Summary Change management : over het wat en hoe van veranderen

-
ISBN-10 9001766641 ISBN-13 9789001766641
70 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Change management : over het wat en hoe van veranderen". The author(s) of the book is/are Jan Lubberding, Ben Lievers. The ISBN of the book is 9789001766641 or 9001766641. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Change management : over het wat en hoe van veranderen

  • 1 Het IOV model

  • Welke vier omgevingstypen ken je? (noem per type een voorbeeld)
    • complex/stabiele omgeving (politie) - stabiel en complex
    • rustige omgeving (slager) -stabiel en simpel
    • turbulente omgeving (defensie)  - instabiel en complex
    • simpel-instabiele omgeving (ASML) - instabiel en simpel
  • Waar staat de afkorting IOV voor?
    Integraal organisatie en verandermodel
  • Uit welke elementen bestaat het IOV model?
    De bestaansvoorwaarden, Niveaus van verandering, verandervermogen, veranderingsstrategieen, vormgeven aan het veranderproces, instrumentatie, functionele relaties, evaluatie, veranderplan
  • Noem 5 aspecten van een rustige omgeving
    • voorspelbare consumenten
    • niet of nauwelijks concurrentie
    • middelen zijn ruim voorhanden
    • geen of weinig potentiële toetreders
    • DESTEP factoren: weinig ontwikkelingen, langzaam tempo
  • Wat word er bedoeld met de fitt?
    Om de fit te bepalen word er de huidige en de gewenste situatie in beeld gebracht door gebruik te maken van een organisatiekundig model. Zo kan het bedrijf zien waar het op dit moment staat en op welke punten het bedrijf nog aangepast moet worden. Als de bestaansvoorwaarden op elkaar zijn afgestemd is er sprake van een fit.
  • Wat is het IOV model?
    Integraal Organisatie en Veranderingsmodel
  • Noem 5 aspecten van een turbulente omgeving
    • grillig gedrag van consumenten
    • hevige, plotselinge concurrentie
    • middelen zijn schaars (macht van aanbieder of leverancier)
    • veel toetreders (gevaar voor overcapaciteit)
    • DESTEP factoren: veel ontwikkelingen in snel tempo en onvoorspelbaar
  • Wat word er onderzocht als het verandervermogen word onderzocht?
    hierbij word er onderzocht in welke mate de organisatie in staat is te veranderen hierbij word er ook gekeken naar de aard van de verandering.
  • Wat is de kern van verandermanagement?
    Het ontwerpen en implementeren van de gewenste organisatorische situatie/FIT
  • Wat zijn functionele relaties?
    Functionele relaties zijn relaties welke je bijvoorbeeld hebt met je baas. of stafmensen. Je hebt deze relaties niet voor het uitkiezen. Je hebt deze relaties dus vanuit je functie.
  • Uit welke drie onderdelen bestaat het bestaansvoorwaardenmodel?
    - bestaansrecht
    - inrichting
    - leefbaarheid
  • Wat is een veranderplan?
    Een veranderplan is alles wat je bedenkt om de verandering te realiseren. 
  • Waar draait het om bij het bestaansrecht?
    met producten/diensten kunnen inspelen op behoeften in de markt, zodat er voldoende middelen/inkomsten zijn om als organisatie te bestaan
  • Wat zin de drie bestaansvoorwaarden en wart houden deze in?
    Het bestaansrecht: 
    Het bestaansrecht zijn de klanten van de onderneming. Ook kunnen dit subsidies zijn bij een stichting. Deze klanten zorgen voor inkomsten waardoor de onderneming kan voortbestaan.

    De inrichting:
    De inrichting houd in dat de organisatie beschikt over middelen om de omzet te genereren, zoals systemen en structuur.

    De leefbaarheid
    De leefbaarheid houd in dat de medewerkers in de organisatie gemotiveerd blijven. Alles gericht op het voortbestaan van de afdeling.
  • Wie zorgt er voor bestaansrecht?
    klanten
  • Welke drie niveau's van veranderen kennen we?
    Het beleidsniveau:
    Het fundament van de organisatie, de strategie, cultuur, visie en missie. Worden dan aangepast om de verandering plaats te laten vinden.

    Functieniveau:
    Hierin worden veranderingen aangebracht mbt: de taken verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de medewerkers.

    Niveau van functioneren
    Bij een verandering in functioneren word er een verandering in gedrag , het werkelijk handelen tot stand gebracht 
  • Wat verstaan we onder de inrichting?
    de middelen waarover de organisatie beschikt en de manier waarop ze onderling zijn geordend (structuur, protocollen, procedures, systemen, (im)materiële middelen, cultuur)
  • Wat is de leefbaarheid van een organisatie?
    de verhouding tussen de lasten en lusten voor medewerkers (wat krijg ik, wat levert het mij op, wat wordt er van mij gevraagd, wat moet ik ervoor doen?)

    het draait om zinvolheid, klimaat, plezier, voldoende leefbaar?
  • Noem een voorbeeld waaraan je herkent dat de leefbaarheid onder druk komt te staan
    verloop
    hoog ziekteverzuim
  • Noem een voorbeeld waaraan je herkent dat de inrichting onder druk komt te staan
    fouten
    ruzie
    chaos
  • Noem een voorbeeld waaraan je herkent dat het bestaansrecht onder druk komt te staan
    concurrentie
    omzetdaling
  • Noem drie eigenschappen van een Model A bedrijf m.b.t. het bestaansvoorwaardenmodel
    - BEHEERSING het draait om beheersing (inrichting stuurt richting leefbaarheid)
    - ENKEL INFORMEREN bestaansrecht domineert leefbaarheid (enkel informeren)
    -INTERN (PRODUCT)GERICHT (inrichting oefent druk uit op het bestaansrecht)
  • Noem drie kenmerken van een Model B bedrijf m.b.t. het bestaansvoorwaardenmodel
    - vrijheid (van L-> I)
    - betrokkenheid (van L-> B)
    - marktgericht (van B -> I)
  • Strategische planning is een voorbeeld van Model ...
    A

    (model B: strategisch handelen)
  • Wat is het verschil tussen organisatiedoelstellingen van Model A en model B?
    Bij model A liggen organisatiedoelstellingen vast (wensen belanghebbenden)
    Bij model B is de organisatiedoelstelling de behoefte van de klant, uniek en tijdelijk
  • Noem vier kenmerken van het bestaansrecht van een model A bedrijf
    - zeker bestaansrecht in voorspelbare markt
    - organisatiedoelstellingen liggen vast (wensen belanghebbenden)
    - innovatie is intern gericht
    - nauwelijks ondernemen
    - (strategische) planning
  • Noem vier kenmerken van het bestaansrecht van een model B bedrijf
    - onzeker bestaansrecht in onvoorspelbare, dynamische markt
    - organisatiedoelstelling is de behoefte van de klant, uniek en tijdelijk
    - innovatie is klantgericht
    - continue ondernemen
    - strategisch handelen (ondernemersgericht)
  • J/N: Efficiency is model A, Effectiviteit is model B
    Juist
  • Noem voorbeelden van een efficiënte inrichting
    • planning
    • procedures
    • gedragsvoorschriften
    • rollencultuur
    • kwaliteitscontrole
    • hïërarchie
    • positionele macht
    • systemen (gericht op beheersing)
  • Noem voorbeelden van een effectieve inrichting
    • resultaatgerichte planning
    • weinig procedures/gedragsvoorschriften
    • kwaliteit als onderdeel van de functie
    • teams
    • deskundigheids/informatiemacht
  • Noem per model bedrijf een kernwoord m.b.t. leefbaarheid
    volgers (model A) vs intrapeneurs (model B)
  • Bij model B worden medewerkers gezien als variabele kosten
    ONJUIST (model A)
  • Noem 3 eigenschappen van leefbaarheid bij model A
    • individuele prestatiebeloning
    • prestatie-eisen: normen
    • directieve beloning
    • medewerkers zijn variabele kosten
    • beperkte inspraak
    • informatie beperkt verspreid
    • conflictmodel (tegengestelde belangen kapitaal en arbeid)
  • Noem 3 eigenschappen van leefbaarheid bij model B
    • groepsbeloning/winstdeling
    • prestatie-eisen ontleend aan de markt
    • functioneringsgesprekken, coaching
    • bijscholing, competentieontwikkeling
    • brede participatie/mede-eigendom
    • informatie breed verspreid
    • intensieve samenwerking door gehele organisatie heen
  • Noem 3 kenmerken van een turbulente omgeving
    • veel concurrentie
    • veel (technologische) vernieuwing (DESTEP)
    • veel toetreders
    • veel overcapaciteit
    • gedrag afnemers/consumenten is onvoorspelbaar
    • veel externe belanghebbenden
    • schaarste aan materiële en/of immateriële middelen
  • Noem 3 kenmerken van een rustige omgeving
    • weinig concurrentie
    • weinig (technologische) vernieuwing (DESTEP)
    • weinig toetreders
    • geen overcapaciteit
    • gedrag afnemers/consumenten is voorspelbaar
    • weinig externe belanghebbenden (politiek, milieu, bonden etc)
    • voldoende beschikbaarheid materiële en immateriële middelen
  • Noem de stappen van het IOV-model
    1. NOODZAAK tot VERANDEREN (komt voort uit verstoring huidige fit)
    2. VERANDERINGSKLOOF (vaststellen verschil huidige en gewenste fit)
    3. HUIDIG FIT van de bestaansvoorwaarden
    4. GEWENSTE FIT van de bestaansvoorwaarden
    5. KLOOF VERTALEN naar 3 NIVEAUS
    6. VERANDERVERMOGEN  (factoren die het vermogen tot veranderen bepalen)
    7. VERANDERINGSSTRATEGIE
    8. VORMGEVEN van het  VERANDERPROCES 
    9. INSTUMENTATIE van het VERANDERPROCES 
    10. FUNCTIONELE RELATIES 
    11. EVALUATIE
    12. het VERANDERPLAN
  • Wat wordt bedoeld met instrumentatie van het veranderproces?
    hoe krijg ik alle interne en externe betrokkenen mee?
  • Wat is het IOV model?
    Het Integrraal Organisatie- en Veranderingsmodel
    (een concreet plan van aanpak, een leidraad voor handelen (geen blauwdruk))
  • Wat zijn twee belangrijke taken voor het management m.b.t. het wat/hoe van veranderen?
    • maak noodzaak expliciet (verband verandering en omgevingsfactoren)
    • maak ambities organisatiekundig verklaarbaar
  • Wat is de reden dat medewerkers vaak niet begrijpen waarom het management een verandering wil?
    • management verzuimt een verband te leggen tussen de verandering en de omgevingsfactoren die de verandering nodig maken
    • een andere factor: de ambitie van managers, die vaak niet gedeeld wordt door medewerkers, omdat zij die ambitie als een persoonlijke ambitie van die manager zien
  • Welke drie competentieniveaus bij medewerkers onderscheiden we (en welke strategie hoort daarbij)?
    • in staat zijn zich aan te passen aan veranderingen (machtsstrategie)
    • in staat actie te ondernemen om positieve gevolgen van de veranderingen te benadrukken en te realiseren (participatiestrategie)
    • in staat uitzonderlijk voordeel te behalen uiit veranderingen en in stat een sturende rol te spelen in het veranderingsproces (facilitaire strategie)
  • Noem 5 instrumenten
    IVOOCOOP
    • informeren
    • voorlichten
    • overtuigen
    • onderhandelen
    • coachen
    • overleggen
    • opleiden
    • plannen
  • Wat is het belangrijkste instrument van de veranderaar?
    de veranderaar zelf
  • Wat zijn belangrijke functionele relaties in veranderprocessen?
    directieleden, hoger en lager management, ondernemingsraad, vakbonden
  • Het IOV model is een model in stappen. Wat kun je over de relatie tot de praktijk zeggen?
    In werkelijkheid kun je de onderscheiden aspecten niet zo fraai opeenvolgend neerzetten, want daar spelen op elk moment alle aspecten tegelijk.
  • Veranderen  = 
    weerstand!
  • Wat doet de amygdala?
    Een hersendeel dat vecht- of vluchtgedrag initialiseert (weerstand of ontwijken)
  • Noem een verandertechniek
    Kaizen
  • Wat is de functie van het IOV model?
    Het helpt ons te analyseren:
    - WAT moeten we veranderen
    - WAAROM moeten we veranderen
    - HOE gaan we veranderen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.