Summary Casemanagement

-
ISBN-10 9023246144 ISBN-13 9789023246145
824 Flashcards & Notes
30 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Casemanagement". The author(s) of the book is/are Nora van Riet, Harry Wouters. The ISBN of the book is 9789023246145 or 9023246144. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Casemanagement

  • 1 Waarom casemanagement

  • Wat beteken de plusjes en minnen in het procesmodel?
    Een versterkend en afzwakkend effect
  • welke maatschappelijke en sociaal economische ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven tot een toenemende aandacht voor de invoering van casemanagement?
    1. veranderingen in het denken over de verzorgingsstaat;
    2. steeds meer mensen die het niet meer op eigen kracht redden:
  • Wat wordt bedoeld met een nieuwe beroepshouding?
    Dat het niet gaat om 'mijn' client, maar 'onze' client
  •  Vraag 1 
    Welke 3 trends signaleren Van Riet en Wouters, in hun boek Casemanagement, in de hulpverlening? Leg
    uit wat deze trends inhouden.
     Antwoord Blz 18
    *Empowerment: hulpverlening moet mensen dusdanig toerusten dat ze een volwaardige plek in de msij
    kunnen innemen.
    *accountability: hulpverlening moet inzichtelijk maken op welke manier, met welke middelen men
    werkt aan zijn doel.
    *Feedback: men verzamelt gegevens en rapporteert waar men tegenaan loopt bij de uitvoering van de
    hulpverlening, tbv politiek.
  • 1. Wat is interdiciplinair samenwerken?

    Samenwerking waarin de leden aan een gezamenlijk doel werken samenwerken en veelvuldig communiceren om de zorg van de patiënt te optimaliseren. Specialisten hebben een gemeenschappelijk doel, iedere discipline heeft een andere invalshoek.

  •  Vraag 2
    Wat is het belangrijkste verschil tussen zorgcoördinatie en casemanagement?
     Antwoord blz. 50-52.
    Bij zorgcoördinatie staat de cliënt centraal als object van zorg. Zorg wordt geregeld. In feite staat de
    instelling of de discipline centraal: In hoeverre heeft de instelling er baat bij om tot een bepaalde
    samenwerking te komen? (3 pt)
    Bij casemanagement staat de cliënt centraal als uitgangspunt. De cliënt betrekt samen met een
    casemanager instellingen bij zijn zorg volgens een plan dat door hemzelf is opgesteld. Cliënt is
    handelend persoon, regelt zelf.
  • 2. Wat is multidiciplinair samenwerken?



    Elke discipline heeft zijn eigen specifieke expertise/gebied die bijdraagt bij de zorg van de patiënt. Men werkt vanuit een eigen invalshoek en behandelen de cliënt afzonderlijk.

  •   Vraag 3
    Hieronder staan twee stellingen. Geef aan of ze juist of onjuist zijn en motiveer uw antwoord.
    Stelling 1: Casemanagement is altijd te prefereren boven zorgcoördinatie.
    Stelling 2. Om de hulpverlening te laten slagen is een goede vertrouwensrelatie tussen casemanager en
    cliënt het allerbelangrijkste.

    Antwoord Blz. 54. Stelling 1: niet waar. Mensen die niet handelingsbekwaam zijn kunnen het beste

    geholpen worden door zorgcoördinatie. Zij kunnen geen goede beslissingen meer nemen en er moet
    voor hen ‘gezorgd’ worden. Mensen die wel (nog enigszins) handelingsbekwaam zijn kunnen inderdaad
    het beste geholpen worden met casemanagement. (5 pt)
    Antwoord blz. 66. Stelling 2. Niet waar. Er moet vooral sprake zijn van een samenwerkingsrelatie, een
    vertrouwensrelatie is daar een voorwaarde voor maar deze hoeft niet zo diep te gaan. Belangrijkste is
    dat cliënt en casemanager goed kunnen samenwerken: casemanager en cliënt verhouden zich tot elkaar
    in een werkverhouding (5 pt)
  • Wat is het diensten model?CPOD en diabetes keten> Lees de aanvulling, dan snap je het meteen!

    Dienstenmodel
    Langdurende zorg bij chronische aandoeningen, met een min of meer voorspelbaar
    (te maken) zorgtraject, waarbij de zelfstandigheid van de patiënt
    ook een rol speelt bij de coördinatie binnen de zorgketen.
    Pijlen in een vorm van een vallende ster
  •   Vraag 4
    Uit welke 5 centrale activiteiten bestaat het casemanagement? Leg kort (in 1 zin) uit wat elke activiteit
    behelst.

    Assessment (1 pt) = vaststellen wat de behoeften en vragen zijn van de client, wat hij zelf kan

    bijdragen aan de oplossing ervan, en wat hij nodig heeft van anderen, i.e. het sociale netwerk en de
    hulpverlening. (2 pt; antwoord blz 71)
    Planning (1 pt) = het opstellen van een hulpverleningsplan waarin staat wie waar verantwoordelijk
    voor is, wie wat doet, wanneer, hoe en met welk doel. (2 pt; antwoord blz 106).
    Linking (1 pt) = door de casemanager wordt een verbinding gelegd tussen alle leden van het
    uitvoeringsteam (2 pt, antwoord blz 116).
    Monitoring (1 pt) =het, tijdens de uitvoering, kritisch volgen van de wijze van uitvoering van het
    hulpverleningsplan en vaststellen of het uitvoeringsplan nog in overeenstemming is met de feitelijke
    situatie van de client (2 pt, antwoord blz 138 en 131)
    Evalueren(1 pt) = het evalueren van het hulpverleningsplan, de gevolgde werkwijze, het functioneren
    van het uitvoeringsteam, en de tevredenheid van de client.
  • Waaruit bestaan de vijf speerpunten uit de landelijke overheid en welke drie thema worden hierin beschreven?
     Dit zijn overgewicht, diabetes, depressie, roken en schadelijk alcoholgebruik. 

    In deze landelijke nota gezondheidsbeleid is de kabinetsvisie uitgewerkt in drie thema’s:
    1. Vertrouwen in gezondheidsbescherming

    2. Zorg en sport dichtbij in de buurt

    3. Zelf beslissen over leefstijl

  • Wat is de eerste fase van het gespreksmodel?

    Probleemverheldering
  •   Vraag 5
    Stel een casemanager begeleidt Rob, een 40-jarige man die, sinds de dood van zijn vrouw 6 jaar
    geleden, last heeft van pathologische rouw. Wanneer tijdens het hulpverleningsproces van Rob dient de
    casemanager het hulpverleningsplan te evalueren en waarom?

    Antwoord blz 172 Zowel tijdens (2 pt) als aan het einde (1 pt) van het dienstverleningsplan dient de

    casemanager de hulpverlening en de uitvoering van het hulpverleningsplan te evalueren. Redenen:
     Tijdens: Omdat dan de hulpverlening nog kan worden bijgestuurd. (2 pt)
     Na: omdat men kan leren van gemaakte fouten, het is een leerervaring (2 pt)
  • Welke drie kernprocessen zijn er nodig voor het laten slagen van netwerken?
    Gezamelijke doelbepaling
    Praktisch samenspel
    Inbedding
  •  Vraag 6
    Stel een casemanager begeleidt Rob, een 40-jarige man die, sinds de dood van zijn vrouw 3 jaar
    geleden, last heeft van pathologische rouw. Stel een belangrijke behoefte van Rob is om zich weer
    geliefd te voelen. Wat is het probleem met de behoefte zoals deze nu geformuleerd is?

    Antwoord blz 87 De behoefte is te groot (1 pt) en te abstract (1 pt) van aard om mee aan het werk te

    kunnen gaan. (1 pt). De vervulling van de behoefte is daardoor moeilijk te realiseren (2 pt).
  • Het Chronic Care model is een hulpmiddel voor de ontwikkeling en verbetering van de chronische zorg. Het model bestaat uit 6 elementen die van invloed zijn op het resultaat van de zorg, noem ze alle zes? Leg ook het doel van het model uit?


    1. ·         Ondersteuning van zelfmanagement (vergroten zelfredzaamheid patiënt)
    2. ·         Beslissingsondersteuning (toepassen van evidence-based zorg)
    3. ·         Ontwerp van het zorgproces (organiseren van een efficiënte, gecoördineerde samenwerking)
    4. ·         Klinische informatiesystemen (ict-oplossingen)
    5. ·         Afstemming op de maatschappij (coördineren van mogelijkheden voor de patiënt buiten de gezondheidszorg)
    6. ·         Gezondheidszorgsysteem (continu verbeteren van de chronische zorg aan de hand van bewezen strategieën)

    Het doel van het model is om zorg voor chronisch zieken te verbeteren door goede samenwerking tussen de patiënt en een team van zorgverleners. Daarbij is de patiënt goed geïnformeerd en werkt hij actief mee aan de behandeling. Het team van zorgverleners is goed voorbereid en pro-actief. Elk element uit het Chronic Care Model kan bijdragen aan het verbeteren van deze zorg. Het combineren van elementen vergroot de kans op betere uitkomsten op patiëntniveau, zoals betere kwaliteit van leven en minder complicaties.

  •   Vraag 7
    Stel een casemanager begeleidt Rob, een 40-jarige man die, sinds de dood van zijn vrouw 3 jaar
    geleden, last heeft van pathologische rouw. Stel een belangrijke behoefte van Rob is om zich weer
    geliefd te voelen. Formuleer 3 mogelijke deelbehoeften.

    Antwoord blz 87.

    bijv. de deel behoefte om meer onder de mensen te komen.
    De deel behoefte aan een seksuele partner
    De deel behoefte aan meer contact met de familie
    Per correcte deelbehoefte 2 pt
    Ook andere behoeften zijn goed. Het gaat erom dat de behoeften ‘kleiner’ en concreter zijn,
    waardoor deze sneller of beter gerealiseerd kunnen worden.
  • 3. Wat is het verschil tussen interdiciplinair- en multidiciplinair samenwerken?

    Vanuit inter werkt iedereen van een  invalshoek en bij multi werkt men vanuit een eigen invalshoek. Ook werkt men bij inter dicht naast elkaar, bij multi niet. 

  •   Vraag 8.
    Stel een casemanager begeleidt Rob, een 40-jarige man die, sinds de dood van zijn vrouw 3 jaar
    geleden, last heeft van pathologische rouw. Noem 2 mogelijke probleemvelden van Rob en motiveer
    waarom dit probleemvelden zijn.

    Antwoord blz 100.

    Motivatie: Probleemvelden zijn gebieden waarop de casemanager problemen signaleert die de client
    zelf niet ziet (2 punten). Bijv.
    Bas verwaarloost het huishouden en leeft in een puinhoop. Zelf heeft hij dat amper door.
    Bas drinkt teveel en daar knappen vrouwen op af. Zelf ziet hij drank niet als een probleem.
    Per correct probleemveld 3 pt, max 6 pt
    Max 8 punten
  • 5. Wat zijn de voor- en nadelen van casemanagement?

    Voordelen:
    - Men krijgt een plan op maat
    Nadelen:
    - Minder overzicht
    - Financiën 

  •   Vraag 9.
    Stel een casemanager begeleidt Rob, een 40-jarige man die, sinds de dood van zijn vrouw 3 jaar
    geleden, last heeft van pathologische rouw. Zijn belangrijkste behoefte is om zich meer geliefd te
    voelen. De casemanager maakt een assessment van de situatie van Rob. Welke vier gebieden van
    functioneren dient hij in kaart te brengen? Illustreer uw antwoord aan de hand van het voorbeeld van
    Rob.

    Antwoord blz 89-90/109

    *Fysieke toestand en fysiek functioneren: is Rob lichamelijk gezond genoeg om zich onder de mensen te
    begeven?
    *cognitief functioneren: kan Rob verstandelijk een relatie aan? Weet hij wat er van hem gevraagd
    wordt?
    *Emotioneel functioneren: kan Rob het emotioneel aan om een relatie te beginnen? Of denkt hij steeds
    nog aan zijn wijlen vrouw?
    *Gedragsmatig functioneren: bezit Rob de juiste vaardigheden – praten, gevoelens tonen - om weer een
    relatie aan te gaan?
    Per correct aspect 2 pt, max 8 pt
  • 6. Wat zijn de voorwaarden van een goede samenwerking?



    - Gezamenlijk doel

    - Open communicatie
    - Goede werkafspraken
    - Het opstellen van een contract

  •   Vraag 10.
    Stel een casemanager begeleidt Rob, een 40-jarige man die, sinds de dood van zijn vrouw 3 jaar
    geleden, last heeft van pathologische rouw. Rob heeft een klein netwerk met veel a-symmetrische
    relaties, dat wil zeggen relaties waarin geven en nemen uit balans zijn. Wat is hier van het gevaar?

    Antwoord blz 126

    Afhankelijk van de soort asymmetrie.
    *moeten mensen in het netwerk teveel geven en krijgen ze daar van de client maar weinig voor terug
    dan bestaat het gevaar dat ze afhaken en het netwerk nog kleiner wordt;
    *moet de client veel geven en krijgt hij daar van de leden van het netwerk te weinig voor terug dan
    ervaart jij weinig steun uit het netwerk en kan hij overspannen raken.
    Student moet beide mogelijkheden belichten.
  • Vraag 1
    Waar dient het dossier van een casemanager voor?


     als weerspiegeling van de werkelijkheid dat het niet om ‘mijn’ cliënt gaat maar om ‘onze’ cliënt.

  •   Vraag 12.
    Wat is de rol van protocollen in het casemanagement? Motiveer uw antwoord.

    Antwoord blz 112: zeer beperkt. een protocol is nl een gestandaardiseerd traject, een vaste

    hulpverleningsroute, bedoeld voor een bepaald groep patiënten. In het casemanagement werkt men
    daarentegen met een hulpverleningsplan, i.e. een stukje maatwerk: welk traject past bij deze
    specifieke client? (5
  • Hoe benoemen Stoelinga en Van Lieshout (1991) een programma? 

    De koppeling van een gespecificeerde groep hulpverleningsactiviteiten aan een gespecificeerde groep hulpvragers.

  •   Vraag 13
    Wat is een BOZO en waarom is het belangrijk om er een te hebben?

    Antwoord Blz 127

    BOZO = beste optie zonder overeenstemming. (2 pt) Het is de norm waaraan je elk voorstel van de
    andere partij moet toetsen. (2 pt)
    Belangrijk om te hebben omdat het je, tijdens het onderhandelen, beschermt tegen het accepteren
    van voorstellen die te ongunstig zijn (2 pt) en tegen het verwerpen van voorstellen waarvan het in je
    belang zou zijn om deze te accepteren.
  • Waar staat BOZO voor (Fischer en Ury 1981)?
    Beste Optie Zonder Overeenstemming 
  • next toets
  • De kwaliteitscyclus bestaat uit:
    Normeren, beoordelen, verbeteren
  •   Vraag 1
    Zoek, bijvoorbeeld op internet, tenminste drie instellingen in de gemeente of regio waar jij woont,

    waarbinnen gebruik wordt gemaakt van casemanagement. Geef erbij aan om welk type casema-
    nagement het gaat, in termen van cliëntgericht vs cliëntgestuurd en zorgcoördinatie vs casemanagement. Motiveer uw antwoorden.

    Antwoord:

    Bv: Bureau Jeugdzorg Utrecht:
    • Cliëntgericht casemanagement: er is een maximale betrokkenheid en deelname van de cliënt.

    • Vraaggestuurd: de vraag van de cliënt krijgt veel aandacht van de casemanager, het is het start-
    punt van het casemanagement. Het aanbod bepaald uiteindelijk mede of de cliënt krijgt wat

    hij vraagt.

    • Onafhankelijke indicatiestelling: aparte, externe variant en zowel uitgebreide als beperkte va-
    riant.

    Verder valt te denken aan:
    • MEE;
    • UWV (Werkbedrijf, wat voorheen CWI of het arbeidsbureau heette);
    • Casemanagement binnen een GGz-instelling;
    • Gedwongen casemanagement (bijvoorbeeld in verslavingszorg / psychiatrie);
    • Casemanagement bij de gemeente.
  • I informatieverstrekking en toestemming tezamen worden gevat onder het begrip informed consent.
    II wetsvoorstel ‘Wet cliëntenrechten zorg’ brengt drie wetten samen, op basis van een programma van zeven rechten van de patiënt. Kloppen deze stellingen?
    Ja allebei!
  •  Vraag 2
    In het boek ‘Casemanagment’ staat op pagina 17: “Het voorkomen van aansluitingsproblemen op
    de (...) drie niveaus zal ongetwijfeld de doelmatigheid van de hulp- en dienstverlening vergroten.
    De overheid verwacht echter niet alleen een grotere doelmatigheid, maar ook een accentverlegging
    van ‘compenseren naar activeren’.
    Wat wordt er hier bedoeld met de begrippen ‘compenseren’ en ‘activeren’?
     
    Antwoord:
    Compenseren: daar waar de cliënt tekort komt, neemt de casemanager of de door de casemanager
    ingezette hulpverlening het over.
    Activeren: ondersteuning zonder onnodig verantwoordelijkheden over te nemen, gericht op het
    activeren van mogelijkheden van de cliënt.
  • I categoriale patiëntenorganisaties zijn mensen met eenzelfde ziekte of handicap verenigd.
    II voorbeelden van thematisch patiëntenorganisaties zijn bijvoorbeeld organisaties die zich inzetten voor; verantwoord medicijngebruik, vrijwillig levenseinde en algeheel rookverbod

    a. I is juist, II is onjuist

    b. II is juist, I is onjuist

    c. Beiden zijn juist

    d. Beiden zijn onjuist

    C
  •  Vraag 3
    Probeer in je eigen woorden uit te leggen wat aanbodgerichte, vraaggerichte en vraaggestuurde
    hulpverlening inhouden.
     Antwoord:
    Aanbodgerichte hulpverlening: Er is een vast aanbod vanuit de hulpverleningsinstelling. De cliënt
    kan kiezen uit bestaande voorgeprogrammeerde vormen van hulpverlening.

    Vraaggerichte hulpverlening: Een maximale betrokkenheid en deelname van de cliënt bij het case-
    managementproces, waarbij zijn eigen behoeften en eigen visie uitgangspunt zijn en niet datgene

    wat instellingen aan hulp aanbieden. De cliënt en de casemanager voeren samen de regie.
    Vraaggestuurde hulpverlening: De cliënt stuurt de hulpverlening met zijn vraag (de cliënt heeft de
    regie), zodat de vraag van de cliënt grotendeels de hulpverlening beïnvloedt.
  • Waar staat de afkorting CANS voor?

    Complaints of arm neck and shoulder.

  • les 2
  • Welke verschillende onderdelen heeft het ICF model

    Gezondheidstoestand, functies en anatomische eigenschappen, activiteiten, participatie, externe factoren en persoonlijke factoren.

  •   Vraag 4
    Welke invloed heeft het gebruik van het model ‘cliënt centraal I’ op de assessment?

    Antwoord
    In het model ‘cliënt centraal I’ staat niet de cliënt centraal, maar de instelling of discipline. In dit
    model verzamelt de casemanager informatie die hij/zij belangrijk vindt, om te bepalen wat hij/zij
    als beste hulpverlening ziet. De cliënt wordt object van de hulpverlening en is geen gelijkwaardige

    partner in het proces. Dit kan moeilijkheden geven in de samenwerkingsrelatie tussen de casema-
    nager en cliënt. Dit kun je bijvoorbeeld zien in filmfragment 1 en 3 op de cd-rom.

    Ook heeft dit invloed op de motivatie van de cliënt: iemand is tenslotte minder gemotiveerd om
    iets te doen dat anderen hebben bedacht en willen, dan iets te doen wat hij/zij zelf heeft bedacht en

    wil. De hele assessment zal er bovendien anders uitzien: in ‘model client centraal I’ is het bijvoor-
    beeld niet interessant om te achterhalen hoe het sociale netwerk van de cliënt eruit ziet. Daar kan

    de hulpverlener weinig mee. Bij model II is dat wel belangrijk. Het sociale netwerk helpt namelijk
    de benodigde hulp mobiliseren.
  • Wat is geen uitgangspunt van zelfmanagement?

    -       

       Vrijwillige basis

    -          Cliënt moet eigen doelen stellen

    -          Er moet een gezondheidsprobleem zijn

    -          Ondersteuning bieden

  •   Vraag 5
    Wat is een hulpwens? Geef ook 2 voorbeelden.

    Antwoord:

    Een hulpwens is een tot probleem geworden oplossing die de cliënt niet zelf kan realiseren. Bijvoor-
    beeld wanneer een cliënt met een verstandelijke beperking in een specifiek tehuis wil gaan wonen,

    waar hij niet voor in aanmerking kan komen. Er kunnen aspecten zijn aan dit specifieke tehuis,
    waar de cliënt behoefte aan heeft. Hij heeft deze behoefte vervolgens vertaald in bestaand aanbod.
    Een ander voorbeeld is een cliënt met een psychiatrische stoornis die zelfstandig wil wonen terwijl

    hij niet in staat is om voor zichzelf te zorgen. Mogelijk is de behoefte van deze persoon om meer ei-
    gen ruimte te krijgen of om niet gezamenlijk te hoeven eten ’s avonds. Dit heeft de cliënt vervolgens

    vertaald in een oplossing die niet mogelijk is.
  • Wat zijn de 7 stappen in het PGO

    Verduidelijken onduidelijkheden, bepalen aard van de taak, brainstormen, probleemanalyse, formuleren einddoel,zelfstudie, nabespreken

  •  Vraag 6
    Welke stappen moet de casemanager tijdens de assessment doorlopen?

    Antwoord (p. 78):
    • Inventariseren van de behoeften van de cliënt;
    • Vaststellen op welke gebieden deze behoeften liggen;
    • Per gesignaleerd behoeftegebied de behoefte nuanceren in deelbehoeften;

    • Omzetting van een genuanceerde behoefte in een hulpvraag met daaraan gekoppeld een doel-
    stelling: wat moet er ten aanzien van die hulpvraag bereikt worden?

    • Per genuanceerde hulpvraag onderzoeken:
     • Welk aandeel kan de cliënt op zich nemen?
    • Welk aandeel kan de omgeving (het sociale netwerk) op zich nemen?
    • Welk aandeel moet de professionele hulp- en dienstverlening op zich nemen?
  • Wat zijn de onderdelen van het Van Dijk model
    Persoon, arbeid, belastingsverschijnselen, belastingsgevolgen, regelmogelijkheden, herstelmogelijkheden
  •   Vraag 7
    Nuanceren is een manier om te problematiseren. Op welk moment in het proces van assessment

    gebruik je als casemanager ‘nuanceren met woord-betekenissen’? Leg daarbij ook uit hoe deze me-
    thode werkt.

    Antwoord


    Tijdens het omzetten van behoeften in deelbehoeften wordt gebruik gemaakt van nuanceringstech-
    nieken, zoals ‘nuanceren met woord-betekenissen’. Het gaat er vooral om dat mensen hun situatie

    in een bredere context gaan zien (ruimere betekenis, of meer dan het ‘etiket’) en daarbij ook meer
    zicht krijgen op de mogelijkheden.
  • 1. Wat is de eerste fase van het gespreksmodel?


    Probleemverheldering

  •  Gebruik de volgende casus bij het beantwoorden van vraag 8 t/m 10:
    Moeder (42 jaar) is getrouwd met de vader van hun vier kinderen. Vader (46) is afkomstig uit Tunesië,
    moeder is Nederlandse. Ze zijn in Tunesië volgens de Islamitische wet getrouwd en wonen nu alweer
    vier jaar in Nederland. Hun jongste zoon is in Nederland geboren. De ouders van moeder wonen in
    dezelfde stad, maar daar hebben ze weinig contact mee. Met de familie van vader in Tunesië hebben

    ze regelmatig telefonisch contact. De ouders hebben een goed contact met een ander echtpaar in de-
    zelfde wijk. Voor de buurvrouw doen ze regelmatig boodschappen. Daarnaast bezoeken ze regelmatig

    de Moskee.
    Vader heeft een auto-ongeluk gehad. Hij krijgt op dit moment een WGA-uitkering en werkt 2 uur per
    dag. Met hulp van zijn reïntegratiecoach heeft hij kortgeleden een baan gevonden. Moeder werkt niet,
    zij heeft haar handen vol aan de kinderen en het huishouden.
    De jongste zoon is geboren met een hartafwijking. Hij is nu 1 jaar oud en al drie keer geopereerd. De
    extra kosten die dit geeft, heeft ouders in financiële problemen gebracht. Voor hun zoon zelf worden ze
    heel goed geholpen door een MEE-consulent1
    .

    Ouders hebben de laatste twee maanden hun rekeningen voor huur en energie niet kunnen betalen.
    Moeder maakt zich ernstige zorgen over de komende periode, ze slaapt erg slecht en ze heeft ook meer
    ruzie met haar man. Ze zou graag willen dat de geldproblemen verminderen en dat er weer rust is
    thuis. Ze voelt zich niet zo’n goede moeder nu ze ook slecht slaapt en snel geïrriteerd is. Ze wil er graag
    emotioneel weer voor haar kinderen kunnen zijn.
  • 2. Wat zijn volgens van Lieshout de 3 modellen van casemanagement?

    Makelaarsmodel, Individuele begeleider & Therapeutisch of ‘clinical’ casemanagement

  •   Vraag 8
    Op welke behoeftegebieden liggen de vragen van de cliënt?

    Antwoord:
    • Inkomen
    • Relaties: het gezin
    • Geestelijke gezondheid
  • 3. Noem 2 van de 4 regulerende vaardigheden

    Terugkoppelen naar begindoelen, situatie-verduidelijken, hardop denken, afsluiten van het gesprek.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.