Summary Class notes - AnPat

Course
- P1 AnPat
- 2020 - 2021
- Verpleegkundige
370 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - AnPat

  • 1601071200 Th 1 intro An-Fs-Pat

  • Hyper
    Te veel of te hoog
  • Hyperglykemie
    Verhoogd bloedsuikerspiegel
  • Hypo
    Te weinig of te laag
  • Hypoglykemie
    Verlaagd bloedsuikerspiegel
  • Inferior
    Onder (plaatsbepaling lichaam)
  • Inspectie
    Het lichaam op een systematische wijze onderzoeken
  • Laboratorium onderzoek
    Onderzoek naar lichaamsmaterialen. De uitslag wordt meegewogen bij het bepalen van de diagnose
  • Lever
    Hepar
  • Longen
    Pulma
  • Luchtpijp
    Trachea
  • Maag
    Gaster
  • Macroscopische anatomie
    Met het blote oog zichtbare delen van het lichaam
  • Mediaan
    verticale doorsnede van voor naar achter door het lichaam, precies door het midden en verdeelt in een linker- en rechterhelft. (sagitale vlak)
  • Milt
    Spen of Lien
  • Microscopische anatomie
    Delen van het lichaam die alleen te zien zijn mbv een microscoop
  • Morfologie
    Uiterlijke kenmerken, vorm en grootte van een orgaan
  • MRI
    Magnetic Resonance Imaging. Orgaan of deel van het lichaam in beeld brengen mbv een sterke magneet en radiogolven
  • Multipathologie
    Twee of meer chonische ziekten tegelijk bij dezelfde persoon. De ziekten zijn niet gerelateerd aan elkaar
  • Musculus (musculi)
    Spier
  • Musculus biceps branchii
    tweehoofdige armbuigspier / spierballen / spier voorzijde bovenarm
  • Nervus (nervi)
    Zenuw
  • Nervus radialis
    Zenuw in de (onder-)arm langs de radius
  • Nieren
    Ren
  • Objectieve symptonen
    Symptonen die meetbaar zijn en te vergeleken kunnen worden met normaal waarden
  • Optische sonde
    Kijken in een lichaamsholte mbv een flexibele staaf voorzien met een mini camera.
  • Palliatieve behandeling
    Een behandeling die NIET is gericht op genezing van de ziekte maar het verminderen van klachten
  • Palpatie
    Het lichaam bevoelen
  • Pathogenese
    Het mechanische van het onstaan van een ziekte
  • Pathologie
    Ziekteleer
  • Pathologie van de tractus respiratorius
    Ziekteleer van de luchtwegen
  • Percussie
    Het lichaam bekloppen
  • Posterior
    Achterkant (plaatsbepaling van het lichaam)
  • Preventieve behandeling
    Een behandeling di egericht is op het voorkomen van een ziekte
  • Prognose
    Voorspellingvan het verloop van de ziekte
  • Triage
    Triage is het beoordelen van slachtoffers bij grote(re) ongevallen, rampen en pandemieën, in verschillende categorieën verdeeld naar de ernst van de verwondingen of ziektebeeld. 
  • Proximaal
    Dichterbij gelegen (het centrum van het lichaam)
  • Recidief
    Het plotseling terugkeren van een ziekte na volledig herstel
  • Remissie
    Het verminderen van ziekteverschijnselen
  • Rontgenonderzoek
    In beeld brengen van organen of een deel van het lichaam mbv rontgenstraling
  • Saggitaal
    is de aanduiding van een anatomisch vlak. Sagittaal is genoemd naar de pijlnaad, die van voor naar achter over de schedel loopt. Het sagittale vlak loopt dan ook van voor naar achter, en verdeelt het lichaam in een linker en rechter helft.
  • Sinister (sinistra)
    Links
  • Skelet
    Beenderenstelsel
  • Slokdarm
    Oesofagus of oesophagus
  • Subjectieve symptonen
    Symptonen die voor iedereen anders kunnen zijn en niet vergeleken mogen worden met een normaalwaarde (soms wel meetbaar)
  • Syndroom
    Een combinatie van vaak tegelijkertijd voorkomende symptonen van een ziekte
  • Systema digestorium
    Spijsverteringsstelsel
  • Systema respiratorium
    Ademhalingsstelsel
  • Tachy
    Te snel
  • Tachycardie
    Versnelde hartslag
  • Terminaal
    Dodelijk
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

4A wat is hypoventilatie
Langzame, ondiepe ademhaling

Als iemand onvoldoende ademhaalt, kan het koolzuurgehalte in het lichaam stijgen en het zuurstofgehalte dalen. Er is dan sprake van hypoventilatie. De oorzaak van hypoventilatie kan een spierziekte of een longziekte zijn.
4A wat is trachiepneu
Te snelle ademhalingsfrequentie
4A wat is bradypneu
Te langzame ademhalingsfrequentie
4A wat zijn chemoreceptoren
Groepjes cellen die specifieke chemische stoffen kunen meten. Bijv O2 in het bloed
4A wat is FEV1
Forced expiratory volume (hoeveelheid lucht die binnen 1 sec uitgeademd kan worden)


FEV1 = forced expiratory volume in 1 sec. (hoeveelheid lucht die na een
maximale inademing bij maximaal krachtige uitademing in de 1 ste seconde kan worden uitgeblazen)

neemt af bij aandoeningen die elasticiteit van de long aantasten ofuitademing bij kleinste luchtwegvertakkingen belemmeren
4A wat is TLC
Totale longcapaciteit: TLC = IRV + Vt + ERV + RV

  TLC = totale longcapaciteit
IRV+Vt+ERV+RV ) (maximale hoeveelheid lucht in de longen, dus vitale capaciteit + residu volume)
4A wat is VC
Vitale capaciteit: het maximale volume dat per ademhaling kan worden verplaatst (VC = Vt + IRV)


VC = vitale capaciteit IRV+Vt+ERV ) (hoeveelheid lucht die iemand na een maximale uitademing kan inademen
afh . v. lengte, bouw, geslacht  
4A wat is RV
Residuale volume: de lucht die in de longen achter blijft na een maximale uitademing

 RV = residu volume (hoeveelheid lucht die altijd in de longen blijft)
4A wat is het EVR
Expiratoir ademvolume: na een normale uitademing zoveel mogelijk extra uitademen

ERV = expiratoir reserve volume (extra volume diepe uitademing: ca 1,5L)
4A1. wat is het AV / Vt  2. War zijn normale en inspanningsfrequenties van de ademhaling?3. Hoe heet een te lage, te hoge of een ondiepe ademhaling
1. Ademvolume: het volume lucht dat in rust wordt in- en uitgeademd.
AV = Ademvolume (rustige inademing: ca 0,5L per ademteug)


2. Ademhalings frequenties
    Normaal: 15 tot 20 x per/min in rust
    Inspanning: tot 30 x per/min,
    nog hoger is niet meer effectiever

3. Bradypnoe = te lage frequentie
    Tachypnoe = te snelle ademhaling
    Hypoventilatie = langzame, ondiepe ademhaling