Summary Campbell biology.

-
ISBN-10 0321739752 ISBN-13 9780321739759
919 Flashcards & Notes
88 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Campbell biology.". The author(s) of the book is/are Jane B Reece. The ISBN of the book is 9780321739759 or 0321739752. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Campbell biology.

  • 1 Een rondleiding door de cel

  • Waarom bestaan we niet uit alleen 1 grote cel?

    voor diffusieafstand, 

  • Wat is het verschil tussen vergroting en resolutie?

     

    Vergroting is hoe groot je het object ziet ten opzichte van hoe groot het object daadwerkelijk is

    Resulutie is een maat van hoe scherp je het object kan zien, de minimum afstand dat je 2 punten nog kan onderscheiden. 

     

  • hoe groot is een dierlijke cel in vergelijken met een bacterie, eiwit of compartimenten van een cel?L

     

    dierlijke cel: ca. 20 um

    bacterie: ca. 1 um

    Kern: ca. 5 um

    Ribosoom: ca 20 nm

    Eiwit/virussen:  ca. 5 nm

    Vetten: ca. 1 nm

     

  • wat zijn de stappen van de techniek celfractionering?

    1. stukje weefsel wordt fijn gemaakt

    2. Homogeniseren

    3. afdraaien bij verschillende snelheden en tijden

     De verschillende celfracties worden gescheiden in een kolom met verschillende suikers.

  • Wat is het verschil tussen prokaryoten en eukaryoten?

    Prokaryoten: geen compartimenten, geen kern: DNA ligt los in de cel, WEL celwand

    Eukaryoten:  verschillende compartimenten, wel kern maar GEEN celwand 

  • Waarom is er een ondergrens en bovengrens aan de celgrootte?

    ze hebben een maximale grootte anders is de diffusietijd te groot, wat beperking heeft bij O2 transport of afvalstoffen.  En een ondergrens is voor ruimte voor compartimenten en voor verschillende processen die daar plaatsvinden.

     

     

  • Wat is het belang van compartimentalisatie bij een eukaryote cel?

    -Hogere concentratie in cel

    - Optimaal milieu (pH) voor verschillende specifieke reacties

    - membraangebonden processen

  • Wat is de functie van de kern?

    Wat de cel gaat doen (hersenen), bevat de meeste genen en zorgt voor het kopiëren van DNA, daar vindt ook mRNA synthese plaats en synthese van ribosomen (in nucleolus)

     

  • Waar vindt synthese van ribosomen in de kern plaats?

    nucleolus

  • Wat is de structuur van de kern?

     

    - Chromatine

    - Nucleolus

    - Kernmembraan

    - Kernporiën 

    - Nuclear envelop

  • hoe stuurt de kern de eiwitsynthese?

    De kern bepaalt hoeveel mRNA er gemaakt wordt, en dus hoeveel eiwit gemaakt kan worden.

    - mRNA, brengt het genetische code voor het endomembraansysteem naar het cytoplama.

    - rRNA, vormt ribosomen

    - tRNA, transporteert de geactiveerde aminozuren richting de ribosomen. 

     

     

  • Wat is de functie van een ribosoom? 

    RNA synthese

  • Wat is de structuur van een ribosoom?

    Bestaan uit rRNA en eiwitten 

     

  • Welke typen ribosomen bestaan er?

    Vrije ribosomen: liggen in de cytosol

    gebonden ribosomen: zitten vast aan de buitenkant van het ER of nuclear envelop

  • Wat is de functie en structuur van het golgi apparaat?

    verdeelstation” à producten van het ER

    ·         Bepaalt waar de eiwitten naartoe worden gestuurd.

    ·         Bestaat uit een stapel platte membraanstructuren (=cisternae)

    ·         Cis-zijde= ontvangende zijde à door vesicles van het RER

    ·         Trans-zijde= postà stuurt vesicles met gesorteerde producten naar de juiste bestemming in de cel. 

  • Wat is de functie en structuur van trasport vesicles?

    zijn membraanblaasjes, voor transport tussen membranen. 

  • Wat is de functie en structuur van lysosomen?

    afvalbakje

    Blaasje met zure hydrolasen (hydrofiele enzymen) om macromoleculen te verteren à pH-optimum 5,5

  • Wat is de functie en structuur van het ER?

    Bestaat uit netwerkt van membraantubulli en blaasjes (cisternae)à loopt over de nuclearenvelop

    SERàSmooth ER: GEEN RIBOSOMEN

     

    -          Gladde buitenkant

    -          Ontgiften van stoffen. Vooral in de levercellen, door toevoeging van hydrofiele groepen (OH), waardoor het beter oplosbaar is in water.

    -          Opslag van calcium

    -          Synthese lipiden

     

    Ruw ER: [RER]

     

    -          Synthese van secretie eiwitten

    -          Synthese van membraan met membraaneiwitten

     

  • Wat is de functie van de verschillende vormen van vacuolen?

     

    -Food vacuole, phagocytose

    -Contractile vacuoles, pompt overbodig water uit de cel

    -Centrale vacuole, stevigheid 

     

  • Wat is de structuur en functie van een mitochondrium?

    Functie: energiefabriek

    ·         Structuur: eigen DNA

    ·         Afmetingen ong. als een bacterie

    ·         Maken van energieà metabool proces waarbij ATP vrijkomt van suikers en vetten.

    ·         Een cel heeft meerdere mitochondriën, afhankelijk van de activiteit.

    o    2 membranen:

    §  Buitenste membraan is glad.

    §  Binnenste membraan heeft inkepingen, cristae. Dat zorgt voor oppervlakte vergroting.

    -          Intermembraan space, tussen buitenste en binnen menbraan

    -          Mitochondriaal matrix, binnenin à bevat veel enzymen.

     

  • Wat is de functie van chloroplasten? 

    zorgt samen met eiwitten voor fotosynthese, bij planten

  • Wat zijn de functies van het cytoskelet?

    Stevigheid van de cel, beweging van organellen, en organellen op hun plaats houden.

  • Wat is de structuur, monomeer en functie van microtubili?

    Microtubuli  ( steunbalk ).

    -25nm

    Dimeer: Tubuline,  α-tubulin en β-tubulin.

    Functie: Beweging organellen

    - Motoreiwit
    - Cilia en flagel
    - Centriolen van centrosoom 
  • Wat is de structuur, monomeer en functie van microfilamenten?

    Microfilamenten. ( trekdraad, dynamisch )

    -7nm

    Monomeer: Actine 

    -Opgebouwd uit gedraaide dubbele ketens van actine subunits.

    Functie:

    -Verandering celvorm

    -Spiercontractie, m.b.v. motoreiwit myosine

    -Voortbeweging door vloeistof door samentrekking van actinenetwerk.

  • Wat is de structuur, monomeer en functie van intermediaire filamenten?

    Intermediare filamenten. ( trekdraad, sterk en stabiel )

    -8-12nm

    Monomeer: Keratine

    Functie: 

     

    -Houden organellen op hun plaats

    -Vorming van nuclear lamina.

     

     

  • Wat is het verschil tussen ciliën en flagellen?

    Ze zorgen allebei voor beweging van de cel, alleen de voortbeweging is anders, ciliën zorgen dat vloeistof kan vloeien over het weefsel (luchtpijp).

    Het verschil is lengte, aantal en bewegingspatroon.

    Flagellen: 10-200 mm lang, golfvormige beweging, één per cel.

    Ciliën: 2-20 mm lang, roeiriemen beweging 

     

     

  • Wat is de structuur en functie van de dierlijke extracellulaire matrix?

    Bestaan uit glycoproteinen/proteoglycaan/integrinen  ( collagen).

    Functie: Vormt sterke fibers buiten de cel.

     

  • Wat is de structuur en functie van de intercellulaire junctions van een plantencel en dierlijke cel?

    ·         Gap junctions à gevormd door kanalen (conexies), §  Vormen kanalen tussen cellen, laten laag moleculaire stoffen door.

     

      

    ·         Tight junctions: ook genoemd zonula occludensà: gevormd door claudines, Trekken cellen samen en voorkomen lekkage naar buiten

             Anchoring junctions : ook genoemd desmosomen: gevormd door cadherines. Hechtten cellen stevig aan elkaar

     

    §  Spiercellen vormen een spier

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
Chimpansees!
Gliacellen (glial cells)
cellen v.h. zenuwstelsel die de functies van neuronen ondersteunen, regelen en aanpassen. Zorgen dat de zenuwcellen zijn geïsoleerd. Zorgt ervoor dat het actiepotentiaal in de juiste richting gaat, en niet naar een andere zenuw.
Neuronen (neurons)
een zenuwcel die signalen leidt door gebruik te maken van de elektrische lading over het plasmamemembraan.
Dendrieten ontvangen de sigalen, en axonen sturen de signaal weg.
Zenuwweefsel (nervous tissue)
is opgebouwd uit neuronen en steungevende cellen.
Hartspierweefsel (cardiac muscle)
is een holle spier die niet vermoeid raakt. Hartslagfrequentie en de mate van een samentrekking worden door het autonome zenuwstelsel aan de behoefte v.h. lichaam aangepast. (hartspier schijfjes à stuurt de samentrekking van een boezem/kamer met signalen en zenuwen)
Gladspierweefsel (smooth muscle): 
weefsel die zorgt voor de onvrijwillige spierbewegingen van het lichaam. ß vind je bij het verteringstelsel, blaas, bloedvaten, iris. Onafhankelijke cellen.
Dwarsgestreept spierweefsel (skeletal muscle)
weefsel die zorgt voor vrijwillige spierbewegingen van het lichaam. Weefsel met samengevloeide cellen.
Spierweefsel (muscle tissue)
Weefsel dat bestaat uit lange spiercellen die samen kunnen trekken, hetzij uit eigen beweging, hetzij na prikkeling door zenuwimpulsen.
Bloed
is een bindweefsel met een vloeibare matrix, plasma, met rode- en witte bloedcellen en bloedplaatjes. Vind je in de bloedvaten en in het hele lichaam (O2/CO2 transport, immuunsysteem, bloedstolling).
Straf bindweefsel (fibrous connective tissue)
het zit vol met collageen vezels. <-- zijn pezen die de spieren aan het bot hechten en bij ligamenten(banden) die botten aan het gewricht verbinden.