Summary Class notes - algemene pathologie

Course
- algemene pathologie
- Prof. Dr. R. Ducatelle
- 2019 - 2020
- Ugent
- Diergeneeskunde
908 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - algemene pathologie

  • 1569189601 inleiding+begrippen

  • Wat is pathologie?
    De studie van het lijden
  • Wat wordt er bestudeerd in de pathologie?
    De manier waarop structurele en functionele veranderingen ontstaan in cellen, weefsels, lichaamsvochten en organen en de manier waarop deze veranderingen aanleiding geven tot functiestoornissen en ziekte
  • Wat onderzoeken de pathologische anatomie en de fysiopathologie?
    Respectievelijk de structuur van zieke cellen en weefsels-->morfo
    functie en regulatiestoornissen bij ziekten-->fysio, biochemie, biofysisch, immuno

    Beiden wel hetzelfde doel: de mechanismen van de ziekten te doorgronden
  • Wat is ziekte?
    Een bepaald onderdeel van het lichaam functioneert niet normaal
  • Wat is de homeostasis toestand?
    De normale situatie
  • Wat is het letsel?
    De abnormaliteit ter hoogte van het weefsel
  • Wat is etiologie?
    Oorzaak van een symptoom
  • Wat is de pathogenese?
    De opeenvolging van fenomenen vanaf het ogenblik dat de noxe inwerkt, doorheen het ganse ziekteverloop
  • Wat is de prognose?
    Een voorspelling over het verdere verloop van een ziekte die men op een bepaald ogenblik vaststelt
  • Wat zijn de klassieke categorieën van de letsels die kunnen voorkomen?
    1. Regressieve veranderingen aan de cellen zoals de atrofieën, degeneraties en necrose
    2. Circulatiestoornissen
    3. Ontstekingen en weefselherstel
    4. Progressieve veranderingen zoals hyperplasie, hypertrofie en kanker
  • Wat zijn de kenmerken van een goedaardig gezwel?
    Blijft op zijn plek en groeit langzaam verder
  • Wat zijn de kenmerken van een kwaadaardig gezwel?
    Is invasief en heeft metastasen (uitgroei)
  • Wat is een noxe?
    Een etiologie die een pathologie veroorzaakt
  • Wat doet een patholoog?
    Iemand die de morfologische veranderingen bestudeert die tot uiting komen bij ziekte
  • Wat is vergelijkende pathologie?
    De pathologie als discipline die erop gericht is om de pathogenese van ziekten te bestuderen bij diverse species
  • Wat is diagnostische pathologie?
    Weefselveranderingen gebruiken om ziekten te karakteriseren
  • Wat is chirurgische pathologie?
    Biopsieën worden gebruikt voor de diagnostische procedure (voor prognose kanker vooral)
  • Wat is de klinische pathologie?
    Voor laboratoriumdiagnose van ziekten die voorkomen bij levende patiënten
  • Wat is de experimentele pathologie?
    Letsels worden nader onderzocht en eventueel gereproduceerd, zodat je kunt onderzoeken hoe de ziekte ontstaat of wat de pathogenese is
  • Welke soorten subspecialisaties zijn er binnen de pathologie en waarom is het nodig?
    - vergelijkende pathologie
    - diagnostische pathologie
    - chirurgische pathologie
    - klinische pathologie
    - experimentele pathologie    

    Het is nodig omdat er steeds meer informatie beschikbaar is en het dus niet meer mogelijk is om alles te beheersen
  • Wat is degeneratie?
    Een cel die niet goed functioneert vanwege een noxe
  • Wat is necrose?
    Dode cellen in een levend individu en als andere cellen erop reageren, krijg je een ontsteking
  • Wat is het verschil tussen regeneratie en reparatie?
    Bij regeneratie krijg je terug de normale functie van het weefsel na beschadiging. Bij reparatie wordt het gedeelte van de beschadiging vervangen door bindweefsel (littekenweefsel), waardoor de functie verminderd blijft
  • Welke celsoorten kunnen niet aan hyperplasie doen?
    Spiercellen en zenuwcellen
  • Wat is het verschil tussen hypertrofie en hyperplasie?
    Bij hyperplasie krijg je meer cellen, bij hypertrofie worden de bestaande cellen groter
  • Welke genen controleren de mitose?
    Oncogenen en anti-oncogenen
  • Wat is het verschil tussen rotting en autolyse?
    Bij autolyse wordt weefsel afgebroken doordat lysosomale verteringsenzymes massaal vrijkomen en die breken het weefsel af.
    Bij rotting wordt het weefsel afgebroken door bacteriën
  • Hoe kun je ervoor zorgen dat het stukje weefsel dat je wilt onderzoeken niet afgebroken wordt?
    Je voegt er formaldehyde aan toe. Of uitgebreider;

    4% formaldehyde + fosfaatbuffer: de buffer is er zodat formaldehyde geen mierenzuur wordt 
    formoloplossing moet 10x het volume zijn van het weefsel; anders is de formoloplossing al opgebruikt voordat alles gefixeerd is
    weefselstaal maximaal 0,5 cm dik, anders bereikt het formol het midden niet
    fixatie minstens 24 uur bij minstens 20 graden C. Hoe hoger de temperatuur, des te sneller het gaat
  • Welke pathologische onderzoekstechnieken zijn er?
    - macroscopisch kijken
    - histopathologie
    - histochemie
    - enzym-histochemie
    - immunohistochemie
    - in situ hybridisatie (FISH)
    - confocale laser scanning microscopie
    - TEM/SEM
  • Heb je liever dode cellen onder de microscoop op levende?
    Levenden, bij doden kun je al niet meer het verschil zien tussen een goedaardig- en een kwaadaardig gezwel
  • Welke kleuringstechnieken worden gebruikt voor histo-pathologisch onderzoek?
    - HE (haematoxyline/eosine kleuring) -->routine omdat er al veel op te zien is)
    - PAS (Periodic-Acid-Schiff) --> voor koolhydraten
    - toluidine blauw --> mastcel granules paars kleuren
  • Waarvoor dienen histochemische kleuringen?
    Om bepaalde chemische groepen of bestanddelen in het weefsel op een specifieke manier aan te kleuren
  • Wat is het typevoorbeeld voor histochemische kleuringen?
    Fosfowolfraamzuur-Haematoxyline
  • Wat is het typevoorbeeld voor de fluorescentiekleuring en wat kleurt het aan?
    Feulgen acridine oranje, kleurt DNA
  • Wat gebeurt er na de fixatie met het staal?
    - gedehydrateerd
    - in paraffine of in kunsthars ingebed
    - in dunne schijfjes gesneden
    - gecontrasteerd met kleuringen
  • Waarom worden voor enzym-histochemische kleuringen geen gefixeerde stalen gebruikt maar diepgevroren stalen?
    Omdat de meeste enzym-histochemische reacties gebaseerd zijn op een omzetting door het actieve enzyme van een substraat-analoog in een gekleurd reactieproduct. Fixatie geeft een wijziging van de structuur van eiwitten en dus vrijwel onvermijdelijk ook een inactivatie van de enzymatische activiteit
  • Waarvoor worden enzym-histochemische kleuringen vaak gebruikt?
    Spierletsels en identificatie van spiervezeltypes
  • Wat doet een cryostaat microtoom?
    Deze snijdt de bevroren weefselstalen in weefselsneden bij enzym-histochemische kleuringen
  • Welke fixatie gebeurt er nog wel bij enzym-histochemische kleuringen?
    Achteraf is er een korte fixatie met koude aceton. Dit gebeurt al op het draagglaasje
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wanneer komt EMT voor?
 Tijdens per secundam heling van huidwonden, aan wondranden gebeurt partiële EMT
 Chronische beschadiging van parenchym van organen leidt tot fibrose en tot activatie van soort
wondhelingsreactie --> EMT
Vb. Schrompelnier, is per definitie zeer ernstig.
 EMT speelt een rol in de initiatie van invasie en metastasering van epitheliale tumorcellen
Wat zijn de stimuli die ETM triggeren?
 Cytokines
 Downregulatie E-cadherine
 Groeifactoren
 HGF, PDGF, FGF, verschillende BMP’s
 TGF-β --> cruciale signaalfactor, zorgt voor wijziging in expressie van oppervlakte receptoren.
 Hypoxie, oxidatieve stress
 Extracellulaire matrix componenten (o.a. collageen type 1)
 Zuurstofradicalen
 Onderdrukking van Hippo pathway
In welke stappen gaat de transdifferentiatie van epitheel naar mesenchym?
 Cel verliest juctionale structuren: minder expressie van E-cadherine
 Cel verliest apicale-basolaterale poraliteit, reorganisatie van cytoskelet
 Organellen worden herverdeeld en verwerving van mesenchymale eigenschappen:
o Cel wordt spoelvorming
o Migratiecapaciteit neemt toe
o Cel wordt meer weerstandig aan apoptose
 Upregulatie van vimentine, fibronectine, ..
 Verdwijning van basale membraan
Wat is ETM?
Epitheel-mesenchym overgang
Hoe kunnen mesenchymale cellen migreren?
1. Lokale actine polymerisatie --> ontstaan van pseudopodie
2. Interactie van pseudopodie met liganden van extracellulaire matrix --> vorming focale
adhesies
3. Mobilisatie en uitscheiding van matrix metalloproteinasen (MMP) naar apicale celpool:
lokale afbraak van extracellulaire matrix rond cel
4. Interactie van actine met contractiele eiwitten --> contractie van membraan-verankerde
actine strengen
5. Lokale contractie van de cel --> voorste deel glijdt naar voren
Wat zijn de kenmerken van mesenchymale cellen?
 Geen regelmatige laag, geen gespecialiseerde juctionale structuren, wel (tijdelijke) focale adesies
 Geen apico-basale polariteit, meestal spoelvormig uitzicht
 Enkel polariteit bij migratie of interactie met naastliggende cellen, kunnen vlot migreren
doorheen extracellulaire matrix
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van epitheelcellen?
 Vormen continue laag onder normale omstandigheden
 Onderling verbonden door tight junctions, adherens juctions, desmosomen en gap junctions
 3D geordend en goed gestructureerd
 Gepolariseerd: georganiseerde polarisatie van actine skelet speelt hierbij een rol
 Basale membraan aanwezig aan basale zijde
 Kunnen bewegen maar verlaten het epitheel niet
 Strikt gebonden aan apoptose programma
Geef een andere naam voor wildvlees
Hypergranulatieweefsel
Wat zijn de knemerken van secundaire wondheling?
Bij een uitgebreid defect
 Gebeurt veel trager
 Meer risico op wondinfectie --> overgroeiing van epitheel laag vertraagd --> hypergranulatie
 Vrijstelling van pro-inflammatoire cytokines
 Migratie en proliferatie van mesenchymale stamcellen
 Angiogenese 
 Proliferatie van fibroblasten en collageenvorming
5+6-->vormt granulatieweefsel
Wat zijn de kenmerken van primaire wondheling?
- vrijwel perfecte appositie van wondranden, weinig vorming van granulatieweefsel
- epitheel overdekt het defect snel