Summary chemie 6e editie

-
ISBN-13 2541678942561
245 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "chemie 6e editie". The author(s) of the book is/are mevrouw ik weet m meer. The ISBN of the book is 2541678942561. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - chemie 6e editie

  • 1.1 Hoe kun je stoffen herkennen?

  • In de natuurwetenschap maak je verschil tussen massa en gewicht om te weten hoe zwaar iets is. 
    Welke twee zijn dat? 
    Massa =  maat voor de hoeveelheid materie.
    Gewicht= een kracht.
  • In welke eenheden meet je massa ( een maat voor materie) in de natuurwetenschap?
    In kg, g (gram), mg of ton.
  • Reken massa's om in andere eenheden:
    1 ton = ......... kg
    1 kg   = ......... g
    1 g     = ......... mg
    1 ton = 1000 kg
    1 kg   = 1000 g
    1 g     = 1000 mg
  • Vaak gebruik je bij proeven een vloeistof. 
    In een maatbeker kan je dat nauwkeurig aflezen. 
    Bij een bekerglas met een schaalverdeling kun je schatten hoeveel vloeistof je hebt.
    En hoe doe je dat met een reageerbuis? 
    Daarop staan geen maatstreepjes.
    Er is een vuistregel om toch te schatten hoeveel ml erin zit.
    De vloeistof-hoogte van 1 cm komt overeen met 1 ml.
  • In welke eenheden meet je volumes?
    M3 - dm3- L (liter)- cm3 of ml.
  • Reken de volumes om in andere eenheden:
    1 m3  = .....dm3
    1 m3  = .....L
    1 dm3= .....cm3
    1000 dm3= .....L
    1dm3 = .....ml.
    1000ml = .....cm3.
    1 m3 = 1000 dm3
    1 m3= 1000 L
    1 dm3= 1000 cm3
    1000 dm3= 1000 L
    1dm3= 1000 ml
    1000 ml=1000 cm3.
  • In een practicumlokaal zijn veiligheidsvoorzieningen aanwezig.
    Kun je er 5 noemen?
    Lab-jas
    Bril
    Noodknop
    Brandspuit
    Douche
  • Temperatuur/warmte lees je af op een thermometer.
    Welke term gebruiken wij in het dagelijks leven daarvoor?
    Celcius
  • Het water kookt bij ..... graden Celsius
    IJs smelt bij ....graden Celsius
    Op de Noordpool kan het .... graden Celsius koud worden.
    En welke laagst gemeten temperatuur kan in het laboratorium bestaan?
    Water kookt bij 100 graden Celsius
    IJs smelt bij 0 graden Celsius
    Op de Noordpool kan het -72 graden Celsius koud worden.
    De laagst temp die in het lab kan bestaan is -273 graden Celsius
  • Wat is het nulpunt voor de Kelvinschaal?
    De laagst gemeten temperatuur die in het lab kan bestaan, dat is -273 gr Celcius = 0 K (= Kelvin).
  • Als je weet dat o K = -273 graden Celsius, hoeveel K is het dan bij -18  graden Celsius? En leg uit hoe je dat doet.
    o graden Celsius = 273K
    -18 gr Celsius= -18 + 273K = 255K.
  • Water is een vaste stof die in vaste, vloeibare en gasvormige toestand kan voorkomen, welke zijn dat?
    ijs, water en waterdamp
  • Welke verschillende fase overgangen ken je?
    Smeten, stollen, 
    Verdampen, condenseren,
    Rijpen, vervluchten.
  • Gas --> vaste stof  = .....?
    Vaste stof --> gas = .....?
    Vaste stof --> vloeistof = .....?
    Vloeistof --> vaste stof = .....?
    Vloeistof --> gas = .....?
    Gas --> vloeistof = .....?
    Gas --> vaste stof  = Rijpen
    Vaste stof --> gas = Vervluchten
    Vaste stof --> vloeistof = smelten
    Vloeistof --> vaste stof = stollen
    Vloeistof --> gas = Verdampen
    Gas --> vloeistof = condenseren
  • Kun je voorbeelden van stoffen geven waarmee de scheikunde zich bezig houdt?
    Hoe is de andere naam van stoffen die in de scheikunde wordt gebruikt?
    1. Voorbeelden : water, zout, suiker, zeep, staal, zuurstof, benzine
    2. materie is een andere naam voor stof
  • Kan je een voorbeeld geven van een gemaakte scheikundige stof/materie?
    Aspirine
    zoetstoffen
    plastics
  • Temperatuur in K =temperatuur in graden Celsius +.... ?
    + 273
  • wat zijn waarnemingen?
    zien, horen, ruiken, voelen en proeven.
  • ander woord voor doorzichtig.
    transparant.
  • Noem drie aggregatietoestanden van water.
    vaste stof(ijs), vloeibare stof(water) en een gasvormige stof(waterdamp).
  • waarmee kan je het smelt of het kookpunt meten?
    met een thermometer.
  • noem de formule van dichtheid.
    dichtheid = massa : volume.
  • Om stoffen op hun eigenschappen te onderzoeken, verzamel je waarnemingen. Hoe doe je dat?
    Met behulp van je zintuigen: zien, horen, ruiken, voelen, proeven.
  • wat zet je achter een getal van dichtheid?
    g/cm3
  • waarmee houdt scheikunde zich bezig?
    stoffen.
  • voorbeelden van stoffen zijn?
    water, zout, suiker, zeep, staal, zuurstof en benzine.
  • wat wordt er bedoelt met stoffen in de scheikunde?
    alle materie
  • noem stoffen uit de natuur:
    hout, suiker, wol en aardgas.
  • welke stoffen zijn bijvoorbeeld door scheikundigen in de laatste twee eeuwen gemaakt?
    aspirine, zoetstoffen en plastic
  • hoe kom je te weten met welke stof je te doen hebt?
    door waarnemingen, met behulp van je zintuigen.
  • wat is verboden als je stoffen gaat waarnemen?
    aanraken en proeven.
  • wat is de reden dat je geen onbekende stoffen mag proeven of aanraken?
    omdat de stoffen giftig kunnen zijn of de huid kunnen aantasten.q
  • wat zijn stofeigenschappen?
    voor een bepaalde stof kenmerkende eigenschappen waarmee je de stof direct kunt herkennen.
  • welke stoffen ken je gemakkelijk aan hun geur?
    gloor, aceton ( nagellak remover)
  • wat betekend in de scheikunde fase of aggregatietoestand?
    of een stof vast, vloeibaar of gasvormig is.
  • wat moet je doen als je met je zintuigen geen stofeigenschappen kunt vaststellen?
    dan moet je meten, daarvoor heb je meet instrumenten nodig bijvoorbeeld voor het meten van een smet- of kookpunt een thermometer.
  • wat moet je weten als je de dichtheid van een stof wil bepalen?
    de massa en het volume.
  • hoe bepaal je de massa en het volume?
    de massa met een balans en het volume met een maatcilinder.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

hoe bereken je de massa?
P=M: V
wat doet 'gewone zeep'
het verwijderd teveel huidvet en beïnvloedt de pH van de huid.
wat doet zeep met water?
verminderd de oppervlakte spanning van water.
wat zijn de delen in zeep die voedselvlekken verwijderen?
de enzymen
wat zijn Detergenten?
detergenten is een onderwoord voor synthetische zeep
waar word synthetische zeep van gemaakt?
aardolie
waarvan word natuurlijke zeep gemaakt?
van plantaardige olie of vetten,
noem de delen bij een model voor zeepmoleculen
de kop is hydrofiel en daardoor goed mengbaar met water.

de rest van het molecuul is hydrofoob en mengt goed met olie en andere hydrofobe stoffen.
noem de term voor oplossingen boven en onder pH 7
boven = basisch
onder = corrosief
wat is pH neutraal?
oplossingen met een pH van 7