Summary Chemie Overal (5VWO)

235 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Chemie Overal (5VWO)

  • 8.1 De pH van een oplossing

  • Bij welke pH is een oplossing zuur, basisch of neutraal?
    Bij een pH < 7 heb je een zure stof.
    Bij een pH = 7 heb je een neutrale stof.
    Bij een pH > 7 heb je een basische stof.
  • Hoe laten indicatoren zien of een oplossing zuur is of niet?
    Indicatoren zijn stoffen die een andere kleur hebben in een zure oplossing dan in een oplossing die niet zuur is; de kleur verandert (niet).
  • De pH kan kleiner dan 0 en groter dan 14 zijn.
  • Hoe werkt de zuur-base-indicator 'lakmoespapier'?
    Bij een zure oplossing wordt blauw lakmoespapier rood en bij een basische oplossing wordt rood lakmoespapier blauw. In een neutrale oplossing verandert de kleur niet.
  • Hoe werkt de zuur-base-indicator universeel 'indicatorpapier'?
    Het is een papier waarop een mengsel van verschillende indicatoren is aangebracht, die afhankelijk van de pH-waarde samen een continu verlopende kleurenreeks vertonen.
  • Hoe werkt de zuur-base-indicator 'oplossingen'?
    Oplossingen van kleurstoffen veranderen van kleur bij bepaalde pH-waarden. Met behulp van Binas 52A kan je zien welke kleur bij welke pH hoort voor elke indicator.
  • Wat is het omslagtraject van een indicator (kleuroplossing)?
    Het pH-gebied waarin de kleur van de indicator verandert. In dit gebied geeft de indicator een mengkleur.
  • Als je gebruikmaakt van meerdere indicatoroplossingen kun je vrij precies achterhalen wat de pH van een oplossing is.
  • 8.2 Zuren in water

  • Wat zorgt ervoor dat een stof stroom geleidt?
    Vrije deeltjes die geladen zijn.
  • Wat zorgt ervoor dat een zure oplossing stroom geleidt?
    Het zuur reageert met het water, waardoor het zuur een waterstofion afstaat aan water en er ionen ontstaan. Er ontstaat een oxoniumion (H3O+) een zuurrestion (Z-).
  • Wanneer heb je een lineair verband tussen de geleibaarheid en de molariteit van een oplossing en wanneer niet?
    Bij een sterk zuur heb je een lineair verband en bij een zwak zuur niet.
  • Bij een sterk zuur: als je de molariteit twee keer zo klein wordt, halveert de geleidbaarheid.
    Bij een zwak zuur: als je de molariteit twee keer zo klein wordt, wordt de geleidbaarheid minder dan twee keer zo klein.
  • Wat voor soort reactie heb je tussen een sterk zuur en water?
    Een aflopende reactie.
  • Wat voor soort reactie heb je tussen een zwak zuur en water?
    Een evenwichtsreactie.
  • Hoe noteer je een sterk zuur?
    In ionen: H3O+(aq) + Z-(aq).
  • Hoe noteer je een zwak zuur?
    Het zuur zelf: HZ(aq) of HZ(aq) met een lading.
  • 8.3 Formules van zuren

  • Wat maakt een zuur een organisch zuur?
    Een organisch zuur is een zuur waarvan het molecuul een koolstofskelet heeft. De karakteristieke groep van een organisch zuur is -COOH.
  • Welke ionen ontstaan er als je een zuur oplost/toevoegt aan water?
    Het oxoniumion (H3O+) en het zuurrestion.
  • Wat is het verschil tussen een meerwaardig en een eenwaardig zuur?
    Een meerwaardig zuur kan meer dan één waterstofion afgeven en een eenwaardig zuur kan maar één waterstofion afgeven.
  • Het zuurrestion van een alkaanzuur is een alkanoaat.
  • Wat maakt een zuur een anorganisch zuur?
    Zuren zonder koolstofskelet zijn anorganische zuren.
  • Welke twee zuren zijn instabiele zuren?
    Koolzuur (H2CO3) en zwaveligzuur (H2SO3). Ze bestaan eigenlijk alleen als oplossing van CO2 en SO2 in water; CO2(aq) + H3O+(aq) en SO2(aq) + H3O+(aq).
  • Waarom verloopt bij een meerwaardig zuur vaak alleen de eerste reactie waarbij het één waterstofion afstaat?
    Het evenwicht ligt bij de eerste reactie naar links, waardoor er minder reactieproducten ontstaan en de volgende reactie vrijwel niet zal optreden.
  • Welke ionen kunnen ook als zuur reageren?
    Sommige positieve en negatieve ionen, maar ook sommige gehydrateerde metaalionen.
  • Binas 49: bovenste zeven zuren zijn sterk, onder H3O+ zijn zwak en alle zuren onder H2O zijn theoretische zuren.
  • Voorbeeld van gehydrateerd metaalion met water:
    Fe(H2O)63+(aq) + H2O(l) -> <- H3O+(aq) + FeOH(H2O)52+(aq) (evenwichtsreactie)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is er nodig voor chromatografie om te zien welke stoffen er in een mengsel zitten?
- Daarvoor wordt een referentiestof gebruikt.
- Als een stof in het mengsel op het papierchromatogram even hoog komt als de referentiestof, is de kans groot dat die stof in het mengsel aanwezig is.
Hoe kom je aan de waarde van Kz(zuurconstante)?
In kolom 2 van binas 49 staat de waarde van Kz voor een deel van de zuren gegeven.
Hoe bereken je de pH bij een oplossing van een zwak zuur? (waarvoor geld A+B <--> C+D)
Met behulp van de zuurconstante Kz=[C][D] / [A][B].
Hoe bereken je de pH bij een oplossing van een sterk zuur?
Dit kun je rechtstreeks berekenen uit de molariteit van de oplossing met behulp van molverhouding.
Hoe is de significantie bij H3O+ en de pH?
Het aantal significante cijfers van [H3O+] is gelijk aan het aantal decimalen van de pH
Hoe bereken je de concentratie H3O+ met gegeven pH?
[H3O+]=10^-pH
Hoe bereken je de pH van een oplossing?
PH=-log[H3O+]
Hoe weet je of een zuur zwak of sterk is?
Linkerkolom van binas 49 staan zuren van sterk naar zwak.
Wat is het verschil tussen een meerwaardig zwak zuur en een meerwaardig sterk zuur?
Een meerwaardig zwak zuur verliest in water maar één H+-ion en een meerwaardig sterk zuur kan meerdere H+-ionen afstaan.
Wat is de karakteristieke groep van een organisch zuur?
Een organisch zuur heeft een koolstofskelet en een -COOH-groep