Summary Class notes - Arbeid en Gezondheid

Course
- Arbeid en Gezondheid
- Maryam Betarbiya
- 2018 - 2019
- Fontys Hogescholen (Fontys Hogescholen Eindhoven, Eindhoven)
- Human Resource Management
120 Flashcards & Notes
0 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Arbeid en Gezondheid

  • 1552604400 Werkcollege 5

  • Welke 4 partijen hebben een rol bij het vergroten van de arbeidsparticipatie?
    De overheid, de werkgever, het individu en professionals
  • Waar staat BRAVO voor?
    Bewegen, roken, alcohol, voeding en ontspanning
  • wat houdt werkdruk in?
    langere periode taak niet binnen gestelde tijd of norm af ---> verstoorde balans tussen werkbelasting en belastbaarheid
  • wat is een hard werkende medewerker?
    een werknemer met een hoge werkbelasting
  • wat is stress?
    het gevolg van een dynamische wisselwerking tussen persoon en situatie 
    - persoonlijke factoren
    - omgevingsfactoren 
  • welke vormen van mentale overbelasting zijn er?
    1. werkstress
    2. overspanning
    3. burn-out
    4. schokkende gebeurtenis
  • wat kunnen oorzaken zijn van mentale overbelasting?
    • moeite met plannen
    • te veel werk
    • te weinig ondersteuning
    • geen ''nee'' kunnen zeggen
  • wat houdt werkstress in?
    een te hoge werkdruk met als gevolg klachten slecht slapen, niet voldoende ontspanning
  • wat houdt overspanning in?
    • controle verlies
    • concentratie problemen
  • wat is een burn-out?
    kan door omgeving/ persoonlijk en werk komen
    gevolg: slecht slapen, snel boos en weinig zelfvertrouwen 
  • wat verminderd de kans op een burn-out?
    autonomie, sturingsmogelijkheden en plezier
  • wat is PTSS (posttraumatische stressstoornis)
    bloedstelling aan een traumatische ervaring; herbeleving, vermijding en verhoogde prikkelbaarheid.
  • hoelang duren stressreacties?
    langer dan een maand en belemmeren het fuctioneren
  • wat is probleemgerichte coping?
    veranderen externe situatie --> stress verminderen (pva maken, hulp zoeken)

    ---> effectief bij situaties die te beïnvloeden zijn
  • wat is emotie coping?
    hanteren emotie bij stressvolle situaties (wensdenken en vermijdingsgedrag)

    --> effectief bij situaties zonder invloed
  • wat is maatwerkregeling?
    bedrijf bepaalt zelf wie (intern/extern) de verzuimbegeleiding en preventie regelt --> verplicht: minstens 1 gecertificeerde bedrijfsarts (in overleg met de or)
  • wat is een vangnetregeling?
    een bedrijf is aangesloten bij een interne/ externe arbodienst
  • wat houdt de Arbowet in?
    gelden voor alle plekken waar arbeid wordt verricht --> kaderwet, geen concrete regels
  • wat houdt Arbobesluit in?
    uitwerking van Arbowet, regels voor wg en wn om arbeidsrisico's tegen te gaan
  • wat houdt arboregeling in?
    verdere uitwerking Arbobesluit, concreet voorschriften waar je aan moet voldoen eisen
  • kunnen medewerkers een claim indienen bij hun wg voor arbeidsrisico's
    ja, civiele recht (bw) een claim indienen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - arbeid en gezondheid

  • 1537135200 oefen tentamen




  • De laatste decennia zijn diverse psychosociale modellen over werkstress ontwikkeld. Een bekend model is het Demand-Control Model (Karasek & Theorell, 1990).
    Noem en beschrijf de twee dimensies van dit model. (max. aantal te behalen punten: 6)

    1. Psychologische taakeisen = Psychologische stressoren aanwezig in de werkomgeving (bijvoorbeeld grote tijdsdruk, hoog werktempo, moeilijk en geestelijk inspannend werk). Het gaat hierbij dus niet alleen om de hoeveelheid werk, maar ook om de complexiteit ervan.
    2. Regelmogelijkheden = De controle die een werknemer heeft over zijn taken en zijn gedrag: hoe hij of zij het werk uitvoert, in welk tempo en in welke volgorde. Deze controle kan tevens beschouwd worden als het zelfregulerende vermogen van een werknemer om de aanwezige stressoren te beïnvloeden, zodat zij binnen aanvaardbare grenzen blijven. Schaufeli & Bakker, blz. 29-30.



  • Mentale inspanning is een gecompliceerd verschijnsel, waarop verschillende aspecten van de taak en de omstandigheden waaronder die moet worden uitgevoerd van invloed zijn. In een experiment door Zijlstra & Meijman (1989) is de invloed onderzocht van een aantal factoren op de inspanning die de uitvoering van de taak vraagt. De onderzochte factoren waren de taaklast, de vermoeidheidstoestand van de taakuitvoerder en de regelmogelijkheden in de taaksituatie. Geef aan wat het resultaat van ditexperiment was ten aanzien van de factor ‘regelmogelijkheden’. 



    Als de taakuitvoerder regelmogelijkheden heeft (oftewel het eigen tempo kan bepalen) blijkt de mentale inspanning constanter en draaglijker. Dit is dus een buitengewoon belangrijk principe in de preventie van overbelasting. Schaufeli & Bakker, blz. 53-56.



  • Stress brengt een aantal fysiologische reacties met zich mee. Het gebruik van fysiologische maten om vast te stellen of er sprake is van stress op individueel niveau is lastig. Geef aan waarom het gebruik van fysiologische maten ten behoeve van individuele diagnostiek slechts een beperkte waarde heeft en geef aan bij wat voor soort onderzoeken dergelijke fysiologische metingen een stuk waardevoller zijn.



    Bij individuen blijkt er slechts een geringe mate van overeenstemming tussen ervaren werkstress en fysiologische maten. Op grond van bijvoorbeeld bloeddruk is het moeilijk betrouwbaar vast te stellen of het iemand is die wel of geen werkstress ervaart. Het feit dat fysiologische maten bij een willekeurig individu zo weinig diagnostische waarde hebben voor het vaststellen van werkstress, is bijvoorbeeld dat deze fysiologische maten door veel andere factoren worden bepaald dan door ervaren werkstress (bijvoorbeeld erfelijkheid).
    Fysiologische maten zijn een stuk waardevoller wanneer er naar veranderingen (bij een individu of een bepaalde groep) wordt gekeken.
    Schaufeli & Bakker, blz. 73-75.
  • wat wordt er bedoeld met de term ' spill-over'?
    spill- over houdt in dat de satisfactie die in het ene domein ervaren wordt, ook voor satisfactie in andere levensdomeinen zorgt. Het is het proces waarbij effecten van het werk naar privé in elkaar overlopen. Werknemers nemen emoties, attitudes, vaardigheden en gedragingen die ze op het werk hebben ontwikkeld, mee naar huis en visa versa.
  • geef een beschrijving van het universele model van de persoonlijkheid, het Big Five model van John, 1990!
    1. Extraversie: zelfvertrouwen, optimisme, enthousiasme, dominantie, energie en spanningsbehoefte
    2. vriendelijkheid: warmte, altruïsme, zorgzaamheid, empathie, meegaandheid.
    3. consciëntieusheid: plichtsbesef, ijver, nauwgezetheid, prestatiegericht, volhardend competent en gedisciplineerd.
    4. Emotionele stabiliteit: nervositeit, sociale angst, slechte impuls inhibitie lage zelfwaardering.
    5. intellect/ autonomie: zelfstandigheid, analytisch, nieuwsgierig, creatief, reflexiviteit.



  • Als Mark bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden merkt dat er zaken misgelopen zijn, gaat hij nauwgezet na wat hijzelf een volgende keer anders kan doen. Mark verwacht dat zijn analyse en inzet problemen in de toekomst kunnen voorkomen. Hoe noemen we een dergelijke attibutiestijl? 



    Interne beheersingsoriëntatie (of interne locus of control)
  • noem een aantal specifieke lagere-orde-eigenschappen die relevant zijn in relatie tot werkstress!
    1. beheersingsoriëntatie (Locus of control)
    2. gehardheid
    3. gevoel van coherentie (sense of coherence)
    4. eigen effectiviteit (self-efficacy)
    5. zelfwaardering
    6. dispositioneel optimisme
    7. emotionele intelligentie
  • beschrijf de 3 dimensies van het 3 dimensionale construct 'burn-out' voortgekomen uit de MBI Maslach Burnout Inventory!
    1. emotionele uitputting: (het gevoel helemaal op te zijn)
    2. depersonalisatie: een cynische, afstandelijke en onverschillige houding ten opzichte van de mensen waarmee men werkt. (deze worden niet als persoon maar als object gezien)
    3. verminderde persoonlijke bekwaamheid: (twijfel aan eigen competentie in het werken met andere mensen)
  • noem de 3 verzuimgrootheden!
    1. ziekteverzuimpercentage:
    2. meldingsfrequentie:
    3. gemiddelde verzuimduur:
  • wat houdt het healthy worker effect in?
    een vertroebeling van onderzoeksverbanden doordat er negatieve verbanden worden gevonden tussen overwerk, onregelmatig werk en ploegendienst enerzijds en verzuim anderzijds. Hoe meer overwerk, onregelmatig werk en ploegendienst hoe minder ziekte verzuim. Dit duidt er echter niet op dat deze werktijdenregeling een positief gezondheidseffect heeft, maar dat deze belastende regelingen vermoedelijk vooral zijn weggelegd voor de meest gezonde mensen.
  • welke factoren maken de werkdruk in het onderwijs en de gezondheidszorg zo hoog?
    1. de vele beleidswijzigingen die elkaar in hoog tempo opvolgen:
    2. de devaluering ( de laatste decennia zijn deze banen in zowel status als in relatief opleidingsniveau achteruitgegaan).
  • wat heeft er allemaal invloed op de mate waarin combineren van zorg en werk een goede gezondheid en welbevinden oplevert?
    het wordt steeds duidelijker dat persoonsgebonden factoren een groot deel van de variantie van positieve en negatieve thuis-werkinterfenrencie verklaren.: 
    1. the big five/ persoonlijke flexibiliteit.
    2. een probleemoplossende copingstijl
    3. opvattingen over het vader/moederschap 
    4. attitudes tegenover werk en zorg.

    in principe leidt de combinatie zorg en werk tot een relatief goed welbevinden, maar bij zware eisen leidt deze juist tot chronische stress ongenoegen en gezondheidsklachten. vaak door slechte condities vooral bij vrouwen.
  • wat wordt er met stereotypering van oudere medewerkers bedoeld?
    ondanks de grote individuele verschillen worden oudere werknemers gezien als een uniforme groep gekenmerkt door geringe flexibiliteit en productiviteit, maar ook door conservatisme, bitterheid, afhankelijkheid en passiviteit. e.e.a. beschadigt oudere werknemers.
  • welke factoren vragen extra aandacht met het leidinggeven aan een multiculturele groep?
    macht, uitsluiting, stereotypering en discriminatie.
  • Hoe wordt volgens het Person-Environment fit model van ' French, Rogers & Cobb in 1981',  'werkstress' gedefinieerd ?
    Als een misfit tussen de persoonlijke behoeften en de hulpbronnen in de (werk)omgeving of tussen de persoonlijke mogelijkheden en eisen vanuit de (werk)omgeving.
  • Wat is volgens het Person-Environment fit model van French, Rogers & Cobb dan een positieve en een negatieve misfit?
    • bij een positieve misfit heeft een medewerker meer persoonlijke mogelijkheden dan de omgeving vereist.
    • bij een negatieve misfit heeft de medewerker bijvoorbeeld minder mogelijkheden dan de omgeving vereist.
  • waarin verschillen werkverslaving en bevlogenheid met elkaar?
    1. gezondheid: werkverslaafde rapporteren meer (Psychische) gezondheidsproblemen
    2. drijfveren: werkverslaafden zijn extrinsiek en bevlogen medewerkers intrinsiek gemotiveerd
    3. moment van stoppen: werkverslaafden stoppen pas als alles gedaan is,(lees nooit) en bevlogenen als ze er geen plezier meer in hebben.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Arbeid en Gezondheid

  • 1517439600 1. De psychologie van arbeid en gezondheid

  • In dit boek wordt een multidimensioneel begrip van geestelijke gezondheid voorgesteld waarbij 4 aspecten worden onderscheiden:
    1 affectief welbevinden ( je prettig voelen )
    2 competentie ( in staat zijn je werk goed te doen )
    3 autonomie ( eigen keuzen in je werk kunnen maken )
    4 aspiratie ( iets in je werk willen bereiken )
  • Alhoewel de A&G-psychologie vooral verankerd is in de klinische psychologie, de gezondheidspsychologie en de A&O-psychologie, worden inzichten uit vrijwel alle andere psychologische disciplines gebruikt, denk aan:
    - functieleer ( cognitieve informatieverwerking );
    - psychofysiologie ( bijv: stressonderzoek );
    - sociale psychologie ( bijv: groepsprocessen in organisaties );
    - persoonlijkheidsleer ( bijv: individueel assessment en persoonlijkheidskenmerken ) 
    - ontwikkelingspsychologie ( bijv: oudere werknemers )

    Daarnaast zijn er ook academische disciplines van belang zoals epidemiologie, methodologie, sociologie, het recht. 

    Maw: in de A&G-psychologie is veel kennis verenigd die afkomstig is uit disciplines van binnen en buiten de psychologie.
  • Waarom de psychologie van arbeid en gezondheid? De populariteit van deze tak van de psychologie is gegroeid door een aantal ontwikkelingen. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden rondom arbeid, sociaal-culturele veranderingen, en in ontwikkelingen die zich specifiek in Nederland hebben voorgedaan. 

    Noem een aantal veranderingen rondom arbeid
    Noem een aantal sociaal - culturele veranderingen
    Noem een aantal ontwikkelingen in Nederland
    Veranderingen rondom arbeid: 
    * intensivering van de arbeid
    * verandering van de arbeidsinhoud
    * organisatieveranderingen 
    * Moderne productie- en managementconcepten
    * Aantasting van het psychologische contract

    Sociaal - culturele veranderingen
    * Arbeidsparticipatie
    * Opkomst van de dienstensector
    *Verruiming van het ziektebegrip
    * Toegenomen verwachtingen
    * Individualisering
    * Uitholling van de professionele autoriteit

    Ontwikkelingen in Nederland

    * Arbowetgeving
    * Psychische arbeidsongeschiktheid
    * Gezamelijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid
    * Hoge kosten
    * Lange traditie
  • Hoe kun je A&G psychologie definiëren?
    De A&G psychologie  is een psychologische discipline die zich bezighoudt met het bestuderen & bevorderen van welzijn en gezondheid op het werk vanuit de gedachte v.e een optimale afstemming tussen persoon en organisatie. 

    Terzijde: 
    In de A&G psychologie gaat het zowel om het verbeteren van het individuele welbevinden als om het verbeteren van bepaalde objectiveerbare kenmerken van de arbeid. Dit wordt ook wel humanisering van de arbeid of met kwaliteit van de arbeid aangeduid.
  • 1517526000 H 5 Individueel assessment

  • Aan welke eisen moet de PAGO ( Periodiek Arbeidsdeskundig Onderzoek ) voldoen?
    - het moet meer omvatten dan een algemeen gezondheidskundig onderzoek alleen 
    - de inhoud moet zijn afgestemd op de risico°s van het betreffende werk

    Deze laatste eis maakt het noodzakelijk dat aan een PAGO een risico-inventarisatie en evaluatie (RIE) voorafgaat, om mogelijke risicofactoren op te sporen.
    Vanuit deze verschillende doelstellingen vindt bij een RIE interpretatie op organisatie- en groepsniveau plaats en bij een PAGO veelal op individueel niveau, omdat bij een PAGO moet worden nagegaan of bepaalde werkomstandigheden of taakkenmerken ook werkelijk een risico vormen voor de betrokken werknemers.
  • Box 5.1 PAGO in het onderwijs: speciaal voor de werksituatie in het onderwijs is het PAGO GezonderWijs ontwikkeld. Een gezonderWijs kan zowel elektronisch als schriftelijk worden afgenomen. De afname kost ongeveer een half uur. GezonderWijs biedt een profiel van de scores op elf algemene welzijns- en gezondheidsaspecten en individueel belastende factoren in de werksituatie.
    Noem: affectieve aspecten van welzijn, motivationele aspecten van welzijn, gedragsmatige aspecten van welzijn, cognitieve aspecten van welzijn, overige gezondheidsgerelateerde aspecten van welzijn.
    Affectieve aspecten van welzijn:
    - affectief welzijn ( stemming )
    - betrokkenheid bij de organisatie
    - emotionele uitputting

    Motivationele aspecten van welzijn:
    - aspiratie ( het willen groeien in het werk );
    - depersonalisatie ( afstandelijke houding ) tov leerlingen;
    - depersonalisatie ( afstandelijke houding ) tov collega°s

    Gedragsmatige aspecten van welzijn:
    - ( gebrek aan ) competentie ( het gevoel minder te presteren dan voorheen )
    - autonomie ( het zelf kunnen inrichten van de werkzaamheden )
    - Kwaliteit van de interpersoonlijke relaties met leerlingen 
    - kwaliteit van de interpersoonlijke relaties met collega°s

    Cognitieve aspecten van welzijn:
    - cognitieve uitputting ( denk- en concentratieproblemen )

    Overige gezondheidsgerelateerde aspecten van welzijn:
    - slaapklachten
    - (psycho)somatische klachten
  • Het beoordelingssysteem van de COTAN geeft een oordeel over de kwaliteit van een test op 7 verschillende aspecten of criteria:
    1 uitgangspunten van de testconstructie; operationalisatie van begrippen, begrippen meten en analyseren. Is het te complex, dan moet voor elk subbegrip een aparte schaal worden toegevoegd. aan alle aspecten moet aandacht worden geschonken en er moet worden voorkomen dat begrippen verschillend worden geinterpreteerd. ´door begrippen in stukjes te knippen zorg je daarvoor. 
    Zo kan er ook nauwkeuriger worden gemeten en schalen die uit meer items bestaan zijn betrouwbaarder dan schalen die uit 1 item bestaan.
    2 kwaliteit van het testmateriaal; hier is vooral van belang dat testopgaven, scoring en instructie zijn gestandaardiseerd. Dit betekent dat:
    - iedereen dezelfde vragen dient te krijgen;
    - de scoringsvoorschriften zo duidelijk moeten zijn dat de scoring objectief kan worden genoemd, dwz, dat de scoring hetzelfde resultaat oplevert onafhankelijk vd persoon die de scoring uitvoert;
    - de afnamecondities (bijv de constructie ) voor iedereen zoveel mogelijk gelijk moeten zijn.
    3 Kwaliteit van de handleiding; idem
    4 normen; 
    5 betrouwbaarheid;
    6 begripsvaliditeit; hier gaat het erom of de schalen in de vragenlijst werkelijk de begrippen meten zoals bedoeld. 
    7 criteriumvaliditeit: hierbij gaat het erom of met behulp van de score op een schaal een externe maat, het zogenoemde criterium, kan worden voorspeld. Een voorbeeld is voorspellen van arbeidsgerelateerd ziekteverzuim ( het criterium op grond van ve score voor psychosociaal welzijn ). Een ander voorbeeld vindt men in het Demand control model van Karasek waarin stressreacties worden voorspeld op basis van een combinatie van taakeisen en regelmogelijkheden.


    Inhoudsvaliditeit: hier gaat het erom of de gekozen items representatief geacht kunnen worden voor het te meten begrip.
  • Welke vragenlijsten kun je noemen die persoonlijkheidskenmerken en / of copingstijlen meten?
    - interne beheersingsschaal
    - Jenkins activity Survey: typa A gedrag
    - JD-R monitor: stressoren & hulpbronnen werkomgeving, stressreacties, beleving, 
    - Positief en Negatief Affect - schaal
    - Utrechtse Copinglijst  : 7 schalen voor coping: actief, palliatief, vermijden, sociale steun, passief reactiepatroon, expressie van emoties, geruststellende gedachten
  • welke vragenlijsten kun je noemen mbt stressreacties?
    - Arbeidssatisfactie index
    - JD-R monitor
    - PBGO: 3 schalen voor gezondheidsaspecten
    - de Spanningmeter: 6 schalen voor arbeidstevredenheid (prestatie, waardering & groei, baan zelf, organisatieontwerp- en structuur, organisatieprocessen, persoonlijke relaties en beloning )
    - Utrechtse burnoutschaal
    - VBBA
    - Vragenlijst voor onderzoek van de Ervaren Gezondheidstoestand
    - vierdimensionale klachtenlijst


    geschikt voor het meten van stressreacties op individueel niveau:

    ASI, JD-R, Spanningsmeter, UBOS, VBBA, VOEG, 4DKL
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.