Summary chemie overal

-
ISBN-13 9789001877620
504 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "chemie overal". The author(s) of the book is/are Joost Arent. The ISBN of the book is 9789001877620. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - chemie overal

  • 3.1 Macro en microniveau



  • Wat ga je leren bij de paragraaf 3,1 ?

    • Je leert dat de meeste stoffen uit moleculen bestaan;
    • Je leert wat stoffen zijn;
    • Je leert dat modellen en simulaties in de scheikunde een belangrijke rol spelen.
  • Introductie
    Licht om glucose te maken
    Druiven hebben veel zonlicht nodig om goed te groeien. Veel fruit groeit daarom in warme landen. Het zonlicht is nodig om stoffen zoals water en koolstofdioxide om te zetten in glucose, ook wel druivensuiker genoemd. Maar waar bestaan die stoffen nu eigenlijk uit?
  • WSamenvatting

    • Alles wat je waar kunt nemen is macroniveau.

    • Het microniveau is het niveau van de kleinste deeltjes van de stof, de moleculen.

    • De meeste stoffen bestaan uit moleculen.

    • In een vaste stof zitten de moleculen dicht op elkaar gestapeld en trillen op hun plaats.

    • In een vloeistof bewegen de moleculen langs elkaar.

    • In een gas bewegen moleculen ver uit elkaar.

    • Modellen en simulaties zijn vereenvoudigde weergaven van de werkelijkheid.

      ga de experimenten na lezen 
      Water ,azijn of alcohol
  • 3.1.1 BEGRIPPEN



  • Stoffen
    In de vorige twee hoofdstukken heb je naar stoffen en hun eigenschappen gekeken. Die stofeigenschappen bepalen hoe of waarvoor je een stof gebruikt. Alles wat je met je zintuigen kunt waarnemen noem je het macroniveauMaar wat zijn de bouwstenen van stoffen? Daarvoor moet je inzoomen op de stof en naar een steeds kleiner deel van de stof kijken. Uiteindelijk kom je op het microniveau, je bestudeert dan de kleinste deeltjes waaruit een stof is opgebouwd. Als je een grote hoeveelheid van die deeltjes bij elkaar neemt, krijg je de stof.
  • 3.1.1.1 OPDRACHTEN VAN 3.1

  • Moleculen
    Door
    het vele onderzoek dat de afgelopen eeuwen is uitgevoerd is bekend dat van de meeste stoffen de kleinste deeltjes moleculen zijn. Als je op microniveau naar de zuivere stof koolstofdioxide kijkt, dan zijn de bouwstenen van de stof koolstofdioxidemoleculen. De zuivere stof water bestaat uit alleen maar watermoleculen. Een zuivere stof bestaat dus uit allemaal dezelfde deeltjes.
    De eigenschappen van een molecuul zijn anders dan die van de bijbehorende stof. De stof water heeft een kookpunt van 100 °C, maar één enkel molecuul water heeft geen kookpunt. Van een stof kun je aangeven in welke fase deze zich bevindt, maar van één los molecuul kan dat niet.
    In hoofdstuk 1 heb je geleerd dat een stof in drie verschillende fasen kan voorkomen. Van een stof kun je aangeven in welke fase deze zich bevindt, maar van één los molecuul kan dat niet.

    In de schematische tekening van figuur 3.1 zie je op microniveau wat de verschillende fasen inhouden. Hierbij zijn de moleculen vereenvoudigd weergegeven als bolletjes. In de scheikunde schakel je voortdurend tussen het macroniveau en het microniveau.
  • Op microniveau beschrijf je wat de fasen inhou den en daarvoor gebruik je de waarnemingen op macroniveau.
    Bij figuur 3.1a zie je een vaste stof. De moleculen zijn netjes dicht bij elkaar gestapeld, je noemt deze stapeling in een vaste stof een rooster. Bij een vaste stof trillen de moleculen wel, maar ze blijven op hun plaats. Als je de stof verwarmt, gaan de moleculen door de toegevoegde warmte steeds harder trillen.
    Bij een bepaalde temperatuur, het smeltpunt van de stof, is de trilling van de moleculen zo sterk dat het rooster wordt verbroken. Er ontstaat een vloeistof. De moleculen blijven nog wel bij elkaar, maar bewegen zich nu langs elkaar door de vloeistof, zie figuur 3.1b. Wanneer de temperatuur nog verder stijgt, wordt de beweging van de moleculen steeds sterker en bij het kookpunt van de stof komen de moleculen helemaal los van elkaar. Er ontstaat een gas. De moleculen bewegen nu op grote afstand van elkaar,
    zie figuur 3.a - b-1c.
  • 3.1.1.1.1 modellenen simulaties

  • Figuur 3.1 is een modelvoorstelling van de drie fasen op microniveau. Iets wat je niet direct kunt zien, kun je wel met een model beschrijven. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Door die vereenvoudiging maak je de werkelijkheid beter hanteerbaar. Bedenk wel dat je de werkelijkheid altijd een beetje geweld aandoet als je er een model van maakt.

    figuur :3.1A. B . C
    Soms moet je de werkelijkheid ‘vergroten’ of ‘verkleinen’. Moleculen zijn bijvoorbeeld zo onvoorstelbaar klein dat je ze alleen maar met ingewikkelde apparatuur zichtbaar kunt maken. Daarom is het erg gemakkelijk om met modellen van moleculen te werken. In figuur 3.2 is een vergroting van de werkelijkheid weergegeven: een model van een eiwitmolecuul.
  • figuur  3,2 kijken

    Modellen van moleculen worden vaak op de computer gemaakt
    en dan heb je meer mogelijkheden. Als je een bepaald proces wilt nabootsen, kun je met behulp van een computermodel op eenvoudige wijze de omstandigheden aanpassen.

    Je ziet dan direct wat het resultaat van die veranderde omstandigheden is. Je noemt dit een simulatie (zie figuur 3.2). Wanneer bijvoorbeeld twee moleculen in de buurt van elkaar komen, kun je de effecten van die twee moleculen op elkaar bepalen.
    Dit met behulp van een computerprogramma modelleren is een belangrijk hulpmiddel geworden in de natuurwetenschappen en dus ook bij scheikunde.
  • 3.1.1.1.1.1 samenvatting

  • Samenvatting

    • Alles wat je waar kunt nemen is macroniveau.

    • Het microniveau is het niveau van de kleinste deeltjes van de stof, de moleculen.

    • De meeste stoffen bestaan uit moleculen.

    • In een vaste stof zitten de moleculen dicht op elkaar gestapeld en trillen op hun plaats.

    • In een vloeistof bewegen de moleculen langs elkaar.

    • In een gas bewegen moleculen ver uit elkaar.

    • Modellen en simulaties zijn vereenvoudigde weergaven van de werkelijkheid.

      ga de experimenten na lezen 
      Water ,azijn of alcohol
  • 3.2 Introductie Moleculen en atomen

  • Wat gaat je leren bij paragraaf 3.2?

    • Je leert het verschil tussen elementen en verbindingen omschrijven;
    • Je leert de belangrijkste atoomsoorten met hun symbolen uit het periodiek systeem kennen;
    • Je leert het verschil tussen metalen en niet-metalen herkennen en omschrijven;
    • Je leert wat een legering is.
  • Introductie Bouwstenen
    Met steeds dezelfde legosteentjes kun je verschillende bouwwerken maken. Moleculen zijn ook opgebouwd uit kleinere bouwstenen. Voor moleculen bestaan er iets meer dan 110 verschillende bouwstenen. Hiermee kun je veel verschillende moleculen bouwen.
  • Moleculen en atomen
    In de vorige paragraaf heb je gezien dat op microniveau de bouwstenen van de meeste stoffen moleculen zijn. Je kunt nog verder inzoomen op een molecuul en dan blijkt dat moleculen zijn samengesteld uit nog kleinere deeltjes.
    Deze deeltjes noem je atomen.  De atomen zijn dus de bouwstenen voor de moleculen. Twee of meer atomen vormen samen een molecuul. De atomen kunnen van dezelfde soort zijn, maar ook van verschillende soorten. 
    In figuur 3.7 en 3.8 zie je de molecuultekeningen van alcohol en chloor
  • Ieder bolletje stelt een atoom voor. Wanneer je meerdere atomen aan elkaar hebt vastzitten, noem je dit een molecuul.
    In figuur 3.7 zie je een alcoholmolecuul.
    Een alcoholmolecuul bestaat uit drie verschillende atoomsoorten: koolstof (zwart), waterstof (wit) en zuurstof (rood). Omdat dit molecuul uit meerdere atoomsoorten bestaat, noem je dit een verbinding.
    In figuur 3.8 is er maar één kleur bolletjes aanwezig en dus is er maar één atoomsoort aanwezig: chloor (groen).
    Een molecuul dat bestaat uit maar één atoomsoort noem je een element.
  • De term verbinding wordt op macroniveau ook gebruikt voor een stof waarvan de moleculen uit meerdere atomen bestaan. Hetzelfde geldt voor de term element. Je komt de termen verbinding en element dus zowel op micro- als op macroniveau tegen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat kun je met een universeel indicatorpapier aflezen?
Als je de ph van een oplossing wilt weten, dan meet je dat met zo'n strookje en die neemt dan een kleur aan, de kleur heeft een ph waarde die je van de verpakking kan aflezen.
Wat is de PH waarde
Met de ph geef je de zuurtegraad van een oplossing aan, de Ph is een getal tussen de 0-14 
Wat is het verschil tussen een zure, een neutrale of een bassische oplossing?
- zure oplossingen: hoe zuurder de oplossing is des te lager de Ph. De waarde licht tussen de 0-7. Hoe zuurder hoe agressiever de oplossing is 
-  bassische oplossing is een oplossing van water en een stof die je base noemt. Het heeft een ph van 7-14, hoe bassischer de oplossing is hoe hoger de Ph, deze is dan ook agressiever. Word vaak gebruikt om te ontvetten 
- neutraal houd in dat het geen zuur of base bevat, bijv. Water. Neutrale oplossingen hebben altijd een ph van 7
Waarom is water een unieke stof?
- omdat het een groot oplosvermogen heeft. Hierdoor is het een goed vervoer voor allerlei dingen.
- dichtheid van water is bijzonder omdat bij de meeste stoffen de vloeibare fase een kleinere dichtheid heeft dan in de vaste fase bij water is dit dus andersom   
- soortelijke warmte zorgt ervoor dat er geen extreme weerschommelingen krijgen doordat er veel warmte nodig is om water op te warmen maar als het afkoelt komt deze warmte vrij waardoor het water in de winter ook langzaam afkoelt.  
- water heeft een hoog kookpunt
Wat is duurzaamheid?
Voldoen aan de behoeften van de toekomst, door gebruik te maken van herbruikbare stoffen. Dit noem je hernieuwbare grondstoffen. Ook is het belangrijk om zo min mogelijk afval te produceren.
Wat is groene chemie?
Het gebruik van grondstoffen het ontstaan van schadelijke stoffen tot een minimum beperkt moet worden hierdoor word het industriële proces duurzamer.
hoe noem je het je meerdere stappen nodig hebt om te synthetiseren?
We spreken van een syntheseroute als je meerder stappen nodig hebt om een stof te maken
Wat is synthese?
Samengevoegde stoffen die reageren tot een product
Wat is Rf waarden? En hoe reken je deze uit?
Aan de Rf waarden kan je een stof herkennen. 
- meet de afstand vanaf het punt dat je kleurstof aanbrengt tot het midden van het punt waar die is blijven steken. Dit is punt A
- meet de afstand vanaf het punt dat je kleurstof hebt aangebracht tot waar de loopvloeistof is opgetrokken. Dit is punt B 
- deel punt A door punt B
Wat is papier chromatografie?
Je brengt een beetje van het mengsel aan op het papier en zet daarna het papiertje rechtop in de loopvloeistof, deze loopt omhoog. Het papier is stationaire fase en de loopstof bevind zich in een mobiele fase. Hierdoor scheiden de stoffen langzaam.