Summary Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk

-
ISBN-10 9046605787 ISBN-13 9789046605783
151 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk
  • H W B thoe Schwartzenberg
  • 9789046605783 or 9046605787
  • 2013

Summary - Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk

  • 4.1 Medewerking van partijen

  • Zijn partijen verplicht mee te werken aan een deskundigenbericht?
    Ja, ogv art. 198 Rv zijn pp. verplicht daaraan mee te werken. Indien pp. daar niet aan mee werken kan de rechter daaraan de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht.
  • Wat is het doel van het deskundigenbericht?
    Het verkrijgen van antwoord van een deskundige op de vragen die aan de deskundige zijn gesteld
  • Dienen gegevens die aan de deskundige verschaft worden ook aan de wederpartij verschaft te worden?
    Ja, de wederpartij moet een afschrift of inzage verkrijgen (art. 198 lid 2 laatste volzin Rv)
  • Voor welke gegevens wordt een uitzondering gemaakt mbt de inzageplicht/ontvangen van een afschrift van de wederpartij?

    Voor medische gegevens geldt dat een partij ervoor kan kiezen haar blokkeringsrecht uit te oefenen. o.g.v. 7:464 lid 2 sub b BW.


    In beginsel is dan niet verplicht om de aan de deskundige verschafte gegevens óók aan de wederpartij ter inzage te tonen of een afschrift te verstrekken.
  • Maakt het uit dat de wederpartij een verzekeraar is en een medisch adviseur heeft?
    Ja, de medisch adviseur heeft een geheimhoudingsplicht ten aanzien van de verzekeraar ter zake de gegevens die hij ter inzage heeft gekregen of waarvan hij een afschrift heeft gekregen.
  • Wat is het gevolg van het inroepen van het blokkeringsrecht en het deskundigenbericht aan de verzekeraar wordt verstrekt?

    Het slachtoffer dient op verzoek van de verzekeraar of de rechter alsnog verplicht alle door haar aan de deskundige verstrekte gegevens te verstrekken aan de verzekeraar.


    Indien het slachtoffer dat weigert en ook geen gronden als bedoeld in art. 22 Rv (gewichtige redenen) dan kan de rechter daaraan de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht.
  • 4.2 Overige bewijsverrichtingen

  • Wanneer vindt er een descente plaats?
    Op verzoek van een van de partijen of ambtshalve
  • Heeft de rechter tijdens een descente toegang tot elke plaats?
    Ja ogv art. 201 lid 3 j. 12 Gw
  • Kan een descente gepaard gaan met een getuigenverhoor of een cpp?
    Ja, bij een getuigenverhoor dient echter de getuige tevens het p-v te ondertekenen
  • 5 Voorlopige bewijsverrichtingen

  • Wat zijn voorlopige bewijsverrichtingen?
    • Een voorlopig getuigenbericht
    • Een voorlopig deskundigenbericht
    • Een voorlopige descente
  • 5.1 Voorlopig getuigenverhoor, deskundigenbericht en descente

  • Wat is het doel van voorlopige bewijsverrichtingen?

    • Bewijs verschaffen van feiten en omstandigheden aan de verzoekende partij;
    • Partijen worden in staat gesteld de proceskansen te beoordelen;
    • En schikkingsmogelijkheden worden vergroot
  • Wordt de wederpartij op de hoogte gesteld van het verzoek? Mag de wederpartij tegenbewijs leveren?
    Ja, de wederpartij wordt van het verzoek op de hoogte gesteld en krijgt de gelegenheid verweer te voeren ogv 187 lid 4 en 203 lid 3 rv
  • Kan een voorlopige bewijsverrichting worden afgewezen?

    Ja ogv:
    1. misbruik van recht
    2. strijd met de goede procesorde
    3. Onvoldoende belang art. 3:303 BW
    4. of een andere zwaarwichtig geoordeeld bezwaar
    5. Indien het verzoek geen betrekking heeft op feiten die met een deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden.


    Voorbeelden van afwijzing zijn:
    • als sprake is van een deskundigenbericht die voor de wederpartij belastend is (omdat medewerking vereist is)
    • als de verzoeker een te zwakke materiële positie heeft
    • omdat op voorhand vaststaat dat de vordering verjaard is en de wederpartij daarop een beroep zal doen.
  • Stuit een voorlopige bewijsverrichting de verjaring? Kan het worden gezien als een daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 BW?
    Nee
  • Hebben voorlopige bewijsverrichtingen dezelfde bewijskracht als gewone bewijslevering?

    Ja mits alle partijen tijdens de voorlopige bewijsverrichting aanwezig zijn geweest art. 192 en 207 Rv.


    Indien dat niet het geval is, dan kunnen de processen-verbaal of het voorlopige deskundigenbericht als gewone geschriften in de hoofdprocedure overleggen.


    De rechter kan daarnaast de producties buiten beschouwing laten maar is daartoe niet verplicht. ART. 192 lid 2 en art. 207 lid 2 Rv
  • Voor wie zijn de kosten van een voorlopige bewijsverrichting in geval van staking?

    In dat geval komen de kosten voor de eiser/verzoeker ogv art. 250 Rv.


    Indien de procedure voortgezet wordt dan worden de kosten meegenomen in de proceskostenveroordeling.
  • Indien sprake is van een voorlopig getuigenverhoor tijdens een procedure dient de verzoeker dan meer te onderbouwen in zijn verzoek?
    Ja, de verzoeker dient zo concreet mogelijk aan te geven welke relevante, betwiste feiten of rechten hij te bewijzen aanbiedt. omdat van de verzoeker verwacht mag worden dat hij de vordering en de feitelijke grondslag kent.
  • Is een voorlopig getuigenverhoor een bewarende maatregel in de zin van art. 31 EEX-VO?
    Nee.
  • Dient het voorlopig getuigen verhoor tot het verkrijgen van gewenste gegevens?
    Nee, het voorlopig getuigenverhoor is bedoeld om concrete door de verzoeker gestelde en door de wederpartij betwiste feiten en omstandigheden te bewijzen.
  • Kan een voorlopig getuigenverhoor ingesteld worden om meer duidelijkheid te krijgen inzake de beslissingen van het OM in het kader van een strafrechtelijk onderzoek?
    Nee, daarvoor is een andere procedure weggelegd, art. 12 SV
  • Is het houden van voorlopig getuigenverhoor wenselijk indien er nog lopende cassatieprocedure is?

    Nee, vanwege proces-economische redenen is dat niet wenselijk.


    Het is namelijk niet duidelijk waarvóór het getuigenverhoor bedoeld is. Dat heeft dan ook invloed op vraagstelling bij het verhoor. Dat maakt het een fishing expedition
  • Is een voorlopig getuigenverhoor toegelaten indien er een bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat?
    Nee, indien er een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat kunnen specifieke vragen vervolgens niet op een andere grondslag zoals OD aan de civiele rechter worden voorgelegd.
  • Zijn beslissingen tijdens een voorlopig getuigenverhoor appellabel?

    Ja, beslissingen tijdens een voorlopig getuigenverhoor waaronder beslissingen die de rechter-commissaris neemt in het kader van de getuigenverhoren en ingrijpen in processuele rechten en plichten zijn beschikkingen en derhalve dus ook appellabel.


    De beslissing tot toewijzing van een voorlopige bewijsverrichting is echter niet appellabel
  • Kan de rechter-commissaris in een voorlopig getuigenverhoor getuigen weigeren?
    Nee, in principe niet. Enkel in het belang van een goede procesorde is dat toegelaten.
  • Is bij een voorlopig getuigenverhoor tegenbewijs toegelaten?

    Ja, MITS het ziet op het in het verzoekschrift omschreven feitelijk gebeuren.


    Het leveren van tegenbewijs kan ook zien op het aantasten van de betrouwbaarheid van de reeds door de getuigen in het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen.
  • Kan er nadat er een voorlopig getuigenverhoor heeft plaatsgevonden, en tevens
    Ja de rechter kan ambtshalve of op verzoek nog een comparitie bevelen waarbij partijen procesafspraken kunnen maken. Die procesafspraken kunnen echter in de bodemprocedure niet bindend zijn indien dit in strijd is met de wet of de goede procesorde.
  • Kan de verzoeker van een voorlopig deskundigenbericht als nevenverzoek verzoeken dat de wederpartij gegevens verschaft op voorhand aan de deskundige?
    Nee ogv de jurisprudentie niet.
  • Is de beslissing van de rechter om af te wijken van de door de verzoeker gestelde vragen in een deskundigenbericht of een nevenverzoek afwijst een appellabel besluit?
    Ja, die beslissing is een afwijzende beschikking en is daarom voor hoger beroep vatbaar o.g.v art. 358 Rv
  • Kan de rechter op verzoek van een partij aan de deskundige een nadere aanvulling van het deskundigenbericht bevelen?
    Ja, ogv art. 205 j. 194 lid 5 Rv is dat toegestaan. Het moet echter niet feitelijk zien op een nieuwe rapportage. Dan is het verzoek in strijd met de wet.
  • Kan een niet door de rechter benoemde deskundige voorlopig worden gehoord?
    Ja, ogv. art. 200 Rv
  • Kan een voorlopig deskundigenbericht in een bodemprocedure worden gebruikt als contra expertise?
    Ja ogv de jurisprudentie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk
  • H W B thoe Schwartzenberg
  • 9789046603789 or 9046603784
  • 3e, herz. uitg.

Summary - Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk

  • 1 Inleiding

  • Waar is het civiele bewijsrecht hoofdzakelijk geregeld?

    149-207 Rv. Gelden ook in hoger beroep, 353 lid 1, en in verzoekschriftprocedures tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet, 284 lid 1. Niet in kortgeding omdat de aard van de te geven beslissing (voorlopige maatregel) en de snelheid waarmee de procedure wordt gevoerd zich daartegen verzetten. 

  • Waardoor kan bewijs worden geleverd?

    In beginsel door alle middelen rechtens, 152 lid 1. 

  • Wat betekent de vrije bewijsleer?

    152 lid 2. De bewijskracht van bewijsmiddelen is aan het oordeel van de rechter overgelaten. Bewijskracht betekent in dat verband vooral: overtuigende kracht; een redelijke mate van zekerheid omtrent het bestaan van bepaalde feiten of rechten. De benodigde mate van zekerheid zal verschillen al naar gelang de gevolgen van de rechterlijke beslissing ingrijpender zijn. 

  • Wat zegt art. 150? En waar moet de wederpartij voor zorgen? 

    De stelplicht. Uit de toepasselijke regel van materieel recht (de grondslag van de vordering) kan worden afgeleid wat de stelplicht in een concreet geval inhoudt. 

    De wederpartij zal de naar voren gebrachte feiten voldoende moeten betwisten om niet het risico te lopen dat de feiten als vaststaand worden aangenomen (149 lid 1). 

  • Eiser heeft stelplicht en diens feiten worden door de wederpartij gemotiveerd betwist, op wie rust de bewijslast?

    Op eiser rust de bewijslast van die feiten en eiser draagt het bewijsrisico wanneer hij dat bewijs niet kan leveren. Rechter doet dit d.m.v. een interlocutoir (tussen)vonnis waarin hij de bewijsopdracht formuleert. Hij kan ook kiezen voor een deskundigenbericht of een descente. 

  • Wanneer wordt de term 'aannemelijk maken' gebruikt? 

    In gevallen waarin de rechter niet is gebonden aan de regels van het bewijsrecht, zoals in kort geding en bij de vaststelling van schade (6:97 BW). Ook zie je het bij toepassing van de omkeringsregel: de aangesproken partij kan zich van aansprakelijkheid bevrijden als zij aannemelijk maakt dat de normschending niet de oorzaak van de schade is. Zie ook bijv. 154 lid 2.

  • In de debatfase als in de bewijsleveringsfase dient te zijn voldaan aan de grondbeginselen van het burgerlijk procesrecht zoals te vinden in 6 EVRM en art. 19 Rv e.v. Geef voorbeelden hiervan. 

    • Rechter heeft plicht om beide partijen te horen en gelijke kansen te geven (equality of arms). 
    • partijen hebben het recht op het ontvangen en zelf verstrekken van informatie en het recht voldoende gelegenheid te krijgen om op ontvangen informatie te reageren. 
    • partijen moeten in een civiel geding in voldoende mate en op gepaste wijze de gelegenheid krijgen om hun zaak te presenteren, inclusief het bewijs, zonder dat de ene partij een beduidend slechtere positie heeft dan de andere partij. 
    • Dombo arrest EHRM 27 oktober 1993. 
  • 2.1 149 lid 1 eerste volzin

  • Tenzij uit de wet anders voortvloeit, mag de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag leggen, die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling zijn komen vast te staan. 

  • Wat moet de rechter doen die moet oordelen of er schade is ontstaan of niet?

    HR: de rechter die over feiten oordeelt heeft de vrijheid om schade reeds aannemelijk te achten op grond van het vaststaan van feiten waaruit in het algemeen het geleden zijn van schade kan worden afgeleid (vaste rechtspraak: NJ 1991, 746). 

  • Wat zegt art. 149 Rv?

    Formuleert het uitgangspunt van het bewijsrecht. Bewijsgaring moet aan partijen worden overgelaten. De rechter dient zich te beperken tot een beoordeling van het bewijsmateriaal en mag alleen dus die feiten gebruiken die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die zonder of met bewijslevering naar zijn oordeel vaststaan. 

    Dit beginsel omvat dus niet alleen feiten en rechten die bewezen zijn, maar ook die op een andere wijze zijn komen vast te staan, bijv. doordat ze niet (voldoende) zijn betwist (zie 149 lid 1 tweede zin). 

  • Wat betekent 'in het geding'?

    Rechter mag geen feiten of rechten die hem uit een ander dossier bekend zijn geworden, maar welke niet door een van de partijen in het latere geding zijn aangevoerd, aan zijn beslissing ten grondslag leggen. Zelfs niet wanneer die andere procedure een procedure tussen dezelfde partijen -of sterker nog: over hetzelfde onderwerp- betreft. 

    (Art. 236 lid 3: beslissingen die zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, mag niet ambtshalve worden toegepast.) 

    Als stukken uit een andere procedure worden overgelegd, moeten partijen dit zodanig doen dat het voor de rechter en wederpartij duidelijk is op welke stellingen en feiten daaruit een beroep wordt gedaan (de enkele verklaring dat de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd is onvoldoende). 

  • Mag de rechter feiten aanvullen?

    Op grond van 24 Rv geen feiten die niet door de belanghebbende partij aan haar vorderingen, stellingen of weren ten grondslag zijn gelegd, tenzij deze aanvulling feiten van algemene bekendheid betreft of berust op algemene ervaringsregels (149 lid 2). Rechter onderzoekt en beslist op grond van hetgeen partijen aan hun vordering of verweer ten grondslag hebben gelegd (24 Rv). 

    De feitelijke grondslag ziet op de feiten die door een partij met het oog op een bepaald rechtsgevolg (vordering, ingebrekestelling, verjaring) zijn geselecteerd en ingeroepen. Pas dan kan het door haar ingeroepen rechtsgevolg door de rechter erkend worden. Deze feitelijke grondslag moet zijn gesteld en vormt de grondslag voor het onderzoek en de beslissing van de zaak.

  • Wat is een feitelijk of rechterlijk vermoeden en wat mag de rechter daar wel/niet mee doen?

    De rechter mag wel uit hem ten processe op regelmatige wijze gebleken en vaststaande feiten het bestaan van andere feiten afleiden. 

  • Wat zegt art. 25 Rv?

    De rechter is bevoegd een vordering op andere rechtsgronden toe te wijzen (25 Rv), doch niet op andere feitelijke gronden dan waarop eiser zijn vordering heeft doen steunen. De rechter is verplicht om zelfstandig en onafhankelijk van partijen na te gaan welke rechtsregels van toepassing zijn op de naar voren gebrachte feiten. Ook indien partijen zelf deze rechtsregels niet naar voren hebben gebracht. De rechter heeft de vrijheid daar zijn eigen conclusies aan te verbinden, maar deze conclusies mogen niet leiden tot het beslissen op gronden van de eis of verweren die niet zijn aangevoerd. 

    Het staat de rechter niet vrij zijn beslissing te baseren op rechtsgronden of verweren die weliswaar zouden kunnen worden afgeleid uit in het geding gebleken feiten of omstandigheden, maar die door de desbetreffende partij niet aan haar vordering of verweer zijn ten grondslag gelegd. Daardoor wordt de wederpartij immers tekort gedaan in haar verdedigingsrecht. 

    (Lastig om te begrijpen, uitleg nodig?)

  • Wat kan een rechter allemaal doen/beslissen ter terechtzitting?

    • bevel geven tot het toelichten van bepaalde stellingen
    • overleggen van bepaalde op de zaak betrekking hebbende bescheiden (22 Rv)
    • comparitie van partijen bevelen (87, 88 en 131)
    • ambtshalve onderzoek instellen naar de waarheid van niet tussen partijen vaststaande feiten: getuigenverhoor bevelen, partijen tijdens de comparitie ondervragen, deskundigenbericht, openlegging van boeken bevelen, descente houden, uitlating bij akte vragen. 
    • Maatstaf: kan het een zinvolle en verantwoorde bijdrage vormen voor het vaststellen van wat echt is gebeurd?
  • Wat betekent de regel hoor en wederhoor en waar te vinden? 

    19 Rv. Heeft ook betrekking op het kunnen kennisnemen van en adequaat kunnen reageren op bescheiden die (kort) voor of bij gelegenheid van een terechtzitting, waarop zij aan de orde komen, worden overgelegd. (Rechter dient erop te letten dat aan de eis van 19 is voldaan en dat zijn beslissing daarmee in overeenstemming is met het oog op controle door de hogere rechter of uit het pv van de zitting. Dus welke maatregel de rechter heeft genomen of dat de wederpartij er mee heeft ingestemd). 

    De rechter is niet geroepen om onvangrijke stukken waarvan de relevantie voor het ter beoordeling voorgelegde geschil niet of onvoldoende wordt toegelicht, te gaan doorspitten om na te gaan of daarin misschien gegevens voorkomen die op de hem voorgelegde vraag betrekking (kunnen) hebben. Dit mag niet, omdat deze kennis van de rechter niet duidelijk aan de andere partij in de procedure is voorgehouden en daarvan dan onvoldoende kennis hebben kunnen nemen om die bij hun standpuntbepaling in aanmerking te (kunnen) nemen. 

    Dit ivm de goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor. 

  • Arrest Schook/Vergeer?

    Wanneer de rechter gegevens die niet van algemene bekendheid zijn aan zijn oordeel ten grondslag legt, verdraagt zich dat niet met de wettelijke regeling der gerechtelijke plaatsopneming, welke de nodige waarborgen biedt voor controle en bespreekbaarheid door partijen. 

    De rechtbank mag bijv. niet gegevens, ontleend aan een niet-officiele bezichtiging van een pand door ;e;en van haar rechters, aan haar oordeel ten grondslag leggen. In geschil was of het gehuurde een bedrifjsruimte (art. 7:290 BW: voor het publiek toegankelijk) dan wel een gesloten pakhuis was. De rechtbank was tot een ontkennend antwoord gekomen op grond van een niet-officiele bezichtiging door één harer leden. In geval van bewijsgaring buiten partijen om is het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. De wettelijke regeling van de descente biedt waarborgen dat de resultaten controleerbaar zijn en door partijen in het geding kunnen worden besproken. 

  • Is ambtshalve toepassing van verweermiddelen door de rechter verboden?

    In bepaalde gevallen wel bij wet of rechtspraak en dan moet er uitdrukkelijk een beroep worden gedaan op bepaalde verweermiddelen. Dat impliceert dat daartoe voldoende feiten moeten worden gesteld. Bepaalde rechtsgronden die ter vrije bepaling van partijen staan mogen niet ambtshalve door de rechter worden toegepast, omdat die een (mede) feitelijk verweermiddel van een belanghebbende partij veronderstellen dat niet door haar is aangevoerd. 

    Bijvoorbeeld: 

    • bevrijdende verjaring 3:322 BW
    • gezag van gewijsde 236 lid 3 Rv
    • ontbinding overeenkomst 6:267 BW
    • rechtsgronden zoals retentierecht (3:290 BW), opschortingsrecht, of arbitraal beding. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Dient de rechter zijn beslissing om het deskundigenrapport wel of niet te volgen te motiveren?

Nee de rechter heeft in beginsel een beperkte motiveringsplicht. De inhoud van de motiveringsplicht is afhankelijk van de aard van het bewijsmateriaal maar ook wat de bezwaren van partijen zijn.


Het is dus in grote mate afhankelijk van het partijdebat in hoeverre de rechter zijn beslissing dient te motiveren.
Dient de rechter in te gaan op specifieke bezwaren van partijen ?
Ja als deze een gemotiveerde betwisting inhouden van de zienswijze van de deskundige wel.
Moet de rechter bij zijn beslissing om het deskundigenrapport te volgen de door de partijen aangevoerde feiten en omstandigheden mee te wegen?
De rechter dient de aangevoerde feiten en omstandigheden door partijen in aanmerking te nemen en dient op basis van die stellingen in volle omvang te toetsen of er aanleiding is van de in het rapport geformuleerde conclusie af te wijken.
Dient het oordeel van de deskundige als bewijs?
Het oordeel van de deskundige dient als voorlichting van de rechter en KAN daarbij bijdragen aan de vaststelling van feiten of tot een beter inzicht op de feiten. De rechter is echter NIET gebonden aan de resultaten van een deskundigenonderzoek.
Dient de rechter toe te zien op de deskundige ter zake art. 19?
Ja, de rechter dient er op toe te zien dat de deskundige bij het opstellen van het rapport het beginsel van hoor en wederhoor in acht heeft genomen.
Staat tegenbewijs tegen feitelijke vaststellingen van de deskundige open?
Ja ogv 151 lid 2 rv
Dienen partijen zich uit te kunnen later over het rapport alvorens de rechter het rapport voor zijn beslissing gebruikt?
Ja in verband met 19 rv moeten partijen daadwerkelijk de mogelijkheid hebben om effectief commentaar te kunnen leveren op een deskundigenrapport
Moet de deskundige partijen in de gelegenheid stellen om opmerkingen of verzoeken te doen tijdens het onderzoek?
Ja dat moet zelfs in het kader van 19 rv
Staat tegen de benoeming van de deskundige hoger beroep open?
Nee op grond van art. 194 lid 2 Rv niet.
Moet de benoeming van de deskundige worden gemotiveerd door de rechter?
Nee, de benoeming is een instructie van de zaak en behoeft dus niet gemotiveerd te worden.