Summary Class notes - Anatomie in vivo

Course
- Anatomie in vivo
- Schutte
- 2015 - 2016
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Bewegingswetenschappen
574 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Anatomie in vivo

  • 1451602800 Ossa deeltoets 3

  • Welke botten vormen het bovenste spronggewricht (art. talocruralis)? Geef de namen van kop en kom van dit gewricht.
    Het bovenste spronggewricht wordt gevormd door fibula, tibia en talus.
    De kom (ookwel de enkelvork) wordt gevormd door fibula en tibia. De kop wordt gevormd door de talus. 
  • Beschrijf de positie van de calcaneus in de voetwortel.
    De calcaneus neemt een laterale positie in en is relatief groot in vergelijking met de andere botten van de tarsus.
  • Geef de onderlinge ligging aan van de art. talonavicularis en art. calcaneocuboidea.
    Art. talonavicularis ligt tussen de talus en os naviculare. 
    Art. calcaneocuboidea ligt tussen de calcaneus en os cuboideum. 
    De twee gewrichten vormen samen art. tarsi transversa (Chopart).

    De onderlinge ligging is als volgt: beide gewrichten liggen in ongeveer hetzelfde frontaal vlak. Echter, art. talonavicularis ligt hoger en meer mediaal dan want de talus ligt immers op de calcaneus en het os naviculare ligt mediaal naast het os cuboideum. 
  • Beschrijf de positie van het os cuboideum tov de tuberositas van het os metatarasale V
    Het os cuboideum ligt mediaal en meer naar de voetrug tov het meest proximale deel van de tuberositas ossis metatarsi V.
  • Welke gewrichtsspleet wordt bedekt door de buik van de m. extensor digitorum brevis?
    De tarsometatarsale gewrichtsspleet én de gewrichtsspleet van art. calcaneocuboidea.
  • Hoe heet het deel van de talus dat del uitmaakt van de art. talonavicularis?
    Caput tali.
  • Waardoor kan de tuberositas van het os naviculare altijd goed worden onderscheiden van het caput tali?
    De tuberositas van het os naviculare is altijd palpabel, in welke stand de voet ook staat. De caput tali is niet altijd te palperen: het mediale deel van de caput tali is alleen bij pronatie te palperen en het laterale deel van de caput tali is alleen bij supinatie te palperen.
  • Welk deel van de talus maakt contact met het sustentaculum tali?
    Het middelste gewrichtsvlak van de talus tussen het caput tali en het tuberculum mediale van de processus posterior tali.
  • Op welke wijze kan het sustentaculum tali met zekerheid gepalpeerd worden?
    Door vanaf de malleolus medialis een loodlijn naar beneden te trekken en vanaf plantair naar dorsaal te palperen. Het eerste bot wat je tegenkomt is het sustentaculum tali.
  • Welke pees bedekt het grootste deel van de gewrichtsspleet tussen talus en sustentaculum tali?
    De pees van de m. tibialis posterior.
  • Welke zichtbare pees oriënteert over het meest plantaire punt van de gewrichtsspleet tussen de calcaneus en het os cuboideum?
    De pees van de m. fibularis brevis.
  • Beschrijf de vorm van het os cuboideum.
    Het os cuboideum is een vijfhoek. De laterale zijde loopt tussen een lateraal gelegen deel van het meest distale punt van de calcaneus en tuberositas ossis metatarsi V. De volgende zijde, de meest distale zijde, loopt van tuberositas ossis metatarsi V naar het mediale punt van de basis van os metatarsale IV. De volgende zijde loopt van het mediale punt van de basis van os metatarsale IV naar het laterale deel van het os naviculare. De volgende zijde loopt van het laterale deel van het os naviculare naar een mediaal gelegen deel van het meest distale punt van de calcaneus. Het meest proximale deel van het os cuboideum ligt langs het meest distale punt van de calcaneus.
  • Welke zichtbare pees kan worden gebruikt als oriëntatie voor de onderrand van het os cuboideum?
    De pees van de m. fibularis brevis (ontspannen toestand).
  • Welke twee gewrichten liggen er aan de mediale zijde van de voet, distaal van het os naviculare en proximaal van het os metatarsale I? Welke pees kan worden gebruikt bij de lokalisatie van de gewrichten?
    Art. cuneonavicularis (tussen os naviculare en ossa cuneiformia)
    Art. tarsometatarsale mediale (tussen ossa cuneiforme mediale en ossa metatarsi I)

    De pees van de m. tibialis anterior.
  • Welke botdelen vormen de knokkels aan de dorsale zijde van de voet die ontstaan bij het buigen van de tenen?
    De kopjes van de ossa metatarsi.
  • Hoe zijn de artt. metarasophalangeales en de art.. interphalangeales het best te palperen?
    Art. metatarsophalangeales -> dorsaal aan weerszijden van de extensor pezen tijdens extensie van de tenen vanuit flexiestand.  

    Art. interphalangeales -> op dezelfde wijze (lastiger door dikke kapsels en banden)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe is verklaarbaar dat de eindpezen van de m. extensor digitorum brevis, die dieper liggen dan de eindpezen van de m. extensor digitorum longus, toch palpabel en soms zelfs zichtbaar kunnen zijn? 
De pezen van de m. extensor digitorum longus lopen longitudinaal en de pezen van de m. extensor digitorum brevis lopen naar mediaal, er is dus duidelijk een verschil in richting. 
Hoe is de pees van de m. tibialis posterior zichtbaar te maken?
Door actieve supinatie van de voet.
Geef aan wat de consequentie is van het antwoord op de vorige twee vragen voor het verloop van de drie spieren ten opzichte van elkaar. 

De pees van de m. flexor digitorum longus kruist achter de pees van de m. tibialis posterior langs. De pees van de m. flexor hallucis longus heeft tot de sulcus op de talus een centrale ligging en kruist net voor het os naviculare met de pees van de m. flexor digitorum longus.
In welke volgorde van mediaal naar lateraal insereren de diepe plantaire flectoren op de voet? 

m. tibialis posterior - m. flexor hallucis longus - m. flexor digitorum longus
In welke volgorde van mediaal naar lateraal ontspringen de diepe plantaire flectoren aan het onderbeen? 

m. flexor digitorum longus – m. tibialis posterior – m. flexor hallucis longus.
Waarom kan het nuttig zijn de m. soleus te inspecteren bij gebogen knie? 

Dan zijn beide koppen van de m. gastrocnemius ontspannen. Dit is van belang omdat de m. gastrocnemius over de m. soleus heen ligt.
Wat is de sterkste spier van het onderbeen?
De m. soleus
Geef aan hoe men de insertiepees van de m. fibularis longus kan gebruiken om de buik van de m. fibularis brevis te lokaliseren. 
De insertiepees van de m. fibularis longus vormt een langgerekte inzinking bij contractie. Ventraal van deze inzinking ligt de m. fibularis brevis. 
Welke spiergroepen worden door het septum intermusculare posterius cruris van elkaar gescheiden? 
De fibulares (pronatoren) en de m. soleus en m. flexor hallucis (plantair flectoren)
Welke spiergroepen worden door het septum intermusculare anterius cruris van elkaar gescheiden? 
De extensor digitorum (dorsaal flectoren) en de fibulares (pronatoren).