Summary Carte orange

-
ISBN-10 9006180971 ISBN-13 9789006180978
461 Flashcards & Notes
32 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Carte orange". The author(s) of the book is/are Marjo Knop ( tevens ). The ISBN of the book is 9789006180978 or 9006180971. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Carte orange

  • 1 rencontres

  • woorden leren frans

    frankrijk, grote steden provincies bergen de kusten de hoofdstad

    dorpje het platteland de fransen

  • welke kleur pak heeft die man aan

    geel

  • l'avion

    het vliegtuig

  • j'ai

    ik heb

  • bouger

    bewegen

  • frankrijk, een land, een stad, een dorp, de autobus, een auto, de autosnelweg
    La France, en pays, une ville, un village, le car, une auto, l'autoroute
  • la bateau

    de boot

  • tu as

    jij hebt


  • de trein, de, naar, de oceaan
    le train, van, a, l'océan
  • la vélo

    de fiets

  • il/elle/on a

    hij/zij/men heeft/ wij hebben

  • la moto

    de motor

  • nous avons

    wij hebben

  • le camion

    de vrachtauto

  • vous avez

    jullie hebben, u heeft

  • le piéton

    de voetganger

  • ils/elles ont

    zij hebben

  • la station de métro

    het metrostation

  • avoir

    hebben

  • l'arrêt

    de halte

     

  • être

    zijn

  • l'aéoport

    het vliegveld

  • je suis

    ik ben

  • monter dans

    instappen

  • tu es

    jij bent

  • changer

    overstappen

  • il/elle/on est

    hij/zij/men is/wij zijn

  • descendre de

    uitstappen

  • nous sommes

    wij zijn

  • rouler

    rijden

  • vous êtes

    jullie zijn/u bent

  • prendre l'avion

    vliegen

  • ils/elles sont

    zij zijn

  • faire du vélo

    fietsen

  • ik heb

    j'ai

  • aller á pied

     

     

    lopen

  • hebben

    avoir

  • traverser

    oversteken

  • jij hebt

    tu as

  • transporter

    vervoeren

  • hij/zij/men heeft/wij hebben

    il/elle/on a

  • conduire

    rijden

  • wij hebben

    nous avons

  • tomber en panne

    pech krijgen

  • jullie hebben/u heeft

    vous avez

  • le pneu

    de band

  • zij hebben

    ils/elles ont

  • le casque

    de helm

  • ik ben

    je suis

  • la roue

    het wiel

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.