Summary Class_Financieel Management in de Publieke Sector

-
350 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class_Financieel Management in de Publieke Sector

  • 1.1 Deel 1: Financieel Management

  • Wat houdt financieel management in?
    • Financieel Management is eigenlijk niets meer dan de planning en de beheersing van financiële taken en transacties. Het gaat om het managen van geld, taken en transacties: niet over het beleid. Het is dus niet: Wat gaan we doen? Maar: Hoe gaan we het doen? (beheer). 
  • Bij de insteek van financieel management wordt het voorbeeld van "de slager en het mes" gebruikt. Wat wordt hiermee bedoelt?
    Bij zaken die met financieel management te maken hebben, wordt er gekeken naar de volgende dingen: 
    • 1) Instrumentalistisch: er wordt gekeken naar de techniek en de instrumenten die gebruikt worden. 
    • 2) Er wordt ook gekeken naar het menselijke gedrag: het is belangrijk om te weten hoe de instrumenten in elkaar zitten en hoe mensen deze instrumenten gebruiken. 
    In het voorbeeld = 1) hoe werkt het mes? 2) Hoe gaat de slager om met het mes?
  • Welke praktijkvoorbeelden kun je noemen die te maken hebben met financieel management in de publieke sector?
    1) De 3% regel
    • Europa heeft bepaalde normen opgesteld waar lidstaten aan moeten voldaan, waaronder dat het begrotingstekort van een land niet hoger mag zijn dan 3% van het BBP.
    • Maar: tijdens een recessie wil je anticyclisch begrotingsbeleid uitvoeren (meer geld uitgeven): dit betekent dat het tekort toeneemt, en dit mag niet. Hoe ga je hier mee om?
    2) De kosten van een paspoort 
    • De tarieven van een paspoort verschillen per gemeenten, dus stel je de vraag hoe je die kosten betekent en wat erin zit. 
    3) De politie heeft te maken met een prestatiecontract 
    • De bekostiging van de politie was afhankelijk  van de uitgeschreven boetes, zodat er resultaatgericht gewerkt wordt. Maar: het gevolg hiervan was dat er aan het einde van de maand meer bekeuringen werden uitgeschreven. 
      • Bijvoorbeeld = fietsverlichtingscontrole bij een middelbare school. 
    4) Noord-Zuidlijn
    • Dit heeft langer geduurd en de kosten waren hoger dan voorzien: hoe zouden we het opnieuw doen? 
    5) Corona en tientallen actoren 
    • Iedereen wilt wat anders met betrekking tot de corona-maatregelen, waardoor wij een van de langzaamste landen zijn met betrekking tot vaccinaties voor corona. 
    6) Vestia (woningcorporatie) 
    • Vestia heeft gehandeld in financiële producten, maar heeft uiteindelijk te grote risico's genomen waardoor ze failliet gingen. 
  • 1.2 Deel 2: De kenmerken van de Publieke Sector

  • Wat zijn de kenmerken van de Publieke Sector?
    • De Publieke Sector beslaat een groot deel van de economie (35%-55% BBP). 
    • Het doel is niet op winst gericht is (non-profit): het aanbieden van goederen en diensten die voorzien in een bepaald ideaal of maatschappelijk belang en het vergroten van de welvaart. Het resultaat is niet het belangrijkste, maar het gaat om het doel van de organisatie.
    • Het doel van non-profit organisaties is om goederen en diensten te leveren die niet via de markt geleverd worden
    • Het gaat om diverse producten die divers georganiseerd worden.
    • De bekostiging loopt niet via marktgeoriënteerde financiering, maar via belastingen en premies of leningen (als er sprake is van een tekort). Dit komt omdat ze niet als doel hebben een hoog rendement te behalen en daarom niet financieel-economisch zelfstandig zijn. 
  • Welke soorten non-profit organisaties bestaan er?
    De Publieke Sector valt te verdelen in drie onderdelen:
    • 1) Publiek georiënteerde organisaties
      • "De overheid in traditionele zin"
      • Juridisch gezien het publiekrecht. 
    • 2) Cliëntgerichte organisaties
      • "Het middelveld": organisaties die direct gericht zijn op het publiek.
      • Bijvoorbeeld = de zorg, onderwijs, woningcorporaties en openbaar vervoer.
      • Juridisch gezien is dit het publiekrecht en privaatrecht
    • 3) Ledenorganisaties
      • Bijvoorbeeld = kerken, vakbonden en goede doelen. Deze worden door de leden zelf opgericht en bestuurd. 
      • Juridisch gezien is dit het privaatrecht. 
    De eerste en tweede groep zijn afhankelijk van de overheid.
  • 1.3 Deel 3: Wie komen we tegen in de overheid?

  • Wie komen we tegen in de overheid?
    • 1) Het Rijk, Provincie en waterschappen 
    • 2) In de loop der jaren zijn er binnen de Rijksoverheid ook agentschappen en baten- en lastendiensten ontstaan. 
    • 3) ZBO's 
    • 4) De Europese Unie 
    • 5) Gemeenschappelijke regelingen 
  • Ten eerste komen we 1) Het Rijk, Provincies en waterschappen tegen in de overheid. Wat houdt dit in?
    • Dit is de traditionele overheid: deze lagen dekken het gehele geografische gebied.
    • De begrotingsfondsen vallen onder de verantwoording van de minister en dus ook onder het Rijk.
    • Het waterschap is de oudste vorm van de overheid, met een heel klein taakgebied: het is een optie om dat onder te brengen bij Rijkswaterstaat.
  • In de loop der jaren zijn er binnen de Rijksoverheid ook agentschappen en baten- en lastendiensten ontstaan. Wat zijn dit?
    • Dit zijn verzelfstandigde onderdelen van de Rijksoverheid, dus staan ook meer op afstand van de overheid. 
    • Dit zijn uitvoerende (productie) diensten 
    • Ze mogen hun eigen bedrijfsmatige administratie voeren en soms zelfs lenen van de kapitaalmarkt.
    • Maar: de ministeriële verantwoordelijkheid is van toepassing.
      • Bijvoorbeeld = De Belastingdienst.
  • Wat zijn zelfstandige bestuursorganen (ZBO's)?
    • Deze zijn nog meer verzelfstandigd dan agentschappen en zijn privaatrechtelijk van aard. Deze kunnen niet zomaar worden weggestuurd door het Rijk. 
    • Er is geen sprake van ministeriële verantwoordelijkheid. 
    • De nadruk ligt op het handelen van onafhankelijke experts. 
      • Bijvoorbeeld = CBR. 
  • Wat houden de Gemeenschappelijke regelingen in?
    • De Gemeenschappelijke regelingen zijn samenwerkingsverbanden tussen verschillende gemeenten. 
      • Bijvoorbeeld = de Brandweer. 
  • 1.4 Deel 4: Markt-publieke sector

  • Hoe verschilt het proces van "beslissen, genieten en bepalen" binnen de markt en de publieke sector?
    • Binnen de markt gaan beslissen, genieten en betalen in één hand
    • Bij de publieke sector is deze relatie doorgesneden (verdeeld). 
      • Bijvoorbeeld = uitkeringen: een selecte groep binnen de overheid beslist wie er in aanmerking komt voor een uitkering. Het geld dat hiervoor nodig is wordt geleverd door de belastingbetaler. Dus: het beslissen, bepalen en genieten liggen in andere handen, wat tot rare uitkomsten kan leiden. 
      • Resultaat: een totaal andere wijze van besluiten, uitvoeren en verantwoorden. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welk uitstapje van de EMU-normen bestaat er?
  • De vraag bij de EMU-normen is waarom ze hebben gekozen voor een tekort van niet meer dan 3% van het BBP en dat de schuld niet hoger mag zijn dan 60% van het BBP. Als we deze waarden invullen in de lange vergelijking en je vult daarbij de toenmalige rente, inflatie en groei in, stabiliseert de schuldenquota precies op 60%. Dit vertaalde zich door naar 3% tekort. 
Uit de formule die eerdergenoemd is vallen enkele mechanisme af te leiden, namelijk dat d stijgt als f en/of x positief zijn en dat de schuld daalt naarmate de in de noemer staande inflatie p en reële groeivoet g stijgen:
Afbeelding
Wat is nu de invloed van de staatsschuld op de economische groei?
  • Tot een schuld van 90% van het BBP zien we weinig effect op de economische groei. Daarboven zien we een significant verschil. Als je een grote schuld hebt, wordt je groei daardoor ook minder. Als je schuld minder dan 90% van het BBP betreft, heb je een gemiddelde groei van 3,5%. Als je schuld hoger is dan 90%, dan is de gemiddelde groei 2,3%. Je ziet dus boven de drempel een verlies van 1,2%. Is dit veel, 1%? Ja, want dit is elk jaar weer het geval en dat gaat dus exponentieel oplopen. Kleine verschillen hebben dus grote gevolgen. Als je 3,5% groei  hebt, is er sprake van een verdubbeling in 20 jaar. Maar bij een groei van 2,3% is er pas sprake van verdubbeling van 30 jaar, dit is dus een groot verschil. 
We bekijken nu het onderzoek van Reinhart Reinhart en Rogoff. In dit onderzoek wordt er gekeken naar de relatie tussen schuld en economische groei over lange tijdreeksen. 70 landen worden onder de loep genomen. Welke 4 mogelijke problemen zijn er?
  • Omvang overheidsschild; 
  • Omvang private schuld; 
  • Schuld aan buitenland; 
  • Aanspraken pensioen en dergelijke (vergrijzing) 
De overheid heeft na dit alles wat er met o.a. Vestia is gebeurd nog eens goed gekeken naar derivaten. Welk beleid hebben ze gemaakt?
  • Ze willen geen verbod op derivaten; een derivaat kan namelijk ook gunstig zijn. De rente is nu erg laag en de kans is heel klein dat de rente nu nog verder gaat dalen. De kans op stijgen is groter dan de kans op dalen. Je kunt dus nu met een geruster hart een renteswap afsluiten, dan heb je een behoorlijk risicoloze lening. De andere partij weet dit natuurlijk ook en die zal voor het product dat hij verkoopt een hogere premie vragen. 
  • Volgens het beleid van de overheid moet de organisatie op orde zijn, er moet dus een degelijk afdeling treasury of financiën zijn die verstand heeft hiervan en er moet professionele kennis aanwezig zijn. Daarnaast mag er ook maar een gelimiteerd aantal soorten derivaten gebruikt worden. Je moet goed op de contractuele voorwaarden letten. Iedere derivaat dat je afsluit is maatwerk. De meesten worden een  op een afgesloten tussen leverancier en koper. Er moet een symmetrisch onderpand zijn. Als instelling in de publieke sector moet je een onderpand vaststellen voor de bank, mocht je het niet kunnen betalen. Andersom moet de bank dat ook doen. Ook moet je als instelling in de publieke sector een verplichte buffer hebben. Je moet dus geld achter de hand hebben om te kunnen betalen. Je mag derivaten alleen aangaan als je genoeg buffer hebt. Daarnaast moet er ook nog sprake zijn van transparante externe verantwoording en professioneel en streng toezicht.  
Wat kun je zeggen over Vestia in de praktijk?
  • Vestia is een woningcorporatie die met veel geld v an de Rijksoverheid en door zelfstandig lenen in de kapitaalmarkt investeert in nieuwboom en het slopen van oude woningen. De instelling is veel actief actief op de kapitaalmarkt. Zo loop je als organisatie al snel een renterisico op. Er kan hierop besloten worden dat het risico wordt afgekocht. Dit kan door middel van rentederivaten. Dit was in eerste instantie een goed idee, maar al snel bleek dat er buitensporig veel derivaten werden afgesloten (20% had betrekking op echte risico's) 
  • Men wilde hier echt aan verdienen en dus werden ook derivaten afgesloten op leningen die er niet zijn/nodig waren. Soms het is het zelfs handig om kleine risico's zelf te dragen als organisatie. Er werden dus ook derivaten gekocht die geen onderliggende waarde hadden. En vooral veel derivaten hadden geen betrekking op echte risico's (overhedging). Dus ging het meer om speculeren dan daadwerkelijk het afdekken. Op een gegeven moment hadden ze bij vestia een enorme derivatenportefeuille waarvan 80% gebruikt werd om te speculeren en dus geen betrekking had op de uit te voeren taken van de woningcorporatie. 
  • Er is in totaal 20 miljard euro aan derivaten uitgegeven. Voor een woningcorporatie die niet eens een landelijk bereik heeft is dit een idioot hoog bedrag. Treasures (degene die derivaten afsloot) kreeg provisie en dit was een prikkel om er wat meer mee te doen. Dit was dus een perverse prikkel. Op het moment dat de markt instortte (rentedaling) en er een margin call (waardedaling derivaten) werd ontvangen, boekte Vestia in een klap een verlies van 2 miljard euro, en was op dat moment meteen failliet. Als reactie hierop werden 30.000 woningen verkocht (tegen ongunstige prijzen). Sanering was noodzakelijk, en ook andere corporaties betaalden 675 miljoen euro bij. Ook werd alle nieuwbouw gestopt. 
  • Dit is misschien wel uniek in de omvang, maar overal komt het voor: bij gemeenten en provincies, woningcorporaties en onderwijs (universiteiten: derivaten over leningen die over 2 jaar worden afgesloten). De les die hieruit getrokken kan worden is dat derivaten niet verbonden hoeven te worden maar dat er wel een waarborg moet komen voor een goed gedrag. Perverse prikkels moeten onmogelijk worden gemaakt en men mag niet beloond worden op het moment dat er teveel derivaten worden afgesloten. Transparantie en duidelijkheid zijn de sleutelwoorden in dit alles. 
Wanneer worden derivaten uitgegeven?
  • Het uitgeven van derivaten gaat echter niet voor niets. Derivaten worden alleen uitgegeven als er wat meer verdiend kan worden. Elk contract heeft een waarde. Bij afsluiting heeft een derivaat een waarde van 0. Pas als de rente stijgt, ontvangt vragende partij geld. Als de rente daalt, moet de vragende partij juist bijbetalen. Dit laatste heet Margin call. Margin Call is wanneer de rente onder een bepaald niveau komt. Degene die de swap heeft verkocht mag aan de bel trekken en dan moet er betaald worden. 
  • Uiteindelijk speelt de klassieke afweging: bij een minder hoog risico heb je hogere kosten en als je dat niet wilt dan heb je te maken met meer risico. Deze t wee weeg je altijd tegen elkaar af. Cruciaal is dus het verschil van inzicht in de markt. 
Wat zijn swaps?
Swaps zijn contacten waarbij er geruild wordt van rente, waarmee je het risico afkoopt. Je betaalt de langlopende rente van een andere partij en krijgt daarvoor de kortlopende rente terug. Op deze manier wordt het risico naar de toekomst doorgeschoven waardoor je eigenlijk zekerheid koopt. De prijs van het contract is de vergoeding van de overeenkomst. Aan de ene kant wordt er vaak gezegd dat men deze swaps extra geld wordt uitgegeven, maar aan de andere kant kan er gezegd worden dat er wel risico wordt afgekocht. Er zijn 2 soorten renteswaps: 
  • Fixerende derivaat; 
  • Afschermend derivaat; cap  
Welke 3 soorten derivaten bestaan er?
  • Termijncontracten; 
  • Opties; 
  • Swaps; risico's
    • Rente; 
    • Risico valutakoers;  
    • Prijs van producten (prijsrisico);
    • Hypotheken (CDS's); 
Derivaten zijn voor de overheid interessant, omdat de publieke sector risico's loopt in de sfeer van valuta's: de leningen in dollars, prijzen: grote projecten, maat vooral renterisico's: renteswaps. Renteswaps zijn de belangrijkste derivaten die een rol spelen in de publieke sector.
Wat zijn derivaten?
  • Derivaten (afgeleiden), zijn fianciele instrumenten die hun waarde ontlenen aan iets anders; namelijk onderliggende waarde. Meestal gaat het om goederen, zoals grondstoffen of landbouwproducten. 
  • Landbouw heeft altijd veel risico vanwege het weer. Dit risico zou je dus kunnen afdekken met een derivaat. Op het moment dat je bijvoorbeeld de baten over 3 maanden bekend zijn en de kosten (grondstofkosten) niet, dan kan er een derivaat afgesloten worden om risico van kostenstijging te dekken. Derivaten kunnen ook gebaseerd worden op financiële producten, zoals hypotheken. Je neemt dan een verzekering op het waardeloos worden van het pakket van hypotheken. Het kan ook op verschijnselen zoals rente, wisselkoersen of beurskoersen.