Summary Cardiologie

-
401 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Cardiologie

  • 1.1 Anamnese

  • Wat vraag je na in de anamnese? (cardiologie)
    1. Motief: waarom komt patiënt
    2. Antecedenten: cardiaal en niet-cardiaal
    3. CV risicoprofiel
    4. Klacht uitdiepen
  • Wat vraag je na mbt het CV risicoprofiel?
    1. Familiale anamnese
    2. Nicotinegebruik
    3. Hypertensie
    4. Diabetes mellitus
    5. Hypercholesterolemie
    6. Obesitas
    7. Stress, beroepsanamnese
  • Welke klachten vraag je na in je cardiale anamnese?
    1. Thoracale pijn
    2. Kortademigheid en in welke omstandigheden
    3. Hoest
    4. Hartkloppingen
    5. Syncope/vertigo
    6. Oedemen
    7. Claudicatio
  • Welke klasses zijn er binnen de NYHA classificatie?
    1. NYHA 1: geen beperking, geen hinder in dagelijks leven
    2. NYHA 2: milde beperking inspanningscapaciteit, geen hinder in rust
    3. NYHA 3: sterke beperkingen inspanningscapaciteit, klachten bij geringe inspanning
    4. NYHA 4: klachten in rust en toename bij minste inspanning
  • 1.2 Klinisch onderzoek

  • Welke elementen behoren tot een algemeen klinisch onderzoek?
    Inspectie
    Palpatie
    Auscultatie
    Bloeddrukmeting
    Gewicht en lengte
  • 1.2.1 Ademhaling

  • Wat is een normale ademhalingsfrequentie?
    12-18/min
  • Wanneer spreekt men van tachypneu?
    Ademhaling > 20/min
  • Wanneer spreekt men van bradypneu?
    Ademhaling < 8/min
  • Welke vaststellingen kan men doen obv de ademhaling? Waarop kunnen ze wijzen?
    1. Tachypneu: longoedeem, hypoxie
    2. Bradypneu
    3. Verlengd expirium: astma, COPD
    4. Cheyne-Stokes ademhaling: hartfalen
    5. Obstructieve/centrale slaap apneu: OSAS/CSAS
  • 1.2.2 Bloeddrukmeting

  • Hoe wordt een BD gemeten?
    3x, verspreid over 5 minuten
    Bij eerste meting steeds bilateraal

    Opblazen 30 mmHg boven verdwijnen pols
    Leeglopen met 2-3 mm Hg/s
    Korotkov tonen => systolische druk
    Verdwijnen tonen => diastolische druk
  • 1.2.3 Inschatten CVD

  • Hoe  wordt de CVD geschat?
    Patiënt in houding van 45°
    Naar hals kijken: als V jugularis interna gevuld is, ga je  die zien
  • 1.2.4 Inspectie

  • Waarop let je bij de inspectie tijdens een specifiek cardiaal klinisch onderzoek? Waarop kan het wijzen?
    1. Centrale cyanose: hypoxie, R-L shunt
    2. Perifere cyanose: lage cardiac output
    3. Lipidenneerslag: familiale hypercholesterolemie
      • Xanthelasmata
      • Xanthoma
      • Arcus senilis
    4. Perifeer vaatlijden
    5. Inspectie extremiteiten (Raynaud, trommelstokvingers, horlogenagels, Janeway letsels, blue toe syndroom)
    6. Oedemen (pitting, lymfe, varices, atrofie blanche, ulcus cruris)
  • 1.2.5 Arteriële pols

  • Wat is een normale hartfrequentie?
    60 - 80/min
  • 1.2.6 Enkel-arm index

  • Bij welke  enkel-arm index is  er een verhoogd risico op cardiovasculaire mortaliteit?
    EAI > 0.95 = normaal
    EAI 0.8 - 0.95 = mild risico
    EAI  0.5 - 0.79 = matig risico
    EAI < 0.5 = ernstig risico
  • Wanneer spreekt men van critical limb ischemia?
    Bij recurrente rustpijn gedurende > 2 weken, met herhaalde nood aan analgetica, met enkeldruk ≤ 50 mm Hg

    OF

    ulcerative of gangreen van de voet met enkeldruk ≤ 50 mm Hg
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn bijwerkingen van spironolactone?
  1. Impact op nierfunctie omdat K binnengehouden wordt => hyperkaliëmie
  2. Gynaecomastie (evt pijnlijk) want product heeft verwante structuur als vrouwelijk hormoon
Wat is het effect van aldosteron? Wat wil dit zeggen binnen chronisch hartfalen?
  1. Zout-en waterretentie, oedeem, hypokaliëmie, alkalose
  2. Groeifactor activiteit => fibroblastenproliferatie => remodelling atria, ventrikels en grote vaten


Allemaal ongunstig voor chronisch hartfalen!
Hoe kan bij chronisch hartfalen secundair hyperaldosteronisme optreden?
  1. Fysiologisch hyperaldosteronisme: homeostase in respons op water (diuretica) en zoutverlies (restrictie < 3g)
  2. Onaangepast hyperaldosteronisme: RAAS activatie bij CHF
  3. Vertraagde afbraak: leverdoorbloeding (RV falen!)
Welke mineralocorticoid antagonisten kunnen gebruikt worden bij chronisch hartfalen?
Spironolactone
Eplerenone
Wat zijn de effecten van bètablokkers bij chronisch hartfalen?
  1. Gunstig effect op mortaliteit bij mild tot ernstig hartfalen met/zonder ischemie of diuretica en ACEI
  2. Gunstig effect op mortaliteit bij LV disfunctie post AMI met/zonder hartfalen on top of ACEI
  3. Reductie hospitalisatie
  4. Verbetering symptomen
  5. Wisselend effect op inspanningstolerantie
Welke betablokker mag NIET gebruikt worden bij chronisch hartfalen?
Bucindolol
Waarom is het 'speciaal' dat  bètablokkers gebruikt worden bij de therapie van chronisch hartfalen?
Bètablokkers kunnen hartfalen uitlokken
=> in lage dosis gebruiken en dan progressief laten opklimmen
Wat zijn de effecten van ARNI?
Gunstig effect op mortaliteit, klachten en ziekenhuisopname
Beetje BD verlagend => kan niet bij iedereen gebruikt worden!
Hoe werken angiotensie receptor neprylisin inhibitoren?
Twee componenten: sacubitril en valsartan
  • Valsartan: inhibitie AT1 receptor
  • Sacubitril: inhibitie neprilysine


Neprilysine: breekt normaal bradykinine en BNP af
=> bradykinine en BNP worden niet afgebroken

(NT-pro-BNP blijft aanwezig! => diagnostiek)
Welke ARB mogen gebruikt worden bij hartfalen?
Enkel candesartan, rest voor hypertensie