Summary Class notes - A&O psychologie

Course
- A&O psychologie
- herman steensma
- 2016 - 2017
- NTI
- Toegepaste Psychologie
339 Flashcards & Notes
3 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - A&O psychologie

  • 1475445600 huiswerkvragen




  • Het Leids octaëder is een model wat gebruikt kan worden om een organisatie te beschrijven. Wat zijn de zes clusters van dit model? Beschrijf ieder cluster en zoek een concreet voorbeeld van ieder cluster bij een bedrijf wat voor jou bekend is (waar je momenteel werkt of hebt ge- werkt). 
    ?



  • De theorie van Taylor heeft lange tijd veel invloed gehad op de manier waarop arbeid werd vormgegeven. Geef in maximaal 150 woorden de kern van de theorie van Taylor weer. Geef aan op welke manier je de theorie van Taylor terugziet in het hedendaagse beroepsleven.
    ?



  • De SWOT-analyse is een manier om inzicht te krijgen in de sterke en zwakke punten van een organisatie. Gebruik deze methode om een analyse te maken van jezelf binnen je huidige (of een gewenste) functie. Wat zijn jouw sterke punten, wat zijn jouw zwakke punten, waar liggen kansen en bedreigingen als werknemer? 
    ?



  • Op welke manier zou jij de betekenis van je huidige baan (of een vorige baan) voor jezelf om- schrijven? Welke factoren bepalen voor jou de betekenis van je baan? Geef ook aan welke fac- toren jouw werktevredenheid bepalen. Geef concrete voorbeelden en onderbouw je antwoord. 
    ?



  • Op welke manier kan hoge werkdruk leiden tot gezondheidsklachten? Analyseer de situatie van de conducteurs volgens het Job Demands-Resources model of WEB model. 
    ?



  • Het mobbingmodel van Hubert e.a. analyseert op welke manier pestgedrag tot stand komt.
    Gebruik het model om alle belangrijke factoren die een rol in dit pestgedrag spelen te benoemen.Beschrijf vervolgens welke maatregelen de werkgever kan nemen om dit pestgedrag te stoppen. 
    ?



  • In het artikel wordt de stelling verdedigt dat Het Nieuwe Werken zal zorgen voor meer moti- vatie bij werknemers.
    Verklaar deze stelling aan de hand van de theorie van Vroom.
    ?



  • Beschrijf in eigen woorden de kernpunten van de motivatietheorie van Maslow. Geef aan in hoeverre jij het met deze theorie eens bent. Gebruik eigen, concrete voorbeelden om je me- ning te ondersteunen. 
    ?



  • Het taakkenmerkenmodel van Hackman en Oldman gee vijf dimensies aan die samen de kwaliteit van een arbeidstaak beschrijven. Omschrijf de vijf dimensies en geef bij iedere di- mensie een concreet voorbeeld. Geef tevens aan met welke dimensie(s) jij dit model zou willen uitbreiden. Kortom, geef aan welke taakkenmerken jijzelf essentieel vind in de bepaling van de kwaliteit van een arbeidstaak. Onderbouw je antwoord. 
    ?



  • Het assessment is een veelgebruikte selectiemethode. Beschrijf de voordelen van het assess- ment in vergelijking met het afnemen van psychologische tests. 
    ?



  • Leg uit op welke manier het Pygmalione ect positieve e ecten van scholing kan verklaren. 
    ?



  • Ga op zoek naar een voorbeeld van een charismatische leider (dit kan een publiek bekend persoon zijn of iemand uit jouw eigen omgeving). Geef concrete voorbeelden om uit te leg- gen waarom deze persoon een charismatische leider is. Doe hetzelfde voor een transactionele leider. Geef aan bij wie jouw voorkeur, als werknemer, ligt. Onderbouw je antwoord. 
    ?



  • Organisaties verschillen in de manier waarop de taken worden verdeeld. Mintzberg onder- scheidt vijf (of eigenlijk zeven) ideaaltypen. Omschrijf de manier waarop taken worden ge- coördineerd in een voor jou bekende organisatie (waar je momenteel werkt of hebt gewerkt). Geef concrete voorbeelden. Analyseer volgens welk type van Mintzberg deze organisatie te werk gaat. 
    ?

  • De theorie van Deal en Kennedy bestaat uit een indeling van organisatieculturen. De twee belangrijke dimensies binnen deze theorie zijn gelopen risico en feedback. Op basis van de verschillende combinaties onderscheidt het model vier soorten organisatieculturen. Bekijk de vier culturen en zoek bij iedere cultuur een artikel van een Nederlandse organisatie waaruit blijkt dat hier deze cultuur heerst. Onderbouw je keuze.
    ?
  • 1475532000 H1 mensen arbeid en organisaties

  • in welke deelgebieden kunnen we de A&O onderverdelen?

    •Arbeidspsychologie: de relatie tussen werk en werknemer:(mentale belasting, vermoeidheid, inspanning en handelsregulatie, maar ook taakanalyse, het ontwerpen van arbeidstaken, taakkenmerken in relatie tot medewerker.
    •Organisatiepsychologie: werk binnen een organisatie: processen van organisatie en samenwerking, taakverdeling, leiderschapsvraagstukken, machtsstructuren, besluitvorming, conflict en verandering, interactie met omgeving;
    •Personeelspsychologie:(HRM) competentiemanagement ‘de juiste persoon op de juiste plek’ met als doel mens en werk in evenwicht houden t.b.v. organisatie en de persoon: werving en selectie, introductie en coaching, training en opleiding, beoordeling en beloning,promotie en mutatie,
  • welke modellen tonen de relatie tussen mens-arbeid en organisatie aan?
    1.  Leidse octaëder :de uitwerking van de ruit van Leavitt waarbij een organisatie beschouwd wordt als een systeem van elkaar beïnvloedende technisch-organisatorische en sociale factoren in een open communicatie en onder invloed van de buitenwereldook (sociotechnische op systeembenadering)
    • Uitgangspunt: harmonie en samenhang
    • legt meer de nadruk op de mens als sociaal wezen, gericht op organisatiebelang
    1. Shareholders-stakeholders benadering en Partijenmodel: beschrijft het veld van de interne en externe belanghebbenden;
    • Het partijmodel staat voor deelgroeperingen, eigenbelang, organisatie als labiel samenwerkingsverband. Aanhangers vinden zichzelf realistisch, systeemmodel aanhangers vinden ze idealistisch. 
  • welke 6 (7) clusters hangen in het Leidse Octaëder samen en beïnvloeden elkaar?
    1. Organisatiedoelen: (missionstatement, randvoorwaarden, geeft richting aan het beleid)
    2. Strategie: (beslissingen over hoe die doelen bereikt worden)
    3. Organisatiestructuur :(mate van hiërarchie, integratie van activiteiten)
    4. Technologie :(middelen en methoden)
    5. Mensen: kennis, vaardigheden en motivatie
    6. Organisatiecultuur (gemeenschappelijke overtuigingen opvattingen en waarden)
    7. (Omgeving: (economische klimaat, kwaliteit onderwijs, politieke stabiliteit, veranderingen in samenleving, afkomst van de medewerkers).
  • wie zijn de stakeholders en wat zijn hun belangen in het Stake-holders partijen model?

    •Stakeholders: belanghebbenden met ieder hun eigen belangen bv
    1. Eigenaars/ aandeelhouders van een commercieel bedrijf: winst en prestaties 
    2. Klanten: kwaliteit, goede producten en dienstverlening;
    3. Leveranciers en schuldeisers: langlopende contracten en tijdige betalingen;
    4. Nationale overheid: belasting, arbeidsrecht, aandeelhouder.
    5. Lokale overheden: werkgelegenheid, milieu;
    6. Vakbonden: goede arbeidsvoorwaarden, lonen en werkzekerheid;
    7.  Management van de organisatie: prestaties, bonussen continuïteit;
    8.  Uitvoerende medewerkers: baanzekerheid, finaciële beloning, interessant werk, prettige collega’s, carrierekansen.
  • waarom wordt een stakeholderanalyse gemaakt, en hoe?
    Voor een stakeholderanalyse kan gebruik gemaakt worden van de ‘macht/dynamiek matrix of de macht/ belang matrix, de combinatie van veel macht en veel belang/dynamiek maakt stakeholders keyplayers. Dit is van belang voor de strategie die de organisatie moeten kiezen.
  • waarom is het van belang om inzicht te krijgen in alle elementen van het Leidse Octaëder en in de stakeholders?
    Door verandering in de omgeving door bv. een supermarktoorlog kan een verandering in een organisatiestructuur en technologie worden gebracht bv. centralisatie resp. Regels en procedures, dit beïnvloed de organisatiecultuur(wantrouwen naar boven), de bv. de taak of motivatie van demensen ). Ook doelen en strategieën wijzigen hierdoor wat in nieuwe opties resulteert die ook allemaal weer consequenties zullen hebben in combinatie met de belangen van de verschillende stakeholders  voor alle elementen van het octaëder model
  • hoe kan een organisatie ontstaan die bijna failliet gaat en waarin mensen maandenlang niet betaald krijgen?waarom blijven mensen toch gemotiveerd  werken  ?
    1. incompetentie aan de top door vriendjes politiek;
    2. slechte maatregelen die ze op 'beneden' proberen te omzeilen, omdat ieder zich op zijn niveau probeert in te dekken;
    3. gebrek aan vertrouwen met als gevolg show van non-informatie;
    4. er ontstaat een systeem van informele netwerkjes met onderling vertrouwen en collectief wantrouwen naar de rest. (nastreven eigen belang)
    1. behouden status qua wordt gemeenschappelijk belang
    2. behoud van eigenwaarde (door uitdaging trots, houvast, contact, waardering)
    3. individuele belangen nastreven (middels plannetjes, handigheidjes en machtsspelletjes;
  • wat is het European Foundation for Quality Management/ Instituut Nederlandse Kwaliteit- managementmodel: (EFQM/INK)?
    een combinatie van een systeem- en stakeholdersmodel van organisaties, speciaal ontwikkeld om organisaties in staat te stellen te streven naar het hoogst mogelijke niveau van kwaliteit. door het EFQM te combineren met de 5 ontwikkelingsfasen onderscheiden door het INK:
    1. productkwaliteit; (zo goed mogelijke werkuitvoering;
    2. proceskwaliteit: m.b.v. prestatie-indicatoren tussentijdse resultaten;
    3. systeemkwaliteit: beheersing hele organisatie;
    4. ketenkwaliteit : open uitgebreid systeem waarin externe stakeholders meedoen;
    5. totale zorg voor kwaliteit:permanent en continu verbeteren in een excellente organisatie die voldoet aan de hoogste criteria van maatschappelijk verantwoord organiseren.

    volgens dit model leidt goed leiderschap tot:
    • hoogwaardig personeelsmanagement, goed beleid & strategie, en effectief en efficiënt middelenmazagement; en daarmee:
    • management van processen: dat weer leidt tot:
    • verbetering van waardering door personeel, klanten, maatschappij;
    • betere resultaten (feedback lus naar organisatie)

    het model kan worden gebruikt voor bewustmaking organisatie diagnose en als veranderingsmodel.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - A&O Psychologie

  • 1409608800 H1: Introductie A&O

  • Wat is de algemene structuur van werkgedrag?
    Oorzaken > Werkgedrag > Gevolgen
  • Wat betekent de "CSI" benadering waarmee A&O Psychologie vergeleken wordt?
    Er ligt een nadruk op de TOEPASSING van wetenschappelijke kennis en inzichten in de praktijk.
  • Noem de vier kernspecialisaties in A&O Psychologie
    1. Personeelspsychologie
    2. Organisatiepsychologie
    3. Human Engineering Psychology
    4. Arbeidspsychologie
  • Waar houdt de specialisatie "Personeelspsychologie" zich mee bezig?
    Het gaat in op dingen als werving, selectie, training, prestatie, taxatie, promotie, overdracht en het beëindigen van een baan. (HRM)
  • Waar houdt de specialisatie "Organisatiepsychologie" zich mee bezig?
    Het gaat over de emotionele en motiverende kanten van werk met betrekking tot het individu en zijn werkomgeving.
  • Waar houdt de specialisatie "Arbeidspsychologie" zich mee bezig?
    Het onderzoekt de relatie tussen werkkenmerken en welzijn en functioneren van werknemers.
  • Waar houdt de specialisatie "Human Engineering Psychology" zich mee bezig?
    Het gaat over de capaciteiten en beperkingen van mensen met betrekking tot een omgeving. -> Het efficiënt krijgen van een werkproces.
  • Waar focust A&O Psychologie zich vooral op?
    De psychologie van het individu
  • Noem drie belangrijke thema's in A&O Psychologie.
    1. Testen van mensen voor de juiste functies (Personeelspsychologie)
    2. Productiviteitsverbeteringen en tijdstudies (Human Engineering Psychology)
    3. Aandacht voor arbeidsomstandigheden (Arbeidspsychologie)
  • Noem enkele thema's in hedendaagse A&O Psychologie
    • Menselijke capaciteiten/individuele verschillen
    • Taakaspecten/werkomgeving
    • Emoties / Beleving / Stress
    • Arbeidsprestatie
    • Motivatie / Satisfactie
    • Conflict / Contraproductiviteit
    • Leiderschap / Macht en Besluitvorming
    • Teamwork
    • Work-Life Balance
    • Cultuur / Diversiteit
  • Noem enkele grote veranderingen in "werk" in de 21e eeuw.

    • Meer globaal (‘24h economy’)
    • Meer technologie
    • Meer diversiteit in personeelsbestand
    • Meer teamwerk
    • Meer mentale werkbelasting
    • Van dynamisch naar statisch fysiek 
    werk
    • Meer ‘emotional labor’
    • Minder zekerheid fusies, overnames, 
    reorganisaties, outsourcing, etc.
    • Balans tussen werk en niet-werk 
    domeinen
  • 1413756000 H2.1: Methoden en Technieken - Science

  • Wat is wetenschap?
    Activiteiten gericht op het begrijpen, voorspellen en beheersen van bepaalde fenomenen.
  • Wat is psychologie?
    Begrijpen, voorspellen en beheersen van gedrag van mensen.
  • Wat is A&O psychologie?
    Psychologie toegepast op arbeidssituaties.
  • Wat houdt het gebruik van empirie in?
    Het toetsen van theorieën met behulp van data.
  • Waarop is "goede" wetenschap gebaseerd?
    Het verzamelen van gegevens.
  • Wordt goede wetenschap beoefend door middel van het falsificeren of het bewijzen van theorieën of hypothesen?
    Falsificeren: Probeer je eigen theorie onderuit te schoppen.
  • Mogen onderzoekers partijdig of subjectief zijn mbt hun resultaten?
    Nee
  • Moet goede wetenschap transparant, toegankelijk en openbaar zijn?
    Ja
  • Welke basis staat aan de voet van de logische benadering van wetenschap?
    Theorieën, hypothesen & nieuwsgierigheid
  • Noem enkele eigenschappen van goede theorieën.
    - Ze zijn van belang
    - Zijn verifieerbaar en repliceerbaar
    - Empirisch getoetst (gebaseerd op gegevens/data)
    - 'Peer-reviewed': Gecontroleerd door derden.
  • Noem de vier stappen in de Empirische Cyclus van onderzoek (Inductie & Deductie)
    Observatie > Theorie/model > Voorspelling > Resultaat > Observatie.
  • Noem de twee verschillende contexten van wetenschappelijke kennis.

    - Context of discovery: hoe kom ik aan mijn hypothesen?
    - Context of proof: hoe test ik mijn hypothesen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat zijn de allerbelangrijkste begrippen en thema's uit de arbeids- en organisatie psychologie in H12 groepen en teams
  1. groepen en taakgroepen;
  2. conformiteit, groepsdruk en groupthink
  3. rollen Belbins teamrollen
  4. diversiteit
  5. breuklijnen
  6. mentale modellen, training en teamprestaties
  7. zelfcorrectie
  8. social loafing
  9. brainstorming
  10. fusies en groepsprocessen
wat zijn de allerbelangrijkste begrippen en thema's uit de arbeids- en organisatie psychologie in H11 trainingen opleiding en loopbaan;
  1. de noodzaak van training en opleiding
  2. analyse van opleidings- en trainingsbehoeften;
  3. hoe ontwerp je een trainingsprogramma
  4. leerstijlen KOLB
  5. methoden van training en opleiding
  6. de lerende organisatie
  7. het pygmalion effect
  8. evaluatie
  9. loopbanen metaforen, pad, plafond en employability
wat zijn de allerbelangrijkste begrippen en thema's uit de arbeids- en organisatie psychologie in H10 selectie en beoordeling;
  1. functie-analyse
  2. beoordeling en beoordelingssystemen;
  3. het stroommodel van beoordeling;
  4. werving en selectie
  5. sign en sample benaderingen
  6. selectie-instrumenten;
  7. kenmerken van goede tests en beoordelingsinstrumenten
  8. rechtvaardigheid/ betrouwbaarheid
  9. waarnemingsfouten bij beoordeling
  10. fouten vertekeningen attributies en stereotypen
wat zijn de allerbelangrijkste begrippen en thema's uit de arbeids- en organisatie psychologie in H9 ontwerpen van menselijk werk
  1. handelingstheorie: de sturing van de arbeidshandeling;
  2. Job characteristics model: taakkenmerken en kwaliteit van de arbeid
  3. De sitter: een integrale systeemaanpak: regelcapaciteit/ regelbehoefte
  4. het demand controle model
  5. het ontwerpen van werk de combinatie van bovenstaande modellen geven het antwoord
welke soorten ziekte verzuim kunnen we onderscheiden?
wit: objectief ziek;
grijs: subjectief ziek;
zwart: ongelegitimeerd ziek;
hoe ziet het mobbingmodel eruit?
taakeisen gebrek aan regelruimte en leiderschapsstijl kunnen via groepsdynamische processen tot mobbing leiden wat op haar beurt weer tot gezondheidsklachten leid en ziekteverzuim leidt.
hoe ziet het ordeningsmodel van factoren die agressie in organisaties beïnvloeden eruit?
macro niveau + organisatie- +fysieke omgeving + werkkenmerken +individueel niveau --> interactie tussen werkers onderling/ werkers met hun leidinggevenden/ werkers met hun klanten ----> mogelijke interne of externe agressie. (frustratie en social learning kunnen tot agressie leiden)
wat zijn de allerbelangrijkste begrippen en thema's uit de arbeids- en organisatie psychologie in H8
  1. procestheorieën: hoe komt motivatie tot stand?
  2. inhoudstheorieën: wat motiveert?
  3. motivatie in organisaties: macht en prestaties;
wat zijn de allerbelangrijkste begrippen en thema's uit de arbeids- en organisatie psychologie in H7
  1. agressie op het werk;
  2. mobbing;
  3. ziekteverzuim
  4. veiligheid op het werk
  5. positieve psychologie
wat zijn de allerbelangrijkste begrippen en thema's uit de arbeids- en organisatie psychologie in H6?
  1. werkverslaving;
  2. werkstress: Michigan werkstress model
  3. het inspanning-herstelmodel
  4. het demand-control(-supportmodel)
  5. nieuwe modellen zoals:
  6. effort reward imbalance model
  7. het Job demand-resources model (WEB)
  8. Demand induced strain compensation model;
  9. De Injustice Stress theory;
  10. Burn-out