Summary Class notes - behandeling

Course
- behandeling
- -
- 2014 - 2015
- Universiteit Utrecht
- Orthopedagogiek
262 Flashcards & Notes
2 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - behandeling

  • 1429567200 College 1

  • .... is het scharnierpunt tussen de diagnostische cyclus en de behandelingscyclus (therapiecyclus)
    indicatieanalyse
  • wat zijn de globale doelen van een interventie?
    het opheffen of verminderen van een probleem en het tot stand brengen van een positieve verandering
  • welke 5 stappen komen terug bij de indicatieanalyse?
    1. nagaan of een interventie ingezet kan worden (nodig, mogelijk wenselijk?)
    2. formuleren en prioriteren van doelen (globale en specifieke doelen)
    3. selecteren van in aanmerking komende typen interventies
    4. bepalen van het nut en de kans van slagen per geselecteerde interventie
    5. controle op de uitvoerbaarheid van een type interventie + keuze maken op basis van wetenschappelijke verantwoorde argumenten.
  • uit welke 5 fasen bestaat het advies gesprek als afsluiting van de diagnostiek?
    - voorbereiding van het gesprek door de diagnosticus
    - voorlichting aan de client
    - controle door de diagnosticus
    - overleg tussen diagnosticus en client
    - concretiseren van het advies door de diagnosticus
    - afronding van het adviesgesprek
  • wat is het verschil tussen de empirische cyclus en de regulatieve cyclus? En hoe zijn deze cycli met elkaar verbonden?
    de empirische cyclus gaat om het stapsgewijs toetsen van de juistheid van hypotheses. Bij de regulatieve cyclus gaat het om het stapsgewijs bereiken van doelen bij het oplossen van problemen.

    de empirische cyclus is een steeds terugkerend, geïntegreerd element van de regulatieve cyclus
  • uit welke 6 fasen bestaat de regulatieve cyclus?
    1. probleemherkenning
    2. probleemdefinitie
    3. bedenken een afwegen handelingsmogelijkheden
    4. planning
    5. interventie
    6. evaluatie
  • Gardner en Sovnes maken onderscheid tussen behandeldoelen op 3 niveaus. Welke en wat houden deze in?
    1. behandeling (hoogste niveau): het probleemgedrag laten afnemen en de zelfredzaamheid laten toenemen
    2. management (middelste niveau): het nastreven van beheersbaarheid van het probleem en rust
    3. controle (laagste niveau): het nastreven van veiligheid en het voorkomen/beperken van materiële en emotionele schade
  • welke afwegingen worden er bij een kosten-baten analyse gemaakt?
    - ernst van het probleem en zwaarte interventie in balans?
    - hulp moet zo dicht mogelijk bij de natuurlijke situatie geboden worden (generalisatie naar thuissituatie)
    - potentiële bronnen in de eigen situatie worden benut
    - aanpak sluit aan bij ontwikkelingsniveau
    - aanpak is logische reactie op de hulpvraag
    - aanpak is ecologisch valide (sluit aan bij normen en waarden cliënt)
    - de hulpverlener is voldoende getraind om de interventie uit te voeren
  • welke 5 theoretische modellen worden onderscheiden?
    1. systematisch model (gezinsmodel)
    2. psychodynamisch model
    3. client centered (humanistisch)
    4. biomedisch
    5. leertheoretisch (behavioristisch, cognitief)
  • omschrijf visie/mensbeeld en visie op oorzaak van problemen vanuit het systemisch model (gezinsmodel)
    visie/mensbeeld: functioneren van een gezin is sterk van invloed op het gedrag van het kind. er is een wederzijdse ouder-kind interactie

    visie op oorzaak problemen: Disfunctioneren gezin is oorzaak van probleem gedrag. Gedrag niet geïsoleerd bekijken , maar kijk naar meerdere subsystemen/interacties (ouders - kind, kind-vader, kind-moeder)
  • omschrijf visie/mensbeeld en visie op oorzaak van problemen vanuit het psychodynamisch model
    visie/mensbeeld: persoonlijkheid is uitkomst van ontwikkelingsproces en het onbewuste (Freud: id - ego- super ego). Kijken naar personen in vroegere ontwikkeling. Aandacht voor intra-psychische aspecten van het individu

    visie op oorzaak problemen: sociaal emotionele ontwikkeling raakt verstoord door het niet succesvol oplossen van een conflict tussen id - ego- super ego. Latere problemen zijn het gevolg van fixatie in vroegere fases (bijv. problemen met zindelijkheid, fallische fase --> oedipus complex)
  • omschrijf visie/mensbeeld en visie op oorzaak van problemen vanuit het client centered model (humanistisch model)
    visie/mensbeeld: client gericht. Mens is van nature goed. Organismic valuing process: Kind heeft alles in zich om zich volledig te ontwikkelen en wil zich ook ontwikkelen (Self). Need for positive regard: Kind heeft behoefte aan waardering van van ouders (experience). Gericht op zelfbeeld/zelfconcept

    visie op oorzaak problemen: problemen ontstaan wanneer de zelfbeleving niet overeenkomt met het beeld van de buitenwereld. Incongruentie tussen self en experience. Het kind accepteert zichzelf niet
  • omschrijf visie/mensbeeld en visie op oorzaak van problemen vanuit het biomedisch model
    visie/mensbeeld: gedrag kan worden verklaard door de bestudering van neuropsychologische processen al dan niet in interactie met stressvolle omgeving.

    visie op oorzaak problemen: mentale ziekte. Individu = patiënt. Problemen zitten IN het individu. Gedragsproblemen en emotionele problemen zijn terug te voeren op hersenorganische disfuncties: genetisch, biochemisch/nerulogisch.
  • omschrijf visie/mensbeeld en visie op oorzaak van problemen vanuit het leertheoretisch model (behavioristisch/cognitief)
    visie/mensbeeld: gedrag is een functie van  omgevingsfactoren of ervaringen uit het verleden. Gedrag is de uitkomst van een leerproces (klassieke/operante conditionering, sociaal leren)

    visie op oorzaak problemen: Inadequaat gedrag en emotionele problemen door onjuiste cognities. Onjuiste cognities uiten zich in:
    - negatieve verwachtingen en waardering, onjuiste attributies en irrationele overtuigingen
    - tekorten in zelfregulatie en zelfcontrole
  • omschrijf de visie op behandeling, mogelijke interventies en de manier van meten van behandelresultaten vanuit het systemisch model (gezinsmodel)
    visie op behandeling: gericht op opvoedingsstijlen/opvoederskenmerken. Erkennen van ouders als expert van hun eigen kind. Gericht op veilig gezinsklimaat. Zorgen voor een gezond en evenwichtig gezinsklimaat.

    interventies: gezinstherapie (systeemtherapie), oudergroepen, oudertherapie, invoegen, meervoudige partijdigheid, gericht op veilig klimaat.

    meten resultaten: gezinsobservatie, gezinsvragenlijst, gezinsinterview, genogram
  • omschrijf de visie op behandeling, mogelijke interventies en de manier van meten van behandelresultaten vanuit het psychodynamisch model
    visie op behandeling: van het onbewuste bewust maken. Ontwikkeling weer op gang brengen door inzicht te geven in tegenstrijdige wensen en gevoelens. Driften worden o.a. beïnvloed door ouders/objectrelaties (relaties met significante anderen)

    interventies: individueel of groepsgericht. Soms verbaal, soms speltherapie: pscyhoanalytische interpretatie van spel van het kind als equivalent van de vrije associatie.

    meten resultaten: interview over vroegere ontwikkeling. Projectiemateriaal (vertelplaten, zinaanvullijsten, tekeningen, spel)
  • omschrijf de visie op behandeling, mogelijke interventies en de manier van meten van behandelresultaten vanuit het cliënt centered model (humanistisch model)
    visie op behandeling: geen diagnostiek gericht op het kind! Wel kijken naar de omgeving. Omgeving creëren die gekenmerkt wordt door onvoorwaardelijke positieve acceptatie. Het ontwikkelen van een positief 'selfconcept' en daarmee basis creëren voor de ervaring van zelfactualisatie

    interventies: eerst speltherapie, daarna verbale therapie. Kind inzicht geven in gevoelens dmv reflectie, Virginia Axline:
    1. relatie: warmte en acceptatie
    2. permissieve houding: uitnodigen tot vrije expressie van gevoelens
    3. respect voor het kind, vertrouwen in eigen vermogen tot problemen oplossen
    4. non-directieve instelling: cliënt geeft inhoud en richting aan de behandeling, therapeut sluit aan

    meten resultaten: geen assessment omdat alles door cliënt gestuurd wordt
  • omschrijf de visie op behandeling, mogelijke interventies en de manier van meten van behandelresultaten vanuit het biomedisch model
    visie op behandeling: ontwikkelingsgeschiedenis bekijken. Neuro(psycho)logisch onderzoek. Wijzigingen aanbrengen in (chemische huishouding) hersengebieden --> symptomen bestrijden

    interventies: diëten, farmacotherapie: 
    - stimulantia
    - antidepressiva
    - neuroleptica (anti-psychotica)
    - anticonvulsiva (anti-epileptica)
  • omschrijf de visie op behandeling, mogelijke interventies en de manier van meten van behandelresultaten vanuit het leertheoretisch model (behavioristisch/cognitief)
    visie op behandeling: behandeling vaak gericht op een combinatie van leerprincipes voor het aanleren van nieuw gedrag en nieuwe betekenissen. Behandeling omvat wijzigingen in disfunctionele gedachten en het leren cognitieve vaardigheden en strategieën

    interventies: modeling, operante conditionering, CGT, straffen, belonen, bekrachtigen, time-outs etc.

    meten resultaten: interview naar gedrag, ontwikkeling, sociaal, peers/familie, ABC observatie, vragenlijsten voor ouders/leerkrachten
  • welke afwegingen moeten worden gemaakt bij het toepassen van psychofarmaca?
    - zal het effect hebben?
    - zijn er onderzoeken bekend?
    - wat is de betekenis voor het kind?
    - wat zijn eventuele bijwerkingen?
    - is het gebruik levenslang?
    - wat gebeurt er na stoppen?
    - is er een alternatief?
  • welke medicatie wordt aanbevolen bij ADHD?
    stimulantia
  • welke behandeling wordt aanbevolen bij ADHD in combinatie met gedragsproblemen?
    gedragstherapie en medicatie
  • welke medicinale behandeling wordt aanbevolen bij ADHD in combinatie met depressie?
    stimulantia. Clonidine is geen goede keuze ivm depressogene effecten
  • welke behandeling wordt aanbevolen bij ADHD in combinatie met angststoornissen?
    medicatie en gedragstherapie. Gezien de wat hogere gevoeligheid voor bijwerkingen beveelt de werkgroep aan om de dosering langzaam op te bouwen
  • welke behandelingen voor ouders met kinderen met ADHD worden aanbevolen?
    - psycho educatie: noodzakelijke eerste stap
    - gedragstherapeutische oudertraining (mediatietherapie), individueel of in groep
  • welke behandeling wordt aanbevolen voor leerkrachten met kinderen met ADHD in de klas?
    - gedragstherapeutische leerkrachttraining (ouder/omgeving kind dienen hierbij betrokken te worden)
    - bij en nascholing
    - voor nut psycho-educatie is geen wetenschappelijke onderbouwing
  • welke behandelingen worden aanbevolen voor het kind met ADHD?
    medicatie in combinatie met...
    - zelfregulatietraining: onder de voorwaarde dat de belangrijkste aanpassingen in de omgeving zijn gerealiseerd (obv ouder/lk-training)
    - psychosociale interventies: niet standaard aanbevolen, evt in de context van een ouder/lk-training
    - over het algemeen behandeling in de groep ipv individueel (wel bij ieder kind de afweging maken)
  • wanneer wordt het wel/niet aanbevolen om een SOVA-training in te zetten bij kinderen met ADHD?
    wel: wanneer de sociale problemen van het kind voortkomen uit algemene vaardigheidstekorten
    niet: wanneer de sociale problemen voortkomen uit impulsiviteit --> dan sociale problemen meenemen in zelfregulatietraining
  • wat doet de orthopedagoog? 
    het toepassen van kennis (over procedures en methodieken) en kunde, met als doel om dat wat gewenst is te realiseren (= het normatieve gezichtspunt)
  • wat is het doel van orthopedagogisch ingrijpen?
    het kind helpen bij de maatschappelijke integratie?
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Behandeling

  • 1429567200 Hoorcollege 1

  • Een orthopedagoog als professional moet ...... en .....toepassen met als doel om dat wat gewenst is te realiseren: het normatieve gezichtspunt.
    kennis (van procedures en methodieken) en kunde (vaardig zijn in de rol van therapeut, veranderingsgericht zijn)
  • De indicatieanalyse is...
    een verantwoording voor de beste aanpak van het inidividuele probleem an de cliënt. Hieruit komt een indicerende diagnose; een lijst met een of meer aanbevelingen voor een type interventie. Deze interventie wordt in de therapiecyclus uitgevoerd.
  • De indicatieanalyse is...
    een verantwoording voor de beste aanpak van het inidividuele probleem an de cliënt. Hieruit komt een indicerende diagnose; een lijst met een of meer aanbevelingen voor een type interventie. Deze interventie wordt in de therapiecyclus uitgevoerd.
  • Er is sprake van een empirische subcycli als...
    je betrouwbare en valide informatie verzamelt (door hypothesetoetsing) doe je onderzoek.
  • Tijdens vijf onderzoeksmomenten komen de empirische subcycli voor in het regulatieve proces:
    1. Het intakegesprek
    2. Gericht onderzoek
    3. Monitoring
    4. Postmeting
    5. Lange termijn evaluatie
  • 3 punten van complexiteit van behandeling
    1. Integreren van gegevens wordt complexer naarmate de problematiek veelzijdiger is en er meer disciplines zijn betrokken.
    2. Veel factoren zijn van invloed op het uiteindelijke resultaat
    3. De orthopedagoog is dialogisch gericht.
  • Bij welke invalshoek past de volgende visie: je kijkt naar het functioneren van het gezin
    Systemische invalshoek
  • Bij welke invalshoek past de volgende visie: persoonlijkheid is de uitkomst van een ontwikkelingsproces (interactie ID, EGO, SUPEREGO)
    Psychodynamisch
  • Bij welke invalshoek past de volgende visie client gericht benadering. Ontwikkeling 'self-concept', ieder individu heeft de intnerlijke behoefte om zichzelf te ontplooien + waardering ouders
    Humanistisch/Client-centered model
  • Bij welke invalshoek past de volgende visie: gedrag is een functie van omgevingsinvloeden of van ervaringen uit het verleden. Gedrag is de uitkomst van een leerproces.
    Behavioristisch model
  • Bij welke invalshoek past de volgende visie: cognities spelen een rol bij gedrag en staan onder controle van een individu
    Cognitief model
  • Regulatieve cyclus is...
    stapsgewijs bereiken van doelen bij het oplossen van een probleem. Om doelen te bereieken is een jusite inschatting van de werkelijkheid nodig en daarvoor is een wetenschappelijke werkwijze nodig; de EC is in deze visie een steeds terug krend, geintegreerd element.
  • In de fase van probleemdefiniering zijn er vier beslissingsregels bij het kiezen tussen verschillende theorieën:
    1. Relevantie (aanknopingspunten klachtgedrag)
    2. Doeltreffendheid en fficiëntie (aanknopingspunten doel te bereieken)
    3. Uitvoerbaarheid (aanwezige mankracht en aanwezige deskundigheid)
    4. Toetsbaarheid (theorei waarbij de evaluatie zo conctreet mogelijk kan worden uitgevoerd)
  • Adviesgesprekken hebben vier doelen:
    1. Verschaffen van informatie over de onderkennend een verklarende diagnose, de argumenten uit de indicatieanalyse en de uiteindelijke aanbeveling.
    2. Controleren van het werk van de diagnosticus aan de hand van de reacties van de cliënt
    3. Tot overeenstemming komen betreft de aanbevelingen en voorkeur van de client.
    4. Verzamelen van inforamtie met oog op de concrete invullen van het gekozen advies.
  • Een behandeling kan wel/niet slagen door:
    - Diagnostische cyclus is misgegaan
    - Doelen en instrumenten sluiten niet op elkaar aan
  • Routine outcome monitoring )(ROM) is...
    Wanneer via vaste procedures voor- en nameting van iedere behandeling plaats vindt
  • 1430172000 Hoorcollege 2 - cognitief gedragstherapeutisch denken en doen

  • Voorwaarden sociaal leren:
    1. Identificeerbaar
    2. Model moet van waarde zijn
  • Uitgangspunt cognitieve theorie:
    - Psychopathologie s een gevolg van sysematische vertekeningen in de wijze waarop informatie geslecteerd en vewerkt wordt tot betekenissen
    - Deze vertekeningen zijn het gevolg van eerdere in het geheugen opgslagen kennis. Hierdoor interpreteren mensen in het hier en nu situaties disfunctioneel
  • FA is
    hypothese over uitlokkers en instandhouding van probleemgedrag (operant conditionering, leertherei, sociaal leren)
  • BA is
    hypothese over de betkeenis van waaruit een persoon heeft geleerd om te reageren op een specifieke situatie of prikkel (klassieke conditionering, leertheorie)
  • CCC
    cognitieve casus conceptualisatie: hypothese over de itneractie tussen een specifieke prikkel en gedachte, gevoel en gedrag in deze situatie
  • Interventie op basis van FA richten zich op:
    -  Manipulatie van de (omgeving) uitlokkers van probleemgedrag
    - Het aanleren van gewenst gedrag/coping skills middels shaping, modeling
    - Het beïnvloeden van het bekrachtings-patroon
  • BA is
    een bepaalde neutrale prikkel, doet denken aan een gebeurtenis en heeft daardoor een andere betekenis gekregen en ontlokt automatisch een bepaald hierbij horende sensatie en hierbij horend reflexmatig gedrag.
  • Cognitieve theorie
    niet de situatie bepaalt wat we doen, maar de wijze waarop we een situatie interpreteren (onze betekenisgeving) bepaalt ons gedrag
  • Twee redenen waarom het opstellen van individu gerichte gedragsanalyses een vereist onderdeel van de gedragstherapeut blijven:
    1. Als professional dient ment qua kennis en vaardigheid boven een protocol te kunnen staan om individuele aanpassingen te kunnen doen.
    2. Bij het merendeel van de stoornissen si slechts 50% van de cliënten na het doorlopen van een protocol klachtenvrij (clienten weigeren mee te doen; of worden bij voorbaat uitgesloten van het onderzoek)
  • Casusconceptualisatie:
    het proces waarbij de tehrapeut + client samen werken aan het beschrijven, verkalren en kiezen van doelgedragingen
  • Topografische analyse
    maakt de therapeut samen met de oduers of de jongere een gedetailleerde beschrijving van het te bewerken doelgedrag en de sitautie waarin dat gedrag zich uit.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Behandeling

  • 1430431200 H1 Gedragstherapie

  • leg uit wat de 3 generaties in de ontwikkeling van kindergedragstherapie inhouden?
    - de eerste generatie: jaren '60-'80, gericht op uiterlijk waarneembaar gedrag. operante en klassieke conditioneringsprincipes waren de basis voor interventies. centraal bij de analyse en behandeling was waarneembaar gedrag in combinatie met omgevingskenmerken. Bandura voegde de sociale leertheorie toe en het principe van modeling --> ruim baan voor de opkomst van cognitieve stroming
    - de tweede generatie: jaren '80- '90, cognities (sociaal leren, regelgeleid gedrag) zijn functionele onderdelen in de gedragsketen, worden betrokken bij analyse en aanpak van probleemgedrag. Centraal bij gedragstherapie was het opsporen van denkfouten, het veranderen van denken en het aanleren van specifieke gedachten. toenemende aandacht voor informatieverwerkingsprocessen
    - de derde generatie: eind jaren '90- tot nu, nieuwe therapiestromingen als acceptance and commitment therapy, mindfulness based  cognitive therapy en de dialectische gedragstherapie doen hun intrede, richten zich minder op direct veranderen van gedrag maar meer op de functie en de context ervan
  • Wat zijn de zeven fasen van het gedragstherapeutische proces?
    1. Kennismaking
    2. Probleeminventarisatie
    3. Probleemdefiniëring
    4. Behandelingskeuzes
    5. Behandeling
    6. Evaluatie en afronding
    7. Boostersessies en follow-up
  • Wat is kindergedragstherapie? Welk uitgangspunt hoort hierbij?
    kindergedragstherapie is een empirische benadering van psychologische problemen. het uitgangspunt is ook dat ongewenst/abnormaal gedrag grotendeels is aangeleerd. Gedrag bestaat uit zowel waarneembare motorische en sociale gedragingen en uit gedachten.
  • Wat is het doel van kindergedragstherapie?
    Het doel van kindergedragstherapie is het uitbreiden van gedragsmogelijkheden van zowel ouders als kinderen
  • Waarmee houdt gedragstherapie zich bezig?
    via cognities en waarneembaar gedrag houdt deze therapie zich ook bezig met gevoelens. Zoals angst, woede, somberheid, jaloezie, schuld
  • Wat is belangrijk in een eerste gesprek voor de therapeut?
    Van belang is om te benadrukken hoe belangrijk het is om concreet te praten over de problemen. De rol van huiswerk moet benadrukt worden en er wordt uitgelegd dat de therapie als doel heeft om de ouders/kind beter te laten functioneren en zelfstandig problemen te laten oplossen
  • wat onderscheid de cognitieve gedragstherapie van andere interventiemethoden?
    - het ontwikkelingsperspectief: houdt rekening met feit dat kind in ontwikkeling is, kennis van ontwikkelingsfasen is van belang bij het opstellen van klachtanalyse, behandelingsdoelen en keuze voor behandelingstechnieken
    - samenwerking met de ouders en de context: gezinsleden kunnen ook een rol spelen in de behandeling. voor ouders is het belangrijk om te weten dat interactiepatronen probleemgedrag in stand kunnen houden en kunnen verbeteren. samenwerking is ook van belang om het kind te kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van adviezen. de cognities van ouders zijn vaak onderdeel van interventie (bv. slaap/eet problemen bij kind, visie ouders hierop). met context wordt bv. school of omgeving bedoeld (aanpak schoolweigering is icm school)
    - het probleemoplossende proces: elk kind wordt geconfronteerd met problemen, die een goede oplossing vereisen.
    - niet praten, maar doen: kinderen leren meer door te doen, en al helemaal als ze er meer plezier in hebben. --> therapie sessies hebben een speels karakter, de therapeut moet hiervoor een flexibele houding en werkwijze vertonen
    - de therapeut heeft een coachende rol: therapeut wordt 'collaborator'. de therapeut zegt niet hoe het moet, maar leert het kind om zelf na te denken en oplossingen te zoeken, op basis van ervaring.
  • Wat is een holistische theorie?
    De HT geeft op basis van gesprekken, metingen en observaties de probleemsamenhang weer.
  • Vul aan:
    Jeugdhulpverlening wordt steeds meer gestuurd door ...............
    Evidence-based werken. er wordt vaak voor gedragstherapie gekozen. hier wordt voor gekozen omdat als iets door een leerproces tot stand is gekomen, en/of in stand wordt gehouden, of als iets dat door het aanleren van nieuwe cognities en gedragingen verholpen kan worden.
  • Wanneer is de HT niet nodig?
    Bij enkelvoudige klachten of complex samenhangende problemen
  • Wat is zijn doelen van kindergedragstherapie?
    - het belangrijkste doel is om de ontwikkeling van het kind weer normaal laten verlopen
    - de gedragsmogelijkheden van ouders en kinderen uit te breiden.
    - emotionele problematiek ( extreme angst of woede) verminderen of opgeheven worden.
    - vrij complexe problematiek veranderen in hanteerbare deelproblemen. zinvol om te beginnen met eenvoudige en directe interventies omdat die soms al voldoende effect kunnen hebben.
  • Welke basisvaardigheden moet een kindergedragstherapeut hebben?
    - Het goed kunnen opbouwen van werkrelaties
    - Werken met ouders die nauwelijks met elkaar communiceren
    - Doelgericht werken met ouders die de ouderrol niet goed kunnen vervullen
    - Goede werkrelatie kunnen opbouwen van andere professionals
  • welke zaken spelen een rol bij het opstellen van de therapeutische doelen?
    - de resultaten van de functieanalyse en de andere kenmerken van het hulpbehoevende kind
    - de pedagogische mogelijkheden van de ouders/verzorgers
    - de effectiviteit van de methoden die beschikbaar zijn en de kennis en mogelijkheden van de therapeut
  • Als een behandeling stagneert, waar kan dat dan aan liggen?
    - Gebrek aan motivatie bij de cliënt
    - De stagnatie ligt aan de therapie, technieken zijn te confronterend of effect gaat juist te langzaam
    - Bij de therapeut gaan dingen niet goed. Gebrek aan vaardigheden of communicatie die niet soepel verloopt.
  • wat is het gedragstherapeutisch proces?
    een verzameling van keuzemomenten waarop de therapeut en cliënt bepalen hoe nu verder te gaan met de behandeling.
  • Wat kenmerkt de eindfase van de therapie?
    Het vergroten van de zelfstandigheid van de cliënt. De therapeut moet hier gevoelens rond het afscheid (trots, verdriet of angst) onderkennen en daar adequaat op reageren.
  • wat wordt bedoeld met het uitwaaieringsschema?
    er wordt onderscheid gemaakt tussen therapie voor kinderen en adolescenten. kinderen hebben niet zelf gekozen voor therapie. bij adolescenten gaat het bijna hetzelfde als bij volwassenen. Bovendien is er een belangrijk onderscheid dat er via verschillende invalshoeken gewerkt kan worden (als het ware uitwaaieren over verschillende benaderingsmogelijkheden)
  • Wat is Routine Process Monitoring?
    De cliënt geeft na iedere sessie zijn of haar mening over bepaalde aspecten van het behandelproces. De therapeut bespreekt dit direct met de cliënt en past daarop eventueel zijn aanpak aan.
  • Welke 7 fasen zijn er in het gedragstherapeutisch proces?
    1. Kennismaking
    2. probleeminventarisatie
    3. probleemdefiniëring
    4. behandelingskeuzes
    5. behandeling
    6. evaluatie en afronding
    7. boostersessies en follow-up
  • Leg uit wat er in de eerste fase van het gedragstherapeutisch proces plaatsvindt?
    de eerste fase is de kennismaking, bestaat uit aanmelding, uitnodiging, eerste gesprek, keuze voor gedragstherapie en uitleg van werkwijze. Er moet besloten worden wie er wordt uitgenodigd voor het gesprek en hoe het kind betrokken kan worden bij de behandeling
  • er moet besloten worden of de ouders van de cliënt bij de behandeling betrokken kunnen en moeten worden. Dit kan verschillen door welke dingen?
    - per probleem: ouders met een angstig kind moeten leren om hun kind los te laten en ouders met een kind met gedragsproblemen moeten leren om hun kind beter te monitoren
    - per leeftijdsfase: soms is het beter dat de ouders bij de sessies van hun kind aanwezig zijn, terwijl zij er soms juist bij afwezig moeten zijn
    - betrokkenheid: hoe moeten ouders betrokken worden? als ouders het probleemgedrag in stand houden, kunnen zij als mede cliënten gezien worden. ouders kunnen echter ook medewerkers van de therapeut zijn als zij bepaalde delen van de behandeling uitvoeren.
  • Wat gebeurd er in fase 2 probleeminventarisatie?
    de therapeut onderzoekt wat als probleem wordt ervaren en welke gedragingen daarbij horen. Verder wil de therapeut weten hoe de problemen zijn ontstaan en wat de context is. Zo kan de therapeut causale verbanden en het verloop van klachten achterhalen.
  • als de problemen geïnventariseerd zijn, worden de verschillende elementen in een theoretisch kader geplaatst. Welk kader wordt hier bedoeld en leg dit uit.
    Holistische theorie ofwel casusconceptualisatie (CC). Geven de probleemsamenhang weer zoals die door de therapeut is geformuleerd op basis van gesprekken met de cliënt, metingen en observaties --> maken onderscheid tussen de observeerbare moeilijkheden die het individu dagelijks meemaakt (bv. angst, sociale problemen) en de veronderstelde onderliggende psychologische mechanismen die de waarneembare problemen sturen en in stand houden
  • wat zijn de voordelen van HT/CC?
    - het bieden van een systematisch cognitief-theoretisch kader voor de problemen van de cliënt
    - geïndividualiseerde cognitief-therapeutische behandelprotocollen die hierop aansluiten
    - een betere beschrijving van en inzicht in de aangemelde problemen (zowel voor therapeut als cliënt)
    - een welomschreven therapeutische werkrelatie
    - meer doelgerichte therapeutische interventies
    - concrete behandelresultaten
  • welke overwegingen spelen een rol bij het maken van keuzes over wat als eerste behandeld gaat worden?
    - in welke mate is het probleemgedrag veranderbaar?
    - hoe groot is de rol die het probleemgedrag in het leven van de cliënt speelt?
    - wat zijn de mogelijkheden van een cliënt?
    - wat zijn de gevolgen van de gedragsverandering?
  • wat gebeurt er in fase 3 van het therapeutisch proces?
    fase 3 is de probleemdefiniëring. als het eerste probleem gekozen is. moet dit gedefinieerd worden, er moeten topografische analyse, functieanalyse en betekenisanalyse worden uitgevoerd
  • Wat gebeurd er in fase 4?
    fase 4 is de fase waarin behandelingskeuzes worden gemaakt. er kan worden gekozen om de behandelingsdoelen in fase te laten verlopen. er kan bijvoorbeeld eerst voor iets worden gekozen wat snel resultaten oplevert, of als er een crisis is, moet eerst de crisis worden opgelost, pas daarna kan er uitgebreider worden geanalyseerd.
  • wat moet de therapeut doen als de cliënt iets verzwijgt of niet erkent wat er werkelijk speelt?
    dan moet de therapeut een behandeling kiezen die aansluit bij het probleem waar de cliënt mee komt, of op problemen die wel toegankelijk zijn.
  • wat moet de therapeut doen als de cliënt iets verzwijgt of niet erkent wat er werkelijk speelt?
    dan moet de therapeut een behandeling kiezen die aansluit bij het probleem waar de cliënt mee komt, of op problemen die wel toegankelijk zijn.
  • welke overwegingen zijn er bij de keuze van het behandeldoel?
    - crisissen eerst oplossen
    - begin met toegankelijke problematiek
    - probleem moet vertaald worden in leerdoelen
    - focus op het verwerven van nieuw gedrag
    - faseer de behandeldoelen: wat eerst, wat later?
    - taxeer de pedagogische mogelijkheden en onmogelijkheden van het cliëntsysteem
  • welke 4 behandelstrategieën worden onderscheiden?
    1. individuele behandeling
    2. groepsbehandeling
    3. mediatieve behandeling
    4. gezinsbehandeling
  • welke problemen komen opspelen bij kiezen van een behandeltechniek?
    er is een spanningsveld tussen het zien van een kind als individu en het volgen van evidence-based standaardprotocol. als er met een protocol wordt gewerkt, krijgt ieder kind dezelfde behandeling. er is een draaiboek voor kinderen met dezelfde DSM diagnose. Diagnose-behandelcombinaties (DBC's) hangen samen met procesmatig werken. DBC is gekoppeld aan DSM en die is gekoppeld aan behandelplan.
  • wat waren kritiekpunten op werken met protocollen?
    - het zou de client tekortdoen
    - problemen zouden complexer zijn dan waar het protocol vanuit gaat

    inmiddels zijn deze punten weerlegd. men kan individu-specifieke elementen in protocollen opnemen
  • welke basisvaardigheden heeft een kindergedragstherapeut nodig?
    - het goed kunnen opbouwen van werkrelaties (verschillende culturen en gezinsachtergronden)
    - werken met ouders die nauwelijks communiceren
    - de therapeut moet voorzichtig maar doelgericht werken met ouders die door eigen problematiek de ouderrol niet goed kunnen vervullen
    - de therapeut moet een goede werkrelatie kunnen opbouwen met professionals (leerkracht, groepsleider, etc)
  • welke basisvaardigheden zijn speciaal nodig voor het werken met kinderen?
    - Het hebben van een sociaal bekrachtigende, cliëntgerichtheid grondhouding, empathie en echtheid
    - het bekrachtigen en modelleren van een open en directe manier van communiceren
    - directiviteit: een speelse, didactische, stimulerende en concrete opstelling
    - structurering: de therapeut moet grenzen aangeven in regels, tijd en ruimte
    - de therapeut moet aansluiten bij de leeftijd, ontwikkelingsfase en mogelijkheden van de cliënt
  • waar moet rekening mee worden gehouden bij de therapie?
    - de therapie moet afgestemd zijn op wat thuis mogelijk is, huiswerkopdrachten moeten de steun van ouders hebben
    - communicatie met of over de ouders moet mogelijk zijn
    - er moet overeenstemming over doelen en middelen zijn
  • wat als de behandeling stagneert?
    de stagnatie moet goed worden geanalyseerd door middel van een functieanalyse:
    - de stagnatie kan komen door een gebrek aan motivatie bij de cliënt
    - de stagnatie kan ook aan de therapie liggen. de technieken kunnen te confronterend zijn of het effect gaat juist te langzaam. soms werkt een techniek ook angst-verhogend
    - bij de therapeut kunnen ook dingen niet goed gaan. gebrek aan vaardigheden of persoonlijke problematiek of communicatie tussen cliënt en therapeut kunnen factoren zijn die niet meewerken aan het slagen van de behandeling.
  • Fase 6 is de voorlaatste fase, wat gebeurd er hier?
    fase 6 is het einde van de therapie. hier wordt geëvalueerd en de behandeling afgerond.
    in deze fase wordt gewerkt aan het vergroten van de zelfstandigheid van de cliënt door het nieuwe, aangeleerde gedrag naar andere situaties te generaliseren. het behandelverloop wordt bijgehouden vanaf base-line tot behandelfase. zo kan men achterhalen of, wanneer en waarom een interventie werkt.
  • wat is het sleeper-effect, dat vaak kan optreden bij CGT?
    Pas na verloop van tijd en veel oefenen blijkt in de follow-up het probleemgedrag verder te verminderen zonder bijkomende behandelingen
  • wat wordt bedoeld met de N=1 methodologie?
    de resultaten van een behandeling worden geanalyseerd op individueel niveau in plaats van op groepsniveau. 
  • Wat is routine process monitoring?
    Routine process monitoring is een methode die aandacht geeft aan de werkzaamheid van algemene, aspecifieke therapeutgedragingen en deze empirisch in kaart brengt. de client wordt gevraagd om na elke behandelsessie met behulp van een kort instrument zijn mening te geven over aspecten van het behandelproces.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

welke 4 soorten onderzoek worden onderscheiden?
- werkzaamheidsonderzoek: kijkt naar het verband tussen het behandelresultaat en de therapeutische methode
- overdraagbaarheidsonderzoek: doeltreffendheid: uitwijzen of een bepaalde interventie ook in de klinische praktijk toegepast kan worden
- verspreidingsonderzoek: effectiviteit: het functioneren van het protocol dat ooit in werd gevoerd in het systeem
- systeemevaluerendonderzoek: het systeem dat beoordeeld wodt en het onderzoeksteam zijn dan helemaal onafhankelijk. 
wat is EMDR?
-methode om traumatische ervaringen te behandelen
- door gerichte vragen wordt de cliënt gestimuleerd zich te concentreren op de ervaring in het verleden
- alle aspecten van de mentale representatie worden besproken zodat er maximale arousal ontstaat
- hieraan wordt een externe, afleidende stimulus of taak gekoppeld (bijv. het met de ogen volgen van de hand van de therapeut)
- doel: terugdenken aan de gebeurtenis zonder klachten te ervaren, de ervaring krijgt een plaats en wordt gezien als iets uit het verleden dat is afgesloten
wat is dialectische gedragstherapie (DGT)?
-therapie bij borderline
- interactie tussen de biologische kwetsbaarheid van een jongere en ongeschikte omgevingsinvloeden leiden tot borderline
- centraal in de therapie staan oplettendheidsoefeningen om een minder oordelende attitude te ontwikkelen. cliënten leren efficiënt communiceren
- jongere probeert samen met therapeut een stabielere en op waarden gebaseerd leven op te bouwen
- soms icm medicatie
uit welke 5 fases bestaat ABFT?
1. relationele herformulering: behandeldoel bespreken. uitleggen dat het probleem betrekking heeft op de relatie tussen ouders en kind
2. werkrelatie met de adolescent: adolescent serieus nemen, de relationele teleurstellingen van de adolescent worden besproken en er worden voorbereiden getroffen voor het gesprek met de ouders
3. werkrelatie met de ouders: de sterke kanten van de ouders benadrukken, hun verlangens en teleurstellingen in kaart brengen. voorbereiden op gesprek met adolescent --> heftige emoties
4. herstellen van gehechtheidsschema's: het gesprek tussen ouders en adolescent. beide partijen krijgen ruimte
5. herstel van competentie: zelfbeeld van de adolescent verbeteren. zoeken naar haalbare uitdagingen en helpen bouwen aan sociaal netwerk, met ouders als veilige basis.
wat is attachment based famlily therapy (ABFT)?
- systeemtheoretisch denkkader
- het verbeteren van de ouder-kind relatie/relationele processen staan centraal
- het vertrouwen van de adolescent in de beschikbaarheid van de gehechtheidsfiguren moet worden hersteld
-wederkerige interactie is de oorzaak van relationele conflicten, en wijst dus geen schuldige aan
 - de adolescent moet zich kunnen ontwikkelen tot een zelfstandig individu in de context van een liefdevolle respectvolle relatie
- de adolescent moet leren om zijn gevoelens beter te verwoorden, beter om te gaan met emoties en om nieuwe relationele inzichten op te doen
- de gezinsconflicten en teleurstellingen worden in beeld gebracht.
- de ouders moeten ouderlijke betrokkenheid en sensitiviteit opnieuw leren
`wat houdt positieve psychologie in?
kijken naar wat mensen gelukkig maakt ipv naar wat er allemaal mis is gegaan en mis kan gaan in hun leven.
de omstandigheden waaronder mensen het goed doen en technieken die het welzijn van mensen kunnen vergroten, staan centraal
3 onderwerpen:
- positieve eigenschappen van mensen
- positieve ervaringen van mensen
- manieren waarop instellingen een positief verschil kunnen maken in de samenleving of positieve instituties
wat is compassion-focused therapy (CFT)?
-volgens CFT komen gevoelens voort uit een lange geschiedenis van mislopende sociale interacties
- CFT is aanvulling op CGT
- mededogen is belangrijk: pas als de waarde van een ander en de zelfwaarde niet continu geëvalueerd worden, maar beschouwd worden als intrinsiek aspect van het zijn, kan iemand mededogen en mildheid tonen voor het falen van een ander en van zichzelf
- doel: de cliënt niet meer mededogen naar zichzelf kijken
wat is cognitieve gedragstherapie gebaseerd op mindfulness (MBCT)?
mindfulness: mensen minder reactief te laten zijn op stresssituaties
MBCT kan zowel individueel als in groep
belangrijke onderdelen: meditatie, yoga, doe-sessie, huiswerk
doel kinderen bewuster om te leren gaan met hun gevoelens, gedachten en lichaamsgewaarwording
welke 3 fases kent ACT en wat houden deze in?
1. creatieve hopeloosheid: de erkenning dat de inspanningen hopeloos zijn en niet het kind zelf hopeloos is, geeft het kind weer moed
2. controle is het probleem: de inspanningen die gedaan worden om niet geconfronteerd te worden met iets onaangenaams, zorgen voor veel meer last.
3. defusie: duidelijk moet worden dat letterlijke taal en gevoelens die door de in taal uitgedrukte gedachten worden opgeroepen, los van elkaar staan
wat is acceptence and commitment therapy (ACT)?
- volgens act ontwikkelt psychopathologie zich als gevolg van mislukte pogingen om de controle te krijgen over ongewenste ervaringen en gevoelens
- act helpt de cliënt zodat die een meer accepterende houding aanneemt tov ongewenste ervaringen en nieuw gedrag ontwikkelt dat in overeenstemming is met de eigenlijke levensdoelen en waarden ipv enkel 'in zijn hoofd te leven'
- in latere fases van de therapie leert de therapeut de cliënt om de eigen gedachten en worstelingen vanuit het observatorperspectief te zien
- kinderen leren om keuzes in het leven te maken, die gestuurd worden door hun persoonlijke waarden en doelen