Summary Class notes - BI - Bedrijfsprocessen

Course
- BI - 19911 - Bedrijfsprocessen
- Onbekend
- 2016 - 2017
- LOI Hogeschool
- Informatica
347 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - BI - Bedrijfsprocessen

  • 1471384800 1.0 Organisaties

  • Wat is een organisatie
    Organisaties zijn sociale entiteiten (groepen mensen en hun samenwerkingsverbanden) die gericht zijn op een doel, ontworpen zijn als systemen van bewust gestructureerde en gecoordineerde activiteiten, en verbonden zijn met de externe omgeving.
  • Wat zijn de doelen van organisaties
    1. De middelen bijeen brengen om gewenste doelen en resultaten te bereiken
    2. Goederen en diensten efficiënt produceren
    3. Innovatie stimuleren
    4. Moderne productie- en computertechnologie toepassen
    5. Zich aanpassen aan een veranderende omgeving en die beïnvloeden
    6. Waarde creëren voor eigenaren, klanten en werknemers
    7. Ruimte bieden voor continue uitdagingen op het gebied van diversiteit, ethiek, carrièrepatronen, motivatie en coördinatie van werknemers      
  • Wat is het verschil tussen een organisatie en organiseren?
    organiseren is het gecoordineerd en geformaliseerd vormgeven van activiteiten. Dit wordt vaak in organisaties uitgevoerd.
  • Wat wordt met een paradigma bedoeld?
    Een paradigma is een gemeenschappelijk kader voor de fundamentele wijze waarop men de wereld waarneemt, begrijpt en overdenkt.
  • Wat is interdependentie
    Dat is een duur woord voor onderlinge afhankelijkheid
  • Welke uitdagingen voor organisaties zijn kenmerkend voor deze tijd
    E-Commerce
    Wereldwijde concurentie
    Kennis- en informatiemanagement
    Ethiek en sociale betrokkenheid
    Diversiteit
    Vernieuwingen van organisaties
  • Wat is het verschil tussen een open systeem en een gesloten systeem
    Bij een gesloten systeem gaat men uit van een systeem dat autonoom en begrenst is en waarbij geen interactie plaatsvind met de buitenwereld. In de praktijk wordt ieder systeem beinvloed door de buitenwereld waarmee eigenlijk alles een open systeem is. De wisselwerking met de buitenwereld beinvloed het systeem en vice versa.
  • Wat is de betekenis van Boundary Spanning
    hiermee worden alle onderdelen van een systeem die met de buitenwereld een interactie aangaan bedoeld. (input en output)
  • Beschrijf het basisorganisatiemodel van Mintzberg en de componenten.
    1. Technische kern:   Hier vindt de productie plaats c.q. wordt de invoer omgezet in output
    2. Technische ondersteuning: hier wordt gezorgt dat de organisatie zich aan de omgeving kan aanpassen. Ze zorgen voor inovaties in de technische kern en helpen met de implementatie hiervan (R&D, Marketing, technologie)
    3. Administratieve ondersteuning: Zorgt voor het soepel laten functioneren en onderhouden van de organisatie inclusief fysieke en menselijke elementen. Personeelszaken, gebouwonderhoud, service en reparaties, kantine, onderhoudstaf.
    4. Management

    • Top management: Zorgt voor strategie en richting
    • Middenkader:   Zorgt voor bemiddeling tussen top manager en technische kern.
  • Als je een rol af zou moeten schaffen in het model van Mintzberg welke zou dat dan zijn
    Als je een van de rollen af zou moeten schaffen zou ik kiezen voor het middenkader. Dit is het meest logisch omdat de gebieden elkaar volgens de theorie sowieso overlappen. Het middenkader zorgt voor de hiërarchie waardoor de verticale organisatiestructuur blijft bestaan. Om snel op veranderingen in te kunnen spelen is juist een horizontale structuur in organisaties van belang. Bij veel bedrijven waar snel geacteerd moet worden management lagen verwijderd.
  • Wat zijn de twee dimensensie van organisatieontwerp met hun onderdelen
    Structurele dimensies
    1. Mate van formalisatie: Hoeveel is er beschreven over acties en gedrag
    2. Specialisatie: De mate waarin taken van een organisatie opgesplitst zijn in afzonderlijke werkzaamheden
    3. Gezachs hierarchie: wie valt onder wie en over hoeveel werknemers heeft iemand leiding (span of control)
    4. Centralisatie: Het hierarchish niveau wat beslisbevoegdheid heeft. Hoe hoger hoe centraler
    5. Profesionalisme: De mate waarin werknemers zijn opgeleid en getrained
    6. Personeelsratio's: de verdeling van de medewerkers over de verschillende afdelingen.

    Contextuele dimensies
    1. Omvang: aantal werknemers
    2. Organisatietechnologie: aard van het productiesubsysteem
    3. Omgeving: alle elementen buiten de organisatie
    4. Doelen en strategie
    5. Organisatiecultuur
  • Welke analyse niveaus zijn er en waar richt men zich vooral op bij organisatietheorie
    Organisatietheorie is een manier van denken over organisaties; het is een methode om organisaties te bekijken en te analyseren gebaseerd op patronen in ontwerp en gedrag van organisaties. Het levert ideeën, concepten, denkwijzen en interpretaties op die door managers kunnen worden gebruikt. De manier van kijken, het paradigma, is aan veranderingen onderhevig.

    Organisaties worden als systeem gezien met daarin geneste sub-systemen. 
    Externe omgeving (gemeenschap)
    Organisatie (niveau Macro) (de organisaties waarmee de organsatie in contact staat)
    Afdelingen/groep 
    Inidividu      (niveau Micro) 

    Bij de organisatietheorie ligt de nadruk op het niveau organisatie. Bij de theorie gaat men uit van de macrobenadering en wordt het gedrag van mensen meegenomen maar niet dat van individuen. Organisatiegedrag richt zich op het microniveau van het individu binnen de organisatie. Er is een trend naar de Meso-benadering (tussenin) waarbij alles tussen micro en macro wordt beoordeeld.
  • Wat zijn de verschillen tussen mechanische en natuurlijke systemen
    Het gaat hier om de verschillen van een traditionele versus een lerende organisatie
    Verticale versus Horizontale structuur
    1. Routineklussen naar een rolverdeling op basis van empowerment.
    2. Van formele controle systemen naar gedeelde informatie
    3. van concurrentiestrategie naar samenwerkingsstrategie
    4. van Rigide cultuur naar een cultuur van aanpassingen    
  • Wat had de grondlegger van Scientific  management, Taylor, voor ogen
    Het optimaliseren van de technische kern. Door de processen op wetenschappelijke manier te analyseren moest de efficiency worden verhoogd.
  • Hoe dacht Fayol over besturingsprincipes.
    Fayol vond dat je niet alleen op de technische kern moest richten maar op de organisatie als geheel. Hij stelde hiervoor 14 management pricipes op die in iedere organisatie toegepast zouden moeten worden. De principes van Fayol leidden tot de bureaucratische organisatie.
  • Waar toe leiden de Hawtorn studies
    De hawtorne studies gaven aan dat psychologie en menselijke relaties belangrijke factoren in een organisatie zijn. Positieve motivering leidt tot hogere resultaten.
  • Wat wordt verstaan onder contigentietheorie.
    Contingentie betekent dat iets van andere dingen afhangt. En dat je niet zomaar principes moet inrichten die in andere organisaties werken. Afhankelijk van de processen die je organisatie uitvoert moet je de juiste structuren en management principes bepalen en toepassen
  • Wat word bedoeld met de term lerende organisatie.
    In een lerende organisatie wordt communicatie en samenwerking gestimuleerd zodat betrokkenheid wordt verhoogt. De lerende organisatie kenmerkt zich door gelijkheid, open informatie, weinig hiërarchie en een cultuur die aanpassingsvermogen en participatie aanmoedigt zodat kansen benut kunnen worden en crisissen kunnen worden afgewend.
  • wat zijn de 5 elementen van organisatieontwerp
    1. Structuur:  Van verticale naar Horizontale structuur
    2. Taken: Van routineklussen naar rolverdeling op basis van empowerment
    3. Systemen: Van formele controlesystemen naar gedeelde informatie
    4. Cultuur: Van rigide cultuur naar cultuur van aanpassing
    5. Strategie: van concurrentiestrategie naar samenwerkingsstrategie
  • Wat wordt bedoeld met de missie van een organisatie
    De missie is de reden/doel waarop een organisatie is ontworpen door haar oprichter, directie of het (Top)managementteam. Het is de legitimatie voor en het bestaansrecht van de organisatie. De missie omschrijft de visie van de organisatie en haar gemeenschappelijke waarden en opvattingen
  • Wat is de voornaamste taak voor het topmanagement van een organisatie
    Het bepalen van de doelen (missie) en de wijze waarop dit uitgevoerd gaat worden (strategie en een volgens ontwerp opgezette organisatie)
  • Wat wordt bedoeld met operationele doelen
    Operationele doelen volgen uit de officiële doelen en beschrijven concrete, meetbare resultaten voor de (meestal) kortere termijn. Ze geven richting aan de dagelijkse bedrijfsvoering en beslissingen.
  • Waar hebben operationele doelen betrekking op.
    • Markt; het aandeel dat of de marktpositie die de organisatie voor ogen heeft
    • Totale prestatie: uitgedrukt in termen van winst, groei of hoeveelheid productie
    • Middelen; Het verkrijgen van benodigde productiemiddelen, kapitaal, arbeid en informatie
    • Productiviteit; de hoeveelheid uitvoer die met de beschikbare middelen gehaald moet worden
    • Innovatie en verandering; doelen die gesteld worden om interne flexibiliteit en aanpassing aan de omgeving te realiseren
    • Ontwikkeling van werknemers; training, promoties en ontplooing van medewerkers.

    Er is vaak sprake van samenhang met de behoeftes in de markt en de mogelijkheden in de organisatie.
  • Welke betekenis hebben doelen voor een organisatie
    Doelen geven betekenis aan een organisatie op het gebied van:
    1. Legitimiteit
    2. Richting voor en motivatie van medewerkers
    3. Richtlijnen voor besluitvorming
    4. Prestatiecriteria
  • Wat geeft een oranigram weer
    In een organigram kan je terughalen hoe (het management denkt) dat de organisatievorm gegeven is of hoe dit volgens hen zou moeten zijn. Het toont de werkelijke, wenselijke of gedachte groepen en werkverdeling binnen de organisatie
  • Wat wordt onder verticale verbindingen verstaan
    Verticale verbindingen hebben te maken met controle en communicatie tussen de top van de organisatie en de medewerkers. Het heeft betrekking op
    1. De gezagslijnen binnen een organisatie
    2. Regels en plannen waardoor veel voorkomende situaties zonder terugkoppeling gemaakt kunnen worden.
    3. Verticale informatiesystemen om communicatie in de lijn efficienter te maken
  • Wat wordt onder horizontale verbindingen verstaan
    Horizontale verbindingen worden gerealiseerd door:
    1. Informatiesystemen  - Waarmee toegang kan worden verkregen tot alle benodigde informatie (cross-funtionele systemen)
    2. Direct contact - Voor zover nodig gestimuleerd door een verbindingsmanager
    3. Taakgroepen - tijdelijke commissie bestaande uit vertegenwoordigers van alle betrokken afdelingen
    4. Integratiemanagers - personen met als taak de coordinatie tussen afdelingen te realiseren
    5. Teams - Permanente taakgroepen
  • Op welke manier kunnen medewerkers in een organisatie gegroepeerd worden
    1. Functionele groepering; werknemers met de zelfde taken en werkprocessen
    2. Horizontale groepering; functionering van werknemers rondom cross-functionele kernprocessen 
    3. Divisionele groepering; groepering op de basis van uitvoer van de organisatie naar gebruikers of klanten
    4. Multifocusgroepering: Hier worden twee verschillende structuren gelijktijdig toegepast. (hybride of matrixstructuur)
  • Noem drie symptomen die aangeven dat de organisatiestructuur niet meer past.
    Trage of slechte besluitvorming
    Niet snel innovatief reageren op veranderingen in de omgeving
    te veel conflicten  (binnen de organisatie)
  • Wat verstaat u onder het begrip (bedrijfs)cultuur
    Cultuur is een serie waarden, basisopvattingen, inzichten en denkwijzen die door de leden van de organisatie gedeeld worden en worden onderwezen aan nieuwe leden. Cultuur uit zich in dingen en doen: Artefacten zoals symbolen en waarneembare gedragingen zoals rituelen en ceremonies, kleding, verhalen en taal
  • Wat wordt verstaan onder cultuursterkte
    De mate van overeenstemming onder leden van de organisatie over het belang van specieke waarden. Veelal zijn er meerdere culturen aanwezig in een organisatie. Dit kan per afdeling verschillen.
  • Welke cultuurtypen onderscheidt DAFT
    Daft richt zich op de behoefen van de omgeving versus de strategische focus
    1. Ondernemerscultuur: Gericht of flexibiliteit en de extern gerichte strategische focus: 
    2. Missiecultuur: Stabiele omgeving en extern gerichte strategische focus; Specifieke klanten, geen behoefte aan snelle veranderingen en nadruk op visie
    3. Clancultuur: gericht op flexibiliteit en een intern gerichte strategische focus; Snel veranderende verwachtingen gericht op betrokkenheid en participatie en hoog verantwoordelijkheidsgevoel
    4. Bureaucratische cultuur: Intern gerichte strategische focus en stabiele omgeving; Methodische aanpak en integratie en efficiency    
  • Welke cultuurtopologie hanteert Handy
    Handy richt zich op de mate van samenwerking en de verdeling van macht. Hij stelt dat de cultuur van de organisatie niet los gezien kan worden van overige aspecten van die organisatie. Met name de cultuur en structuur zouden sterk met elkaar verbonden zijn.Handy komt tot een indeling in vier verschillende typologieën:
    1. ROL cultuur: Star, weinig samenwerking en weinig macht bij het individu. De activiteiten worden grotendeels door procedures bepaald. Hierbij gaat het zowel om het werk, individuele functies als om de communicatie tussen afdelingen. De functie of rol is belangrijker dan de persoon die hem vervult. Mensen worden gewaardeerd op basis van hun prestaties binnen hun rol. De macht ligt dan ook niet bij een persoon, maar bij de rol die hij bekleedt. Kernwoorden van dit cultuurtype zijn veiligheid, stabiliteit, behoudzucht en voorspelbaarheid.
    2. PERSONEN cultuur:  Mens centraal, Lage mate van samenwerking maar veel macht bij het individu. In de personencultuur staat de organisatie geheel in dienst van de mensen die er werken. De personencultuur komt begrijpelijkerwijs nauwelijks voor in zijn pure vorm. Dit aangezien de meeste bedrijven doelen hebben die de individuele doelen van medewerkers te boven gaan. Alle macht wordt ontleend aan kennis en expertise, andere vormen van macht worden niet geaccepteerd. De leden vervullen taken die ze goed aankunnen en waar ze belangstelling voor hebben. Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn kibboetsen en hippiecommunes. Indien een bedrijf een personencultuur heeft is dit meestal van korte duur, hierna gaat ze over in één van de andere culturen.
    3. MACHT cultuur:Samenwerking hoog weinig macht bij het individu (Vooral bij kleinen organisaties) Alle macht in deze organisatie wordt gelokaliseerd bij de topfiguur. De topfiguur is over het algemeen een zeer charismatisch persoon en zijn medewerkers zijn trouw en loyaal aan hem en het bedrijf. Omdat de medewerkers hetzelfde denken als de topfiguur zijn er weinig regels en procedures nodig. De organisatie is zeer flexibel en volgt de grillen van de topfiguur.
    4. TAAK cultuur: Hoge mate van samenwerking en veel macht bij het individu; (Probleem oplossende organisaties). De leden van de organisatie zijn met name gericht op het oplossen van problemen of het goed tot uitvoer brengen van taken of projecten. De leden vertrouwen op de expertise van hun collega’s en zichzelf. Vaak worden er tijdelijke teams gevormd om een taak te volbrengen. De directie heeft slechts indirect invloed op de teams waardoor slechts beperkte sturing van het resultaat mogelijk is. De macht is niet verbonden aan een bepaalde persoon of functie maar is verspreid over de hele organisatie en concentreert zich op bepaalde knooppunten. Kernwoorden zijn taakgericht, probleemoplossend vermogen en professionaliteit.    
  • Welke cultuur kenmerkt de lerende organisatie
    Een lerende organisatie kenmerkt zich door een sterke organisatorische cultuur die uitnodigt tot verandering en aanpassing. Hierdoor wordt voorkomen dat organisaties blijven hangen in "ooit" succesvolle patronen. Kenmerken zijn: 
    • openheid (delen), 
    • verdwijnen van barrières, 
    • gelijkheid, 
    • voortdurende verbetering  
    • het nemen van risico's    
  • Wat wordt verstaan onder een bedrijfsproces
    Een bedrijfsproces is de unieke manier waarop organisaties werkactiviteiten, informatie en kennis coördineren en organiseren om een product of dienst te kunnen leveren.
  • Welke actoren ken je. Welke aspecten kunnen onderscheiden worden aan de communicatie tussen actoren en tot welke systemen behoren deze actoren
    De manier waarop systemen(processen) samenhangen kan vergeleken worden met de wijze waarop mensen samenhang hebben en waarop mensen samenhangen. Mensen en systemen worden in dit kader actoren genoemd.

    Aan de communicatie tussen actoren zijn drie aspecten te onderkennen.
    1. Proforma-aspect: hebben betrekken op de essentie van communicatie tussen actoren. Het aangaan en nakomen van afspraken. (Sociale actoren). Deze actoren maken deel uit van het B-systeem (bedrijf,business) van een organisatie.
    2. Informa-aspect: heeft betrekking op de vorm van de informatie(semantiek, pragmantiek). De vorm is abstract, conceptueel. Het gaat hierbij om het vastleggen, reproduceren en uitwisselen van kennis. (Rationele actoren) Deze actoren behoren tot het I-systeem(informatie) van een organisatie
    3. Forma-aspect: Dit heeft betrekking op de verschijningsvorm van informatie (empirie en syntaxis). (Formele actoren). Deze actoren behoren tot het D-Systeem (Data,document) van een organisatie
  • Wat wordt verstaan onder functieorientatie
    Hier wordt het systeem als black-box gezien. Als functie zonder dat noodzakelijke kennis is over hoe het systeem in elkaar zit.
  • Wat wordt verstaan onder constructieorientatie
    Hierbij is kennis van het proces nodig. Men heeft inzicht nodig in de onderdelen van het proces en de onderlinge samenhang.
  • Welke soorten veranderingen zijn er en waarin verschillen deze.
    Er zijn incrementele en radicale veranderingen;
    Een incrementele verandering heeft een beperkte, relatief kleine, invloed op de organisatie. Een radicale verandering betreft een fundamentele verandering die van grote invloed is op de organisatie (en haar medewerkers). Incrementele veranderingen kunnen bijvoorbeeld optimalisaties in het productieproces betreffen. Radicale veranderingen betreffen bijvoorbeeld een nieuwe technologie waardoor een oudere technologie, waarop de organisatie gefundeerd is, in een klap verouderd/achterhaald wordt. Het internet is bijvoorbeeld een radicale verandering voor de muziekindustrie; koper van lp’s en cd’s konden ineens goedkoper en sneller aan hun muziek komen – dit had grote invloed op het businessmodel van de muziekindustrie die daardoor genoodzaakt werd mee te gaan met de verandering.
  • Welke 4 soorten strategische veranderingen zijn er
    Technologische
    Product- en dienstverandering
    Strategische en structurele veranderingen
    Cultuurveranderingen
  • Hoe komt een succesvolle verandering tot stand.
    Er moet voldoende draagvlak zijn; er moeten voldoende middelen zijn; er moet steun van management en betrokkenen zijn; de verandering moet geaccepteerd worden. De betrokken moeten overtuigd zijn van de noodzaak en mee worden genomen in het proces.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kan informatiesysteemstrategie je helpen bij het omgaan met concurrerende krachten.
  • Automatische besturing: Automatiseer zaken en haal menselijke activiteiten of tijdrovende zaken uit het proces wat kosten verlagend werkt
  • Productdifferentiatie:  Gebruik Informatiesystemen om nieuwe producten of diensten mogelijk te maken
  • Focus op marktniches: Gebruik IS om specifieke marktgerichtheid mogelijk te maken. (analyse/big data). inspelen op behoefte van de klant
  • Versterken van de klant - leverancier band. Dit verhoogt de overstapkosten en loyaliteit.
Welke elementen zijn van invloed op het de te gebruiken informatiesystemen in een organisatie?
  • Autoriteitshierarchie: Verantwoording en specialismes om er voor te zorgen dat met zo min mogelijk input zo veel mogelijk output wordt gerealiseerd.
  • bedrijfsprocessen / routines : regels procedures om situaties aan te kunnen. Naar mate deze beter gehanteerd worden wordt men productiever en efficienter. 
  • organisatiecultuur: een diepgeworteld idee over hoe zaken moeten plaatsvinden. Veranderen van de cultuur is erg lastig.
  • organisatiepolitiek: iedereen heeft een andere visie op veranderingen. En men probeert hier anderen van te overtuigen.
  • directe omgeving: Organisaties worden door de omgeving beinvloed en beinvloeden deze ook zelf. De omgeving verander sneller dan dat een organisatie dat kan. Wetgeving, eisen van klanten, acties concurrenten, verstorende technologieën
  • structuur: Hiermee wordt bedoeld de 5 structuren volgens Mintzberg
  • doelen: Het organisatiedoel een overheid een bedrijf en non-profitorg.
  • klanten:
  • leiderschapsstijlen: democratisch of niet... vaak afhankelijk van doel.       
Wat is een System-integrator
De systeem-integrator is de partij die zorg draagt voor de coördinatie tussen de verschillende aannemers, de partij die ervoor zorgt dat alle stukjes van de oplossing samenkomen, die ervoor zorgt dat de oplossing als geheel functioneert.
Welke aspecten zijn bepalend voor het succes van sourcing
  1. Welke processen betreft het (kernprocessen)
  2. Waar kan welke verantwoordelijkheid het best worden belegd
  3. Welke vaardigheden (competenties) zijn nodig en in lijn daarmee: 
  • Welke kennis is aanwezig, die intern bewaard, ontwikkeld en onderhouden moet worden.
  • Welke nieuwe kennis, vaardigeheden en comptenties moeten worden ontwikkeld
  • welke risico's zijn er en hoe kunnen we die ondervangen


Het management is hierbij het belangrijkst omdat de taak van het management verschuift van volledige controle over het proces naar regie over het proces.
Welke factoren leveren meerwaarde op met betrekking tot sourcing
Het gaat nu niet zozeer meer om kosten maar om meerwaarde
  1. Efficiency (kostenbesparing)
  2. hogere beschikbaarheid van informatiesystemen
  3. Competenties kopen en niet zelf ontwikkelen
  4. Kennismanagement (cruciale specialistische kennis)
  5. Kwaliteitsverbetering
  6. Vermindering van redundantie (in IT voorziening)
  7. Resultaat(verplichting) ICT; Werken op basis van een overeengekomen resultaat.
Voor organisaties die gaan sourcen geld dat ze wel moeten weten welke doelen ze nastreven met sourcing.
Wat is het verschil tussen insourcen, outsourcen en wat is het verschil met nearshore en offshore
Insourcen is het inhuren van personeel om werkzaamheden te verrichten. Outsourcen is het verplaatsen van activiteiten naar een andere partij die geografisch dichtbij (Nearshore) of veraf (Offshore) ligt.
Wat verstaat u onder een programma? Hoe verschilt dat van een portfolio en multiprojectmanagement
Een programma bestaat uit een of meerdere projecten en losse activiteiten die er op gericht zijn een strategisch doel binnen een organisatie te realiseren. "Een programma is een verzameling van tijdelijke, samenhangende en dynamische doelen en van inspanningen (waaronder projecten) en middelen, die vraagt om besturing omdat de middelen beperkt en de doelen het nastreven waard zijn."
Een projectportfolio bevat alle projecten van een afdeling of een organisatie. Multiprojectmanagement is het gelijktijdig managen van meerdere projecten door een afdeling of organisatie
Uit welke componenten bestaat een software waarderingspiramide.
De basis: Softwareontwikkelniveau - kwaliteit, volume en technologie
De middenlaag: onderhoudslast en reparatielast
De toplaag: de berekende waarde van de onderliggende lagen.
Welke software metrics kent u
  • SLOC; Source lines of Code (aantal regels code)
  • KLOC; Kilo lines of code (duizendtallen regels) 
  • waarmee op basis van het aantal regels code in een bepaalde taal kan worden berekend wat maatwerk waard is. Vaak gecombinereerd met andere metrics zoals
  • Complexity Metrics (Halstead, McCabe)
  • CoCoMo; Constructive Cost Model; waarmee op basis van parameters als KLOC, kennis van het ontwikkelteam de ontwikkelinspanning in beeld wordt gebracht
  • Delphi; een methode om op gestructureerde wijze schattingen en metingen van experts te verzamelen om zo tot een betrouwbare inschatting van kosten, issues en inspanningen te komen 
  • FPA (functiepunten analyse) tools als IFPUG en NESMA bieden mogelijkheden om op basis van objectieve functionele eigenschappen en karakteristieken van de ontwikkelomgeving tot een inschatting van de ontwikkelinspanning te komen.
Noem enkele internationale aspecten van  SaaS- en Cloudoplossingen
Het gaat er hier met name om waar de gegens en programmatuur staat. Door virtualisatie kunnen gegevens overal op de wereld staan en onder allerlei verschillende wetgeving vallen. Het is dus van belang hier rekening mee te houden.