Summary Casus Gericht Onderwijs

-
201 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Casus Gericht Onderwijs

  • 1.1 H 1.1 - Gezondheidsbevordering en zelfmanagement

  • De doelen van de World Health Organization (WHO): op internationaal niveau de gezondheid bevorderen en daarmee gezondheidsproblemen terugdringen. Gezondheidsverschillen in en tussen landen terugdringen (www.who.int).
  • Voor meer dan de helft van de Nederlanders is gezondheid het belangrijkste in het leven (Delnoij 2012).
  • In het begrip gezondheid hebben ziekte en het genezen van mensen lange tijd de boventoon gevoerd. Men besefte dat geneeskunde niet dé oplossing voor allerlei gezondheidsproblemen was. Het bevorderen van de gezondheid kreeg meer aandacht.
  • Gezondheid omvat waarderende, normerende en culturele aspecten die in tijd en plaats kunnen variëren.
  • Professionele, medische gezondheid is de afwezigheid van ziekte of een lichaamsgebrek. Dit is een monocausale verklaringswijze van gezondheid en ziekte. Er is dan maar één denkbare oorzaak: micro-organismen. De oorzaak is aanwijsbaar, dan is iemand ziek. Het is de klassieke benadering van gezondheid.
  • Gezondheidsproblemen die nu veel voorkomen kun je niet monocausaal benaderen. De oorzaken zijn multifactorieel. Het verloop is daarnaast vaak 'sluipend' (niet te voorzien).
  • Biologische gezondheid is de aanpassing van het menselijk lichaam aan externe omstandigheden. Het interne milieu kan zich constant houden. Het is een biologische dimensie.
  • Homeostase is het constant houden van fysiologische processen en biochemische reacties in het menselijk lichaam. Denk aan het interne milieu (lichaamstemperatuur en zuurgraad binnen grenzen bijvoorbeeld).

  • Het is een psychische dimensie. Volgens de psychologische visie is een persoon gezond als hij zijn zelf gestelde doelen in het leven kan behalen en in zijn geestelijke behoeften kan voorzien. 
  • Volgens de sociale visie is een persoon gezond als hij zijn sociale rollen in de maatschappij kan vervullen binnen geldende waarden en normen. De sociale dimensie.
  • De manier waarop de patiënt het gezondheidsprobleem benadert, speelt een rol in de manier waarop hij het gezondheidsprobleem aanpakt.
  • Met de verklaring van Alma-Ata werd de aandacht in 34 landen gericht op het zich gezamenlijk inzetten voor de verbetering van de gezondheid.
  • Basis- en eerstelijnsgezondheidszorg moesten de sleutel vormen voor het bereiken van een aanvaardbaar niveau van gezondheid in alle landen. Primaire gezondheidszorg moest de gezondheid van de wereldbevolking beschermen en bevorderen.
  • De multicausale, multifactoriële visie maakt een koppeling tussen de biologische, psychologische en sociale visie op gezondheid. In 1948 formuleerde WHO gezondheid als: "A state of complete physical, social and mental well-benig and not merely te absence of disease or infirmity." Het is een humane benadering van gezondheid. Het weerspiegeld een holistisch mensbeeld. Het biedt onvoldoende grondslag om gezonde en ongezonde mensen van elkaar te onderscheiden, maar geeft wel inzicht in het streven en de gerichtheid van gezondheid.
  • In de Ottawa Charter for Health Promotion (WHO, 1986) is het doel Health for All by the year 2000. Nadruk ligt op gezondheidsbevordering. De aandachtsgebieden zijn: ontwikkelen van een fysieke en maatschappelijk omgeving die gezondheid bevordert, versterken van community action, ontwikkelen van gezondheidsvaardigheden bij mensen om de kansen op gezondheid te optimaliseren en een heroriëntatie op gezondheidszorgvoorzieningen.
  • Volgens de dynamische visie is de mens een holistische eenheid gezond wanneer hij in balans is met zowel zichzelf als zijn externe milieu. Door zijn aanpassingsvermogen en de regie te houden op zijn gezondheid. Hierbij wordt rekening gehouden met het aspect van veranderende gezondheid.
  • 2.1 Hoofdstuk 4 - Gezondheidsrecht begrepen

  • Het beroepsgeheim houdt in dat de zorgverlener alleen met toestemming van de patiënt met anderen over hem mag spreken.
  • Het beroepsgeheim staat in de Wet BIG (artikel 88) en in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst beschreven (artikel 7:457 BW).

    Ook zijn bepalingen opgenomen in het Europees Verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden, de Grondwet, het Wetboek van Strafrecht, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en de Wet bescherming persoonsgegevens.
  • De regeling van het beroepsgeheim is ook van belang voor managers, assistentes, secretaresses en andere ondersteuners van zorgverleners die zelf geen beroepsgeheim hebben. Ze hebben een afgeleid beroepsgeheim.
  • Na iemands dood is het beroepsgeheim van kracht. Het mag alleen op grond van veronderstelde toestemming worden gebroken: ervan uitgaan dat iemand levend wel toestemming zou hebben gegeven.
  • Wat is informed consent?
    Voordat de zorgverlener om toestemming vraagt, legt hij de patiënt eerst uit aan wie hij welke informatie wil verstrekken en waarom. Pas daarna vraagt hij de patiënt om toestemming.
  • Er moet altijd een aantekening van de gegeven toestemming in het dossier worden gemaakt. Toestemming kan mondeling en schriftelijk worden gegeven. Het moet wel gericht zijn.
  • Bij kinderen onder de 12 en bij wilsonbekwame kinderen wordt toestemming aan de ouders gevraagd.
  • Social media biedt laagdrempelige communicatie met collega's en patiënten, maar is niet goed beveiligd. Informatie over patiënten kan beter via ZorgMail en Secure Mail beschikbaar worden gesteld.
  • Beroepsverenigingen raden aan om privé en werk goed gescheiden te houden als met patiënten via sociale media communiceren.
  • De wet (artikel 7:457 BW) noemt een aantal uitzonderingen op het beroepsgeheim. De zorgverlener mag dan informatie verstrekken zonder toestemming van de patiënt. Welke uitzonderingen zijn dat?
    Het gaat om het verstrekken:
    - aan medebehandelaars;
    - aan vervangers en waarnemers;
    - aan ouders van kinderen en jongeren tot 16 jaar;
    - op grond van een wettelijke plicht.
  • Wat is het elektronisch patiëntendossier?
    Dit is een schakelpunt dat zorgaanbieders in staat stelt om gegevens van elkaar op te vragen als de patiënt zich meldt. De patiënt moet vooraf uitdrukkelijk toestemming geven en inzage hebben. Zorgverzekeraars hebben geen inzage.
  • Bij een conflict van plichten (zorgen voor en zwijgen) mag de zorgverlener zijn beroepsgeheim zonder toestemming verbreken en de noodzakelijke informatie aan een ander delen.
  • Welke vijf vragen kan een verpleegkundige stellen om tot een zorgvuldig besluit te komen met betrekking tot onderbouwing van een conflict van plichten?
    1. Welk zwaarwegend belang van de patiënt (of van zijn gezinslid) wil ik dienen met het geven van informatie?
    2. Kan dit zwaarwegend belang ook worden gediend zonder dat ik informatie aan een ander verstrek?
    3. Is het, gelet op de situatie, mogelijk om toestemming van de patiënt te vragen en zo ja, heb ik alles gedaan om de toestemming daadwerkelijk te krijgen?
    4. Weegt het belang van de patiënt dat ik met gegevensverstrekking wil dienen op tegen het belang dat de patiënt heeft bij geheimhouding?
    5. Welke informatie heeft de ander nodig om het belang van de patiënt te dienen of het gevaar voor hem af te wenden?


    Collegiale consultatie is hierbij belangrijk. De afwegingen moeten ook in het dossier van de patiënt zijn opgenomen.
  • Een conflict van plichten komt vooral voor in het geval van bemoeizorg. Wat is dit?
    Bemoeizorg wil zeggen dat zorgverleners proberen om een zorgmijdende patiënt die in een ernstige situatie verkeert zo nodig met enige drang te bewegen om zich te laten helpen.
  • De Handreiking Gegevensuitwisseling in het kader van bemoeizorg (GGD GHOR Nederland, GGZ Nederland en KNMG) uit 2014 maakt duidelijk dat een zorgverlener in het kader van bemoeizorg zo nodig gegevens kan verstrekken aan anderen.
  • Artikel 5.2.6. Who biedt duidelijkheid over de positie van zorg verleners en andere beroepskrachten. Het geeft alle functionarissen met een beroepsgeheim of zwijgplicht het recht om, zo nodig zonder toestemming, een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld te melden bij Veilig Thuis, Het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.
  • Zorgverleners zijn verplicht om een meldcode te hanteren bij signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld. Wat is dat?
    Een meldcode is een stappenplan waarin stappen staan beschreven die beroepskrachten behoren te zetten als zij kindermishandeling of huiselijk geweld vermoeden. De stappen zijn:
    1. signalen vastleggen;
    2. collegiale consultatie en advies vragen aan veilig thuis;
    3. een gesprek voeren met de patiënt (of zijn ouders) over de signalen, tenzij de veiligheid van de patiënt, en van zijn gezinsleden of van de zorgverlener een dergelijk gesprek niet mogelijk maakt;
    4. alle informatie wegen die door de eerste drie stappen is verkregen;
    5. beslissen: zelf hulp bieden of organiseren, of (ook) een melding bij Veilig Thuis doen opdat de signalen kunnen worden onderzocht en de stappen in gang worden gezet die leiden tot het beschermen en bieden van hulp aan betrokkenen. 
  • Als hoofdregel geldt dat over de patiënt geen gegevens worden verstrekt aan politie en justitie, tenzij de patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven. Op basis van conflict van plichten is alleen in uitzonderlijke situaties mogelijk.

    Als de patiënt toestemming geeft, verplicht dit de zorgverlener niet om te spreken.
  • Bij het beroepsgeheim hoort het zogenaamde verschoningsrecht. Wat is dat?
    Het verschoningsrecht wil zeggen dat de zorgverlener op grond van zijn beroepsgeheim niet kan worden verplicht om in een rechtzaak tegen zijn patiënt te getuigen.
  • Artikel 98 Sv verbiedt het in beslag nemen van papieren en elektrische dossiers en parientgegevens bij een verschoningsgerechtigde, tenzij de zorgverlener daar toestemming voor geeft. Wanneer is dat het geval?
    • als hij zelf van de patiënt toestemming heeft gekregen;
    • als er sprake is van een conflict van plichten.
  • Bij verdenking van bepaalde zware misdrijven hebben politie en justitie de bevoegdheid om gegevens te vorderen door middel van een schriftelijke vordering. 

    Wie geen gehoor geeft aan de vordering, is strafbaar. 

    De verdachte, familie en verschoningsgerechtigden hoeven geen gehoor te geven i.v.m. verschoningsrecht. 
  • Veel ziekenhuizen hebben hun afspraken met politie en justitie vastgelegd in een protocol.
  • De ambulancemedewerker verstrekt in beginsel geen medische informatie aan politie en justitie, geen informatie over de mogelijke schuld van de patiënt bij een verkeersongeval en geen informatie over zijn mogelijke betrokkenheid bij een misdrijf. Wapens en drugs worden zonder informatie overgedragen.
  • Waar moet onderscheid in worden gemaakt bij de vraag hoe een zorgverlener om moet gaan met strafbare feiten die de patiënt pleegt?
    • Kennis van strafbare feiten die patiënt pleegt: geen plicht voor aangifte door verschoningsrecht en beroepsgeheim. Tenzij er toestemming is of er sprake van een conflict van plichten is.
    • Strafbare feiten die de patiënt tegen de zorgverlener pleegt: hiervan mag aangifte worden gedaan. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de rol van de verpleegkundige?
Verpleegkundigen hebben een signalerende taak, gericht op de behoefte van de patiënt aan medische zorg en preventie. Daarnaast is het bevorderen en beschermen van de gezondheid ook belangrijk en heeft de verpleegkundige ook een verwijzende taak. Ook moeten ze onnodig gebruik van medische zorg en preventie voorkomen.
Wat zijn de negatieve effecten van medische zorg en preventie?
Negatieve effecten van medische zorg en preventie zijn:
  • Resistentie tegen antibiotica: belemmert behandeling op termijn (10 tot 20 jaar).
  • Ziekenhuisinfecties: urineweginfecties, postoperatieve wondinfecties en infecties van de onderste luchtwegen. Hygiëne in ziekenhuizen is steeds belangrijker. 
  • Bijwerkingen van geneesmiddelen.

Negatieve effecten worden ook wel aangeduid als iatrogenese.
Hoe is de burger van nu?
De burger van nu:
  • Mondiger.
  • Gericht geen gezondheidsrisico’s te lopen.
  • Hoge verwachtingen.
  • Minder begrip voor het feit dat gezondheidszorgvoorzieningen niet over ‘iets’ voor hebben.
  • Beter geïnformeerd over mogelijkheden.
Wat zijn de positieve effecten van medische zorg en preventie?
Positieve effecten van medische zorg en preventie zijn:
  • Daling sterfte: 20% door medische zorg en 20% door collectieve preventie.
  • Grotere kwaliteit van leven: gunstige ontwikkeling mortaliteit en morbiditeit, coronaire hartziekten en hartinfarcten. 
  • Vroegtijdige zorg en behandeling: bij bijvoorbeeld angststoornissen en depressie en diabetes. 

Preventie zou een geïntegreerd onderdeel van de medische zorg moeten vormen. 

Geïntegreerde zorg, of ketenzorg, biedt de patiënt de optimale ‘doorloop’ door het circuit van preventie en medische zorg. Het gaat hierbij ook om cure en care. 
Wat is de taak van verpleegkundigen wanneer er multifactoriële gezondheidsproblemen spelen?
Verpleegkundigen hebben de taak om dergelijke problemen te signaleren en de noodzakelijke zorg te bieden, zo goed mogelijk bij te staan en te begeleiden in het leren accepteren van en omgaan met hun beperkingen en waar mogelijk verergering van de klachten te voorkomen. 
Wanneer gebruiken we de term ‘multifactoriële gezondheidsproblemen’?
Wanneer erfelijke factoren een rol spelen, maar er daarnaast meer aan de hand is, wordt dit aangeduid met de term multifactoriële gezondheidsproblemen.
In welke twee categorieën kunnen we de endogene gezondheidsdeterminant onderverdelen?
De endogene gezondheidsdeterminant wordt onderverdeeld in:
  1. Genetische, erfelijke factoren: afwijkingen in de genen, afwijkingen in de chromosomen, multifactoriële gezondheidsproblemen en aanleg voor gezondheidsproblemen. 
  2. Verworven eigenschappen: hypertensie of hoge bloeddruk, afwijking in immuunsysteem, hoog cholesterolgehalte, wisselende glucosespiegel, overgewicht en obesitas, psychische (on)gezondheid en veroudering.
Waar gaat het bij een endogene, persoonsgebonden gezondheidsdeterminant om?
Bij een endogene determinant gaat het om zowel de fysiologische als psychische factoren die zich in de mens afspelen en invloed hebben op gezondheid of gezondheidsproblemen. Dit is ook wel een persoonsgebonden gezondheidsdeterminant.
Wat zijn de kenmerken van iemand met een licht verstandelijke beperking?
De beperking wordt pas laat ontdekt, omdat er aan het uiterlijk niets te zien is. Op de basisschool kan worden ontdekt dat de sociaal-emotionele ontwikkeling vaak stokt op het niveau van groep 5 tot 7.
De groep licht verstandelijke beperkten is te onderscheiden in vier groepen:
  • Hebben een vertraagde ontwikkeling, maar draaien uiteindelijk zonder problemen mee in de maatschappij.
  • Hebben vaak langdurig of blijvend ondersteuning en zorg nodig. 
  • Een kleine groep die dusdanig problemen krijgen dan zwaardere en vaak besloten behandeling nodig is, vaak in een zogeheten driemilieuvoorziening. 
  • Er is sprake van sterk gestoord gedrag in samenhang met complexe gezinsproblematiek. 

Hebben moeite om informatie goed te verwerken. Betekenis en bedoeling van wat er gaande is, gaat vaak langs hen heen. En ook reflectie over de eigen gedachten en gevoelens is beperkt. Het sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau is vaak lager. 


Het begrip van taal is minder dan het uitdrukken via taal. 


Deze mensen zijn kwetsbaarder vanwege: minder taligheid, minder flexibiliteit, minder sociale vaardigheid en beperktere executieve functies. Dit leidt tot (voortdurende overvraging, resulterend in gedragsstoornissen. 
Wat zijn kenmerken van iemand met een matig verstandelijke beperking?
Is een heterogene groep. De maximaal haalbare ontwikkelingsleeftijd is te vergelijken met een drie- tot vijfjarige. Ernstige, zichtbare beperkingen komen minder voor en beperking is pas later te merken (na 1 jaar). Speciaal onderwijs en later dagbesteding is mogelijk.
Lopen behoort tot de mogelijkheden. De variatie qua motoriek is heel groot. Steriotiep en automatisch gedrag komt veel voor. De waarneming is redelijk te noemen. Herkenning is een feit en ze leren van ervaringen. 

De taalvaardigheid varieert. Communicatie is een blijven aandachtspunt. Contact is goed mogelijk. Het denken is te vergelijken met een peuter/kleuter (associatieve en de structurerende ervaringsordening). Oordeelsvorming is meestal niet mogelijk. 


Ze zijn gevoelig voor verandering. Praktische vaardigheden kunnen worden geleerd en de zelfredzaamheid is redelijk. Begeleiding is wel het leven lang mogelijk.