Summary Class notes - afpa

Course
- afpa
- marieke/koen
- 2014 - 2015
- groenhorst
- Paraveterinair
288 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - afpa

  • 1418770800 hoofdstuk 12 bindweefsel

  • wat zijn de taken van het bindweefsel
    -het tot stand brengen en houden van de lichaamsvorm
    -het speelt een rol in de afweer en in de voeding van cellen en organen doordat het de drager is voor bloedvaten en het transportmiddel voor diffusie
  • waaruit bestaat bindweefsel
    het is een weefsel met veel extracellulaire matrix die door het bindweefsel zelf gemaakt wordt. Het bestaat uit vezels, grondsubstantie en weefselvloeistof
  • welke cellen komen in het bindweefsel voor
    -fibroblasten
    -vetcellen
    -mast (of mest)cellen
  • wat is een fibroblast
    dit is een bindweefselcel die vezels en matrix maakt
  • wat is een fybrocyt
    dit is een niet actieve fibroblast die bv ingezet wordt bij wondgenezing
  • wat is de taak van een vetcel in het bindweefsel
    er is een continue actieve uitwisseling van vet tussen bloedbaan en cel
  • wat is een mast (of mest)cel
    dit zijn grote cellen waarvan het cytoplasma helemaal gevuld is met korrels, deze korrels bevatten een aantal stoffen die een rol spelen bij allergische reacties en ontstekingen
  • welke vezels zitten in het bindweefsel en wat zijn hun eigenschappen
    -collageenvezels: niet elastisch, wel erg buigzaam en ze kunnen goed tegen trekkrachten bv pezen
    -elastische vezels: zijn dunner dan collageen, zijn rekbaar en elastisch bv elastische vezels in de wand van bloedvaten en huid
    -reticulaire vezels: zij vormen netwerken in en om organen. Ze komen voor in bloedvormende organen zoals milt, beenmerg als een fijn vertakt netwerk dat houvast geeft aan de stamcellen
  • wat is grondsubstantie
    het is een bindmiddel die de cellen en vezels omgeeft waarin ook grote hoeveelheden water kunnen worden vastgehouden
  • wat is de functie van het waterverbindende vermogen van de grondsubstantie
    - de tussenstof wordt geleiachtig en daarmee ondoordringbaar voor bacteriën
    -door het hoge watergehalte kunnen stoffen en cellen beter diffunderen van bloedcapillair naar cellen en andersom
     
  • welke soorten bindweefsel zijn er en wat zijn de eigenschappen
    -losmazig bindweefsel: dit weefsel ondersteuunt epitheel, bloedvaten en organen en vult de ruimte op tussen spiervezels en spierbundels. Het heeft een losse structuur en kan slecht tegen trekkrachten, maar kan sterk van vorm veranderen
    -collageen bindweefsel: vezels overheersen en er zijn weinig cellen, het is bijzonder trekvast
    -reticulair bindweefsel: ze vormen een netwerk dat steun geeft aan de vrij stamcellen in de bloedvormende organen
    -mucoid bindweefsel: bindweefselsoort met vooral geleiachtige grondsubstantie bv hanenkam, lellen
  • aanvulling op soorten bindweefsel 
    littekenweefsel: dichte structuur, celarm en bevat weinig bloedvaten
    vetweefsel:wit en bruin (puppies)vetweefsel, functie: energiereserve, warmte-isolatie, schokbreker
  • waar komt bruin vet voor en wat is de functie
    komt voor bij pasgeborenen en dieren die een winterslaap houden.het wodrt gebruikt om de lichaamstemperatuur op peil te brengen. Bij pasgeborene wordt het bruine vet verbrand als reactie op kou
  • waaruit bestaat extracellulaire matrix van bindweefsel
    vezels, grondsubstantie en weefselvloeistof
  • waar in het lichaam kom je de volgende soorten bindweefsel tegen:losmazig bindweefsel, collageen bindweefsel, elastisch bindweefsel
    losmazig:onderhuid, ondersteunend bij bloedvaten, tussen spiervezels en spierbundels. 
    Collageen:pezen, gewrichtskapsels
    elastisch: onderhuid
  • bevatten arteriën elastische vezels
    Ja: zo wordt de drukgolf van het bloed goed doorgegeven en is in kop en extremiteiten nog steeds een voldoende hoge bloeddruk aanwezig
  • 1418857200 hoofdstuk 13 kraakbeen

  • wat is kraakbeen
    een vorm van bindweefsel dat bestaat uit cellen,vezels en grondsubstantie(dit is een vaste stof)
  • wat zijn kenmerken van kraakbeen
    ze worden gevoed door diffusie
    ze bezitten geen bloedvaten
    beschadigd kraakbeen komt niet terug er komt bindweefsel voor in de plaats
  • wat zijn de functies van kraakbeen
    -het geeft steun en vorm bv neus strottenhoofd en luchtpijpkringen
    -groei: de groeischijven in de lange pijpbeenderen bestaan uit kraakbeen
    -soepele gewrichten
  • wat is een chondrocyt
    een kraakbeenproducerende cel
  • welke 3 soorten kraakbeen worden onderscheiden op basis van de soort matrix
    -hyalien kraakbeen bv luchtpijp
    -elastisch kraakbeen bv oorschelp
    -vezelig kraakbeen bv tussenwervelschijf
  • noem 2 verschillen tussen een chondroblast en een fibroblast
    chondroblast is een kraakbeencel, voorloper van een chondrocyt, niet actief
    een fibroblast is een bindweefselcel, voorloper fibrocyt, maakt matrix. Vorm van beide cellen is verschillend
  • welke cellen onderhouden de matrix
    chondrocyten
  • waarom kan kraakbeen zo moeilijk herstellen na beschadiging
    ze zijn afhankelijk van diffusie voor hun voedselvoorziening, dit verloopt erg traag. Ze hebben dus een trage celstofwisseling en kunnen niet snel en adequaat reageren bij beschadigingen
  • kunnen voedingsmiddelen met chondroitine helpen om versleten gewrichten te herstellen
    in principe zou dit niet kunnen omdat chondroitine te groot is om door een bloedvatwand heen en naar buiten te kunnen gaan
  • wat is artrose
    een chronische gewrichtsaandoening
  • wat gebeurt er bij artrose
    er is sprake van degeneratie van het kraakbeengewricht waardoor er minder of geen kraakbeenbescherming is. Botreactie:osteofylen(dit zijn botuitsteeksels). Het gewricht kan dikker worden, er is sprake van (start)kreupelheid, dit kan betekenen dat het dier moeite heeft met opstaan na rust
  • wat moeten dieren met atrose doen of laten
    dieren niet te dik laten worden
    pijn bestrijden
    dieren zoveel mogelijk in een rechte lijn laten lopen dus bv niet met een bal spelen bij de hond
    voedingssupplementen gebruiken
  • waarom moet je juist bij atrose bewegen
    omdat dan het gewrichtssmeer dat het kraakbeen soepel houdt zich goed verdeeld over het gewrichtskapsel
  • hoe ontstaat atrose
    -door trauma (primair)
    -in relatie tot de leeftijd(primair)
    -bij bepaalde aandoeningen(secundair) als elleboogdysplasie, heupdysplasie, voorstekruisbandletsel, patella(knieschijf)luxatie
  • hoe wordt gewrichtskraakbeen gevoed en hoe gebeurt dit
    dit gebeurt vanuit de gewrichtsvloeistof of synovia, deze verdeelt zich door het bewegen van het gewricht over het hele oppervlak
  • van waaruit vindt groei plaats van de lange pijpbeenderen
    deze vindt plaats vanuit de groeischijven, het kraakbeen blijft doorgroeien en wordt aan een kant vervangen door bot. dit stopt op een bepaalde tijd onder invloed van testosteron de groeischijven sluiten dan
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

welke methoden van onderzoeken ken je
inspectie of kijken
palpatie of voelen
auscultatie of luisteren met een fonendoscoop
percussie of bekloppen
wat doe je bij een klinisch onderzoek bij dieren, welke stappen zijn er
  1. het opnemen van het signalement van het dier (diersoort, ras, geslacht,leeftijd,kleur en eventuele tekeningen, bijzondere kenmerken)
  2. het afnemen van de anamnese (ziektegeschiedenis, wat is het probleem, algemene informatie over het functioneren van het dier, poepen,plassen, eten, drinken, braken en hoesten, leefomstandigheden, voorgeschiedenis:ziekten, dierengeneesmiddelengebruik, vaccinaties ed
  3. het opnemen van de algemene indruk van het dier 1.bewustzijnsniveau alert, sopor (slomer), stupor: het dier slaapt, maar is met prikkels wakker te krijgen, coma: dier is niet wakker te krijgen. 2 gedrag is er sprake van afwijkend gedrag als meer slapen, dwangbewegingen 3 houding en gang hoe wordt het dier binnengebracht, lopend, gebruikt het al zijn poten, een hond met buikpijn kan met een gebogen rug lopen. 4 voedingstoestand deze kan variëren van mager tot vet 5. verzorgingstoestand denk hierbij aan de vacht, lengte van de nagels 6. in het oog springende afwijkingen zoals verdikte oorschelp of een wond
  4. het uitvoeren van algemeen lichamelijk onderzoek volgorde van onderzoek is ademhaling (diepte, type costo-abdominale ademhaling is normaal=rib-buik,ritme,frequentie hond 10-30/min,kat 20-40/min,konijn 30/60/min), pols wordt opgenomen in de slagaders van de liezen waarbij we letten op frequentie hond 60-120/min, kat 120-180/min, konijn 130-300/min,kracht,regelmaat,gelijkmatigheid,symmetrie en eventuele uitval temperatuur rectaal normaal hond 38,0-39,0, kat 38,5-39,0, konijn 38,5-40,0(verhoogd vanaf 40,6), tijdens temperaturen letten we op staarttonus, event faeces of parasieten in de omgeving vd anus, stand van de anus(open of gesloten),anusreflex, eventuele weerstand die je voelt bij inbrengen, aspect van faeces die aan de thermometer kleeft zoals kleur consistentie. HBH, beharing: glanst de vacht,kleur,kale plekken, huid (kleur en eventuele huidbloedingen, krabwondjes door allergie, dikte) oplichtbaarheid en turgor, halverwege de borstwand wordt een huidplooi opgepakt, hierbij wordt gelet op huiddikte en oplichtbaarheid, bij jonge dieren verstrijkt de plooi binnen een halve seconde, temperatuur->hoe voelt het dier aan warm of koud, aanwezigheid van oedeem. Slijmvliezen, we letten op de kleur, normaal is roze, bloedarmoede/bloeding is bleek, geelzucht geel(deze is het beste te zien in het oogwit), zuurstoftekort blauw, capillaire vullingstijd of CRT, vochtigheid in geval van dehydratie worden de slijmvliezen droog en plakkerig, bloedingen en beschadigingen. lymfeknopen, we onderzoeken de kaaklymfekopen,oorlymfeknopen,keellymfeknopen,boeglymfeknopen,oksellymfeknopen,lieslymfeknopen en knieholte-lymfeknopen, de dikgedrukte zijn altijd te voelen, we letten op de volgende aspecten, grootte, vorm, consistentie,pijnlijkheid, vergroeiing
  5. het uitvoeren van een gericht onderzoek
  6. het uitvoeren van aanvullend onderzoek
vandaag werk je s middags en s avonds op de praktijk. Je collega heeft vanmorgen gewerkt en gaat zo naar huis. De dierenarts is de hele middag visites rijden, vanmorgen is een duitse herder geopereerd, hij ligt nog op opnamewelke vragen stel je je collegabij de 2e controle blijkt het niet zo goed te gaan met de hond. Hij was al eerder bijgekomen maar ligt nu roerloos in het hok. Wat doe je? algemeen onderzoek levert het volgende op: A 20, P180, T 37,0 slijmvliezen bleek CRT >1, HBH koude oren. Zijn deze uitslagen afwijkend?wat doe je
  1. zijn er bijzonderheden geweest bij de ok of anesthesie? Wanneer voor het laatst gecontroleerd? Bijzondere afspraken met eigenaar over ophalen?
  2. shock, mogelijk een bloeding
  3. zsm dierenarts erbij roepen
welke factoren kunnen de polsfrequentie beinvloeden
temperatuur, arbeid, stress, opwinding en ziekte
welke factoren kunnen de frequentie van de ademhaling beinvloeden
temperatuur, arbeid, stress, ziekte
in welke gevallen is het niet nodig om een algemeen lichamelijk onderzoek te doen
bij een spoedgeval of bij een controle na anesthesie
wat is een typisch klinisch beeld bij ernstige uremie
beschadiging van het tandvlees, wangslijmvlies en tongranden en ammoniaklucht
noem 3 oorzaken voor uremie
  1. uitdroging
  2. nieraandoening
  3. urinewegobstructie
wat is metabole compensatie
als het bloed te zuur wordt dan zorgen de nieren ervoor dat het bloed weer minder zuur wordt door bicarbonaat uit te scheiden
hoe wordt de hoeveelheid water in het lichaam gehandhaafd
  • door de bloeddruk. bij veel water stijgt de bloeddruk en wordt er meer urine gevormd
  • hormonaal, ADH wordt afgeremd of afgegeven afhankelijk van de hoeveelheid vocht