkern en het endoplasmatisch reticulum. 

    Ingesloten aerobe, heterotrofe bacteriën ontwikkelden zich tot mitochondriën en ingesloten (autotrofe) cyanobacteriën ontwikkelden zich tot chloroplasten.
  • Wat is de hoofdindeling van alle levensvormen?
    Door vergelijking van de bouw van ribosomen bestaat de hoofdindeling van alle levensvormen uit drie domeinen: bacteriën, archaea en eukaryoten.
  • Wat zijn bacteriën en archaea?
    Bacteriën en archaea bestaan uit eencelligen zonder celkern of andere door membranen begrensde organellen.
  • Waarom zijn archaea een apart domein?
    Archaea zijn een apart domein omdat hun biochemie zoveel verschilt van die van andere vormen van leven.
  • Wat behoort tot de eukaryoten?
    Tot het domein van de eukaryoten behoren de schimmels, planten en dieren. De cellen van eukaryoten zijn complexer gebouwd dan die van prokaryoten. Eukaryoten kunnen meercellig zijn.
  • Wat is de hiërarchische indeling in steeds kleinere groepen?
    DE RODE STIER KAN OVER FRIESE GREPELS SPRINGEN

    - domein
    - rijk
    - stam
    - klasse
    - orde
    - familie
    - geslacht
    - soort
  • Wat is een taxa (enkelvoud taxon)?
    Taxa zijn indelingsgroepen op verschillende niveaus.
  • Wat is een ander woord voor 'soort'?
    Een ander woord voor 'soort' is species.
  • Wat is een ander woord voor 'geslacht'?
    Een ander woord voor 'geslacht' is genus (meervoud genera).
  • Waaruit bestaat de binaire naamgeving?
    De binaire naamgeving bestaat uit twee delen: het eerste deel is de geslachtsnaam (wordt geschreven met een hoofdletter) en het tweede deel is de soortaanduiding (wordt geschreven met een kleine letter). Vaak staat er nog achter welke onderzoeker de naam heeft gegeven. Bijvoorbeeld: Bellis perennis L.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • BVJ Biologie voor de bovenbouw
  • Marianne Gommers
  • 9789402056945 or 9402056947
  • 2019

Summary - BVJ Biologie voor de bovenbouw

  • 1 Inleiding in de biologie

  • Levensverschijnselen
    Voortplanten, groeien, ontwikkelen en stofwisseling
  • Organismen
    Cellen bekijken met een microscoop
  • Stofwisseling
    Alle chemische reacties in een organisme
  • Celorganellen
    Bouw en functie en stoffen uitwisselen
  • Enzymen
    Versnellen de chemische reacties van stofwisselingsprocessen
  • Natuurwetenschappelijk onderzoek
    Uitvoeren en een verslag maken
  • Levenloos
    Dingen die nooit hebben geleefd in de natuur
  • Rol
    Welke rol speelt biologie in het dagelijks leven
  • Levensloop
    Elk individu heeft een levensloop. De levensloop begint direct na het ontstaan van het organisme eindigt met de dood van het organisme
  • Hoofdstuk
    Hoe zit het in elkaar
  • Levenscyclus
    Elke soort heeft een levenscyclus omdat alle individuen van een soort tijdens hun levensloop dezelfde fasen of stadia van ontwikkeling doorlopen. Individuen kunnen sterven terwijl de soort blijft doorbestaan.
  • Ontwikkelen
    Optreden van veranderingen in de bouw en het functioneren van het organisme of van bepaalde delen ervan
  • Soort
    Organismen die zich onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen voortbrengen.
  • Context
    Een situatie waarin biologie een rol speelt
  • Molecuul
    Bouwstenen van stoffen bijv. DNA bevat erfelijke informatie voor een organisme
  • Cel
    Organismen bestaan uit 1 of meer cellen
  • Orgaan
    Deel van een organisme met een specifieke bouw en functie
  • Organisme
    Eencellig of meercellig levend wezen (individu)
  • Populatie
    Groep individuen van zelfde soort die in bepaald gebied leven en die zich onderling voortplanten
  • Ecosysteem
    Begrensd gebied bestaande uti levende en niet levende natuur
  • Biosfeer
    Systeem aarde het geheel aan ecosystemen op aarde
  • Emergente eigenschap
    Op hoger organisatieniveau nieuwe eigenschap ontstaat dan op lager organisatieniveau niet is
  • Interactie
    Biologische eenheden reageren op elkaar en op de invloeden uit de omgeving
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat gebeurt er na het instorten van een populatie?
Na het instorten van een populatie kan zich een nieuw biologisch evenwicht instellen, meestal met een lagere draagkracht.
Wanneer stort een populatie in?
Als na een exponentiële groei de draagkracht wordt overschreden, stort de populatie in.
Wat is de draagkracht?
De draagkracht is de maximale populatiegrootte die over langere tijd in een ecosysteem kan worden gehandhaafd.
Wat gebeurt er als de hulpbronnen in het nieuwe gebied onbeperkt zijn en als natuurlijke vijanden ontbreken?
Als de hulpbronnen in het nieuwe gebied onbeperkt zijn en als natuurlijke vijanden ontbreken, gaat de exponentiële groei na de beginfase door (J-vormige groeicurve). Dit kan leiden tot een plaag.
Wat gebeurt er als de hulpbronnen in het nieuwe gebied beperkt zijn en/of als er natuurlijke vijanden aanwezig zijn?
Als de hulpbronnen in het nieuwe gebied beperkt zijn en/of als er natuurlijke vijanden aanwezig zijn, stelt zich na de beginfase een biologisch evenwicht in. (S-vormige groeicurve)
Wat gebeurt er als een invasieve exoot goed is aangepast aan het nieuwe milieu?
Als de soort goed is aangepast aan het nieuwe milieu, vindt in de beginfase exponentiële groei plaats.
Wat is het gevaar van invasieve exoten?
Het gevaar is dat ze inheemse soorten verdringen.
Wat zijn invasieve exoten?
Invasieve exoten bezitten eigenschappen waardoor ze zich in het nieuwe leefgebied kunnen vestigen en verspreiden.
Wat zijn exoten?
Exoten zijn organismen die als gevolg van menselijk handelen in een leefgebied terechtkomen waarin ze van oorsprong niet thuis horen.
Wat zijn uitheemse individuen?
Uitheemse individuen zijn organismen van een andere soort die vanuit een ander gebied binnendringen.